Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Schilder over het onbestrafte wegpiratengedrag op de A73
Vragen van het lid Schilder (PVV) aan de Minister van Justitie en Veiligheid over het onbestrafte wegpiratengedrag op de A73 (ingezonden 12 december 2025).
Antwoord van Minister Van Oosten (Justitie en Veiligheid) (ontvangen 12 januari 2026).
Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 780.
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht «Idiote actie op A73: auto’s blokkeren snelweg voor
race, politie kan niets doen»?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Hoe verklaart u dat de politie en het Openbaar Ministerie (OM) aangeven «weinig uit
te kunnen richten» tegen deze extreem gevaarlijke wegpiraterij, ondanks dat kentekens,
voertuigen én het gevaarzettend rijgedrag glashelder zichtbaar zijn op de beelden?
Deelt u de mening dat dit bijdraagt aan een gevoel van straffeloosheid?
Antwoord 2
De politie kan tegen dergelijk rijgedrag in ieder geval optreden als agenten de overtreding
of het misdrijf zelf hebben waargenomen. Het komt echter vaak voor dat bestuurders
na een melding aan de politie, snel weer vertrokken zijn waardoor een constatering
op heterdaad niet meer mogelijk is. Indien er voldoende aanknopingspunten zijn, kan
er echter ook op basis van beelden op bijvoorbeeld social media wel degelijk een onderzoek
gestart worden. Er zijn verschillende voorbeelden van zaken waarbij op basis van beelden
op sociale media of van een dashcam uiteindelijk een onderzoek is gestart en die tot
een veroordeling hebben geleid. De beelden alleen zijn echter vaak niet voldoende
om tot een boeteoplegging of veroordeling te komen. Dit komt omdat ook bekend moet
zijn wie de daadwerkelijke bestuurder was en omdat op beelden vaak relevante context
ontbreekt. Het is veelal ook ingewikkeld om de authenticiteit van de beelden vast
te stellen. Er moet bijvoorbeeld vastgesteld worden of de beelden niet gemaakt zijn
met artificiële intelligentie en of de data en tijden kloppen.
Ook in deze specifieke zaak heeft de politie onderzoek gedaan, wat uiteindelijk heeft
geleid tot het opleggen van boetes voor rechts inhalen en rijden op de vluchtstrook.
Omdat de daadwerkelijke bestuurders niet achterhaald konden worden, was het in deze
zaak enkel mogelijk om Mulderboetes op te leggen. Een Mulderboete kan namelijk aan
de kentekenhouder worden opgelegd. Het kenteken is vaak op beelden wel te zien, maar
niet de daadwerkelijke bestuurder.
Vraag 3
Bent u het ermee eens dat het onacceptabel is dat dergelijke ernstige verkeersdelicten
onbestraft kunnen blijven, enkel omdat politieagenten het gedrag niet «met eigen ogen»
hebben gezien? Welke mogelijkheden ziet u om moderne videobeelden (zoals dashcams)
wél als zelfstandig bewijs te kunnen gebruiken?
Antwoord 3
Dit gedrag is inderdaad onacceptabel en gevaarlijk. Zoals ook aangegeven in mijn antwoord
op vraag 2, is het niet onmogelijk om, zonder dat een agent de overtreding met eigen
ogen heeft gezien, tot een onderzoek over te gaan. De beelden kunnen in de regel niet
als zelfstandig bewijs gebruikt worden omdat echtheid en betrouwbaarheid van de beelden
gecontroleerd moet worden. Er is dan aanvullend bewijs nodig. Om over te kunnen gaan
tot strafrechtelijke vervolging moet daarnaast worden vastgesteld wie de daadwerkelijke
bestuurder was en ook meer informatie bekend zijn over hoe de overtreding tot stand
is gekomen. Het is van belang dat degene die de beelden aanbiedt in de aangifte ook
verklaart hoe dat beeldmateriaal tot stand is gekomen en wat zijn/haar eigen rol was
in die situatie.
Vraag 4
Hoe beoordeelt u de uitspraak van de politie dat men «niet in actie kan komen op basis
van een filmpje op Dumpert», terwijl het hier gaat om potentieel levensgevaarlijk
gedrag dat het verkeer op een snelweg volledig lamlegt? Bent u bereid het OM en de
politie meer ruimte te geven om juist wél op dergelijke beelden op te treden?
Antwoord 4
Zoals ook in de antwoorden op vraag 2 en 3 is aangegeven zijn er voor de politie wel
mogelijkheden om in actie te komen. Hiervoor zijn geen extra bevoegdheden nodig. Het
gaat om het verzamelen en veredelen van informatie. Er moet steeds per zaak worden
afgewogen of er een onderzoek gestart wordt. Dit is altijd afhankelijk van de vraag
of er voldoende aanknopingspunten voor verder onderzoek zijn, de ernst van het feit,
de prioritering en de beschikbare capaciteit.
Vraag 5
Deelt u de opvatting dat dit soort incidenten, waarbij weggebruikers moedwillig anderen
in levensgevaar brengen, eerder aangemerkt zouden moeten worden als zwaardere misdrijven
in plaats van slechts een verkeersovertreding?
Antwoord 5
Het organiseren en/of deelnemen aan een straatrace is al een misdrijf, ook zonder
dat er een ongeval veroorzaakt wordt of er concreet gevaar ontstaat (artikel 10 Wegenverkeerswet
1994). Ook de overige gedragingen die in het artikel genoemd worden, zoals het blokkeren
van een snelweg, het over de vluchtstrook rijden, en het met meer dan 40 km/u te hard
rijden op een snelweg worden niet gezien als lichte verkeersovertredingen. Deze overtredingen
vallen allemaal onder het strafrecht. Indien de combinatie van overtredingen geclassificeerd
wordt als zeer gevaarlijk rijgedrag (artikel 5a Wegenverkeerswet 1994) is er sprake
van een misdrijf. Voor overtreding van zowel artikel 10 als artikel 5a Wegenverkeerswet
kan gevangenisstraf van maximaal 2 jaar, een geldboete van de vierde categorie en/of
een ontzegging van de rijbevoegdheid van maximaal 5 jaar worden opgelegd. De straffen
lopen op als er een ongeval wordt veroorzaakt en nog verder als er daarbij ook letsel
wordt veroorzaakt (artikel 6 Wegenverkeerswet 1994). In deze casus zijn er overtredingen
geconstateerd die onder de wet Mulder vallen en daarmee enkel als verkeerovertredingen
zijn gedefinieerd. Deze overtredingen kunnen op kenteken worden geconstateerd en afgedaan.
Dat is in deze casus ook gebeurd.
Vraag 6
Wat gaat u op korte termijn doen om dit soort levensgevaarlijke wegblokkades en races
op snelwegen streng te vervolgen en wanneer kan de Kamer voorstellen verwachten die
deze evidente handhavingsgaten dichten?
Antwoord 6
Het Openbaar Ministerie bepaalt per zaak of er overgegaan wordt tot vervolging. Zoals
toegelicht in bovenstaande antwoorden, is er geen sprake van evidente handhavingsgaten
die gedicht moeten worden.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
F. van Oosten, minister van Justitie en Veiligheid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.