Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van de leden Bühler en Inge van Dijk over het wegvallen van de inzet van vrijwillige duikteams bij opsporing en berging
Vragen van de leden Bühler en Inge van Dijk (beiden CDA) aan de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid over het wegvallen van de inzet van vrijwillige duikteams bij opsporing en berging (ingezonden 19 november 2025).
Antwoord van Staatssecretaris Nobel (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) (ontvangen
8 januari 2026). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 573.
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht dat vrijwillige amateurduikers door nieuwe veiligheidsregels
niet langer ingezet zouden mogen worden bij het bergen van vermiste personen of stoffelijke
overschotten in wateren in Nederland?1
Antwoord 1
Ja, ik ben bekend met dit bericht.
Vraag 2
Deelt u de mening dat hiermee een waardevolle en betrokken vorm van burgerinitiatief
en maatschappelijke dienstbaarheid ten onrechte verloren dreigt te gaan?
Antwoord 2
Nee, deze mening deel ik niet. Het beeld dat regels zijn aangescherpt en vrijwillige
amateurduikers hierbij niet langer ingezet kunnen worden, klopt niet. Ik werk samen
met de Stichting Werken onder Overdruk (SWOD) en andere belanghebbenden juist aan
een versoepeling van de regels om vrijwilligersinitiatieven in de toekomst mogelijk
te maken.
De versoepelde regels worden gebaseerd op het advies «Vrijwilligers en Duiken» van
4 juni 2025 van een werkgroep onder leiding van de SWOD. Dit advies is op mijn verzoek
opgesteld en dit heb ik eerder aan uw Kamer gezonden.2 Aan de werkgroep namen deel: de Nederlandse Onderwatersportbond voor sportduikers
(NOB), de Dutch National Scientific Diving Committee (DNSDC), de Rijksdienst voor
Cultureel Erfgoed (RCE), de civiele duikindustrie en het Ministerie van Defensie.
De voorgestelde regels zijn tot stand gekomen na een volledige risicobeoordeling van
het systeem. In het advies zijn ook de duikmedische normen opgenomen die eerder beoordeeld
waren door de projectgroep «duikmedische zaken», eveneens onder leiding van de SWOD.
Het advies bevat voorstellen tot versoepeling van de regels voor vrijwilligers die
duikarbeid verrichten zonder dat dit extra risico’s met zich meebrengt. Denk hierbij
aan aangepaste lichtere medische keuringen op basis van geschikte sportduikbrevetten
in plaats van registratie-eisen, zoals deze voor beroepsduikers gelden. Ik zal bij
het vereenvoudigen van de voorschriften het advies van de werkgroep als uitgangspunt
nemen.
Vraag 3
Klopt het dat de politie op dit moment niet beschikt over voldoende professionele
duikcapaciteit om op korte termijn overal in het land te kunnen reageren op vermissingen
of mogelijke noodsituaties onder water?
Antwoord 3
De capaciteit van de politie, de brandweer en defensie blijkt in de praktijk voldoende
te zijn voor de benodigde inzet bij zoek- en bergingstaken. Afhankelijk van de situatie
en locatie zijn in Nederland verschillende organisaties verantwoordelijk voor de inzet
van duikcapaciteit. Voor het zoeken naar en bergen van vermiste personen en bewijsmiddelen
onder water heeft de politie een specialistisch team ingericht dat beschikt over duik-,
sonar- en speurhonden capaciteit. Dit team opereert landelijk en wordt gemiddeld 180
keer per jaar ingezet.
Daarnaast beschikt de brandweer over duikteams die, in samenwerking met de politie,
ingezet kunnen worden in geval van nood dan wel in het kader van openbare orde en
veiligheid. En defensie heeft beschikbare duikcapaciteit voor inzet op de Noordzee,
de kustwateren en het IJsselmeer. Ten slotte kan het Openbaar Ministerie een verzoek
doen voor militaire bijstand van defensieduikteams als de politie hiervoor extra capaciteit
nodig heeft voor onder andere vermissingen of het zoeken naar bewijslast.
Vraag 4
Deelt u de mening dat het onwenselijk is als nabestaanden van vermiste personen langer
in onzekerheid blijven omdat professionele duikcapaciteit beperkt is en niet direct
inzetbaar is?
Antwoord 4
Voor vermiste personen en nabestaanden is het van belang dat adequaat wordt gehandeld
en indien nodig duikcapaciteit beschikbaar is. Bij mij zijn geen gevallen bekend waarbij
geen duikers en/of sonar konden worden ingezet vanwege onvoldoende duikcapaciteit.
Beperkende factoren voor inzet kunnen zijn: de locatie, omstandigheden en duur van
de zoekacties.
Vraag 5
Kunt u inzicht geven in hoe vaak de afgelopen vijf jaar vrijwillige duikteams zijn
ingezet, in hoeveel gevallen dat tot een succesvolle vondst leidde, en in hoeveel
gevallen dit daadwerkelijk tot gevaarlijke situaties leidde?
Antwoord 5
De Werkgroep Ongevallen Registratie (WOR) van de Nederlandse Onderwatersport Bond
(NOB) houdt de DOSA (Duik Ongevallen Statistiek Analyse) bij en rapporteert jaarlijks.
De DOSA maakt geen onderscheid tussen ongevallen bij recreatief duiken, waarbij er
geen organisatie verantwoordelijk is en vrijwillige duikarbeid, waarbij er wel een
organisatie achter de activiteit verantwoordelijk is. Het is daarom niet mogelijk
om uit deze registratie op te maken in hoeveel gevallen vrijwillige duikteams worden
ingezet. En ook niet in welke gevallen dit tot gevaarlijke situaties leidde.
Ik heb daarom uw vraag voorgelegd aan de stichting Signi Zoekhonden en de stichting
Onderzoek Maritieme Vermisten (OMV). De stichting Signi Zoekhonden geeft aan dat in
de afgelopen vijf jaar in Nederland geen vrijwillige duikers zijn ingezet, behalve
in het buitenland (Roemenië), waarbij de duikers het lichaam hebben gevonden en geborgen.
De OMV houdt geen gegevens hierover bij.
Vraag 6
Kunt u uiteenzetten op basis van welke overwegingen en welk formeel besluit de inzet
van deze vrijwillige duikers niet is toegestaan?
Antwoord 6
In de huidige situatie mogen sportduikers als vrijwilliger duikarbeid verrichten indien
zij aan de voorschriften voor duikarbeid voldoen. Als zij daar niet aan voldoen, is
dat niet toegestaan. Zodra een sportduiker meer doet dan recreatief duiken en als
vrijwilliger arbeid verricht, is sprake van werken onder overdruk en gelden de reguliere
voorschriften.
Vraag 7
Klopt het dat het verbod voortkomt uit aangescherpte beroepsnormen die in de praktijk
niet van toepassing zouden moeten zijn op vrijwilligerswerk zonder winstoogmerk? Zo
ja, acht u die strikte toepassing proportioneel en noodzakelijk?
Antwoord 7
Nee, dit klopt niet. Er is momenteel geen verbod op duikarbeid door vrijwilligers.
Als vrijwilligers duikarbeid willen verrichten, gelden de reguliere voorschriften.
De normen voor beroepsduikers zijn ook niet aangescherpt. Op basis van het advies
van de SWOD voor de aanpassing van de regels ga ik de bestaande regels juist vereenvoudigen.
Omdat het advies tot stand is gekomen na een volledige risicobeoordeling van alle
vormen van duiken, zowel in de beroepsmatige context als in de recreatieve context,
geeft het advies de kans om de wettelijke voorschriften zo aan te passen dat voor
alle vormen van duikactiviteiten de risico’s zijn bepaald en ook de daarbij behorende
kwalificaties en beperkingen. Daarmee kan voor arbeid door vrijwilligers aangesloten
worden bij bestaande kwalificaties in de sportduikwereld en zijn geen aanvullende
kwalificaties nodig. En dit biedt ook duidelijkheid voor vrijwilligersorganisaties
en hun verantwoordelijkheid richting de vrijwilligers die zij inzetten.
Vraag 8
Klopt het dat de werkinstructie die nu opgesteld wordt slechts een leidraad is? Zo
ja, onder welke voorwaarden kan daarvan afgeweken worden?
Antwoord 8
Vrijwilligersorganisaties moeten voor vrijwilligers die duikarbeid verrichten, in
alle gevallen de risico’s inventariseren en werkinstructies opstellen voor de duikactiviteiten.
Dat geldt nu ook al en dit zal niet veranderen na aanpassing van de wettelijke voorschriften.
Om deze organisaties daarbij te ondersteunen, wordt door de NOB een document opgesteld
dat de leidraad wordt genoemd of de werkinstructie, om te helpen daar op een goede
manier invulling aan te geven. De leidraad bevat ook maatregelen volgens de laatste
stand van de techniek en de professionele dienstverlening met ruimte voor de organisaties.
Zolang het risico maar op gelijk niveau afgedekt blijft. Dit document is nog in de
concept-fase. Het document is een hulpmiddel en heeft geen wettelijke status.
Als vrijwilligersorganisaties op een andere manier de risico- inventarisatie en de
werkinstructie invulling willen geven is dat evengoed mogelijk. Zo lang de organisator
van de duikactiviteit maar aan kan tonen dat de veiligheid van de vrijwilligersactiviteit
op een vergelijkbaar niveau geborgd is.
Vraag 9
In hoeverre is voldoende getoetst bij de toekomstige gebruikers of deze leidraad voldoende
aansluit bij de gebruikelijke werkwijze of dat er waarschijnlijk veel afwijkingen
noodzakelijk zijn?
Antwoord 9
Bij het opstellen van het advies hebben de leden van de projectgroep van SWOD, alle
belanghebbende partijen geconsulteerd. Door de Nederlandse Onderwatersport Bond (NOB)
is onder anderen met de Stichting Maritiem Onderzoek Nederland (STIMON) en de Landelijke
Werkgroep Archeologie onder Water (LWAOW) afgestemd. Ik verwacht daarom niet dat de
leidraad onvoldoende aansluit bij de gebruikelijke werkwijze of dat er veel afwijkingen
noodzakelijk zijn. Naar aanleiding van het artikel in de Telegraaf heeft de NOB op
haar website de vrijwilligersorganisaties aangeboden in overleg na te gaan over welke
ondersteuning zij nodig hebben om zelf goede werkinstructies en risico- inventarisaties
op te stellen.
In een persoonlijk gesprek met de LWAOW en de STIMON heb ik aanvullend aangeboden
dit gesprek te willen organiseren. De partijen zijn op mijn uitnodiging ingegaan en
zijn inmiddels uitgenodigd voor een workshop hierover begin 2026. In het gesprek heb
ik ook aangegeven dat de partijen bij de wijziging van de regels hun visies kunnen
inbrengen tijdens de consultatierondes.
Vraag 10
Klopt het dat de Nederlandse Onderwatersport Bond (NOB) de werkinstructie dit najaar
zal afronden en publiceren? Zo ja, kunt u toezeggen dat bij de publicatie van deze
werkinstructie ook gecommuniceerd zal worden hoe vrijwillige amateurduikers hier van
af kunnen wijken?
Antwoord 10
De publicatie van de leidraad of werkinstructie kan pas plaatsvinden als de regelgeving
op het punt van vrijwillige duikarbeid is aangepast. Ik streef ernaar dit medio 2026
te doen. De NOB geeft vervolgens voorlichting over de conceptleidraad en heeft aangegeven
om te assisteren bij het opstellen van de specifieke werkinstructies.
Vraag 11
Wilt u de Kamer vóór het kerstreces informeren over de mogelijkheden om de inzet van
amateurduikers op een veilige en verantwoorde manier weer mogelijk te maken?
Antwoord 11
Ik heb uw vragen voor het Kerstreces beantwoord. Zoals in mijn antwoorden aangegeven
klopt het beeld niet dat regels zijn aangescherpt en vrijwillige amateurduikers niet
langer ingezet kunnen worden. Ik werk samen met de Stichting Werken onder Overdruk
(SWOD) en andere belanghebbenden juist aan een versoepeling van de regels om vrijwilligersinitiatieven
in de toekomst mogelijk te maken. Ik streef ernaar de aanpassingen in de regelgeving
medio 2026 gereed te hebben.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
J.N.J. Nobel, staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.