Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van de leden Diederik van Dijk en Flach over het bericht ‘Demonstrant aangehouden bij abortuskliniek in Amsterdam’
Vragen van de leden Diederik van Dijk en Flach (beiden SGP) aan de Ministers van Justitie en Veiligheid en van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over het bericht «Demonstrant aangehouden bij abortuskliniek in Amsterdam» (ingezonden 21 november 2025).
Antwoord van Minister Rijkaart (Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties), mede namens
de Minister van Justitie en Veiligheid (ontvangen 13 januari 2026). Zie ook Aanhangsel
Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 656.
Vraag 1
Heeft u kennisgenomen van het bericht in Het Parool van 6 november jl. over de aanhouding
van een persoon die een eenmensprotest houdt bij de abortuskliniek in Amsterdam-Oost?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2 en 3
Deelt u de opvatting dat een eenmensprotest niet onder de Wet openbare manifestaties
(Wom) valt en derhalve niet aan een kennisgevingsplicht is onderworpen, maar primair
onder artikel 7 van de Grondwet valt? Zo nee, waarom niet?
Hoe beoordeelt u de door sommige gemeenten gehanteerde opvatting dat de aanwezigheid
van een waarnemer op afstand ertoe leidt dat sprake is van een «collectieve actie»,
in het licht van de opvatting van de Nationale ombudsman2 en juridische vakliteratuur3 dat een eenmensprotest haar karakter niet verliest door de aanwezigheid van een waarnemer?
Antwoord 2 en 3
Kenmerkend voor een demonstratie is dat hierbij een collectieve mening wordt geuit.
Eenmensprotesten vallen daarom niet onder de bescherming van het demonstratierecht
en de Wet openbare manifestaties (Wom), maar onder de bescherming van de vrijheid
van meningsuiting (artikel 7, lid 3, van de Grondwet). Dit betekent dat zulke protesten
niet zijn onderworpen aan de kennisgevingsplicht, die de Wom voor demonstraties voorschrijft.
Een gemeente kan wel in de algemene plaatselijke verordening (APV) regels stellen
voor eenmensacties. Die regels mogen, net zoals bij demonstraties, niet gaan over
de inhoud van de uiting.
Indien een waarnemer aanwezig is bij het eenmensprotest kan dit reden geven voor het
lokaal gezag om te beoordelen of er nog langer sprake is van een eenmensprotest of
van een demonstratie. Om te blijven spreken van een eenmensprotest is, zoals benoemd
door de Nationale ombudsman, van belang dat er sprake is van een duidelijk onderscheid
tussen de (eenmans)activist en de waarnemer. De politie gaat bij die beoordeling af
op hetgeen zij waarneemt. Of de aanwezigheid van een waarnemer in een concrete situatie
een collectief karakter geeft is afhankelijk van de context van deze situatie en is
aan het lokaal gezag om te beoordelen.
Vraag 4
Deelt u de opvatting dat gemeenten, politie en Openbaar Ministerie grote terughoudendheid
moeten betrachten bij het beperken of beëindigen van vreedzame eenmensprotesten, gelet
op de ruime grondrechtelijke bescherming daarvan? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 4
De wijze waarop specifiek wordt opgetreden en de vraag of een bepaalde activiteit
onder de Wom of de APV valt, is aan het lokaal gezag. Zoals de Afdeling bestuursrechtspraak
van de Raad van State recent oordeelde geldt dat bij een abortuskliniek een bepaalde
mate van orde en rust dient te heersen. Dit kan worden meegewogen in de beoordeling
om op te treden4.
Vraag 5
Is het naar uw oordeel juridisch houdbaar dat gemeenten formele waarschuwingen of
beperkingen baseren op de veronderstelling dat een eenpersoonsactie onder de Wom valt?
Zo ja, op welke wettelijke grondslag berust dit?
Antwoord 5
Het is in de eerste plaats aan het lokaal gezag, in het bijzonder de burgemeester,
om te bepalen of een protestactie kan worden aangemerkt als een demonstratie en derhalve
onder de Wom valt of niet. Het is niet aan het kabinet om in een concrete casus te
oordelen of een dergelijke afweging juist is. Of iets juridisch houdbaar is, is uiteindelijk
aan de rechter om te beoordelen.
Vraag 6
Welke criteria worden door Politie en Openbaar Ministerie gehanteerd bij het besluit
om een persoon die een vreedzaam eenmensprotest houdt aan te houden, indien er geen
aanwijzingen bestaan voor strafbare feiten of verstoring van de openbare orde, bovendien
in de wetenschap dat het aanmerken van een eenmensprotest als demonstratie discutabel
is? Hoe wordt in dit kader de proportionaliteit en noodzakelijkheid van vrijheidsbeneming
gewaarborgd?
Antwoord 6
Zoals genoemd is het in de eerste plaats aan het lokaal gezag om tot een oordeel te
komen of een bepaalde actie onder het demonstratierecht valt en of er sprake is van
strafbare feiten of een verstoring van de openbare orde. De politie en het OM treden
niet op als er geen aanwijzingen zijn voor strafbare feiten. De wijze waarop wordt
gehandhaafd en welk strafrechtelijk en/of bestuursrechtelijk optreden passend is,
is afhankelijk van de omstandigheden waarbij de burgemeester en het Openbaar Ministerie
(hierna: OM) dit ieder op hun eigen terrein zorgvuldig afstemmen. Zoals de Afdeling
bestuursrechtspraak van de Raad van State recent oordeelde geldt in het bijzonder
bij een abortuskliniek een bepaalde mate van orde en rust dient te heersen, dat kan
in de beoordeling worden betrokken5. Dergelijke besluiten kunnen getoetst worden bij de rechter. De rechter toetst in
haar beoordeling ook op proportionaliteit en noodzakelijkheid. Ik en de Minister van
Justitie en Veiligheid treden hier niet in.
Vraag 7
Erkent u dat de aanhouding van personen die op vreedzame wijze een eenmensprotest
houden een intimiderende werking kan hebben en mogelijk een ontmoedigend effect op
de uitoefening van grondrechten veroorzaakt? Hoe wordt dit effect voorkomen en op
welke wijze wordt hiermee rekening gehouden in de beleidskaders voor het politieoptreden?
Antwoord 7
Iedereen in Nederland heeft het recht om te demonstreren en gebruik te maken van de
vrijheid van meningsuiting. Hierbij geldt dat iedereen die protesteert, waaronder
eenmensactivisten, zich moet houden aan de wet- en regelgeving. In de APV van een
gemeente kunnen beperkingen worden verbonden aan een eenmensprotest. Het is aan het
lokaal gezag om te beoordelen of een eenmensprotest vreedzaam is en aan de burgemeester
en het OM of bestuursrechtelijk of strafrechtelijk optreden nodig is.
Uit de praktijk blijkt dat gemeenten dit zorgvuldig doen en zich inspannen om de vrijheid
van meningsuiting en de demonstratievrijheid zoveel mogelijk te faciliteren. Wanneer
een eenmensactivist zich niet houdt aan de beperkingen die uit de APV volgen of anderszins
strafbare feiten pleegt, kan worden besloten de politie in te zetten om de situatie
te beëindigen. Dat is in lijn met de geldende wet- en regelgeving. De geldende wet-
en regelgeving bieden immers ruimschoots mogelijkheden aan burgers om van hun vrijheid
van meningsuiting en demonstratievrijheid gebruik te maken binnen de regels die daarvoor
gelden.
Vraag 8
Hoe heeft u uw toezegging6 van 22 januari 2025 gestand gedaan om gemeenten te voorzien van nadere richtlijnen
of een geactualiseerde handreiking inzake de omgang met eenmensprotesten, opdat duidelijk
is dat dit niet onder de Wom valt, en hoe de grondrechtelijke bescherming van artikel 7
lid 3 concreet moet worden toegepast? Kunt u de door u verspreide handreiking ook
met de Kamer delen?
Antwoord 8
Naar aanleiding van deze toezegging zijn de bestaande instrumentaria met betrekking
tot richtlijnen voor gemeenten inzake demonstraties en eenmensprotesten geanalyseerd.
De conclusie is dat er al voldoende instructies zijn. Er bestaan diverse handreikingen
over het demonstratierecht, zoals de handreiking van de gemeente Amsterdam.7 Hierin wordt ook ingegaan op eenmensprotesten. Daarnaast is er door de Rijksuniversiteit
van Groningen een landelijke website ontwikkeld waarop iedereen gratis en vrij toegankelijk
informatie over het demonstratierecht kan inwinnen en een online adviestool kan raadplegen.8 Op deze website kan ook informatie worden gevonden over de thematiek van eenmensprotesten.
Tot slot verwijzen wij naar de website van het Nederlands Genootschap van Burgemeesters.9 Hierop is praktische informatie over het demonstratierecht voorhanden, die toegankelijk
is voor zowel adviseurs als bestuurders.
Vraag 9
Welke maatregelen bent u voornemens te treffen om te waarborgen dat personen die een
vreedzaam eenmensprotest houden in de toekomst niet onterecht worden belemmerd, bedreigd
met sancties of aangehouden?
Antwoord 9
Voor zowel eenmensprotesten als demonstraties geldt dat zij niet onnodig mogen worden
belemmerd wanneer zij als vreedzaam kunnen worden aangemerkt en zich begeven binnen
de grenzen van de wet. In beide gevallen staat voorop dat de inhoud van de uiting,
behalve wanneer dit strafbaar is gesteld, geen grond mag vormen voor beperkend overheidsoptreden.
Tegelijkertijd vinden wij het belangrijk om te markeren dat eenmensprotesten en demonstraties
niet in een vacuüm plaatsvinden en dat hierbij de rechten van anderen in het gedrang
kunnen komen. In die gevallen is het belangrijk dat het lokaal gezag over de wettelijke
ruimte beschikt om een adequate afweging te maken tussen de verschillende betrokken
belangen. Bij de kabinetsreactie op het WODC-rapport «Het recht om te demonstreren
in de democratische rechtstaat» zal het kabinet ingaan op de aanbevelingen met betrekking
tot protestacties bij abortusklinieken. Dit doen wij tegen de achtergrond van recente
rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, waarin een
ruime uitleg wordt gegeven aan het begrip wanordelijkheden in de context van demonstreren
bij abortusklinieken.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
F. Rijkaart, minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
Mede namens
F. van Oosten, minister van Justitie en Veiligheid
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.