Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Ceder over het bericht ‘Pakistaanse voorganger doodgeschoten’
Vragen van het lid Ceder (ChristenUnie) aan de Minister van Buitenlandse Zaken over het bericht «Pakistaanse voorganger doodgeschoten» (ingezonden 18 december 2025).
Antwoord van Minister Van Weel (Buitenlandse Zaken) (ontvangen 12 januari 2026).
Vraag 1
Hoe luidt uw reactie op het bericht «Pakistaanse voorganger doodgeschoten»?1 Kunt u het bericht op basis van uw informatie bevestigen?
Antwoord 1
Betrouwbare contacten van de ambassade in Islamabad bevestigen het bericht. Geweld
tegen Christenen en mensen in het algemeen vanwege hun levensovertuiging en religie
keurt het kabinet te allen tijde af. Vrijheid van religie en vrijheid van meningsuiting
zijn fundamentele mensenrechten die voor iedereen gelden, ongeacht achtergrond of
overtuiging.
Vraag 2 en 3
Begrijpt u dat de Pakistaanse christelijke gemeenschap zeker ook weer de komende kerstdagen
vreest voor mogelijk geweld en dat zij zelf onvoldoende veiligheidsmaatregelen kan
treffen? Bent u van oordeel dat Pakistaanse christenen voldoende worden beschermd
en zo nodig beveiligd? Zo nee, welke stappen onderneemt u, zowel bilateraal als in
EU-verband, om te pleiten voor betere bescherming?
Herkent u de conclusies van mensenrechtenorganisaties en christelijke leiders dat
aanvallen op religieuze minderheden in Pakistan vaak ongestraft blijven en autoriteiten
vaak niet voor hen opkomen, bijvoorbeeld in het geval van de ontvoering en gedwongen
bekering van christelijke meisjes? Zo ja, welke stappen onderneemt u, zowel bilateraal
als in EU-verband om ervoor te zorgen dat de Pakistaanse rechtsstaat óók geldt voor
religieuze minderheden?
Antwoord 2 en 3
Het kabinet deelt de zorgen dat de veiligheid van Christenen en andere religieuze
minderheden in Pakistan onder druk staat. Nederland spreekt daarom regelmatig met
de Pakistaanse autoriteiten over de vrijheid van religie en levensovertuiging en het
belang van de bescherming van Christenen en andere religieuze minderheden. Dit gebeurt
zowel bilateraal, in Den Haag alsook via de Nederlandse ambassade in Islamabad, als
via diverse multilaterale fora. Ook de EU ambassadeur in Islamabad brengt het onderwerp
regelmatig op in gesprekken met de Pakistaanse autoriteiten. Ook ondersteunt de Nederlandse
ambassade in Islamabad diverse maatschappelijke organisaties die zich sterk maken
voor vrijheid van religie en levensovertuiging in Pakistan.
Vraag 4
Erkent u dat de blasfemiewetten in Pakistan worden misbruikt, door christenen valselijk
aan te klagen vanwege godslastering? Wat is uw huidige inzet op dit punt? Bent u bereid
om zich harder in te zetten tegen misbruik, danwel afschaffing van deze wetten?
Antwoord 4
Blasfemiewetten zijn diepgeworteld in de Pakistaanse samenleving en politiek. Het
beschermen van moslims en de islam in Zuid-Azië is een kernreden voor de oprichting
van het land. Pakistan is weinig ontvankelijk voor pogingen van andere landen of organisaties
om deze wetten aan te passen. Nederland zet zich zowel bilateraal als via diverse
multilaterale kanalen in om landen, waaronder Pakistan, aan te sporen tot het afschalen
en afschaffen van blasfemiewetgeving. Tijdens de Universal Periodic Review (UPR) in de Mensenrechtenraad in 2023 – het peer reviewmechanisme over mensenrechten
waar alle VN-landen aan kunnen deelnemen – heeft Nederland Pakistan aanbevolen juridische
en praktische maatregelen te nemen om misbruik van blasfemiewetten te voorkomen en
religieuze intolerantie aan te pakken. Daarnaast pleit Nederland ook in andere internationale
fora, zoals de International Religious Freedom or Belief Alliance (IRFBA), voor het afschaffen van de doodstraf voor blasfemie en afvalligheid.
Vraag 5
Hoe rijmt u de onveiligheid van christenen in Pakistan met de GSP+ (Generalized Scheme
of Preferences)-status die Pakistan heeft, waardoor het land profiteert van preferentiële
toegang tot de markt van de EU? Wanneer zou er reden zijn voor het intrekken van deze
status, als mensenrechten van religieuze minderheden structureel worden geschonden?
Antwoord 5
Pakistan is sinds 2014 een begunstigd land onder het GSP+ schema van het Generalized Scheme of Preferences (GSP). Als voorwaarde voor het verkrijgen van GSP+ status, heeft Pakistan 27 internationale
verdragen op het gebied van mensenrechten, arbeidsrechten, milieu en goed bestuur
geratificeerd.2 De effectieve implementatie van die verdragen door GSP+ begunstigde landen wordt
door de Europese Commissie (EC) gemonitord. Er is in december 2025 een monitoringsmissie
van de EC geweest, de rapportage wordt in februari 2026 verwacht. Tijdens de monitoringsmissie
zijn ook de rechten van (religieuze) minderheden en (valse) beschuldigingen van blasfemie
onder de loep genomen. Het monitoringsregime biedt de Europese Commissie en EU-lidstaten
een instrument om onvoldoende naleving van die verdragen aan de orde te stellen in
dialoog met begunstigde landen.
Indien sprake is van ernstige en systematische mensenrechtenschendingen, is de Europese
Commissie bevoegd een voorstel te doen om tariefpreferenties tijdelijk op te schorten.
Op dit moment acht de Commissie dat voor Pakistan niet aan de orde. Het kabinet zal
in lijn met motie-Ceder (Kamerstuk 32 735, nr. 391) in Europees verband het belang benadrukken van het meewegen van de situatie aangaande
vrijheid van religie en levensovertuiging en rechten van minderheden in de afwegingen
hieromtrent.
Vraag 6
Bent u bereid om de Kamer periodiek op de hoogte te houden van uw inzet op de vrijheid
en veiligheid van religieuze minderheden, zoals christenen in Pakistan? Zo nee, waarom
niet?
Antwoord 6
De vrijheid van religie en levensovertuiging is een van de prioriteiten van het Nederlandse
mensenrechtenbeleid. Aandacht voor de positie van christelijke gemeenschappen maakt
deel uit van de bredere Nederlandse inzet op vrijheid van religie en levensovertuiging
voor iedereen, zeker in landen waar christelijke gemeenschappen onder druk staan,
zoals Pakistan. De Kamer wordt periodiek over de Nederlandse mensenrechteninzet en
resultaten inclusief voor de vrijheid van religie en levensovertuiging in de jaarlijkse
mensenrechtenrapportage geïnformeerd.3
Ondertekenaars
D.M. van Weel, minister van Buitenlandse Zaken
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.