Schriftelijke vragen : Het bericht ‘Coffeeshops maken volop reclame voor ‘space donuts’ ondanks streng verbod: ‘Online kan blijkbaar alles’'
Vragen van het lid Tijs van den Brink (CDA) aan de Minister van Justitie en Veiligheid en de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over het bericht «Coffeeshops maken volop reclame voor «space donuts» ondanks streng verbod: «Online kan blijkbaar alles»» (ingezonden 31 december 2025).
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht «Coffeeshops maken volop reclame voor «space donuts»
ondanks streng verbod:«Online kan blijkbaar alles»»?1
Vraag 2
Klopt het dat het reclameverbod voor coffeeshops uit de AHOJGI-criteria niet alleen
ziet op fysieke uitingen, maar ook op online reclame via sociale media, zoals Instagram?
En hoe zit het met websites? Mogen coffeeshops hun producten presenteren via (publiek
toegankelijke) websites?
Vraag 3
Herkent u het beeld uit het artikel in De Telegraaf dat coffeeshops online structureel
reclame maken voor softdrugs en cannabisproducten, terwijl fysieke reclame streng
wordt gehandhaafd?
Vraag 4
Deelt u de opvatting dat online reclame voor softdrugs door coffeeshops, al dan niet
via eigen websites, in strijd is met het geldende gedoogbeleid, ook als deze reclame
niet expliciet gericht is op minderjarigen?
Vraag 5
Hoe beoordeelt u het risico dat minderjarigen via sociale media worden geconfronteerd
met online reclame voor softdrugs, zoals beschreven in het Telegraaf-artikel?
Vraag 6
Bent u bekend met signalen dat gemeenten moeite hebben met de handhaving van het online
reclameverbod voor coffeeshops, ondanks dat dit verbod juridisch duidelijk is?
Vraag 7
Deelt u de zorg dat het uitblijven van effectieve handhaving van online reclame de
geloofwaardigheid van het gedoogbeleid ondermijnt en daarmee de gezondheid van tieners
(en volwassenen) in gevaar brengt?
Vraag 8
Welke instrumenten hebben gemeenten momenteel tot hun beschikking om op te treden
tegen online reclame door coffeeshops, en acht u deze instrumenten voldoende effectief?
Vraag 9
Kunt u gemeenten landelijk ondersteunen of faciliteren bij de handhaving van het online
reclameverbod voor coffeeshops? Bijvoorbeeld door landelijke richtlijnen, expertise
of samenwerking met andere instanties?
Vraag 10
Ziet u een rol voor landelijke toezichthouders bij het tegengaan van online reclame
voor softdrugs door coffeeshops? Bent u bereid met sociale-mediaplatforms het gesprek
aan te gaan om te voorkomen dat coffeeshops reclame maken voor drugs via de sociale
media?
Vraag 11
Op welke wijze wordt binnen het kabinet samengewerkt tussen de Ministeries van Justitie
en Veiligheid en Volksgezondheid, Welzijn en Sport op dit dossier, gezien de raakvlakken
met zowel handhaving als jeugd- en preventiebeleid?
Vraag 12
Bent u bereid te bezien of aanvullende landelijke maatregelen of verduidelijkingen
nodig zijn om te voorkomen dat het reclameverbod voor coffeeshops online een dode
letter blijft, zoals geschetst in het Telegraaf-artikel?
Indieners
-
Gericht aan
F. van Oosten, minister van Justitie en Veiligheid -
Gericht aan
J.Z.C.M. Tielen, staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport -
Indiener
Tijs van den Brink, Kamerlid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.