Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Van Duijvenvoorde over het artikel van Zembla waaruit blijkt dat de 200% verhoging van de strafeis nauwelijks wordt oplegt bij geweldsdelicten jegens medewerkers met een publieke taak
Vragen van het lid Van Duijvenvoorde (FVD) aan de Minister van Justitie en Veiligheid over het artikel van Zembla waaruit blijkt dat de 200% verhoging van de strafeis nauwelijks wordt opgelegd bij geweldsdelicten jegens medewerkers met een publieke taak (ingezonden 21 november 2025).
Antwoord van Minister Van Oosten (Justitie en Veiligheid) (ontvangen 13 januari 2026).
Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 653.
Vraag 1
Bent u bekend met het Zembla-artikel waaruit blijkt dat de 200% verhoging van de strafeis
bij geweldsdelicten tegen NS-medewerkers, en anderen met een publieke taak, nauwelijks
wordt uitgevoerd in de praktijk?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Bent u ervan op de hoogte dat het Openbaar Ministerie als uitgangspunt hanteert dat
bij geweldsdelicten tegen hulpverleners een 200% hogere strafeis kan worden geëist,
maar dat dit uitgangspunt in de praktijk nauwelijks terug is te zien?
Antwoord 2
Ik ben uiteraard bekend met het uitgangspunt dat het Openbaar Ministerie hanteert.
Met dit uitgangspunt houdt de officier van justitie rekening in de strafeis. In de
antwoorden hierna zal ik verder ingaan in uitwerking hiervan in de praktijk.
Vraag 3
Kunt u begrijpen dat medewerkers met een publieke taak – die zich iedere dag inzetten
voor onze samenleving en op steun van de overheid rekenen – zich in de steek gelaten
voelen doordat de 200% verhoging van de strafeis nauwelijks wordt toegepast in de
praktijk?
Antwoord 3
Vooropgesteld veroordeel ik al het geweld tegen medewerkers met een publieke taak
in de sterkst mogelijke woorden. Rond de jaarwisseling hebben we helaas weer vreselijke
incidenten gezien. Ik kan mij goed de beleving van medewerkers met een publieke taak
voorstellen dat zij – omdat zij andere verwachtingen hebben – zich soms in de steek
gelaten voelen.
Het uitgangspunt van 200% betekent niet dat iedere verdachte ook een driedubbele straf
opgelegd krijgt. De 200% hogere strafeis is het uitgangspunt, waarna de officier volgens
de geldende richtlijnen ook moet kijken naar de context waarin het feit is gepleegd
en omstandigheden rondom de dader en de effectiviteit van de te eisen straf. De officier
van justitie dient dit toe te lichten in zijn requisitoir.
De strafeis is slechts één van de maatregelen om agressie en geweld een halt toe te
roepen. Voor de werknemers betekent dit dat naast het opsporen en vervolgen van daders
de overheid ook inzet op andere maatregelen, zoals bijvoorbeeld preventieprogramma’s
om agressie en geweld te voorkomen, het verstrekken aan werkgevers van handvatten
voor een veilige(re) werkomgeving en door wetenschappelijk onderzoek te laten doen
naar thema’s als agressie en geweld tegen hulpverleners.
Vraag 4
Kunt u exact aangeven hoeveel zaken met geweld tegen medewerkers met een publieke
taak hebben plaatsgevonden, hoeveel daarvan tot vervolging hebben geleid, in hoeveel
gevallen de 200%-strafeis is geëist en in hoeveel gevallen de rechter deze strafeis
heeft gevolgd?
Antwoord 4
In de beleidsreactie van mijn ambtsvoorganger aan de Kamer naar aanleiding van het
onderzoek van de DSP groep naar straftoemeting bij VPT-delicten in 2024 is reeds bericht
dat het overgrote deel van de geïnterviewde officieren van justitie enige mate van
strafverhoging toepast, maar dat de 200% strafverhoging uit de OM-richtlijn slechts
zelden wordt toegepast.2 Mijn ambtsvoorganger heeft hier met het Openbaar Ministerie het gesprek over gevoerd.
Het OM heeft mij naar aanleiding van dit gesprek laten weten dat dit inmiddels opnieuw
bij de officieren van justitie met het taakaccent veilige publieke taak (VPT) onder
de aandacht is gebracht. Daarnaast zal het OM blijvend aandacht schenken aan de vraag
of de strafvorderingsrichtlijn voldoende bekend is binnen het OM en of het genoemde
strafeisverhogingspercentage als uitgangspunt wordt gebruikt. Ook wordt in het onderzoeksrapport
van DSP geconcludeerd dat het bij de rechters als een strafverzwarende omstandigheid
wordt aangemerkt als het slachtoffer een publieke taak uitoefende.
Uit de jaarrapportage van het Openbaar Ministerie volgt dat van alle VPT-zaken die
bij het Openbaar Ministerie binnenkomen 60% aan de rechter wordt voorgelegd en dat
is meer dan gemiddeld. De overige 40% wordt door het OM zelf afgedaan. Exacte cijfers
over hoe vaak een 200% hogere strafeis wordt geëist en hoe vaak dit wordt opgelegd
zijn niet betrouwbaar uit de managementinformatiesystemen van de Rechtspraak en het
Openbaar Ministerie te halen.
Vraag 5
Kunt u toelichten waarom zijn eigen instructie om de strafeis met 200% te verhogen
in de praktijk nauwelijks terug te zien is in de strafeis van de officier van justitie?
Antwoord 5
De verhoging van de strafeis met 200% is een uitgangspunt waarmee de officier van
justitie bij het formuleren van de strafeis rekening houdt. Door het wegen van alle
relevante factoren van het geval, komt de officier van justitie tot een op maat gesneden
(betekenisvolle) sanctie of strafeis.
Vraag 6
Kunt u een oordeel vellen over de toelichting die u hiervoor noemt en ziet u de bij
vraag 6 genoemde redenen zelf als een afdoende verklaring voor het uitblijven van
de 200%-strafeis?
Antwoord 6
Naast de 200% verhoging als uitgangspunt zullen door het Openbaar Ministerie, zoals
gezegd, ook andere factoren worden meegewogen (zoals de omstandigheden van het geval
en de persoon van de verdachte).
De beoordelingsruimte van de officier van justitie bij het formuleren van de strafeis
is een vrijheid die voortvloeit uit de wet, die eveneens inherent is aan het vervolgingsmonopolie
van het Openbaar Ministerie om een strafzaak af te doen. Het is derhalve niet aan
mij om in die strafrechtelijke beoordeling te treden. Wel veroordeel ik uiteraard
al het geweld tegen hulpverleners en anderen met een publieke taak.
Vraag 7
Deelt u de opvatting dat het essentieel is om 200% verhoging van de strafeis in de
praktijk veel vaker toe te passen om medewerkers met een publieke taak extra te beschermen
en daders beter af te schrikken?
Antwoord 7
In uw vraagstelling gaat u ervan uit dat de verhoging van de strafeis met 200% als
uitgangspunt medewerkers met een publieke taak extra beschermt. Ik wil ten eerste
benadrukken dat bescherming van werknemers vooral ligt in de fase die aan strafrechtelijke
interventie voorafgaat.
Desondanks kan een hogere strafeis een afschrikwekkende werking hebben mits daders
hiermee bekend zijn en daar ook gevoelig voor zijn. Aangezien daders van agressie
en geweld tegen werknemers met een publieke taak niet altijd een weloverwogen beslissing
voor hun daad lijken te nemen – denk aan verwarde personen – laat ik nader onderzoek
doen naar het type dader en hun motieven om agressie tegen werknemers met een publieke
taak beter te kunnen voorkomen.3 Zoals ik in mijn antwoord op vraag 3 al aangaf, is ook wetenschappelijk onderzoek
noodzakelijk om uiteindelijk aan agressie en geweld tegen werknemers met een publiek
taak het hoofd te kunnen bieden.
Vraag 8
Hoe gaat u ervoor zorgen dat uw eigen instructie, om een verhoogde strafeis op te
leggen bij geweldsdelicten tegen personen met een publieke taak, wordt uitgevoerd?
Antwoord 8
De verhoogde strafeis is vastgelegd in een instructie van het OM zelf. Zoals ook in
het antwoord op vraag 6 toegelicht treed ik niet in de beoordelingsruimte die wettelijk
aan het Openbaar Ministerie is toegekend. Wel voer ik zeer regelmatig het gesprek
met het Openbaar Ministerie over dit belangrijke onderwerp. Afgelopen jaarwisseling
hebben we helaas een groot aantal gevallen van geweld tegen personen met een publieke
taak gezien. De jaarwisseling wordt op dit moment geëvalueerd. Ook naar aanleiding
hiervan zal ik het gesprek met OM aangaan om te bespreken hoe de strafrechtelijke
aanpak van daders van dit onacceptabele geweld kan worden versterkt. In dit gesprek
zal ik ook de 200% strafeis wederom ter sprake brengen.
Vraag 9
Welke aanvullende maatregelen wilt u nemen om geweld tegen hulpverleners te voorkomen
en kunt u elk van de voorgenomen maatregelen toelichten?
Antwoord 9
Met het Wetsvoorstel aanscherping taakstrafverbod, dat op dit moment bij de Raad van
State ligt voor advies, leggen we wettelijk vast dat mishandeling van hulpverleners
en handhavers onacceptabel is en dat een taakstraf niet op zijn plaats is. Zoals ik
hiervoor in mijn antwoord op vraag 3 al aangaf, wordt door de overheid naast het strafrecht
ingezet op diverse andere maatregelen om geweld tegen hulpverleners te voorkomen.
Preventieve maatregelen (door de werkgever) gaan aan het strafrecht vooraf en moeten
aansluiten op de gesignaleerde knelpunten. Vanuit de Nederlandse Arbeidsinspectie
van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid wordt de werkgever hierin
ondersteund door onder andere een Werkinstructie agressie en geweld. Met toezicht
en handhaving beoogt de Arbeidsinspectie naleving van de arbeidsomstandighedenwet
en het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van incidenten van agressie en geweld.
Ondertekenaars
F. van Oosten, minister van Justitie en Veiligheid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.