Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Jimmy Dijk over de interesse van een consortium aan postvervoerders in het uitvoeren van de universele postdienst
Vragen van het lid Jimmy Dijk (SP) aan de Ministers van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en van Economische Zaken over het bericht «Consortium wil wettelijke bezorgtaak van PostNL overnemen» (ingezonden 19 november 2025).
Antwoord van Minister Karremans (Economische Zaken), mede namens de Minister van Sociale
Zaken en Werkgelegenheid (ontvangen 13 januari 2026)Zie ook Aanhangsel Handelingen,
vergaderjaar 2025–2026, nr. 650
Vraag 1
Wat is uw reactie op het bericht van het FD dat verschillende partijen de wettelijke
bezorgtaak van PostNL willen overnemen?1
Antwoord 1
Ik waardeer het initiatief van deze postvervoerders, Business Post en Spotta, (hierna
«het beoogde consortium»), maar de komende periode staat in het teken van het politieke
debat en keuzes over ingrijpende wijzigingen in de voorwaarden van de Universele Postdienst
(UPD) en in de Postwet 2009.2 Daarmee verhoudt het zich niet goed om nu besluiten te nemen die de bestaande marktordening
fundamenteel zouden veranderen. Een selectieprocedure en intrekking van de UPD-aanwijzing
kunnen pas worden overwogen zodra de Kamer zich heeft uitgesproken over de voorgestelde
maatregelen en keuzes heeft gemaakt over de toekomstige inrichting van de postmarkt.
Pas dan kan worden beoordeeld hoe dit verzoek zich tot die keuzes verhoudt.
Ten overvloede merk ik op dat het beoogde consortium op korte termijn nog niet in
staat is om landelijk alle onder de UPD gedefinieerde diensten te leveren. Zo dekt
het beoogde consortium momenteel niet alle huishoudens en is er vooralsnog geen definitieve
partner voor de pakketbezorging van de UPD. Het beoogde consortium suggereert dat
het opknippen en (regionaal) aanbesteden van de UPD ook een mogelijke vorm van marktordening
is maar beleidsmatig vind ik dat onwenselijk. Ik streef naar een systeem met eenvoud
en efficiëntie in uitvoering en handhaving. Dat pleit ervoor om de UPD-dienstverlening
bij één partij te beleggen. Dit schept tevens duidelijkheid over wie verantwoordelijk
en aansprakelijk is voor het naleven van de wettelijke verplichtingen, zoals bezorgnormen,
landelijke dekking en tariefregulering.
Wel zie ik kansen voor verbetering van de huidige samenwerking tussen regionale vervoerders
en de huidige UPD-verlener binnen de bestaande kaders, bijvoorbeeld in de vorm van
onderaanneming. Dit vergt geen aanpassing van wet- en regelgeving en kunnen deze partijen
nu al onderling oppakken.
Vraag 2
Kunt u een tijdslijn geven van de gesprekken met PostNL over de bezorgplicht en wanneer
Spotta en BusinessPost contact met het ministerie hebben gezocht?
Antwoord 2
Op 23 september jl. heeft een gesprek plaatsgevonden met Business Post en het ministerie,
waarin Business Post heeft aangegeven in een consortium samen met Spotta de UPD te
willen uitvoeren. Tijdens dit gesprek heeft Business Post namens het beoogde consortium
een verzoek ingediend om de aanwijzing van PostNL in te trekken en een selectieprocedure
te starten, waarin het beoogde consortium kan meedingen.
Op 2 oktober jl. heeft een telefonisch gesprek plaatsgevonden tussen PostNL en het
ministerie, waarin de ontvangst van haar verzoek tot intrekking van de UPD is bevestigd.
Op 1 december jl. heeft een hoorzitting plaatsgevonden met het ministerie en PostNL
over haar verzoek en het verzoek van het beoogde consortium.
Op 9 december jl. heeft een hoorzitting plaatsgevonden met het ministerie en beoogde
consortium over hun verzoek.
Op 19 december jl. heb ik de verzoeken van PostNL en het beoogde consortium afgewezen.
Het bezwaar van PostNL tegen de afwijzing van haar subsidieverzoek, het verzoek van
PostNL om de UPD-aanwijzing in te trekken en het verzoek van het beoogde consortium
om een nieuwe selectieprocedure te starten worden daarmee niet gehonoreerd.
Vraag 3
Welke risico’s ziet u voor de continuïteit van de postbezorging wanneer de Universele
Postdienst (UPD) wordt opgeknipt in meerdere uitvoerders? Kunt u dit per risico –
logistiek, kwaliteitscontrole, arbeidsmarkt, aansprakelijkheid – uiteenzetten?
Antwoord 3
De beantwoording van vraag 3 en 4 zijn samengenomen.
Vraag 4
Zijn er juridische of logistieke belemmeringen voor meerdere partijen om gezamenlijk
de UPD uit te voeren, bijvoorbeeld rond aansprakelijkheid, foutafhandeling, uniforme
tarieven en landelijke dekking?
Antwoord 4
Ondanks de gevoerde gesprekken ben ik niet overtuigd van de haalbaarheid en betaalbaarheid
van de door het beoogde consortium gepresenteerde alternatieve postvisie.3 Het opknippen en (regionaal) aanbesteden van de UPD acht ik beleidsmatig onwenselijk.
Een dergelijke inrichting leidt waarschijnlijk tot hogere maatschappelijke kosten,
een zwaardere belasting voor toezichthouders en overheid en grotere complexiteit in
borging van tarieven, kwaliteit en landelijke dekking. In een krimpende markt acht
ik het bovendien niet haalbaar om meerdere (regionaal of landelijk) dekkende postnetwerken
in stand te houden. Eén landelijk dekkend netwerk bevordert efficiëntie, continuïteit
en betaalbaarheid, zoals ook blijkt uit ACM-onderzoek4 en mijn bredere beleidsvisie5 waarin post-, pakket- en andere bezorgnetwerken beter op elkaar aansluiten.
Wanneer meerdere partijen gezamenlijk in het beoogde consortium verantwoordelijk zijn
voor de uitvoering van de UPD, ontstaan daarnaast onduidelijkheden rond aansprakelijkheid,
kwaliteitsborging, klachtenafhandeling en logistieke afstemming. Onduidelijkheden
hierover bemoeilijken effectief toezicht en kunnen ten koste gaan van consumenten,
die gebaat zijn bij één duidelijk aanspreekpunt. De voorgestelde «neutrale regierol»
roept vragen op over verdeling van verantwoordelijkheden. Ook zijn de effecten op
de arbeidsmarkt onzeker: regionale aanbestedingen kunnen leiden tot verschuivingen
in volumes en werkgelegenheid, met mogelijk gedwongen ontslagen, terwijl tegelijkertijd
extra coördinatiecapaciteit nodig kan zijn. Deze onzekerheden onderstrepen de risico’s
van een dergelijke marktinrichting.
Vraag 5
Hoe gaat u ervoor zorgen dat, mochten deze gesprekken toch plaatsvinden, de werknemerspositie
van zowel de huidige postbodes als de nieuwe werknemers hetzelfde blijven en waar
mogelijk versterkt? Hoe gaat u ervoor zorgen dat de huidige postbodes hun baan behouden
ongeacht welk effect dit heeft voor PostNL?
Antwoord 5
Ik zet mij in voor realistische kaders voor de UPD, die uitvoerbaar zijn binnen de
beschikbare capaciteit van de markt. Daarmee wil ik bijdragen aan het zoveel mogelijk
duurzaam behouden van werkgelegenheid in de sector, met oog voor de realiteit van
een krimpende postmarkt. De maatregelen die ik in het Postbesluit6 heb voorgesteld, en die momenteel ter voorhang aan uw Kamer zijn aangeboden, vormen
daarbij een belangrijke stap.
Daarnaast dienen werkgevers zich daarbij te houden aan alle relevante wet- en regelgeving,
waaronder bepalingen op het gebied van arbeidsvoorwaarden en arbeidsomstandigheden.
Vakbonden en werkgevers kunnen onderling afspraken maken over arbeidsvoorwaarden.
De naleving van deze regels wordt bewaakt door de toezichthoudende instanties. De
Nederlandse Arbeidsinspectie ziet toe op de naleving van de arbeidswetten door werkgevers.
Vraag 6
Hoe verantwoordt u concurrentie rondom de UPD als dat een belangrijk onderdeel is
van de taken van het Rijk? Bent u bereid de concurrentie tegen te gaan? Zo ja, op
welke manier? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 6
Ik acht het wenselijk dat op bepaalde delen van de postmarkt ruimte blijft voor concurrentie.
Concurrentie kan bijdragen aan het borgen van publieke belangen door innovatie te
stimuleren en marktpartijen te prikkelen om diensten betaalbaar en van hoge kwaliteit
te leveren die aansluiten bij de behoeften van gebruikers. Ik zie er daarbij op toe
dat de UPD toegankelijk blijft en voldoet aan de vastgestelde kwaliteitsnormen. Wanneer
concurrentie risico’s oplevert voor het borgen van publieke belangen die samenhangen
met de UPD, kan de overheid waar nodig ingrijpen via wet- en regelgeving.
Daarnaast verandert de postmarkt snel: het aantal brieven en kaarten neemt af, terwijl
de kosten voor postbezorging stijgen. Dit maakt het steeds moeilijker om een haalbaar
businessmodel te behouden. Een tweede landelijke postnetwerk is in een krimpende markt
niet haalbaar, zo constateert ook de ACM in haar onderzoek.7 Ik streef daarom naar een transitie van een traditionele postmarkt naar een brede
bezorgmarkt, waarin post via verschillende netwerken (zoals pakket- en foldernetwerken)
kunnen worden bezorgd. Dit stimuleert concurrentie en innovatie, en maakt het mogelijk
om efficiënter te werken in een krimpende markt en post toegankelijk te houden voor
de gebruiker.
Vraag 7
Hoe beschermt u de arbeidsvoorwaarden van werknemers in een markt die alleen maar
verder concurreert? Bent u bereid hier stappen in te ondernemen als blijkt dat werknemers
de dupe zijn van de concurrentiestrijd?
Antwoord 7
Er bestaan in Nederland verschillende waarborgen om werknemers te beschermen, ook
in markten waar concurrentie een rol speelt. Werkgevers dienen te voldoen aan de geldende
arbeidswetgeving, waaronder regels over loon, arbeidstijden, arbeidsomstandigheden
en gelijke behandeling. Daarnaast worden cao-afspraken tussen sociale partners breed
toegepast in de sector. Zoals ook op vraag 5 is geantwoord, zien sociale partners
toe op de naleving van cao’s en de Arbeidsinspectie op naleving van de arbeidswetten
door de werkgevers.
Daarnaast kan concurrentie ook gepaard gaan met betere arbeidsvoorwaarden, met name
als postbedrijven concurreren met andere sectoren om arbeidskrachten die passen bij
het profiel van de postbezorger. Als er binnen dit segment van de arbeidsmarkt ook
sprake is van krapte, heeft deze groep de mogelijkheid om elders beter betaalde of
aantrekkelijkere banen te vinden, wat bedrijven in de postsector prikkelt om hun arbeidsvoorwaarden
te verbeteren om personeel aan te trekken en te behouden.
Het ontwikkelen van verdere aanvullende sectorspecifieke regulering voor de postmarkt
acht ik niet noodzakelijk en bovendien onwenselijk. Allereerst bestaat er al sectorspecifieke
regelgeving: postbedrijven zijn verplicht ten minste 80% van hun werknemers in vaste
dienst te hebben. Verdere sectorspecifieke regelgeving specifiek voor werknemers in
de postmarkt is niet nodig ten opzichte van de reeds bestaande generieke bescherming.
Die biedt een solide basis voor alle werknemers, ongeacht de sector waarin zij werkzaam
zijn.
Vraag 8
Deelt u de analyse dat de voortdurende problemen met PostNL – zoals verlieslatende
uitvoering, druk op arbeidsvoorwaarden, teruglopende kwaliteit en het herhaaldelijk
vragen om staatssteun – laten zien dat de liberalisering en verzelfstandiging van
de postmarkt mislukt is? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 8
Nee, die conclusie deel ik niet. Nederland behoort al jaren tot de best presterende
landen in de ranglijsten van de Wereldpostunie (Universal Postal Union) en wordt internationaal
gezien als een voorbeeld van hoogwaardige en toegankelijke postdienstverlening tegen
relatief lage kosten. Deze resultaten wijzen er niet op dat de liberalisering en verzelfstandiging
van de postmarkt is mislukt.
Dat neemt niet weg dat de markt substantieel veranderd is door de voortdurende en
forse daling van het postvolume. Dit legt druk op de uitvoering van de UPD, de kostendekkendheid
en de bedrijfsmodellen van marktpartijen, waaronder PostNL. Deze uitdagingen zijn
echter primair het gevolg van structurele marktontwikkelingen, en niet van het principe
van liberalisering zelf.
Het blijft daarom van belang dat het wettelijke kader tijdig wordt aangepast aan deze
veranderende omstandigheden. Met de beoogde maatregelen die ik met de wijziging van
het Postbesluit 2009 en de voorliggende wijziging van de Postwet 2009 voorstel, werk
ik aan een toekomstbestendig stelsel dat ruimte biedt voor een duurzame uitvoering
van de postdienstverlening.
Vraag 9
Bent u het ermee eens dat essentiële en publieke diensten, zoals de postbezorging,
geborgd moeten worden door te functioneren zonder winstoogmerk en concurrentie in
plaats van afhankelijk te zijn van commerciële belangen die primair gericht zijn op
winst in een krimpende markt?
Antwoord 9
Ik ben het ermee eens dat de postdienstverlening in Nederland moet worden geborgd.
Dat gebeurt echter niet door de dienstverlening zonder winstoogmerk te organiseren,
maar door duidelijke wet- en regelgeving en toezicht. Hierdoor blijven toegankelijkheid,
betrouwbaarheid en betaalbaarheid gewaarborgd, ook in een krimpende markt.
Daarnaast heeft liberalisering van de postmarkt ook belangrijke voordelen opgeleverd.
Concurrentie stimuleert efficiëntie, innovatie binnen de sector. Marktpartijen worden
geprikkeld om hun dienstverlening te verbeteren, processen te optimaliseren en in
te spelen op veranderende behoeften van consumenten en bedrijven. Dit heeft in het
verleden geleid tot lagere kosten, snellere bezorging en een breder aanbod van post-
en pakkettenservices. Een volledig publieke uitvoering zonder ruimte voor marktwerking
zou het risico met zich meebrengen dat innovatie afneemt en de sector minder flexibel
kan inspelen op technologische en economische ontwikkelingen. Door publieke belangen
wettelijk te verankeren en marktwerking binnen duidelijke kaders toe te staan, ontstaat
een evenwicht tussen maatschappelijke waarborgen en economische dynamiek. Op die manier
blijft de postvoorziening toekomstbestendig, ook in een snel veranderende communicatiemarkt.
Vraag 10
Bent u bereid te onderzoeken hoe de UPD zou functioneren in publieke handen of als
een niet-commerciële organisatievorm, bijvoorbeeld een publiek bedrijf, zodat continuïteit,
betaalbaarheid en arbeidsvoorwaarden voorop staan? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 10
Nee, een andere vorm van marktordening is op dit moment niet aan de orde. Het publieke
belang dat raakt aan post als communicatiemiddel neemt richting de toekomst af, aangezien
steeds minder mensen hiervan gebruikmaken en communicatie in toenemende mate digitaal
plaatsvindt. In een krimpende markt met een kleiner wordende relevantie voor het publiek
belang is een dergelijke ingrijpende stelselwijziging niet passend.
De borging van de belangen rond de UPD, zoals continuïteit, betaalbaarheid en arbeidsvoorwaarden
zijn bovendien al verankerd via het bestaande wettelijke kader en het toezicht daarop.
Binnen dit stelsel kunnen eventuele knelpunten effectief worden aangepakt zonder dat
een niet-commerciële of volledig publieke organisatievorm noodzakelijk is.
Vraag 11
Deelt u de mening dat binnen scherpe marktomstandigheden, zoals op de postmarkt, concurrentie
lage prijzen tot gevolg heeft die zullen worden ingelost op arbeid, zoals bijvoorbeeld
CNV aangaf bij de intrede van Spotta op de postmarkt?8 Zo ja, wat gaat u hier tegen doen? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 11
Ik deel niet de conclusie dat concurrentie per definitie leidt tot lagere arbeidsvoorwaarden.
Concurrentie kan weliswaar druk zetten op kosten, maar in Nederland bestaan er meerdere
robuuste borgingsmechanismes die werknemers beschermen, ook in markten met scherpe
concurrentie. Daarnaast kan concurrentie ook gepaard gaan met een verbetering van
de arbeidsvoorwaarden. Werkgevers moeten zich altijd houden aan de arbeidswetgeving
en ook cao-afspraken tussen sociale partners zijn breed van toepassing. Hierop houden
verschillende organisaties toezicht: de Arbeidsinspectie op naleving van de arbeidswetten
door werkgevers, de sociale partners op cao-naleving.
Het is daarom niet noodzakelijk noch wenselijk om aanvullende sectorspecifieke regulering
voor de postmarkt in te voeren ter bescherming van de arbeidsvoorwaarden. Allereerst
bestaat er al sectorspecifieke regelgeving: postbedrijven zijn verplicht ten minste
80% van hun werknemers in vaste dienst te hebben. Daarnaast bieden bestaande horizontale
regels en het bijbehorende toezicht een solide en generiek beschermingskader voor
alle werknemers, ongeacht marktomstandigheden of de mate van concurrentie. Indien
er desondanks signalen ontstaan dat werknemers daadwerkelijk worden benadeeld, kunnen
deze binnen het huidige kader adequaat worden opgepakt, bijvoorbeeld via interventies
van sociale partners of door handhavend optreden van toezichthouders.
Vraag 12
Erkent u de waarschuwing van de Autoriteit Consument & Markt (ACM) en de Raad voor
de Rechtspraak dat de postbezorging miljoenen brieven te laat gaat bezorgen door het
opheffen van de Postwet en zelfs in strijd is met Europese eisen en rechtsbescherming?9, 10 Zo ja, volgt u de adviezen van de ACM op? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 12
Ik ben het niet eens met dit geschetste beeld. De postdienstverlening blijft voor
burgers toegankelijk en van voldoende kwaliteit. Tegelijkertijd neem ik de signalen
en aanbevelingen van de ACM en de Raad voor de Rechtspraak serieus en onderhoud ik
nauw contact om hier opvolging aan te geven. In de nota van toelichting bij de wijziging
van het Postbesluit 2009 ga ik nader in op deze punten, waarbij de standpunten van
beide partijen worden meegenomen.
Vraag 13
Onderschrijft u de negatieve ketteneffecten die het opheffen van de UPD zullen hebben
op de betrouwbaarheid van de postbezorging? Zo ja, hoe vangt u deze op? Zo nee, waarom
niet?
Antwoord 13
De effecten die het lid van Dijk omschrijft kan ik niet goed plaatsen. Ook is het
opheffen van de UPD momenteel niet aan de orde.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
V.P.G. Karremans, minister van Economische Zaken -
Mede namens
M.L.J. Paul, minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.