Schriftelijke vragen : De kansen voor Nederland en Curaçao om te profiteren van de aanlanding en opslag van Venezolaanse olie
Vragen van het lid Van Duijvenvoorde (FVD) aan de Minister van Economische Zaken en de Minister en Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over de kansen voor Nederland en Curaçao om te profiteren van de aanlanding en opslag van Venezolaanse olie (ingezonden 15 januari 2026).
Vraag 1
Heeft u kennisgenomen van het bericht dat een tanker met Venezolaanse olie is aangemeerd
op Curaçao en dat deze olie daar tijdelijk wordt opgeslagen?1
Vraag 2
Deelt u de opvatting dat deze ontwikkeling Curaçao opnieuw positioneert als een strategisch
knooppunt voor energieopslag en -logistiek in het Caribisch gebied? Zo ja, welke kansen
ziet u hierin voor het Koninkrijk der Nederlanden als geheel?
Vraag 3
Ziet u mogelijkheden om de bestaande olie- en haveninfrastructuur op Curaçao structureel
beter te benutten voor opslag, overslag en doorvoer van energieproducten, mede gezien
de gunstige geografische ligging van het eiland?
Vraag 4
In hoeverre ziet u kansen voor Nederland en Nederlandse bedrijven – onder meer actief
in havenontwikkeling, maritieme dienstverlening, energie-logistiek, opslagtechnologie
en engineering – om te profiteren van de toegenomen rol van Curaçao in internationale
energiestromen, waarbij recente ontwikkelingen meer ruimte hebben gecreëerd voor opslag,
overslag en doorvoer, in het licht van de vergrote Amerikaanse betrokkenheid bij de
Venezolaanse olie-industrie?
Vraag 5
Is er vanuit het Rijk actief contact met de regering van Curaçao over het versterken
van economische samenwerking op het gebied van energie-logistiek en strategische infrastructuur?
Zo ja, hoe krijgt deze samenwerking concreet vorm?
Vraag 6
Ziet u mogelijkheden om Curaçao binnen het Koninkrijk te ontwikkelen tot een structurele
energie-hub, vergelijkbaar met de rol die Nederland zelf vervult binnen Noordwest-Europa?
Vraag 7
Welke kansen ziet u om deze ontwikkelingen te benutten voor economische groei, werkgelegenheid
en kennisontwikkeling op Curaçao, en daarmee voor een versterking van de sociaaleconomische
positie van het eiland binnen het Koninkrijk?
Vraag 8
In hoeverre wordt bij deze ontwikkelingen gekeken naar synergie met Nederlandse havens,
logistieke netwerken en kennisinstellingen, zodat toegevoegde waarde zo veel mogelijk
binnen het Koninkrijk blijft?
Vraag 9
Bent u bereid om, samen met Curaçao, te verkennen hoe deze ontwikkelingen kunnen worden
ingebed in een bredere economische en strategische visie voor het Koninkrijk der Nederlanden
op het gebied van energie en logistiek?
Vraag 10
Kunt u aangeven welke vervolgstappen u ziet om deze kansen actief te benutten, en
op welke termijn de Kamer hierover nader kan worden geïnformeerd?
Indieners
-
Gericht aan
E. van Marum, staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
Gericht aan
F. Rijkaart, minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
Gericht aan
V.P.G. Karremans, minister van Economische Zaken -
Indiener
Peter van Duijvenvoorde, Kamerlid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.