Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Van Nispen over het artikel hoe de jacht op ‘verdachte’ inwoners in de armste wijken ontspoort
Vragen van het lid Van Nispen (SP) aan de Ministers van Justitie en Veiligheid en van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid over het artikel hoe de jacht op «verdachte» inwoners in de armste wijken ontspoort (ingezonden 10 juni 2025).
Antwoord van Minister Van Weel (Asiel en Migratie) en van Minister Keijzer (Volkshuisvesting
en Ruimtelijke Ordening) (ontvangen 22 juli 2025). Zie ook Aanhangsel Handelingen,
vergaderjaar 2024–2025, nr. 2601.
Vraag 1
Bent u bekend met het artikel van Follow the Money waarin onderzoek is gedaan naar
de aanpak van ondermijning in de armste wijken, zoals in Zaandam?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Kunt u in algemene zin reflecteren op de handelwijze van het interventieteam met de
voorbeelden die in dit artikel worden genoemd?
Antwoord 2
In het hele land is de afgelopen jaren door nationale, regionale en lokale overheden
gewerkt aan een sterke en brede aanpak van ondermijning door georganiseerde criminaliteit.
Tegen ondermijnende criminaliteit wordt hard opgetreden, maar de waarborgen voor grondrechten
van burgers mogen hierbij nooit in het geding komen. Het integrale interventieteam
is onderdeel van de lokale gebiedsgerichte aanpak tegen ondermijning en valt onder
de bevoegdheid van de burgemeester.
Desgevraagd heeft de gemeente Zaanstad aangegeven de signalen uit de publicatie van
FTM ten aanzien van de communicatie en de interne werkwijze nader te onderzoeken op
juistheid en achtergrond. De gemeente heeft daarnaast in juni 2023 een adviesbureau
gevraagd om het interventieteam langdurig kritisch te volgen (effecten, systeem, werkwijze,
lessen). Ook is in het voorjaar van 2025 aan een adviesbureau gevraagd om advies te
geven over de effectiviteit van de Ondermijningsaanpak in Zaandam Oost, met in het
bijzonder het samenbrengen van beleid en uitvoering. De uitkomsten van deze onderzoeken
verschijnen deze zomer en worden betrokken bij het nadere onderzoek van de gemeente.
Zaanstad geeft aan open te staan voor verbeteringen in haar cultuur, structuur en
samenwerking als dat nodig blijkt te zijn.
Zaanstad heeft de inhoud van het artikel breed besproken. De bespreking met de raad
vond plaats op 19 juni jl. De bespreking is terug te zien op de website van de gemeenteraad.2
Vraag 3
Kunt u in algemene zin reflecteren op het woordgebruik van het interventieteam in
de passages van de groepsapps van het artikel?
Antwoord 3
Ambtenaren dienen zich te onthouden van discriminatoir of anderszins denigrerend taalgebruik
richting individuele burgers of groepen in de samenleving. Daarom is het goed dat
de burgemeester van Zaanstad nader onderzoek doet naar het handelen van het interventieteam,
zoals toegelicht in het antwoord op vraag 2.
Vraag 4
Kunt u reflecteren op de zorgelijke berichten dat ambtenaren zich gedwongen voelen
om mee te doen aan de harde aanpak ten aanzien van ondermijning en criminaliteit in
Zaanstad?
Antwoord 4
De inzet op de aanpak van ondermijning vanuit het lokale bestuur is van groot belang.
Hierbij geeft het lokale bestuur haar eigen aanpak vorm binnen de lokale context en
beziet wat lokaal nodig is.
Het is belangrijk dat iedere ambtenaar ruimte heeft om tegenspraak te bieden. In die
gevallen dat er ongemak ontstaat over de inzet van organisatie of persoon en ambtenaren
zich onvoldoende gehoord voelen, kunnen ambtenaren terecht bij de vertrouwenspersoon
of integriteitscoördinator, dit is ook mogelijk in de gemeente Zaanstad. Daarnaast
heeft de gemeente in reactie op de signalen uit het artikel twee medewerkersbijeenkomsten
georganiseerd en medewerkers de expliciete uitnodiging gedaan om zich uit te spreken.
Vraag 5
Op welke plekken wordt de onconventionele aanpak van interventieteams ondermijning
op eenzelfde of soortgelijke wijze georganiseerd als in Zaandam?
Antwoord 5
Binnen de lokale aanpak van ondermijning door georganiseerde criminaliteit hebben
meerdere gemeenten en regio’s integrale teams opgezet, die gezamenlijk cases oppakken
en gezamenlijk huisbezoeken uitvoeren. Deze interventieteams werken in sommige gevallen
samen onder het Regionaal Informatie- en Expertisecentrum (hierna: RIEC) in de bestrijding
van georganiseerde en ondermijnde criminaliteit, zoals het interventieteam van Zaandam-Oost.
De RIEC-deelnemers wisselen informatie- en gegevens uit op basis van de Wet gegevensverwerking
in samenwerkingsverbanden. Het RIEC levert op basis van die informatie en gegevens
een interventieadvies aan het interventieteam. De instanties en organisaties in het
interventieteam voeren zelfstandig of samen interventies uit binnen hun eigen wettelijke
kaders.
Ook zijn er handhavingsinterventieteams van gemeenten die partners kunnen vragen om
mee te gaan met huisbezoeken. Reden hiervoor is dat er sprake kan zijn van multi-problematiek
op het gebied van zorg-, werk-, het sociaal- en veiligheidsdomein.
Vraag 6
Kunt u aangeven waarom de behandeling van mensen per wijk verschilt en sommige wijken
vaker worden gecontroleerd harder worden aangepakt? Is dat op zichzelf toegestaan
en op welke grond? Vindt u dit wenselijk?
Antwoord 6
Alhoewel het reguliere sectorale beleid voor het overgrote deel van de Nederlanders
in gemeenten en wijken toereikend is, zijn er ook verschillende wijken en gebieden
die te maken hebben met een langdurige concentratie en stapeling van problemen op
het gebied van onderwijs, werkloosheid, armoede (inkomen en schulden), gezondheid,
de kwaliteit van de woon- en leefomgeving, veiligheid en criminaliteit en ondermijning,
waardoor dit reguliere beleid onvoldoende is.3
In aanvulling op sectorale interventies is in deze wijken en gebieden een meer integrale
aanpak – op meerdere terreinen tegelijk – nodig, zodat problemen van een gezin, wijk
of buurt daadwerkelijk kunnen worden opgelost. Doordat omstandigheden in wijken verschillen,
verschilt de aanpak ook.4 Daarom startte het vorige kabinet in 2022 het Nationaal Programma Leefbaarheid en
Veiligheid (NPLV). Doel is een verbetering van de leefbaarheid en veiligheid van 20
kwetsbare gebieden.5
Vraag 7
Deelt u de mening dat een verschillende aanpak per wijk ook bij voorbaat al resulteert
in een ongelijke aanpak per persoon en dat dit ongewenst is?
Antwoord 7
Nee. In zijn algemeenheid is hier het volgende over te zeggen. Een ongelijke aanpak
is soms te rechtvaardigen omdat de problematiek daar aanleiding toe geeft. In sommige
wijken of gebieden kunnen meer delicten op het gebied van georganiseerde en ondermijnende
criminaliteit voorkomen dan in andere delen van een gemeente. Dan is het ook te rechtvaardigen
dat hier extra aandacht voor is.
Vraag 8
Erkent u dat een verschillende aanpak per wijk het grote risico met zich meebrengt
van onjuiste data, in die zin dat als je bijvoorbeeld alleen controleert op fraude
in armere wijken ook uit je dataset na verloop van tijd zal gaan blijken dát fraude
zich meer of alleen voordoet in armere wijken? Zo nee, waarom niet? Zo ja, welke consequenties
moet dit volgens u hebben?
Antwoord 8
Nee. Monitoring en evaluatie is gebaseerd op zowel kwalitatieve als kwantitatieve
data.
Zoals bijvoorbeeld de Leefbaarometer en het Dashboard zicht op wijken, waarin data
landelijk met elkaar vergeleken wordt.
Onderzoekers en beleidsmakers dienen zich bij de analyse en duiding van dit soort
data altijd bewust te zijn van de context waarin deze data zijn verzameld.
Omgekeerd werkt het ook zo, dat data zicht kunnen geven op waar problematiek zich
concentreert en waar extra inzet helpend kan zijn. Zo geven cijfers van de concentratie
van onderwijsachterstanden op scholen bijvoorbeeld aanleiding om extra in te zetten
op kwaliteit en aanvullend aanbod, zodat ook de kinderen op deze scholen gelijke kansen
krijgen.
Vraag 9
Wat vindt u van de uitspraken van ambtenaren dat als deze aanpak in een villawijk
had plaatsgevonden de gemeente advocaten op hun dak had gekregen maar dat het in de
armere wijken wel kan omdat wordt vernomen dat mensen geen idee hebben welke rechten
ze hebben?
Antwoord 9
De aanpak van ondermijning moet in alle gevallen en ongeacht in welke wijk(en) binnen
de wettelijke kaders worden uitgevoerd. Op het moment dat het vermoeden bestaat dat
dit niet het geval is, is het van belang dat door de gemeente (juridisch) getoetst
wordt of (grond)rechten voldoende gewaarborgd zijn.
Daarnaast is het van belang dat de toegang tot het recht voor eenieder laagdrempelig
en dichtbij wordt ingericht, ook in de kwetsbare wijken. Juist om deze reden is het
kabinet met het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid (NPLV) in contact met
de 20 focusgebieden, waaronder Zaandam-Oost, om de toegang tot eerstelijns rechtshulp
verder te verbeteren, zodat het bereik onder inwoners zo groot mogelijk is.
Vraag 10
Wat vindt u van de geluiden dat er bij voorbaat vanuit wordt gegaan dat mensen crimineel
zijn en dat er ook mogelijk sprake is van discriminatie in de aanpak in Zaandam?
Antwoord 10
Eenieder is onschuldig tot het tegendeel is bewezen. Het uitgangspunt is dat inwoners
van Nederland, en dus ook ambtenaren, zich dienen te onthouden van iedere vorm van
discriminatie. De gemeente Zaanstad heeft aangegeven onderzoek te doen naar de werkwijze.
Zie hiervoor ook het antwoord onder vraag 2.
Vraag 11
Hoe worden de grondrechten van inwoners gewaarborgd? Wie ziet daarop toe?
Antwoord 11
Grondrechten, zoals het discriminatieverbod en het recht op eerbiediging van de persoonlijke
levenssfeer, gelden voor iedereen die te maken heeft met de overheid in al haar hoedanigheden.
Dat betekent dat ambtenaren grondrechten bij de uitvoering van hun werkzaamheden dienen
te respecteren.
Vraag 12
Wat vindt u ervan dat ambtenaren zich niet veilig voelden om een integriteitsmelding
te doen ten aanzien van de harde aanpak op ondermijning?
Antwoord 12
Het is belangrijk dat ambtenaren zich vrij voelen om een integriteitsmelding te doen.
Zie hiervoor ook het antwoord onder vraag 4.
Vraag 13
Kunt u aangeven wat deze aanpak aan mensen en middelen kost, in Zaandam en in andere
gemeenten, ook gezien het feit dat deze werkwijze wordt gefinancierd vanuit het Rijk?
Antwoord 13
Het bedoelde interventieteam wordt bekostigd met middelen van de gemeente Zaanstad
en vanuit het Volkshuisvestingsfonds (bijdrage handhaving op woonoverlast en woonfraude)
en – voor periode 2025–2027 – vanuit de Regio Deal ZaanIJ II, die loopt in Zaandam-Oost
(en Amsterdam Noord en de gemeente Oostzaan). De Rijksmiddelen tellen op tot een jaarlijkse
bijdrage van € 724.000 voor capaciteit (o.a. analisten, juristen, toezichthouders,
handhavers), onderzoek en locatiehuur.
Vraag 14
Bent u bereid onderzoek te doen naar de werkwijze van het interventie team in Zaandam
en alle interventieteams die dezelfde of soortgelijke werkwijze erop nahouden, of
deze werkwijze juridisch houdbaar en überhaupt wel wenselijk is?
Antwoord 14
Het interventieteam valt onder de verantwoordelijkheid van het lokaal bestuur. De
gemeente Zaanstad heeft laten weten komende tijd zowel intern als extern onderzoek
te doen naar de feiten en achtergrond van de signalen uit het artikel.
Zie hiervoor ook het antwoord op vraag 2.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
D.M. van Weel, minister van Asiel en Migratie -
Mede ondertekenaar
M.C.G. Keijzer, minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.