Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van de leden Ellian en Becker over het bericht ‘Vader van vermoorde Ryan loopt vrij rond in Syrië, wat kan Nederland doen?’
Vragen van de leden Ellian en Becker (beiden VVD) aan de Ministers van Justitie en Veiligheid en van Buitenlandse Zaken over het bericht «Vader van vermoorde Ryan loopt vrij rond in Syrië, wat kan Nederland doen?» (ingezonden 1 december 2025).
Antwoord van Minister Van Oosten (Justitie en Veiligheid), mede namens de Minister
van Buitenlandse Zaken (ontvangen 12 januari 2026). Zie ook Aanhangsel Handelingen,
vergaderjaar 2025–2026, nr. 767
Vraag 1
Bent u bekend het bericht «Vader van vermoorde Ryan loopt vrij rond in Syrië, wat
kan Nederland doen»1?
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Bent u bereid concreet toe te lichten wat u kunt doen om straffeloosheid in zaken
zoals deze te voorkomen? Zo ja/nee, waarom?
Antwoord 2
Over lopende strafrechtelijke procedures kan ik geen uitspraken doen. In algemene
zin merk ik op dat straffeloosheid zoveel als mogelijk moet worden voorkomen, in het
bijzonder waar het gaat om zeer ernstige misdrijven. Ook in zaken met een internationale
context zetten alle betrokken Nederlandse autoriteiten, waaronder mijn departement,
zich daartoe in. Samen met het Openbaar Ministerie wordt in zaken zoals deze gekeken
naar verschillende mogelijkheden om tot gerechtigheid te komen. Een goede samenwerking
met de justitiële autoriteiten in het buitenland is hierbij een aspect dat een rol
speelt. Over het aangaan en versterken van deze samenwerkingsrelaties voert mijn departement
waar nodig overleg met het Ministerie van Buitenlandse Zaken.
Vraag 3 en 4
Bent u bereid te kijken naar de mogelijkheid tot het indienen van een rechtshulpverzoek,
en zo ja, acht u dit kansrijk en welke criteria hanteert u bij het indienen van rechtshulpverzoeken
als er geen adequaat verdrag is met een land als Syrië? Zo nee, wat gaat u dan doen?
Onder welke omstandigheden acht u het denkbaar dat u in overleg treedt over een rechtshulp-
en/of uitleveringsverdrag met Syrië?
Antwoord 3 en 4
Over individuele strafzaken, het contact daarover met een buitenlandse autoriteit
en de wijze waarop door een buitenlandse autoriteit wordt gehandeld, kan ik geen mededelingen
doen.
In zijn algemeenheid kan ik toelichten dat rechtshulpverzoeken worden ingediend op
verzoek van de officier van justitie of de rechter. Inzending naar het buitenland
vindt plaats door tussenkomst van mijn departement als centrale autoriteit, dat in
dit kader adviseert over de (on)mogelijkheden en de afweging om een verzoek al dan
niet te verzenden. Daarbij wordt waar nodig het Ministerie van Buitenlandse Zaken
betrokken.
Met Syrië bestaat momenteel geen justitiële rechtshulprelatie. Voor het aangaan van
een dergelijke wederzijdse rechtshulprelatie is het essentieel dat er een bestendige,
algemene diplomatieke relatie met een land is. Ook van belang is of een land partij
is bij relevante internationale verdragen, die bijvoorbeeld zien op de naleving van
fundamentele mensenrechten of op justitiële samenwerking in strafzaken. Om een verzoek
tot rechtshulp in te dienen is een bepaalde mate van vertrouwen in elkaars rechtssysteem
nodig. Daarnaast komen er verschillende praktische aspecten bij kijken en dient een
verzoek uitvoerbaar te zijn voor het bevraagde land. Al deze aspecten gelden des te
meer voor het sluiten van bilaterale rechtshulp- en uitleveringsverdragen, waar een
sterke mate van wederkerigheid bij komt kijken.
Het rechtssysteem in Syrië is sinds de val van het regime van president Assad, in
december 2024, nog in opbouw. Het kabinet blijft de ontwikkelingen nauwlettend volgen
in het licht van een mogelijke toekomstige samenwerkingsrelatie.
Vraag 5
Welke andere Europese landen hebben inmiddels rechtshulpverzoeken aan Syrië gedaan
en kunt u in overleg treden met deze landen om te bespreken hoe zij deze rechtshulpverzoeken
hebben voorbereid en welke voorwaarden daarbij zijn gesteld?
Antwoord 5
Ik ben niet bekend met rechtshulpverzoeken die andere (Europese) landen aan Syrië
hebben gedaan. Wellicht ten overvloede merk ik op dat ik geen uitspraken kan doen
over de justitiële rechtshulprelaties die andere landen aangaan met Syrië.
In Europa bestaan diverse overleggremia en samenwerkingsverbanden, zowel binnen de
Raad van Europa als de Europese Unie. Hierin delen landen best practices met elkaar en kunnen ervaringen over justitiële samenwerking met specifieke landen
worden uitgewisseld. Nederland is vertegenwoordigd in deze overlegstructuren en neemt
actief deel aan deze vormen van informatie-uitwisseling.
Vraag 6
Bent u bereid de zaak van de vermoorde Ryan bij elk diplomatiek (ambtelijk en politiek)
overleg met vertegenwoordigers van de Syrische regering blijvend onder de aandacht
te brengen om straffeloosheid te voorkomen? Zo ja, kunt u de Kamer hierover periodiek
informeren? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 6
Dit is een uiterst tragische zaak. Zowel het Ministerie van Buitenlandse Zaken als
mijn departement bezien of – met inachtneming van hetgeen hiervoor uiteen is gezet
– en op welke gepast moment, niveau en wijze de zaak onder de aandacht gebracht kan
worden bij vertegenwoordigers van de Syrische overgangsregering. Ik kan de Kamer hierover
niet periodiek informeren, aangezien ik niet in kan gaan op individuele strafzaken
en de al dan niet diplomatieke stappen die daarin worden gezet. Dit zou ook niet in
het belang zijn van de zaak, aangezien juist vertrouwelijkheid van diplomatiek verkeer
een relatie ten goede komt.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
F. van Oosten, minister van Justitie en Veiligheid -
Mede namens
D.M. van Weel, minister van Buitenlandse Zaken
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.