Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Bikker over het artikel 'In deze stad wordt nu de meeste cocaïne gebruikt, en het is niet Amsterdam'
Vragen van het lid Bikker (ChristenUnie) aan de Minister van Justitie en Veiligheid over het artikel «In deze stad wordt nu de meeste cocaïne gebruikt, en het is niet Amsterdam» (ingezonden 3 december 2025).
Antwoord van Minister Van Oosten (Justitie en Veiligheid), mede namens de Staatssecretaris
van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (ontvangen 14 januari 2026). Zie ook Aanhangsel
Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 773.
Vraag 1
Bent u bekend met de recente publicaties over het rioolwateronderzoek waaruit blijkt
dat Leeuwarden momenteel de hoogste concentratie cocaïnegebruik van Nederland kent,
en dat ook het gebruik van amfetamine daar fors is gestegen?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Bent u het er mee eens dat drugsgebruik niet normaal en ongezond is, en bovendien
de onderwereld spekt en de samenleving verpest doordat het leidt tot criminele ondermijning,
explosies en liquidaties? Bent u bereid dit in de stelligste en meest expliciete termen
te veroordelen?
Antwoord 2
Ja. Drugsgebruik past niet binnen een normale, gezonde leefstijl en brengt altijd
gezondheidsrisico’s met zich mee. Criminele netwerken verdienen aan het gebruik van
drugs. Dit betekent omgekeerd dat drugsgebruik bijdraagt aan de instandhouding van
een crimineel verdienmodel. Dit schadelijke aspect van drugsgebruik wordt benadrukt
in de campagne «Drugs raakt ons allemaal» waarmee de afgelopen maanden in uitvoering
van de motie Bikker over een landelijke campagne veel jongeren zijn bereikt.2 Deze inzet op bewustwording en preventie laat onverlet dat mensen met verslavingsproblematiek
tijdig passende ondersteuning kunnen krijgen wanneer dat nodig is.
Vraag 3
Hoe duidt u de in het artikel geschetste ontwikkeling in het licht van de landelijke
aanpak tegen drugscriminaliteit en -gebruik? Ziet u hierin een trendbreuk ten opzichte
van eerdere onderzoeken?
Antwoord 3
Dit kabinet zet in op het terugdringen van drugscriminaliteit en drugsgebruik. Ik
neem signalen die op een trend in de andere richting lijken te wijzen dan ook serieus.
In dit geval wil ik echter wel opmerken dat op basis van dit artikel slechts beperkt
conclusies kunnen worden getrokken over de landelijke aanpak van drugscriminaliteit
en drugsgebruik.
In algemene zin geldt dat rioolwatermetingen een waardevolle aanvulling kunnen zijn
op andere onderzoeken naar drugsgebruik. Een lokale meting, zoals in Leeuwarden, biedt
een indicatie van het gebruik van drugs in een bepaald onderzoeksgebied. De uitkomsten
van rioolwatermetingen vereisen dan ook altijd een (lokale) kwalitatieve duiding.
De toename kan het gevolg zijn van meer gebruik door een kleine groep gebruikers,
hetzelfde gebruik door een grotere groep gebruikers of een hogere zuiverheid van de
gebruikte drugs. Op basis van de huidige gegevens zie ik geen duidelijke trendbreuk
ten opzichte van eerdere onderzoeken, maar wel een bevestiging dat blijvende inzet
op preventie noodzakelijk is.
Vraag 4
Welke verklaringen heeft u voor het feit dat juist Leeuwarden zo slecht scoort? Speelt
de beschikbaarheid van drugs, de aanwezigheid van criminele netwerken of andere sociaaleconomische
factoren hierbij een rol?
Antwoord 4
Leeuwarden heeft, net als veel grote steden in Nederland, te maken met (drugs)criminaliteit.
In vergelijking met steden van vergelijkbare grootte scoort Leeuwarden niet beter
of slechter. Onderzoekers Pieter Tops en Edward Van der Torre stellen in hun rapport
«Leeuwarder Ondermijning» uit 2023 dat criminele netwerken actief zijn in de stad.3 Volgens hen zijn dit geen lokale, maar uit de Randstad afkomstige netwerken die in
heel Nederland en ook in het buitenland actief zijn. Deze netwerken maken gebruik
van de goede infrastructuur in Nederland, ook in Noord-Nederland. Daarnaast biedt
het uitgestrekte, relatief dunbevolkte Friese platteland mogelijkheden om illegaal
drugs te produceren en op te slaan.
Net als in andere Nederlandse gemeenten maken slechte sociaaleconomische omstandigheden
mensen kwetsbaar voor criminaliteit en uitbuiting. Doordat Leeuwarden een centrumgemeente
is, bevindt zich hier een relatief groot aantal kwetsbare personen. Bovendien leeft
een groot gedeelte van de inwoners van de stad rondom het sociaal minimum en is er
sprake van generatiearmoede. Financiële problemen gaan vaak gepaard met schuldenproblematiek
en een slechte gezondheid. Daarnaast heeft Leeuwarden een centrumfunctie voor het
uitgaansleven in de regio. Dit kunnen verklaringen zijn voor een relatief hoger gebruik
van drugs, met name in het weekend. Het laat ook zien dat de aanpak van drugscriminaliteit
én het terugdringen van drugsgebruik kennis van de lokale situatie en een lokale aanpak
vergt.
Vraag 5
Wordt er op dit moment voldoende ingezet op preventie en handhaving in regio’s buiten
de Randstad, zoals Friesland? Zo ja, kunt u toelichten welke maatregelen daar specifiek
worden genomen?
Antwoord 5
Het nationale beleid ten aanzien van drugsgebruik is landelijk uniform en richt zich
op preventie, gezondheidsbescherming en het bieden van toegankelijke hulp aan mensen
die problemen ervaren met middelengebruik. Instellingen zoals het Trimbos-instituut
worden gefinancierd om materialen en interventies te ontwikkelen die gemeenten en
professionals hierbij ondersteunen. Daarnaast is vanuit Verslavingskunde Nederland
(VKN) een basispakket verslavingspreventie ontwikkeld, dat bestaat uit een geïntegreerd
aanbod van kwalitatief goede, effectieve interventies die gemeenten op maat kunnen
afnemen bij lokale aanbieders, afgestemd op plaatselijke behoeften. Het is aan gemeenten
om binnen dit landelijke kader lokaal invulling te geven aan preventie, bijvoorbeeld
via Gemeentelijke Gezondheidsdiensten (GGD), preventiecoalities of regionale zorgaanbieders.
Het Trimbos-instituut heeft in opdracht van het Ministerie van Volksgezondheid en
Sport (VWS) het Modelplan Lokaal Drugspreventiebeleid ontwikkeld. Het modelplan is
een concreet format, die een gemeente helpt bij het schrijven van een effectief, integraal
en lokaal drugspreventiebeleid.
De gemeente Leeuwarden heeft een lokaal gezondheidsbeleid «Samen Gezond» en geeft
uitvoering aan het Preventie- en Handhavingsplan Drugs, Alcohol & Tabak. Eén van de
concrete uitwerkingen is de implementatie van Opgroeien in een Kansrijke Omgeving
(OKO). OKO is een landelijk preventieprogramma van het Trimbos en het Nederlands Jeugdinstituut
dat dit jaar is gestart. Momenteel loopt er een OKO-monitor op het voortgezet onderwijs,
is er een pilotinterventie «Pauzesport» opgestart en zijn er interactieve ouderavonden
in ontwikkeling. Preventie van middelengebruik vraagt om een aanpak voor de lange
termijn en een integrale benadering. De gemeente Leeuwarden werkt daarom nauw samen
met ketenpartners zoals de GGD Fryslân, Verslavingszorg Noord-Nederland en diverse
welzijnsorganisaties. Daarnaast maken Friese gemeentes onderdeel uit van het provinciale
samenwerkingsverband «Nuchtere Fries», als onderdeel van de Friese Preventieaanpak.
Aan de hand van het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid (NPLV) wordt in
Leeuwarden-Oost gewerkt aan het doorbreken van intergenerationele armoede en het verbeteren
van de leefbaarheid en veiligheid. Het lange termijn doel is om dit tot een gebied
te maken waar kinderen kansrijk kunnen opgroeien, zonder armoede. Hierop wordt ingezet
via de pijlers gezondheid, wonen, leren en werken, de thema’s leefbaarheid en veiligheid
worden integraal in deze pijlers meegenomen. Via dit programma, dat een horizon heeft
van twintig jaar, zet de gemeente Leeuwarden sterk in op het vergroten van perspectief
van de bewoners en een vermindering van de invloed van criminelen op deze wijken.
Leeuwarden neemt deel aan het landelijke programma Preventie met Gezag (PmG) van JenV.
De gemeente heeft PmG gepositioneerd binnen het eigen programma Leeuwarden-Oost. Met
PmG Leeuwarden-Oost werken preventieve en justitiële partners samen om jongeren/jongvolwassenen
(8–27 jaar) uit de criminaliteit te houden en te halen. Dit wordt op verschillende
manieren gedaan. De PmG-partners zetten hun expertise in vanuit hun kerntaken en we
versterken de onderlinge samenwerking waardoor zo effectief mogelijk kan worden gewerkt.
Jongeren op scholen in Leeuwarden-Oost worden weerbaarder tegen ondermijnende criminaliteit
dankzij een geïntegreerd aanbod van Halt en Jongerenwerk. Daarnaast worden jongeren,
indien nodig, individueel begeleid. Hierbij wordt gebruik gemaakt van interventies
die vanuit het NPLV-programma Leeuwarden-Oost worden ingezet. Ten slotte versterkt
de gemeente Leeuwarden de samenwerking tussen de PmG-partners en het netwerk binnen
Leeuwarden-Oost. Hierdoor kennen de professionals elkaar inmiddels goed en weten zij
wat ze van elkaar kunnen verwachten. Dit bevordert efficiëntie en de benutting van
verschillende expertises. Het meest belangrijk is dat dit ook de ondersteuning van
jongeren ten goede komt.
De aanpak van ondermijning is in de gemeente Leeuwarden geprioriteerd. Vanuit de aanpak
wordt een extra impuls gegeven aan het tegengaan van ondermijning (preventie), de
bestrijding ervan (repressie) en het creëren van bewustwording en weerbaarheid. Hiervoor
heeft de gemeenteraad een incidenteel budget beschikbaar gesteld van € 600.000 voor
de periode 2025–2027. Naar aanleiding van de extra impuls wordt actief ingezet op
de toepassing van de wet Bevordering Integriteitsbeoordelingen door het Openbaar Bestuur
(Bibob) en het intensiveren van bestuurlijke controles door een interventieteam ondermijning.
Deze interventies leiden onder andere regelmatig tot de sluiting van drugspanden door
burgemeester van Leeuwarden op grond van art. 13b Opiumwet.
Vraag 6
Bent u het er mee eens dat de strijd tegen de drugsproblematiek en de criminele ondermijning
die daarmee gepaard gaat, onmogelijk door gemeenten alleen kan worden opgelost?
Antwoord 6
Hier ben ik het mee eens.
Vraag 7
Hoe wilt u gemeenten tegemoetkomen en ondersteunen om drugs en aanverwante ondermijning
tegen te gaan? Welke intensivering zou daarvoor nodig zijn, en bent u bereid deze
middelen uit te trekken?
Antwoord 7
Het kabinet ondersteunt gemeenten bij de aanpak van drugsgebruik en de daarmee samenhangende
criminaliteit binnen bestaande landelijke kaders. Zoals in het antwoord op vraag 5
is toegelicht worden gemeenten ondersteund via GGD’en, preventiecoalities en regionale
zorgaanbieders. Daarnaast bieden landelijk gefinancierde kennisinstellingen, zoals
het Trimbos-instituut en Verslavingskunde Nederland hierbij concrete handvatten.
Voor de aanpak van ondermijnende, georganiseerde criminaliteit worden gemeenten onder
andere ondersteund door het Landelijke Informatie en Expertisecentrum (LIEC), de Regionale
Informatie en Expertise Centra (RIEC’s) en het Centrum voor Criminaliteitspreventie
en Veiligheid (CCV). Het RIEC-Noord Nederland is actief in de regio Leeuwarden en
biedt de gemeente ondersteuning bij analyse en advisering bij casuïstiek in de aanpak
van ondermijning. Het RIEC-LIEC bestel wordt vanuit het Rijk gefinancierd. Meer specifiek
gericht op de aanpak van jeugdcriminaliteit in gemeenten is PmG al genoemd. De eerste
resultaten van dit programma zijn positief. Gelet op deze bestaande instrumenten en
de huidige inzichten ziet het kabinet op dit moment geen aanleiding om de ondersteuning
vanuit het Rijk te intensiveren.
Vraag 8
Bent u bereid om, samen met gemeenten en politie, extra aandacht te geven aan de aanpak
van drugsgebruik en -handel in Leeuwarden en vergelijkbare steden?
Antwoord 8
Zoals in antwoord 7 is aangegeven, zet dit kabinet vol in op de aanpak van ondermijnende
drugscriminaliteit en het terugdringen van drugsgebruik. Hierbij stelt het kabinet
middelen en instrumenten beschikbaar om het (lokale) gezag te equiperen deze problematiek
aan te pakken. Het gaat hier in veel gevallen om een meerjarige, langdurige inzet.
Er is goed contact met de gemeente Leeuwarden en vergelijkbare steden over de lokale
situatie.
Vraag 9
Hoe beoordeelt u het instrument van rioolwateronderzoek als middel om trends in drugsgebruik
te monitoren? Overweegt u om dit structureel en landelijk uit te breiden, zodat er
een vollediger beeld ontstaat?
Antwoord 9
In november 2023 hebben JenV en VWS opdracht gegeven aan het Rijksinstituut voor Volksgezondheid
en Milieu (RIVM) en het Trimbos-instituut om een pilotstudie uit te voeren naar het
gebruik van drugs door middel van rioolwateronderzoek. Dit onderzoek is op 5 november
jl. gepubliceerd. De studie heeft uitgewezen dat rioolwateronderzoek een goede, objectieve
aanvulling kan zijn op het landelijke beeld van drugsgebruik dat op basis van andere
bronnen wordt samengesteld. De onderzoekers stellen dat één rioolwatermeting per jaar,
ieder jaar op hetzelfde moment, voldoende is om het landelijke beeld te onderhouden.
Meer metingen zijn niet nodig, omdat het drugsgebruik in Nederland volgens de metingen
van het RIVM het hele jaar relatief constant is. Ik ben momenteel, samen met de Staatssecretaris
van JPS, in gesprek met het RIVM en het Trimbos-instituut over de wijze waarop wij
een vervolg willen geven aan deze pilot. De Staatssecretaris JPS en ik informeren
uw Kamer hier zo spoedig mogelijk meer uitgebreid over.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
F. van Oosten, minister van Justitie en Veiligheid -
Mede namens
J.Z.C.M. Tielen, staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.