Inbreng verslag schriftelijk overleg : Inbreng verslag van een schriftelijk overleg over o.a. verslag van de Eurogroep en de Ecofinraad van 11 en 12 december 2025 in Brussel (Kamerstuk 21501-07-2156)
2026D01126 INBRENG VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG
De vaste commissie voor Financiën heeft op 14 januari 2026 vragen en opmerkingen aan
de Minister van Financiën voorgelegd over de brieven van 12 januari 2026, waarmee
respectievelijk de geannoteerde agenda voor de vergaderingen van de Eurogroep en de
Ecofinraad op 19 en 20 januari 2026 (Kamerstuk 21 501-07, nr. 2155) en het verslag van de vergaderingen van de Eurogroep en Ecofinraad van 11 en 12 december
2025 (Kamerstuk 21 501-07, nr. 2156) en zijn aangeboden.
De fungerend voorzitter van de commissie,
Van der Lee
De griffier van de commissie,
Weeber
I Vragen en opmerkingen vanuit de fracties
Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractie
De leden van de PVV-fractie hebben kennisgenomen van de geannoteerde agenda van de
vergaderingen van de Eurogroep en de Ecofinraad op 19 en 20 januari 2026. Hier hebben
deze leden enkele vragen over.
De leden van de PVV-fractie lezen bij het agendaonderwerp «Eurozone-aanbevelingen»
dat, in overeenstemming met de Defence Readiness Roadmap 2030, extra overheidsuitgaven
moeten worden omgezet in tijdige en effectieve defensiecapaciteiten.
Kan de Minister verduidelijken welke specifieke financiële doelstellingen hierbij
worden voorgeschreven en welke concrete tijdlijn geldt voor de implementatie hiervan?
Indien dergelijke doelstellingen en tijdslijnen ontbreken, hoe kan dan worden gewaarborgd
dat lidstaten zich evenredig inspannen?
De leden van de PVV-fractie lezen bij het agendaonderwerp «Eurozone-aanbevelingen»
dat de implementatie van de herstel- en veerkrachtplannen uiterlijk op 31 augustus
2026 moet zijn voltooid. Zij merken op dat Nederland wijzigingen heeft opgesteld.
Zullen deze wijzigingen ertoe leiden dat Nederland het volledige voor Nederland gereserveerde
bedrag van het HVP kan ontvangen?
Kan de Minister verduidelijken wat er gebeurt met niet-uitbetaalde middelen?
De leden van de PVV-fractie nemen kennis van het advies van de Commissie om binnen
de interne markt nationale belemmeringen en verschillen in regelgeving te elimineren.
Hoe beoordeelt de Minister dit advies en op welke terreinen ziet hij mogelijkheden
voor implementatie?
De leden van de PVV-fractie lezen tot slot bij het agendaonderwerp «Eurozone-aanbevelingen»
dat de Commissie adviseert alle noodzakelijke maatregelen te treffen voor de invoering
van de digitale euro. Het is echter nog de vraag of het Europees Parlement dit voorstel
zal steunen, nog los van het feit dat het gaat om een miljardeninvestering. Hoe kijkt
de Minister tegen dit advies aan? En welke stappen onderneemt hij ter ondersteuning
dan wel ter afwijzing van dat advies?
De leden van de PVV-fractie lezen bij het agendaonderwerp «Economische en financiële
impact van de Russische agressie tegen Oekraïne» dat tijdens de Europese Raad een
akkoord is bereikt om Oekraïne de komende twee jaar te ondersteunen met € 90 miljard
aan leningen. Deze leden vinden het steeds toenemen van de gezamenlijke Europese schulden
zorgelijk. Zo werd er voor de coronapandemie nauwelijks gebruikgemaakt van gezamenlijke
schulden, maar nu gaan we van leeninstrument naar leeninstrument.
Wat vindt de Minister van deze ontwikkeling en welke stappen onderneemt hij om deze
trend te doorbreken?
Kan de Minister een overzicht verstrekken van de gezamenlijke schuld in de Europese
Unie van de afgelopen tien jaar?
Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie
De leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van de geannoteerde agenda voor de
Eurogroep/Ecofinraad van 19 en 20 januari 2026. Zij hebben een aantal vragen en opmerkingen.
Eurozone aanbevelingen
De leden van de VVD-fractie concluderen dat de Raad een aantal goede aanbevelingen
doet in de EAR, maar vragen nog wat de status is van deze aanbevelingen indien deze
worden bekrachtigd. Deze leden vinden het bijvoorbeeld verstandig als andere landen
actie ondernemen om hun schuldhoudbaarheid te verbeteren en zij vinden het van groot
belang dat snel stappen worden gezet voor een Spaar- en Investeringsunie. Kan de Minister
ingaan op de voortgang van de ambitie om een kopgroep te vormen met landen om toe
te werken naar de kapitaalmarktunie?
Werkprogramma Cypriotisch voorzitterschap
De leden van de VVD-fractie zijn benieuwd of er reeds iets bekend is of verwacht wordt
van de agenda van Cyprus voor vereenvoudiging en «tax decluttering». Kan de Minister
daarop ingaan?
Russische agressie tegen Oekraïne
De leden van de VVD-fractie vinden het goed dat er een oplossing gevonden is voor
het grotendeels oplossen van het financieringstekort van Oekraïne voor 2026 en 2027.
Kan de Minister een inschatting geven hoe het overige gedeelte van de benodigde middelen
ingevuld zal worden?
Beoordeling buitensporige tekorten
De leden van de VVD-fractie lezen dat de Commissie oordeelt dat een groot aantal landen,
waaronder Frankrijk en Italië, voldoende opvolging hebben gegeven aan aanbevelingen
als resultaat van buitensporige tekorten. Heeft dit er dan ook toe heeft geleid dat
de tekorten zijn teruggelopen?
De leden van de VVD-fractie wijzen er bijvoorbeeld op dat in Frankrijk het begrotingstekort
in 2025 nog steeds zo’n 5,8% was, hetgeen dit ver boven het maximum van 3% BBP is.
Douane-unie
De leden van de VVD-fractie lezen dat het voorzitterschap voortgang boekt met het
wetgevingswerk richting een gemoderniseerde Douane-unie. Wat zijn de verwachte gevolgen
van douane-modernisering voor Nederlandse bedrijven, met name in de logistieke sector?
Hoe wordt geborgd dat nieuwe douaneregels uitvoerbaar blijven voor de Nederlandse
douane?
Digitale euro
De leden van de VVD-lezen dat de Spaanse rapporteur Navarrete uitgesproken sceptisch
is over nut en noodzaak van de digitale euro en ziet vooral heil in private oplossingen.
Hoe kijkt het kabinet naar het risico dat de digitale euro private alternatieven (zoals
WERO) verdringt? Hoe kijkt het kabinet tegen de het door de rapporteur van het Europees
Parlement gewenste vereiste dat eerst vastgesteld moet worden dat er geen privaat
alternatief is alvorens wordt gegaan tot uitgifte van de digitale euro?
Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie
De leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van de geannoteerde agenda van de
Eurogroep/Ecofin en hebben daarbij enkele vragen.
De leden van de CDA-fractie hebben aandachtig kennisgenomen van de aanbevelingen van
de commissie over het economische beleid van de eurozone. Zij herkennen in de prioriteiten
de uitdagingen waar ook Nederland mee te maken heeft op de extra defensie uitgaven,
verhogen van de arbeidsproductiviteit, investeringen en innovatie, sparen en investeren,
verduurzaming, enz.
Waarom belicht de Minister in de appreciatie van alle belangrijke thema’s alleen een
paar elementen die Nederland onderschrijft? Kan de Minister achtereenvolgens op de
beschreven thema’s ingaan en kan hij bevestigen dat er op elk van de thema’s voor
Nederland ook belangrijke prioriteiten zijn? Kan de Minister ook toelichten welke
elementen Nederland volgens hem niet kan steunen?
Graag zouden de leden van de CDA-fractie zien dat de Minister een constructieve en
open houding aanneemt in de besprekingen hierover en daarbij een langetermijnvisie
behoudt met het oog op weerbaarheid van de EU.
Kan de Minister beschrijven wat het verdere proces is rond de aanbevelingen?
De leden van de CDA-fractie onderschrijven de oproep van de commissie dat begrotingsstrategieën
moeten worden uitgevoerd voor de middellange termijn, die ruimte bieden voor uitgaven
in verband met defensie, concurrentievermogen en vergroten van investeringen in strategische
prioriteiten. Daarnaast moeten lidstaten nationale begrotingen herprioriteren en verbeteren.
Hoe kijkt de Minister naar strategieën van andere lidstaten in dit kader, in het bijzonder
van Duitsland, België en Frankrijk?
De commissie adviseert ook het bevorderen van meer particuliere verzekering van klimaatveranderinggerelateerde
verliezen. Kan de Minister ingaan op de vraag of de Europese Commissie ook checkt
of verzekeringsmaatschappijen in lidstaten zulke risico’s afdoende en betaalbaar afdekken?
Kan de Minister hierop ook reflecteren in het geval van Nederland, waar zulke verzekeringen
ook niet in alle gevallen beschikbaar zijn?
De leden van de CDA-fractie lezen dat Nederland nu een paar mijlpalen en doelstellingen
doorschuift en hoopt dat een wijzigingsverzoek en betaalverzoek worden goedgekeurd.
Hoe groot acht de Minister het risico dat geen goedkeuring volgt?
Ook vragen deze leden de Minister hoeveel beslismomenten er nog volgen. Klopt het
dat hierna nog één beslismoment is? Zo ja, wanneer is dat?
De leden van de CDA-fractie lezen dat de commissie voor de twaalfde keer op rij een
diepteonderzoek heeft aangekondigd voor Nederland naar mogelijke onevenwichtigheden
in de economie. Kan de Minister schetsen wat de planning van dit onderzoek is? En
ziet de Minister ook de noodzaak tot actie in het kader van het overschot op de lopende
rekening en hoge private schulden?
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
T.M.T. van der Lee, voorzitter van de vaste commissie voor Financiën -
Mede ondertekenaar
A.H.M. Weeber, griffier
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.