Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Abdi over geheime detentiefaciliteiten
Vragen van het lid Abdi (GroenLinks-PvdA) aan de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid over geheime detentiefaciliteiten (ingezonden 5 december 2025).
Antwoord van Staatssecretaris Rutte (Justitie en Veiligheid) (ontvangen 16 januari
2026). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 776.
Vraag 1
Kent u het bericht1 over de mysterieuze gevangenhouding van een strafadvocaat? Zo ja, klopt dit bericht?
Antwoord 1
Ja, ik ben bekend met dit bericht.
Vraag 2
Wat vindt u ervan dat de Inspectie Justitie en Veiligheid als toezichthouder op het
gevangeniswezen geen weet had van een detentielocatie, die pas «na héél lang aandringen»
bezocht kon worden, waarvan onduidelijk is wie de eindverantwoordelijke locatiedirecteur
is en waarvan niet helder is wie uitvoering aan de bewaring geeft?
Antwoord 2
Ik acht het van belang dat er onafhankelijk toezicht moet kunnen worden uitgeoefend
op alle vormen van detentie, ook wanneer het om zeer uitzonderlijke situaties gaat
en er sprake is van afgeschermde detentie. Ik vind dan ook dat de Inspectie van Justitie
en Veiligheid (IJenV) op de hoogte had moeten zijn van het bestaan van de afgeschermde
detentielocatie en van het moment dat deze in gebruik werd genomen. Bij andere vormen
van detentie wordt de IJenV niet over een individuele plaatsing geïnformeerd. Gelet
op de uitzonderlijkheid van het gebruik van de afgeschermde locatie had het voor de
hand gelegen om de IJenV daarvan proactief op de hoogte te stellen. Gezien het feit
dat het vanuit veiligheidsoverwegingen een afgeschermde locatie betreft, hadden hier
aanvullende afspraken over gemaakt moeten worden tussen de partijen. Door de Dienst
Justitiële Inrichtingen (DJI) en de IJenV zijn eind 2024 werkafspraken gemaakt die
onder andere zien op de wijze waarop een afgeschermde detentielocatie bezocht kan
worden door de IJenV. Dergelijke afspraken lagen er op het moment dat de IJenV DJI
verzocht de locatie te bezoeken nog niet. Voor een uitgebreidere toelichting verwijs
ik u naar de eerdere Kamerbrieven van 7 april 2025 en 9 december 2025 en de beantwoording
van de vragen van het lid van Nispen.2
Vraag 3
Klopt het dat er meermaals van alles aan gedaan is om informatie over deze mysterieuze
geheime detentiefaciliteiten buiten de openbaarheid te houden? Zo nee, waaruit blijkt
dat? Zo ja, waarom? Klopt het dat Dienst Justitiële Inrichtingen heeft geweigerd om
vragen van de Inspectie Justitie en Veiligheid schriftelijk te beantwoorden? Zo ja,
wat was hiervoor de reden en is dat een gebruikelijke gang van zaken?
Antwoord 3
De ingebruikname van een afgeschermde detentielocatie vindt enkel plaats in uitzonderlijke
situaties. Voorbeelden hiervan zijn situaties waarbij het met het oog op de veiligheid
en/of het welzijn van de gedetineerden, de veiligheid van de maatschappij, andere
gedetineerden en/of DJI-medewerkers het niet gewenst is dat in de openbaarheid bekend
is waar de gedetineerde zich in detentie bevindt. Voorafgaand aan de plaatsing in
afgeschermde detentie vindt er een afweging door DJI plaats, op basis van de op dat
moment beschikbare informatie van bijvoorbeeld het Openbaar Ministerie of de politie,
omtrent de mate van afscherming. Ook gedurende de detentie wordt doorlopend bezien
of plaatsing in afgeschermde detentie noodzakelijk is. Indien mogelijk wordt er afgeschaald.
Er gaat een groot belang uit van het niet bekend worden van locaties waar de afgeschermde
detentie zich bevindt. Als dergelijke locaties van de afgeschermde detentie bekend
raken, zijn deze locaties in beginsel niet meer inzetbaar als afgeschermde detentielocatie.
Om deze reden heeft DJI de locatie voor afgeschermde detentie niet schriftelijk met
andere partijen, waaronder de IJenV, gedeeld. Dit is een uitzondering, andere detentielocaties
worden wel schriftelijk met de IJenV gedeeld. Door DJI is volledige medewerking verleend
aan de IJenV. Indien vragen van de IJenV niet schriftelijke konden worden beantwoord
heeft beantwoording mondeling plaatsgevonden. Zoals in het antwoord op vraag 2 is
aangegeven zijn er werkafspraken gemaakt tussen de IJenV en DJI.
Vraag 4
Hoeveel tijd zat tussen het verzoek van de Inspectie ustitie en Veiligheid om de gewraakte
locatie te bezoeken en het daadwerkelijke inspectieverzoek? Waarom wordt informatie
daarover in de geopenbaarde documenten weggelakt? En waarom wordt geheimzinnig gedaan
over wie precies de vestigingsdirecteur is?
Antwoord 4
Er zaten 17 dagen tussen het eerste gesprek dat heeft plaatsgevonden tussen de IJenV
en DJI omtrent de afgeschermde detentie en het eerste fysieke bezoek aan de locatie.
Omdat er op het moment van het eerste fysieke bezoek nog geen werkafspraken lagen
tussen de IJenV en DJI dienden er aanvullende veiligheidsmaatregelen te worden getroffen.
Aangezien er nu er werkafspraken liggen, is de verwachting dat een fysiek bezoek van
de IJenV aan een afgeschermde detentielocatie in het vervolg binnen een korter tijdsbestek
kan plaatsvinden. De veiligheid staat in alle gevallen voorop, voor gedetineerden,
voor personeel en ook voor de inspecteurs. Dat kan er in resulteren dat bij verzoeken
van de IJenV maatwerk wordt toegepast vanwege veiligheidsrisico’s. Zoals reeds aangegeven
bij de beantwoording van vraag 3 wordt er enkel van afgeschermde detentie gebruik
gemaakt in uitzonderlijke situaties wanneer er een veiligheidsbelang is dat niet op
andere wijze gewaarborgd kan worden. In het kader van de veiligheid van de betrokken
DJI-medewerkers (waaronder de vestigingsdirecteur) is het van belang dat niet bekend
wordt waar de afgeschermde detentie daadwerkelijk plaatsvindt en wie daarbij zijn
betrokken.
Vraag 5
Vindt u dat in dit geval voldaan wordt aan alle wettelijke en verdragsrechtelijke
eisen die aan detentie moeten worden gesteld? Zo nee, waarom niet? Zo ja, bent u bereid
om een nauwgezette weergave hoe deze detentierechten precies geëerbiedigd zijn? Zijn
er andere gevallen waarin geheime detentie is toegepast?
Antwoord 5
Ook in de situatie van afgeschermde detentie moeten en kunnen gedetineerden erop vertrouwen
dat hun detentie veilig, zorgvuldig en humaan ten uitvoer wordt gelegd met toepassing
van geldende wet- en regelgeving. Zoals aangegeven in de brief van 9 december 2025
zijn inmiddels alle aanbevelingen van de IJenV omtrent afgeschermde detentie opgevolgd
en wordt hiermee naar mijn oordeel voldaan aan de vereisten uit de Penitentiaire beginselenwet
en het Internationaal Verdrag inzake de bescherming van alle personen tegen gedwongen
verdwijning. Zo zijn er sinds eind 2024 werkafspraken met de IJenV zodat er onafhankelijk
toezicht door hen kan worden gehouden op deze vorm van detentie. Naast deze werkafspraken
is er ook een Commissie van Toezicht ingesteld voor afgeschermde detentie. Ook door
hen kan onafhankelijk toezicht worden uitgeoefend. Tot slot zijn per 1 januari 2026
huisregels in werking getreden voor afgeschermde detentie. Hierdoor is het voor een
gedetineerde in deze vorm van detentie inzichtelijk wat diens rechten en plichten
zijn en op welke wijze er bijvoorbeeld een klacht kan worden ingediend. Afgeschermde
detentie vindt enkel in uitzonderlijke situaties plaats. In de afgelopen decennia
is er slechts een enkele keer sprake geweest van een dergelijke plaatsing.
Vraag 6
Bent u het met mij eens dat detentie in beginsel niet onder staatsgeheim geschaard
mag worden? Zo nee, waarom niet? Zo ja, wat is hiervan de reden en hoe wordt voorzien
in onafhankelijk toezicht om misbruik en excessen te voorkomen?
Antwoord 6
In beginsel dient detentie niet onder staatsgeheim geschaard te worden. Het kan in
het kader van de nationale veiligheid echter noodzakelijk zijn dat informatie gerubriceerd
kan worden als staatsgeheim. Dit kan in uitzonderlijke gevallen ook gelden voor informatie
met betrekking tot detentie. Hiermee wordt gewaarborgd dat een locatie waar afgeschermde
detentie plaats kan vinden geheim blijft, evenals degene die bij deze vorm van detentie
betrokken zijn. Dit mag echter nooit ertoe leiden dat personen volledig afgesloten
van de buitenwereld in detentie worden gehouden.
Ten aanzien van het toezicht dat gehouden wordt op afgeschermde detentie verwijs ik
u naar de beantwoording van vraag 5.
Ondertekenaars
A.C.L. Rutte, staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.