Verslag (initiatief)wetsvoorstel (nader) : Verslag
36 846 Wijziging van de Bankwet 1998 in verband met de invoering van een periodieke rapportageverplichting betreffende hypothecaire leningen ten behoeve van de financiële stabiliteitstaak en statistische taak van DNB (Wet rapportage hypotheekmarkt DNB)
Nr. 5
VERSLAG
Vastgesteld 14 januari 2026
De vaste commissie voor Financiën, belast met het voorbereidend onderzoek van bovenstaand
wetsvoorstel, heeft de eer als volgt verslag uit te brengen van haar bevindingen.
Onder het voorbehoud dat de regering op de gestelde vragen tijdig en genoegzaam zal
hebben geantwoord, acht de commissie de openbare beraadslaging over dit wetsvoorstel
voldoende voorbereid.
De fungerend voorzitter van de vaste commissie voor Financiën, Van der Lee
De adjunct-griffier van de commissie, Van der Steur
INLEIDING
De leden van de D66-fractie hebben met interesse kennisgenomen van de Wet rapportage
hypotheekmarkt DNB. Deze leden vinden het borgen van de financiële stabiliteit uiterst
belangrijk, maar vinden het net zo belangrijk dat dit niet ten koste gaat van de privacy
van mensen. Daarom steunen deze leden het voorliggende wetsvoorstel en hebben deze
leden op dit moment geen vragen.
De leden van de VVD-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van het wetsvoorstel
Wet rapportage hypotheekmarkt DNB en de daarbij behorende memorie van toelichting.
Deze leden onderschrijven het belang van een stabiel financieel stelsel en adequate
monitoring van risico’s, maar hechten tevens groot belang aan proportionaliteit, dataminimalisatie,
regeldrukbeperking en rechtszekerheid voor rapportageplichtige partijen. In dat licht
hebben deze leden de volgende vragen en opmerkingen.
De leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van het wetsvoorstel voor een rapportageverplichting
voor financiële instellingen aan DNB over hypothecaire leningen, zodat DNB haar statistische
en financiële stabiliteitstaken goed kan uitvoeren. Zoals vaker opgemerkt heeft Nederland
een gigantische hypotheekschuldenberg en is het goed dat in het oog te houden. Deze
leden zien de meerwaarde van de rapportageverplichting om tijdig te kunnen bijsturen.
De leden van de BBB-fractie hebben kennisgenomen van het wetsvoorstel. Deze leden
zijn van mening dat de hoge hypotheekschuld een risico kan vormen voor de financiële
stabiliteit van Nederland als Nederlanders in de toekomst minder in staat zouden zijn
om hun hypotheeklasten goed te betalen. Dergelijke risico’s beter monitoren, juichen
deze leden in principe toe.
De leden van de SGP-fractie hebben kennisgenomen van het voorliggende wetsvoorstel.
Deze leden hebben daarover enkele vragen.
ALGEMEEN
§ 1. Inleiding
De leden van de VVD-fractie lezen dat bij algemene maatregel van bestuur, vanuit proportionaliteitsoptiek,
drempelwaarden worden vastgesteld per rapportageplichtige partij, zodat uitsluitend
partijen met relatief grote hypotheekportefeuilles rapportageplichtig worden. Welk
inzicht heeft DNB op dit moment reeds in de omvang en samenstelling van hypotheekportefeuilles?
Kan de regering toelichten welke lacunes er bestaan in de huidige informatievoorziening
en waarom deze niet toereikend wordt geacht voor de uitoefening van de statistische
en financiële stabiliteitstaak van DNB?
§ 2. Hoofdlijnen van het voorstel
§ 2.1 Aanleiding
De leden van de VVD-fractie lezen dat de noodzaak van het wetsvoorstel wordt onderbouwd
met de relatief grote omvang van de Nederlandse hypotheekschuld en de bijzondere risicokenmerken
van de Nederlandse hypotheekmarkt, waaronder het grote aandeel aflossingsvrije hypothecaire
leningen en hoge financieringspercentages. Op welke wijze hebben de risico’s van aflossingsvrije
hypothecaire leningen zich de afgelopen jaren ontwikkeld? Kan de regering aangeven
of en in welke mate deze risico’s zijn afgenomen, mede in het licht van aangescherpte
leennormen en beleid gericht op afbouw? Daarnaast vragen ze om een internationale
vergelijking. Hoe verhoudt de Nederlandse aanpak zich tot andere lidstaten waar vergelijkbare
risico’s bestaan? Op welke wijze verkrijgen toezichthouders in andere landen inzicht
in hun hypotheekmarkten?
Voorts lezen de leden van de VVD-fractie dat proportionaliteit en rechtszekerheid
beter worden geborgd door het vooraf vastleggen van data-attributen en toepassing
van dataminimalisatie dan bij een onbepaalde uitvraagbevoegdheid. Kan de regering
nader toelichten op welke wijze dit in de praktijk wordt vormgegeven en hoe wordt
voorkomen dat de rapportageverplichting in de toekomst alsnog in omvang toeneemt?
Als laatste lezen deze leden op dit punt dat in de memorie van toelichting wordt gesteld
dat het huidige verbod op het gebruik van persoonsgegevens in de Bankwet 1998 belemmerend
werkt voor het verkrijgen van noodzakelijke gegevens. Het wetsvoorstel creëert daarom
een grondslag voor verwerking van persoonsgegevens door DNB en rapportageplichtige
partijen. Kan de regering nader toelichten waarom het huidige verbod niet langer volstaat
en waarom het verwerken van persoonsgegevens onvermijdelijk is voor het uitvoeren
van de statistische en financiële stabiliteitstaak van DNB?
De leden van de CDA-fractie lezen dat het volgens de regering belangrijk is om een
nauwkeurig beeld te vormen van hoe de hypotheekmarkt in Nederland zich ontwikkelt.
Dat is nodig vanwege de relatief grote omvang van de Nederlandse hypotheekschuld en
de bijzondere risicokenmerken van de Nederlandse hypotheekmarkt namelijk een groot
aandeel aflossingsvrije hypothecaire leningen en daarnaast hypothecaire leningen waarmee
een substantieel deel van de waarde van het onderpand is gefinancierd. Ontwikkelingen
die zich de laatste jaren hebben voorgedaan, zoals stijgende hypotheekrentes, krapte
op de woningmarkt met grote prijsstijgingen tot gevolg en toenemende kansen op extreem
weer (met overstromings- of verzakkingsrisico) hebben de urgentie nog vergroot.
Deze leden vragen daarom wat vervolgens met de rapportageinformatie gebeurt. Deze
leden vragen of de regering kan aangeven wat tot op heden met monitoring van en rapportage
over de hypothecaire leningmarkt is gedaan, tot welke inzichten dit heeft geleid en
wat momenteel het oordeel is met betrekking tot impact van hypotheekschulden op financiële
stabiliteit in Nederland. Deze leden merken op dat enkele door de regering benoemde
risico’s immers al jaren bekend zijn. Zo vragen deze leden waarom tot op heden niet
is gekozen om bepaalde risico’s in onze hypothekenportefeuille bewust te verlagen.
Kan de regering aangeven hoe 100 procent financiering zich verhoudt tot financiële
stabiliteitsrisico’s. De leden van de CDA-fractie zien bijvoorbeeld in de meeste andere
landen een loan-to-value van 90 procent of minder. Deze leden hebben ook vaker gepleit
voor een bouwspaarproduct, zodat jongeren beter kunnen sparen voor de aankoop van
een eigen woning en met een minder hoge schuld hoeven beginnen. Graag vragen deze
leden hierop een reflectie van de regering.
De leden van de CDA-fractie lezen dat in het wetsvoorstel overgegaan wordt tot een
rapportageverplichting omdat DNB periodieke data nodig heeft op zeer specifieke data-punten.
Als het toezicht tot op heden niet als zodanig was ingericht, maar een meer incidenteel
karakter had op basis van een uitvraagbevoegdheid van DNB zonder nader gespecificeerde
data, vragen deze leden hoe DNB de afgelopen jaren goed in staat is geweest haar statistische
en toezichtstaak uit te voeren. Deze leden vragen de regering hierop nader in te gaan.
Ook vragen deze leden de regering of wordt verwacht dat met de verzamelde data op
grond van de rapportageverplichting tot nieuwe inzichten of analyses zal worden gekomen.
De leden van de BBB-fractie merken op dat hoewel het monitoren van gegevens een beter
beeld kan geven van risico’s op de hypotheekmarkt, alleen monitoren er niet voor kan
zorgen dat deze risico’s afnemen. Afgelopen jaren is de hypotheekschuld in Nederland
enorm toegenomen en is de schuldpositie van met name starters bij tegenslag zoals
verandering in de arbeidsmarkt in toenemende mate onhoudbaar. Hoe kijkt de regering
daarnaar?
Deze leden constateren ook dat hoewel macroprudentiële maatregelen, zoals het verhogen
van de kapitaalbuffers voor banken, ervoor kunnen zorgen dat banken beter bestand
zijn tegen prijscorrecties op de woningmarkt, dit nog niets doet voor woningbezitters
met een hoge hypotheekschuld. Welke maatregelen kan de regering nemen om ervoor te
zorgen dat de schuldhoudbaarheid voor (nieuwe) kopers verbetert? Is de regering van
mening dat er vooral moet worden gekeken naar de oorzaken van de hoge schuldenberg
en dat beleid zich vooral moet richten op het verkleinen van de totale hypotheekschuld?
De leden van de SGP-fractie wijzen erop dat bij de berekening van de leennormen voor
hypothecair krediet voortaan ook advies gevraagd wordt aan DNB (zie motie Flach c.s.
(Kamerstuk 32 847, nr. 1227) en de reactie van de regering daarop (Kamerstuk 32 847, nr. 1349)). In hoeverre kan DNB nu al aan die extra taak voldoen en in hoeverre is het voorliggende
wetsvoorstel daarvoor nodig?
§ 2.2 Noodzaak detailniveau hypotheekgegevens
De leden van de VVD-fractie lezen dat gedetailleerde gegevens over de hypothecaire
lening, de hypotheeknemer en het onderpand noodzakelijk worden geacht om zicht te
houden op kwetsbaarheden die relevant zijn voor de financiële stabiliteit. Hoe wordt
het onderscheid gemaakt tussen gegevens die strikt noodzakelijk zijn («need to know»)
en gegevens die minder essentieel zijn («nice to know»)? Kan de regering concreet
aangeven welke criteria hierbij worden gehanteerd en hoe wordt geborgd dat uitsluitend
strikt noodzakelijke gegevens worden uitgevraagd? Zorgt het voorliggende voorstel
ervoor dat hypotheekverstrekkers extra uitvragen moeten doen aan hypotheeknemers?
Deze leden vragen daarnaast of toegelicht kan worden wat de toegevoegde waarde is
van dermate veel verzamelde data. Zou eenzelfde resultaat niet eveneens bereikt kunnen
worden met een fors kleinere representatieve steekproef?
De leden van de SGP-fractie lezen dat het voorliggende wetsvoorstel mede is ingediend
doordat in de huidige systematiek van de rapportageverplichting niet kan worden uitgesloten
dat de gegevens tot personen herleidbaar zijn. Door het onderhavige wetsvoorstel kan
echter een scala aan gegevens worden opgevraagd, zoals leeftijd en toetsingsinkomen
van de leningnemer, vier cijfers van de postcode, energielabel van de woning. Leidt
dit niet juist tot veel grotere kans op herleidbaarheid van persoonsgegevens?
Kan de regering meer in het algemeen reflecteren op de brede uitvraag van persoonsgegevens
in relatie tot de noodzaak van deze uitvraag door de DNB om te voldoen aan de wettelijke
taken? Waarom is er niet veel meer terughoudendheid betracht bij de mate van rapportageverplichtingen?
In het verlengde van de vorige vragen wijzen de leden van de SGP-fractie op de stevige
kritiek van de Raad van State op dit onderdeel van het wetsvoorstel. Ook de Raad van
State vraagt of een nadere beperking van tot personen herleidbare gegevens niet mogelijk
is. Deze leden vinden de beantwoording op die vragen van de Raad van State door de
regering weinig overtuigend. Zo wordt er gewezen op risico’s van klimaatverandering,
waarbij overstromingen van de Maas worden genoemd. De leden van de SGP-fractie vragen
of dat een brede uitvraag van persoonsgegevens rechtvaardigt. Daarnaast wordt er bijvoorbeeld
gewezen op de noodzaak van het opvragen van het geboortejaar «om kosten van verschillende
beleidsopties in kaart te brengen voor bijvoorbeeld de 30-jaarstermijn voor de hypotheekrenteaftrek
en de afbouw hiervan». Is dat ook een doel van het voorliggende wetsvoorstel? Gaat
dat niet veel verder dan het doel om DNB meer mogelijkheden te geven om aan zijn wettelijke
eisen te voldoen?
De leden van de SGP-fractie vragen of de regering bereid is om de algemene maatregel
van bestuur, waarin de gegevens die opgevraagd mogen worden opgesomd zullen worden,
veel beperkter vorm te geven. Is bij de algemene maatregelen van bestuur op basis
van het onderhavige wetsvoorstel een voor- of nahangprocedure voorzien?
§ 2.3 Gesloten systeem voor gebruik, interne deling en verdere verstrekking
De leden van de VVD-fractie lezen dat op grond van de AVG ieder intern verzoek tot
hergebruik van gegevens getoetst wordt. Hoe gaat dit in de praktijk in zijn werk?
Deze leden constateren dat de voorgestelde rapportageverplichting de huidige Residential
Real Estate-uitvraag (RRE), Commercial Real Estate-uitvraag (CRE) en de Hypotheken
Loan Level-data-uitvraag vervangt. Welke overige gegevensuitvragen voor rapportageplichtige
partijen blijven bestaan? Waarom worden deze uitvragen niet eveneens vervangen of
geïntegreerd in het voorgestelde systeem, mede met het oog op verdere vermindering
van regeldruk?
De leden van de SGP-fractie constateren dat interne deling van gegevens binnen DNB
mogelijk is, maar onder andere alleen op niet-structurele basis. Wat wordt daarmee
precies bedoeld? Waarom is er niet gekozen voor formuleringen als «bij hoge uitzondering»
of «incidenteel». Zijn dat niet meer striktere formuleringen en wordt daarmee niet
meer recht gedaan aan de kritiek van bijvoorbeeld de Raad van State?
§ 2.4 Vaststelling rapportageplichtige partijen
De leden van de VVD-fractie lezen dat de rapportageverplichting wordt opgelegd aan
partijen die gezamenlijk veruit het grootste deel van de Nederlandse hypotheekmarkt
bestrijken. Welk deel van de hypotheekmarkt blijft desondanks buiten beeld?
Daarnaast constateren deze leden dat bij securitisatie de oorspronkelijke verstrekker
veelal beheerder blijft en de leningen daardoor onder de rapportageverplichting blijven
vallen. In welke gevallen is dit niet zo en welk risico levert dit op voor de volledigheid
van de rapportages?
Voorts lezen de leden van de VVD-fractie dat via drempelwaarden wordt gestreefd naar
een dekkingsgraad van 95 procent tot 98 procent van de hypotheekmarkt. Waarom voldoet
een lager percentage, bijvoorbeeld 50 procent of 70 procent, niet aan het vereiste
van representativiteit? Wat zou een dergelijk lager percentage betekenen voor het
aantal rapportageplichtige partijen en de regeldruk?
Ten aanzien van hypothecaire leningen voor zakelijk vastgoed lezen deze leden dat
de rapportageverplichting vooralsnog uitsluitend op banken van toepassing zal zijn.
Wat wordt bedoeld met «vooralsnog»? Wanneer verwacht de regering dat andere partijen
relevant worden op dit terrein en op welke wijze wordt dit gemonitord?
De leden van de CDA-fractie lezen dat niet alle rapportageplichtige partijen gaan
rapporteren. Bij algemene maatregel van bestuur worden drempelwaarden vastgesteld
voor de omvang van de hypotheekportefeuille van rapportageplichtige partijen waarboven
de rapportageverplichting gaat gelden. Doel van deze drempelwaarden is dat met de
rapportageverplichting 95 procent tot 98 procent van de hypotheekmarkt inzichtelijk
wordt voor DNB, omdat een dergelijk percentage noodzakelijk is voor representatieve
statistieken. Over hypotheken bij kleine instellingen of ouders die hypothecair lenen
aan de kinderen, bijvoorbeeld via hun BV, gaat dan ook (begrijpelijk overigens) nu
niet gerapporteerd worden. Deze leden vragen of de regering wel in beeld heeft hoe
groot die groep nu ongeveer is in percentage van de hypotheekmarkt en of dat invloed
heeft op de representativiteit.
De leden van de SGP-fractie lezen dat bij algemene maatregel van bestuur drempelwaarden
worden vastgesteld voor de omvang van de hypotheekportefeuille van rapportageplichtige
partijen waarboven de rapportageverplichting gaat gelden. Kan de regering reeds inzicht
geven in deze drempelwaarden? Wat zijn factoren die daarbij van belang zijn?
§ 2.5 Vaststelling en wijze van de te rapporteren gegevens
De leden van de VVD-fractie lezen dat banken de meest uitgebreide gegevensset moeten
aanleveren, maar dat deze set door dataminimalisatie kleiner zal zijn dan onder de
huidige uitvraagbevoegdheid. Voor andere rapportageplichtige partijen geldt een beperktere
set, die op onderdelen juist zal toenemen. Deze leden vragen om een overzichtelijke
vergelijking tussen de huidige en toekomstige gegevenssets, uitgesplitst naar type
rapportageplichtige partij. In welke gevallen wordt de gegevensuitvraag teruggebracht,
in welke gevallen neemt deze toe en waarom
Daarnaast constateren deze leden dat voor zakelijk vastgoed gebruik wordt gemaakt
van gegevens uit de AnaCredit-rapportage. Kan de regering toelichten hoe wordt voorkomen
dat alsnog dubbele rapportageverplichtingen ontstaan?
De leden van de VVD-fractie concluderen daarnaast dat ervoor gekozen is om niet meer
gegevens aan elkaar te koppelen die de overheid al heeft (bijvoorbeeld bij CBS, Belastingdienst
en Kadaster), waardoor nu juist meer gegevens van hypotheekverstrekkers opgevraagd
worden. In hoeverre kan dit ertoe leiden dat hypotheeknemers extra gegevens moeten
verstrekken en wat betekent dit in het algemeen voor ervaren regeldruk?
De leden van de CDA-fractie lezen dat er een per rapportageplichtige partij en per
type lening, zo laag mogelijke periodiciteit van de rapportageverplichting wordt vastgelegd
in de algemene maatregel van bestuur. Deze leden vragen wat dit concreet kan betekenen
voor laagste en hoogste frequentie van aanleveren van gegevens en of dat mogelijk
vaker is van in de huidige situatie van financiële instellingen wordt verwacht. Ook
vragen deze leden of bepaalde data-attributen naar verwachting geautomatiseerd kunnen
worden verzameld door rapportageplichtigen of dat dit mogelijk een hoge administratieve
last is.
§ 2.6 Waarborgen bij verwerking van gegevens
De leden van de VVD-fractie constateren dat het wetsvoorstel waarborgen bevat zoals
pseudonimisering, een verbod op re-identificatie en een bewaartermijn van 12 jaar.
Hoe wordt gecontroleerd dat DNB niet overgaat tot re-identificatie van gegevens? Welke
sancties gelden bij overtreding van dit verbod?
Ten aanzien van de bewaartermijn lezen de leden van de CDA-fractie dat na het verstrijken
van 12 jaar de gegevens zodanig bewerkt worden dat deze zelfs na koppeling met andere
bronnen niet meer herleid zouden kunnen worden tot individuen, waardoor betrokkenen
niet meer identificeerbaar zijn. Deze leden vragen de regering waarom niet wordt gekozen
voor verwijderen van gegevens, zodat je zeker weet dat er nooit alsnog op een onbehoorlijke
manier mee omgegaan kan worden.
De leden van de SGP-fractie vragen of de regering precies kan toelichten waarom is
gekozen voor een bewaartermijn van 12 jaar? Waarom volstaat een kortere periode niet?
Daarnaast lezen deze leden dat de gegevens na 12 jaar zodanig bewerkt worden dat deze
zelfs na koppeling met andere bronnen niet meer herleid zouden kunnen worden tot individuen,
waardoor betrokkenen niet meer identificeerbaar zijn. Dat roept ten eerste de vraag
op of dat in de 12 jaar daarvoor wel mogelijk is. Daarnaast vragen deze leden hoe
deze bewerking precies plaatsvindt. Waarom wordt er niet voor gekozen om deze gegevens
te vernietigen? Aangezien de gegevens niet worden vernietigd en zelfs nog worden gebruikt,
is er dan geen sprake van een veel langere (wellicht zelfs onbeperkte) bewaartermijn?
Waarom worden de gegevens na een bepaalde periode niet vernietigd? Klopt het dat het
voorliggende wetsvoorstel daaraan geen eisen stelt?
§ 3. Verhouding met ander recht
§ 3.2 Overig internationaal recht
De leden van de VVD-fractie nemen kennis van de toelichting dat het Europese recht
een nationale rapportageverplichting niet in de weg staat. Welke toekomstige Europese
ontwikkelingen worden voorzien die van invloed kunnen zijn op het voorliggende wetsvoorstel?
Daarnaast lezen deze leden dat bij eventuele dubbele aanlevering van data-attributen
in de toekomst kan worden bezien of doorgifte de voorkeur verdient. Waarom is er niet
voor gekozen om reeds nu een wettelijke grondslag te creëren die deze (toekomstige)
doorgifte mogelijk maakt?
De leden van de CDA-fractie lezen dat de Europese wetgever niet heeft voorzien in
een rapportageverplichting ten aanzien van gegevens met betrekking tot. hypothecaire
leningen aan de centrale bank in het kader van statistiek en financiële stabiliteit.
Deze leden vragen of de regering inzicht heeft in hoe in andere landen deze taak door
de centrale bank wordt uitgevoerd. Deze leden vragen hoe strikt Nederland hierin is
in relatie tot andere landen en waarom de regering dit verdedigbaar/verstandig acht.
§ 3.3 Overig nationaal recht
De leden van de VVD-fractie lezen dat in de memorie van toelichting wordt erkend dat
er overlap kan ontstaan met andere rapportageverplichtingen, zoals die van de AFM.
Hoe wordt voorkomen dat rapportageplichtige partijen meermaals dezelfde gegevens moeten
aanleveren? Is overwogen om een wettelijke grondslag voor gegevensdoorgifte op te
nemen om regeldruk te beperken?
§ 5. Gevolgen van het wetsvoorstel
§ 5.2 Bedrijfseffecten
De leden van de VVD-fractie vragen in hoeverre partijen voorbereidingstijd krijgen
om zich voor te bereiden op de inwerkingtreding van het voorliggende wetsvoorstel
en in hoeverre er vooraf met hen gesproken is over dit voorstel.
§ 5.3 Regeldrukeffecten
De leden van de VVD-fractie vragen of verder gespecificeerd kan worden wat ermee bedoeld
wordt dat regeldrukkosten «een fractie» kunnen stijgen. Wat voor extra regeldrukkosten,
zowel incidenteel als structureel, worden verwacht?
De leden van de CDA-fractie lezen dat de regering weinig tot geen extra regeldruk
verwacht en in sommige gevallen zelfs regeldrukvermindering voorziet. Echter zal hier
bij de uitwerking van de algemene maatregel van bestuur pas definitief een oordeel
over te geven zijn. Deze leden vragen wat de gevolgen zijn als dit in de verdere uitwerking
toch tegen blijkt te vallen. Deze leden vragen of de regering bereid is als doelstelling
mee te nemen dat het voorliggende wetsvoorstel de regeldruk over de gehele breedte
vermindert.
§ 6. Advies en consultatie
§ 6.1 Openbare consultatie
De leden van de VVD-fractie constateren dat de rapportageverplichting naar verwachting
circa 50 partijen zal raken. Kan de regering een totaalbeeld schetsen van de structurele
regeldruk en uitvoeringskosten voor deze partijen, mede in vergelijking met de huidige
situatie?
De leden van de CDA-fractie lezen dat er geen gehoor wordt gegeven aan het verzoek
van de NVB en DUFAS om toevoeging van een horizonbepaling op grond waarvan de rapportageverplichting
vervalt of wordt heroverwogen, bijvoorbeeld zodra toekomstige ontwikkelingen ertoe
leiden dat (delen van) de benodigde gegevensset onderdeel uit gaan maken van bijvoorbeeld
een Europese statistische uitvraag. Ondanks dat inderdaad nu niet op voorhand duidelijk
is of dergelijke Europese regelgeving er komt, en zo ja, in hoeverre dan sprake is
van overlap met de onderhavige rapportageverplichting, kan het opnemen van een dergelijke
horizonbepaling in de ogen van deze leden ook geen kwaad en disciplineert het ook
om scherp te blijven op de ontwikkelingen met betrekking tot rapportageverplichtingen
en kansen tot verlagen van regeldruk. Deze leden vragen of de regering alsnog bereid
is een dergelijke horizonbepaling toe te voegen.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
T.M.T. van der Lee, voorzitter van de vaste commissie voor Financiën -
Mede ondertekenaar
R.A. van der Steur, adjunct-griffier
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.