Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van de leden Mutluer en Kathmann over de aanhoudende ICT-problematiek bij het Openbaar Ministerie (OM)
Vragen van de leden Mutluer en Kathmann (beiden GroenLinks-PvdA) aan de Minister van Justitie en Veiligheid en de Staatssecretaris Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over de aanhoudende ICT-problematiek bij het Openbaar Ministerie (OM) (ingezonden 26 november 2025).
Antwoord van Minister Van Oosten (Justitie en Veiligheid) (ontvangen 13 januari 2026).
Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 707
Vraag 1
Kent u de brief van de Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak (NVvR) van 11 november
2025 aan het College van Procureurs-Generaal (het College), kent u de reactie van
het College op die brief1 en kent u de brandbrief van 20 november 2025 uit naam van 2.850 OM-medewerkers van
het «Comité OM onder druk» aan het College?2 En kent u de eerdere frustraties van OM-medewerkers over de hardnekkige ICT-problemen
(toespraak voorzitter van het College van 13 mei 2024)3
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Herinnert u zich de eerdere berichten «Misdaadregistratie loopt vast door gammele
ICT bij OM»4, het bericht «Openbaar Ministerie heeft problemen op zittingen door «ernstige computerstoring»»5 en het bericht «Een op de vier werknemers van OM kan niet werken door ICT-problemen»?6
Antwoord 2
Ja.
Vraag 3
Herinnert u zich de mondelinge vragen van het lid Lahlah over ICT-problemen bij het
OM (mondeling vragenuur 23 april 2024) en andere antwoorden op vragen vanuit de Tweede
Kamer over eerdere ICT-problemen bij het Openbaar Ministerie (OM) waaronder uw antwoorden
op de schriftelijke vragen van het lid Mutluer over de blijvende ICT-problemen bij
het Openbaar Ministerie?7
Antwoord 3
Ja.
Vraag 4
Deelt u de mening dat uit bovenstaande berichten blijkt dat er bij het OM al veel
te lang sprake is van structurele problemen met de ICT waardoor het werk door OM-medewerkers
ook al te lang belemmerd wordt en tot frustratie en gevoelens van onbegrip leidt?
Zo ja, waarom? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 4
Ja, ik vind dat de medewerkers van het OM in hun werk al te lang worden gehinderd
door slecht functionerende ICT en betreur dit zeer.
Vraag 5
Deelt u de mening dat er ondanks de al jaren durende problemen met de ICT bij het
OM geen of nauwelijks verbetering is opgetreden? Zo ja, hoe komt dat? Zo nee, waarom
deelt u die mening niet en waaruit blijkt dan het tegendeel? En zo nee, hoe komt het
dan dat de laatste maanden er sprake is van snel groeiende ontevredenheid bij OM-medewerkers
en ze uitgeput en gefrustreerd raken omdat concrete maatregelen om de ICT duurzaam
op orde te krijgen uitblijven en de werkdruk onverminderd hoog blijft?
Antwoord 5
Ja, ik deel de mening dat er voor de medewerkers in ieder geval niet genoeg zichtbare
verbetering heeft plaatsgevonden. De ICT-inbreuk in juli 20258 heeft de problemen – in ieder geval tijdelijk – nog eens vergroot. De snel gegroeide
ontevredenheid is daarmee goed verklaarbaar en terecht.
Vraag 6
Schrikt u ook als u moet lezen dat een zeer groot en representatief deel van de OM-medewerkers
constateert dat zij niet langer op een verantwoorde wijze hun werk kan doen en dat
de staat van de rechtsstaat in het geding is? Zo ja, waarom? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 6
Hoewel de ICT-problemen bij mij bekend zijn, vind ik het erg vervelend en betreur
ik dat zo veel medewerkers hier zo veel hinder van ondervinden.
Vraag 7
Wat is er gebeurd na uw toezegging om het OM te vragen om voor het zomerreces van
2024 te komen met een plan met concrete maatregelen om de werkdruk bij het OM te verminderen,
zowel door investeringen in het personeel als door het bieden van technologische oplossingen
die specifiek gericht zijn op het stroomlijnen van werkprocessen?
Antwoord 7
U refereert aan een toezegging van de toenmalige Minister van JenV in een brief van
28 juni 2024 waarin het rapport «Verkenning Werkdruk Rechtspraak en openbaar ministerie
– Werken aan echte oplossingen» aan uw Kamer werd aangeboden.9 In het rapport zijn aanbevelingen gedaan voor zowel de rechtspraak als Openbaar Ministerie.
Deze aanbevelingen zien onder meer op de arbeidsvoorwaarden, opleidingen, organisatie
van het werk en innovatie en digitalisering. In 2024 is daarop bij het OM het Programma
Werkdruk gestart om de werkdruk binnen het OM structureel aan te pakken. In dit programma
zijn de aanbevelingen van de eerdergenoemde verkenner meegenomen. Vanuit het programma
krijgen medewerkers en leidinggevenden allerlei middelen geboden met betrekking tot
werkdruk en duurzame inzetbaarheid. Onderdeel hiervan is ook een maandelijkse meting
onder medewerkers uit alle OM-onderdelen en functiegroepen.
Vraag 8
Erkent u dat de stress en druk bij het OM-personeel leidt tot achterstanden en onvolkomenheden
in dossiers? Zo ja, kunt u concreet beschrijven hoe dit de problematiek het functioneren
van de strafrechtketen aantast? Zo nee, hoe kunt u dit uitsluiten en hoe verhoudt
zich dat tot de genoemde brieven van de NVvR en het Comité OM onder druk?
Antwoord 8
De dagelijkse ICT-problemen hinderen het werk en leiden daarmee tot een hogere werkdruk.
Dit zou, hoewel dit niet in kwantitatief opzicht inzichtelijk is te maken, een negatief
effect kunnen hebben op de prestaties van het OM. De ICT-inbreuk heeft geleid tot
het ontstaan van nieuwe voorraden en zal daarmee waarschijnlijk een tijdelijk negatief
effect hebben op de doorlooptijden. De mate waarin de kwantitatieve ketendoelstellingen
hierdoor worden beïnvloed is nog niet bekend. Het College van procureurs-generaal
herkent de zorgen en is daarover met de Ondernemingsraad, het Comité, de leiding van
de OM-onderdelen en de medewerkers in gesprek.
Vraag 9
Kunt u inzichtelijk maken welke primaire processen momenteel niet naar behoren functioneren
binnen het OM als gevolg van de door medewerkers aangekaarte problematiek? Kunt u
bij de beantwoording van deze vraag nadrukkelijk ook informatie vanuit OM-medewerkers
betrekken die dagelijks geconfronteerd worden met de ICT-problemen?
Antwoord 9
Op dit moment hebben de OM-medewerkers in alle (primaire) processen geregeld te maken
met ICT-verstoringen. Er zijn inmiddels verschillende concrete maatregelen genomen
die moeten helpen de werkdruk bij het OM te verlichten en het werkplezier te vergroten.
Het College is hierover in gesprek met de Ondernemingsraad en met de leiding van de
OM-onderdelen. Er is uitgebreidere monitoring ingericht om de prestaties van de systemen
nauwlettend in de gaten te houden. Verdere vernieuwing en verzwaring van de onderliggende
infrastructuur is gepland. Vanuit het College en de ICT-organisatie zijn bezoeken
gebracht aan alle OM-onderdelen, met als doel om meer inzicht te krijgen in de directe
en urgente ICT-problematiek en de specifieke behoeften van de collega’s op de OM-onderdelen.
Op basis daarvan zijn diverse verbeteracties doorgevoerd die de werkprocessen ten
goede komen.
Tegelijkertijd blijven zich in de bestaande, verouderde ICT-omgeving van het OM met
enige regelmaat nieuwe ICT-incidenten aandienen. Daarom zet het OM naast genoemde
kortetermijnmaatregelen ook heel stevig in op structurele oplossingen die weliswaar
veel minder snel zijn te realiseren, maar voor het functioneren van de informatievoorziening
(IV) en de werkprocessen bij het OM uiteindelijk van fundamenteel belang zijn. Daartoe
is een meerjarenplanning in voorbereiding, die als basis zal dienen voor de onderbouwing
van de meerjarige financieringsbehoefte van het OM vanwege de noodzakelijke investeringen
in de ICT.
Vraag 10
Bent u bereid om met de NVvR in overleg te treden om te horen welke gevolgen de ICT-problemen
voor de dagelijkse praktijk van het OM, waaronder Officieren van Justitie, hebben?
Zo ja, wilt u de Kamer op de hoogte stellen van de uitkomst van dit overleg? Zo nee,
waarom niet?
Antwoord 10
De NVvR heeft haar brief aan het College van procureurs-generaal gericht en hierop
heeft het College gereageerd. Het College en de NVVR zijn regelmatig met elkaar in
gesprek en het is ook in de eerste plaats aan het College om dat gesprek te voeren.
Vraag 11
In hoeveel zaken is er sprake van vertraging of veroudering als gevolg van de aanhoudende
problematiek? Kunt u dit uiteenzetten per type zaak?
Antwoord 11
De mate waarin vertraging optreedt in zaken wordt gemeten in doorlooptijden. De ontwikkeling
van de doorlooptijden wordt duidelijk bij de publicatie van de cijfers over 2025.
Er kan geen causaal verband worden gelegd tussen de doorlooptijd van zaken en de algemene
ICT-problematiek. Wel zal de impact van de ICT-verstoring die deze zomer plaatsvond
en de nasleep daarvan waarschijnlijk zichtbaar worden in deze cijfers. Als gevolg
van de ICT-verstoring en het offline gaan van de OM-systemen, konden nieuwe zaken
in de periode van 17 juli tot eind augustus niet vanuit de opsporingsdiensten naar
het OM worden overgedragen. Dit had vooral impact op de eenvoudige zaken. Tijdens
de ICT-verstoring zijn zwaardere onderzoeks- en ondermijningsmisdrijven handmatig
verwerkt en zijn vertragingen in de behandeling van deze zwaardere misdrijven beperkt
gebleven.
Vraag 12
Kunt u nader uiteenzetten of er afdelingen binnen het OM onevenredig hard worden geraakt
door de problematiek en welke dat zijn? Heeft dit als gevolg dat sommige soorten zaken
meer vertraging en veroudering oplopen dan andere soort zaken?
Antwoord 12
Zoals hiervoor aangegeven hebben alle medewerkers te maken gehad met de ICT-problematiek.
De ICT-inbreuk heeft effect gehad op de voorraden en doorlooptijden. Uit het landelijk
zaakvolgsysteem blijkt dat de omvang van de voorraden («voorraadbak intake OM») vanaf
de datum van de ICT-inbreuk sterk is toegenomen. Deze voorraden zijn in het vierde
kwartaal van 2025 aangepakt; het OM verwacht dat deze extra voorraad in het eerste
kwartaal van 2026 is weggewerkt.
Vraag 13
In hoeverre komt de door het College zelf opgelegde taakstelling om de benodigde ICT-investeringen
te kunnen doen ten koste van andere taken van het OM en het welzijn de OM-medewerkers?
Antwoord 13
Om de ICT structureel te verbeteren, zijn de komende jaren investeringen nodig. Daarnaast
nemen de instroom en productie af, lopen tijdelijk beschikbaar gestelde middelen af
en nemen structurele kosten van het OM toe. Kortom: het OM staat voor de opgave om
de financiële positie structureel te versterken.
Alle OM-onderdelen moeten dus in hun begroting voor 2026 rekening houden met minder
geld. Hen is door het College daarom gevraagd aan te geven welke maatregelen nodig
zijn en welke consequenties dit heeft. Voor 2026 ligt de nadruk op bewuster, slimmer
en efficiënt omgaan met middelen, zowel financieel als in de verdeling van het werk.
Samen met de OM-onderdelen is gezocht naar effectieve aanpak om het OM financieel
robuuster te maken en te houden. Het is aan de leiding van de OM-onderdelen om binnen
die financiële kaders voor 2026 verstandige keuzes te maken: wat wel kan worden gedaan
en wat niet. Intussen blijf het College in goed in contact met de OM-onderdelen en
wordt het welzijn van de OM-medewerkers goed in de gaten gehouden.
Vraag 14
Deelt u de mening dat deze taakstelling niet zal bijdragen aan het verlagen van de
werkdruk bij het OM of het beter functioneren van het OM als organisatie? Zo ja, hoe
en wanneer gaat u dan zorgen voor meer financiële armslag voor het OM? Zo nee, waarom
niet?
Antwoord 14
Het College heeft geoordeeld dat het noodzakelijk en verantwoord is om de taakstelling
op te leggen. Het College heeft samen met de leiding van de OM-onderdelen gezocht
naar manieren om het OM financieel robuuster te maken en te houden. Hiermee maakt
het OM financiële middelen vrij om zelf bij te dragen aan de noodzakelijke investeringen
in het versterken van de ICT. Beter functionerende IV zal op langere termijn onder
andere een positief effect hebben op de werkdruk. Het College blijft in goed contact
staan met de OM-onderdelen. Waar de OM-onderdelen vastlopen, zal het College bezien
of er financiële ruimte kan worden vrijgemaakt gedurende het jaar. Voor wat betreft
de ICT-problematiek maakt het College inzichtelijk welke investeringen de komende
jaren nodig zijn. Hierover ga ik het gesprek aan met het OM. Ik kan nog niet vooruitlopen
op mogelijke oplossingsrichtingen.
Vraag 15
Zorgen de ICT problemen er voor dat slachtofferrechten bij strafzaken in geding komen?
Kunt u onderbouwen, en kan het OM bevestigen, dat deze rechten momenteel niet in het
geding zijn? Kunnen het OM en u waarborgen dat alle slachtoffers van strafzaken hun
bestaande rechten ten volle kunnen uitoefenen? Zo nee, kunt u in overleg met het OM
specifieke verbeteringen doorvoeren zodat hier zo spoedig mogelijk wél sprake van
is?
Antwoord 15
Zoals hiervoor aangegeven heeft de offlinegang en stapsgewijze onlinegang van het
OM geleid tot vertragingen en werken het OM en partners in en rondom de strafrechtketen
hard om deze in te lopen. Er is momenteel sprake van een verhoogde werkvoorraad, waardoor
het uitsturen van het wensen- en het schadevergoedingsformulier aan slachtoffers langer
op zich laat wachten. Er zijn op dit moment echter geen signalen bij het OM bekend
dat de slachtofferrechten in het geding komen. Zo wel dan zal het OM hier voortvarend
mee aan de slag gaan.
Vraag 16
Ondervinden het OM-personeel of andere partners in de strafrechtketen op dit moment
nog de gevolgen van de in de afgelopen zomer ontstane verstoring van het ICT-systeem
van het OM? Zo ja, welke concrete gevolgen betreft dit?
Antwoord 16
Zie mijn antwoorden op de voorgaande vragen; er zijn door de ICT-inbreuk onder meer
voorraden ontstaan die deels nog moeten worden weggewerkt.
Vraag 17
Deelt u de mening dat de overgang en implementatie van het nieuwe wetboek van Strafvordering
ook aanpassingen van de ICT systeem van het OM vergt? Acht u het OM in staat om tijdig
voor een goed functionerende overgang en implementatie te zorgen? Zo ja, welke stappen
zijn en worden daarvoor gezet en hoe is de voortgang daarvan? Zo nee, waarom niet
en wat is er dan nog meer nodig?
Antwoord 7
De implementatie van het nieuwe wetboek vraagt inderdaad aanpassingen van de ICT.
De ICT-opgave van het OM is in relatie tot het nieuwe wetboek groot. Op dit moment
wordt door alle ketenorganisaties uitgegaan van inwerkingtreding van het nieuwe wetboek
op 1 april 2029. Ook de planning van het OM is daarop gericht. Het OM kan op dit moment
voor de ICT echter geen garanties geven ten aanzien van de haalbaarheid van deze planning.
Het OM inventariseert momenteel de effecten van de recente ICT-problemen. Verwacht
wordt dat de eventuele effecten daarvan, waaronder die met betrekking tot de implementatie
van het nieuwe wetboek, in het voorjaar van 2026 bekend zijn.
Vraag 18
Hoe gaat u de «vinger aan de pols» van het OM houden10 en wat gaat u doen op het moment dat u moet constateren dat de ICT-problemen nog
altijd niet afdoende en tijdig worden opgelost?
Antwoord 18
Ik bespreek de ICT-problematiek zeer regelmatig met onder meer het College van procureurs-generaal
en ik acht het College voldoende in staat om de problemen op te lossen. Ik laat mij
niet uit over eventuele in de toekomst door mij te nemen maatregelen.
Vraag 19
Bent u nog steeds van mening u geen rol zou hebben bij het oplossen van de problemen
bij het OM?11 Zo ja, waarom en waaruit leidt u af dat dat de OM leiding nu wel zelf in staat zou
zijn om de langdurige structurele ICT problemen op te lossen? Zo nee, welke rol gaat
u dan wel spelen? En zo nee, bent u bereid daar desnoods uw algemene aanwijzingsbevoegdheid
jegens het OM voor te gebruiken?12
Antwoord 19
Het is in de eerste plaats aan het College van procureurs-generaal om de problemen
met de ICT op te lossen. Uiteraard word ik van de voortgang op de hoogte gebracht
en wordt er vanuit mijn departement meegedacht en ondersteuning geleverd. Ik acht
het College voldoende in staat om de problemen op te lossen en laat mij niet uit over
eventuele in de toekomst te nemen maatregelen.
Vraag 20
Kunt u deze vragen afzonderlijk van elkaar beantwoorden?
Antwoord 20
Ja.
Toelichting:
Deze vragen dienen ter aanvulling op eerdere vragen terzake van het lid Coenradie
(JA21), ingezonden 26 november 2025 (vraagnummer 2025Z20552)
Ondertekenaars
F. van Oosten, minister van Justitie en Veiligheid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.