Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van de leden Faber en Lammers over de uitzending van ‘Bureau Utrecht’ d.d. 4 november 2025 waarin te zien is dat de politie na een aanhouding moet vluchten uit een Utrechtse wijk voor geweld van buurtbewoners
Vragen van de leden Faber en Lammers (beiden PVV) aan de Ministers van Justitie en Veiligheid en van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over de uitzending van «Bureau Utrecht» d.d. 4 november 2025 waarin te zien is dat de politie na een aanhouding moet vluchten uit een Utrechtse wijk voor geweld van buurtbewoners (ingezonden 18 november 2025).
Antwoord van Minister Van Oosten (Justitie en Veiligheid), mede namens de Minister
van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (ontvangen 5 januari 2026). Zie ook
Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 610.
Vraag 1
Bent u bekend met de aflevering van Bureau Utrecht van 4 november 2025, waarin te
zien is dat agenten moeten vluchten geweld van buurtbewoners?1 Deelt u de mening dat dit soort beelden het gezag en aanzien van zowel de politie
als de overheid ernstig schaden?
Antwoord 1
Ik ben bekend met de uitzending van «Bureau Utrecht». Laat ik voorop stellen dat agressie
en geweld tegen politiemedewerkers onacceptabel is. Zij zetten zich dagelijks in voor
onze veiligheid. Dit kan alleen als zij veilig hun werk kunnen uitvoeren.
Zowel de werkgever als de politiemedewerkers zelf nemen maatregelen om het risico
op agressie en geweld te verkleinen. Politiemedewerkers worden getraind om in situaties
een afweging te maken wanneer en hoe zij handelen. Hieronder valt het (tijdelijk)
tactisch terugtrekken als hun veiligheid niet gewaarborgd kan worden. Ook heeft de
politie als werkgever een «Integrale Aanpak Geweld Tegen Politieambtenaren» vastgesteld
waarin eenduidige registratie, kennisontwikkeling, opleiding van politiemedewerkers
en vroegsignalering van incidenten centraal staat. Daarnaast biedt de werkgever een
politiemedewerker waar nodig zorg, aandacht en ondersteuning.
Als Minister van Justitie en Veiligheid treed ik niet in individuele afwegingen die
politiemedewerkers maken tijdens het uitvoeren van hun werk. Ik ondersteun iedere
beslissing om veilig en gezond te kunnen werken en zie dit niet als verlies van aanzien
van de politieorganisatie. Daarbij merk ik op dat er verschillende manieren zijn om
op te treden. De politie heeft een lange adem en een groot arsenaal van interventiemogelijkheden.
Afhankelijk van wat de situatie vraagt, betekent dit de ene keer dat meteen stevig
wordt opgetreden, een andere keer dat dat op een later moment gebeurt.
Vraag 2
Deelt u de mening dat de politie moet beschikken over voldoende middelen en bevoegdheden
om haar taken te kunnen uitvoeren en haar gezag te behouden? Zo ja, bent u bereid
om nadere middelen en bevoegdheden toe te wijzen?
Antwoord 2
De politie beschikt over voldoende bevoegdheden en middelen om haar taken te kunnen
uitvoeren. Indien de gevaarzetting groter of massaler wordt, kan de politie opschalen
naar geweldspecialisten, zoals de Mobiele Eenheid en de hondengeleiders. Deze geweldspecialisten
beschikken over aanvullende middelen en werken veelal in groepsverband.
Vraag 3
Bent u op de hoogte van de uitspraken van presentator Ewout Genemans en de burgemeester
van Utrecht in de uitzending van Pauw en De Wit op 4 november 2025 waarin zij stellen
dat het hier niet gaat om een uitzonderingssituatie maar dit vaker gebeurt? Deelt
u de mening dat het onacceptabel is dat de burgemeester dit laat gebeuren? Zijn er
al stappen ondernomen om dergelijke situaties te voorkomen?
Antwoord 3
Beslissingen over de politie-inzet in het kader van de openbare orde zijn aan de burgemeester
die belast is met de handhaving van de openbare orde in diens gemeente. De burgemeester
heeft daarbij het gezag over de politie. Hierover legt de burgemeester desgevraagd
verantwoording af aan de gemeenteraad. De politie van Utrecht treedt onder gezag van
de burgemeester wel degelijk in deze situaties handhavend op.
Vraag 4 en 5
Bent u het er mee eens dat er nooit toegestaan mag worden dat tuig hele wijken overnemen
en «No Go» zones ontstaan? Kunt u aangeven in welke gemeenten en met welke frequentie
deze situaties zich nog meer voordoen? En zijn hier al maatregelen tegen getroffen?
Deelt u de mening dat de burgemeester in dit soort situaties moet optreden? Welke
mogelijkheden heeft de burgemeester in deze situaties en ziet u mogelijkheden om deze
verder uit te breiden?
Antwoord 4 en 5
Het is vanzelfsprekend onwenselijk als er gebieden zijn waar mensen onveilig zijn
of zich onveilig voelen. Van een «no go» zone is in deze situatie geen sprake. Het is verder zoals bij de beantwoording van
vraag 3 aangegeven aan de burgemeester om de openbare orde in diens gemeente te handhaven.
De burgemeester beschikt daarbij over verschillende wettelijke bevoegdheden. Het is
aan de burgemeester om deze -gelet op de situatie die zich in de gemeente voordoet-
toe te passen.
Vraag 6
Bent u bereid de korpschef ter verantwoording te roepen en concrete maatregelen af
te spreken teneinde een einde te maken aan dergelijke absurde situaties?
Antwoord 6
Ik sta voor onze politiemedewerkers die elke dag hun belangrijke werk in de wijken
doen. Zij moeten hiervoor voldoende zijn toegerust en dat is het geval, zoals ik boven
reeds heb aangegeven.
Ik zie geen aanleiding om de korpschef ter verantwoording te roepen. Het is namelijk
belangrijk dat de politie en de burgemeester, die het gezag heeft over dit optreden,
voldoende steun krijgen en ruimte houden om wettelijke bevoegdheden toe te passen
om ordeverstoringen te bestrijden.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
F. van Oosten, minister van Justitie en Veiligheid -
Mede namens
F. Rijkaart, minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.