Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Van der Plas over onderzoek naar nieuwe behandeloptie voor long-COVID
Vragen van het lid Van der Plas (BBB) aan de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over onderzoek naar nieuwe behandeloptie voor long-COVID (ingezonden 8 december 2025).
Antwoord van Minister Bruijn (Volksgezondheid, Welzijn en Sport) (ontvangen 13 januari
2026). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 742.
Vraag 1
Bent u bekend met een recente studie waarin een nieuwe behandelstrategie voor long-COVID
is onderzocht en waarin aanzienlijke verbeteringen bij deelnemers werden gerapporteerd?1
Antwoord 1
Ja, ik ben hiermee bekend.
Vraag 2
Hoe beoordeelt u deze studie? En hoe beoordeelt u de veelbelovende resultaten die
de studie laat zien?
Antwoord 2
Het is niet aan mij om (resultaten van) studies inhoudelijk te beoordelen, dat is
aan de instanties die daarvoor bevoegd zijn. Omdat dit een apotheekbereiding betreft,
zijn de zorgverzekeraars aan zet om te beoordelen of dit geneesmiddel vergoed kan
worden.
Vraag 3
Deelt u de opvatting dat long-COVID een groot maatschappelijk en economisch probleem
is, onder meer door arbeidsverzuim, uitval en stijgende zorgkosten, en dat elk onderzoek
naar mogelijke behandelopties daarom maatschappelijk relevant is?
Antwoord 3
Onderzoek naar behandeling van post-covid vind ik relevant. Er is nog veel onbekend
over de aandoening. Langzaam leren we meer, bijvoorbeeld over het voorkomen van PEM
(post-exertionele malaise) en POTS (posturaal orthostatisch tachycardie syndroom).
Ik vind het belangrijk dat patiënten met post-covid en andere PAIS (post-acuut infectieus
syndroom) erkend en herkend worden in de zorg en in het welzijnsdomein. Voldoende
kennis opdoen en delen is daarvoor van belang. Wat betreft post-covid financieren
we daarom vanuit het Ministerie van VWS via ZonMw biomedisch en klinisch onderzoek
naar post-covid en subsidiëren we de kennisinfrastructuur rondom onderzoek en zorg
(Post-Covid Netwerk Nederland). Verder subsidiëren we nazorgorganisatie stichting
C-support en ondersteunen we expertisecentra voor post-covid. Langdurige financiering
is aan het nieuwe Kabinet.
Vraag 4
Hoe beoordeelt u, in het licht van de maatschappelijke relevantie en de betrokkenheid
van academische centra als Amsterdam UMC, het feit dat deze studie grotendeels met
eigen middelen van een zelfstandige kliniek is uitgevoerd, zonder publieke of externe
steun?
Antwoord 4
Ik waardeer het zeer dat onderzoekers zich inzetten voor het ontwikkelen en onderzoeken
van nieuwe therapieën voor post-covid. Ik heb daarom ook budget beschikbaar gesteld
voor een subsidieprogramma via ZonMw en deze onderzoekers daar eerder ook op gewezen.
Vraag 5
Hoe beoordeelt u het feit dat zorgverzekeraars tot op heden geen gehoor geven aan
verzoeken tot vergoeding van deze behandeling, ondanks de positieve signalen uit het
onderzoek?
Antwoord 5
Ik heb begrepen dat de zorgverzekeraars de vergoedingsaanvraag inmiddels in behandeling
hebben.2 Het gaat hier om een niet-geregistreerd middel, namelijk een apotheekbereiding. Het
is daarom aan de zorgverzekeraars om een vergoedingsaanvraag te beoordelen. Zij beoordelen
dan gezamenlijk of sprake is van zogenoemde rationele farmacotherapie. Rationele farmacotherapie
is een behandeling met een geneesmiddel in een voor de patiënt geschikte vorm, waarvan
de werkzaamheid en effectiviteit door wetenschappelijk onderzoek is vastgesteld en
die ook het meest economisch is voor de zorgverzekering. Dit is een voorwaarde om
in het basispakket opgenomen te kunnen worden.
Vraag 6
Deelt u de mening dat onderzoek met een grotere patiëntengroep wenselijk is? En zo
ja, kunt u toezeggen om onderzoeksfinanciering beschikbaar te stellen voor vervolgonderzoek
naar deze en andere kansrijke behandelstrategieën voor long-COVID?
Antwoord 6
Ik kan geen uitspraak doen over de benodigde data, dat is aan de partijen die daarover
gaan.
Vraag 7
Bent u bereid een tijdelijke voorziening te treffen waarmee long-COVID-patiënten met
een dringende hulpvraag toegang krijgen tot deze nieuwe behandelstrategie?
Antwoord 7
Nee, daar ben ik niet toe bereid. Ik heb uiteraard begrip voor de uitzichtloosheid
en daarmee wanhoop van patiënten met een aandoening, zoals post-covid, waarvoor (nog)
geen (effectieve) behandeling bestaat en ik kan de hoop die een (observationele) studie
met positieve resultaten teweegbrengt dan ook goed volgen. Ook begrijp ik de wens
om zo snel mogelijk toegang te krijgen goed.
Tegelijkertijd hecht ik er sterk aan dat de procedures voor toelating en vergoeding
altijd, en dus ook in dit geval, zorgvuldig worden doorlopen. Deze procedures zijn
er niet voor niets en bewaken dat alle patiënten in Nederland, nu én in de toekomst, kunnen beschikken over toegankelijke,
kwalitatief goede en betaalbare (geneesmiddelen-)zorg. Overigens wil ik benadrukken
dat iedereen die betrokken is bij het beoordelingsproces oog heeft voor het belang
van de patiënt en niemand onnodig voor vertraagde toegang wil zorgen. Elke patiënt,
met welke aandoening dan ook, moet erop kunnen rekenen dat nieuwe geneesmiddelen volgens
vaste procedures, en volgens vaste criteria, beoordeeld worden, door onafhankelijke
experts, en met inspraakmogelijkheden voor belanghebbenden.
Vraag 8
Wilt u toezeggen de Kamer te informeren over de bereidheid tot financiering en de
beleidsmatige inbedding van eventuele vervolgstudies?
Antwoord 8
Zoals in het antwoord op vraag 3 aangeven is een besluit over langdurige financiering
aan het nieuwe Kabinet. Daarnaast wil ik de uitkomsten van lopende onderzoekstrajecten
afwachten, voordat ik u kan informeren over eventuele vervolgstudies. Uiteraard ben
ik bereid uw Kamer over deze uitkomsten informeren.
Ondertekenaars
J.A. Bruijn, minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.