Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Dobbe over Palestina
Vragen van het lid Dobbe (SP) aan de Minister van Buitenlandse Zaken over Palestina (ingezonden 17 november 2025).
Antwoord van Minister Van Weel (Buitenlandse Zaken) en de Staatssecretaris van Buitenlandse
Zaken (ontvangen 19 december 2025)Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026,
nr. 688
Vraag 1
Voorziet u meer medische evacuaties van kinderen uit Gaza na de vijf kinderen die
reeds medisch zijn geëvacueerd naar Nederlandse ziekenhuizen (Kamerstuk 23 432, nr. 616)? Zo niet, is dit omdat de medische capaciteit in Nederland niet beschikbaar is,
of zijn er andere redenen? Zo wel, op welke manier is het kabinet daarmee bezig? Kunt
u een zo concreet mogelijke uitleg geven?
Antwoord 1
De medische evacuatie van de vijf kinderen maakt deel uit van het kabinetsbeleid om
de bevolking uit Gaza toegang te bieden tot medische hulp. Het kabinet wil blijven
bezien hoe een bijdrage kan worden geleverd aan de tekorten voor de complexe en hoog-specialistische
zorg in de regio. De voorkeur van het kabinet gaat uit naar het versterken van de
medische capaciteit in de regio, aangezien daar het grootste verschil gemaakt kan
worden.
Tijdens het commissiedebat Raad Buitenlandse Zaken van 11 december jl. heeft de Minister
van Buitenlandse Zaken toegezegd om, samen met de Staatssecretaris Buitenlandse Handel
en Ontwikkelingshulp, een nieuwe inventarisatie te maken van de stand van zaken van
de medische capaciteit in Gaza en de regio.
Vraag 2
Deelt u de mening dat er nog steeds een tekort is aan beschikbare hoogspecialistische
zorg in de regio en dat de behoefte aan medische evacuaties voor kinderen uit Gaza
hoog blijft?
Antwoord 2
Het kabinet spant zich in om, samen met internationale en regionale partners, bij
te dragen aan een versterking van de medische capaciteit in Gaza en omliggende landen.
Zo ondersteunen humanitaire partners met behulp van Nederlandse financiering zowel
(specialistische) medische behandelingen en revalidatiediensten, als structurele ondersteuning
in de vorm van het versterken van ziekenhuizen en het herstel van water- en sanitaire
voorzieningen.
Vraag 3
U heeft aangekondigd dat Nederland medeorganisator is van een conferentie over de
wederopbouw van Gaza: wat zijn de doelen van deze conferentie, wat zal daar worden
besproken en met wie?1
Antwoord 3
Nu resolutie 2803 (2025) in de VNVR is aangenomen, is de verwachting dat op korte
termijn een datum voor de conferentie zal worden vastgesteld. De agenda en deelnemers
van de conferentie zijn nog niet bekend.
Vraag 4
Wordt het Palestijnse zelfbeschikkingsrecht als uitgangspunt genomen bij deze conferentie
en op welke manier? Kunt u hier een toelichting op geven? Zo niet, hoe waardeert u
het zelfbeschikkingsrecht van het Palestijnse volk?
Antwoord 4
Het Palestijnse volk heeft recht op zelfbeschikking, daarom zet het kabinet in op
een duurzame en vreedzame oplossing waarbij het uitgangspunt de tweestatenoplossing
blijft. Naar mening van het kabinet dient de Palestijnse Autoriteit betrokken te worden
bij de wederopbouwconferentie. Het kabinet onderstreept daarbij dat Hamas geen rol
mag spelen in het toekomstige bestuur van Gaza. Zie verder het antwoord op vraag 3.
Vraag 5
Hoe verhoudt wat op deze conferentie zal worden besproken zich tot het Trump Investment
Plan zoals onderdeel is van het staakt-het-vuren akkoord, en in hoeverre liggen bepaalde
onderdelen of kaders van een wederopbouwplan al vast? Welke onderdelen en kaders zijn
dit?
Antwoord 5
Regionale partners, waaronder Egypte, zijn nauw betrokken geweest bij de totstandkoming
van het 20-puntenplan van president Trump. Niet alle punten van het plan zijn even
ver uitgewerkt, zoals onder andere het element van wederopbouw. De genoemde conferentie
kan worden gezien als een forum dat bijdraagt aan de inzet voor de wederopbouw van
Gaza.
Vraag 6
Wat is uw reactie op het nieuws dat een gebrek aan financiering de hulpverlening en
dienstverlening van UNRWA in de Palestijnse gebieden in gevaar brengt?2
Antwoord 6
De financiële tekorten waar UNRWA mee kampt hebben gevolgen voor de hulp- en dienstverlening
van de organisatie in alle werkvelden waar UNRWA actief is (Palestijnse Gebieden,
Syrië, Libanon en Jordanië).
Nederland ondersteunt UNRWA met financiële middelen volgens het aangenomen amendement
(Kamerstuk 36 600 XVII, nr. 50). Daarnaast hecht het kabinet aan diversificatie van humanitaire hulp voor de Gazastrook.
Nederland zet daar op in door ook middelen beschikbaar te stellen voor organisaties
als de Rode Kruis- en Rode Halve Maanbeweging en het World Food Programme.
Vraag 7
Deelt u de mening dat UNRWA nog steeds een cruciale rol speelt in hulpverlening en
dienstverlening aan Palestijnen, en hun werk op dit moment niet door andere organisaties
op de schaal die nodig is kan worden overgenomen? Kunt u hierop een toelichting geven?
Antwoord 7
Het Internationaal Gerechtshof heeft in zijn advies van 22 oktober 2025 geoordeeld
dat er momenteel geen realistisch alternatief voor UNRWA bestaat om adequaat diensten
en ondersteuning te verlenen aan Palestijnse vluchtelingen. De kabinetsreactie op
dit advies is uw Kamer toegekomen op 21 november jl.3
Zoals reeds aangegeven zet het kabinet in op verdere diversificatie van de humanitaire
hulpverlening voor de Gazastrook. Daarnaast blijft bij het kabinet een aantal zorgen
bestaan, bijvoorbeeld over de neutraliteit van het gebruikte onderwijsmateriaal. Daarom
blijft het kabinet toezien op de implementatie van de aanbevelingen komende uit het
Colonna rapport.
Vraag 8
Herkent en erkent u de desinformatie campagne over UNRWA die Philippe Lazzarini beschrijft?
Wat heeft u gedaan en gaat u doen om schadelijke desinformatie tegen te gaan?
Antwoord 8
Het kabinet is bekend met de uitingen vanuit UNRWA over mis- en desinformatie over
de organisatie. Om neutraliteit en integriteit te waarborgen moet UNRWA blijven werken
aan de aanbevelingen uit het Colonna rapport, zoals ook aangegeven in de beantwoording
op vraag 7. Het kabinet pakt desinformatie in den brede aan middels de Rijksbrede strategie effectieve aanpak van desinformatie via twee sporen: 1) het versterken van het vrije en open publieke debat en 2) het
verminderen van de invloed van desinformatie.
Vraag 9
Gezien de enorme behoefte aan humanitaire hulp en basisvoorzieningen, zoals onderwijs
en mentale zorg voor kinderen, bent u bereid om in 2025 extra middelen beschikbaar
te stellen voor UNRWA en steun voor UNRWA voor 2026 onverminderd door te zetten? Zo
niet, hoe verwacht u dan dat voldoende capaciteit, op hetzelfde niveau als UNRWA dat
kan, voor humanitaire hulp en basisvoorzieningen zoals onderwijs en mentale zorg voor
kinderen gerealiseerd kan worden?
Antwoord 9
Uw Kamer nam een amendement aan om financiering aan UNRWA voor de komende jaren af
te bouwen (Kamerstuk 36 600 XVII, nr. 50). Hier houdt het kabinet zich aan. De vrijgevallen middelen zullen ten goede komen
aan humanitaire hulp via andere organisaties, zoals de VN en de Rode Kruis- en Rode
Halve Maanbeweging.
Vraag 10
Wat is uw reactie op het bericht dat het Israëlische leger het staakt-het-vuren al
zeker 282 keer heeft geschonden in de afgelopen 30 dagen?4
Antwoord 10
Beide kanten beschuldigen elkaar van het schenden van het staakt-het-vuren. Het staakt-het-vuren
is fragiel, maar houdt stand. Het is zaak dat dit zo blijft en dat afspraken worden
gemaakt over de tweede fase van het vredesplan, waaronder de ontwapening van Hamas.
Dat is een grote uitdaging.
Vraag 11
Klopt het dat verschillende grensovergangen, waaronder die tussen Rafah en Egypte,
nog steeds gesloten zijn voor humanitaire hulp of dat humanitaire hulp nog steeds
maar beperkt wordt toegelaten?
Antwoord 11
Tot op heden is de grensovergang Rafah gesloten. De grensovergangen Kerem Shalom,
Zikim, en Kissufim zijn (gedeeltelijk) operationeel. Israël heeft aangekondigd de
Allenby overgang tussen de Westelijke Jordaanoever en Jordanië op 17 december te zullen
heropenen voor (humanitair) goederenverkeer.
Vraag 12
Wat is uw reactie op het bericht dat cruciale noodhulp Gaza niet bereikt omdat Israël
specifieke hulporganisaties weert vanwege hun vermeend anti-Israëlische standpunten
en daardoor organisaties als Oxfam, Save the Children en de Norwegian Refugee Council
al maanden geen toestemming krijgen van Israël om noodhulp aan Palestijnen te verstrekken?5
Antwoord 12
Het kabinet heeft, conform motie Ceder6 en motie Dobbe7, formeel protest aangetekend bij de Israëlische regering ten aanzien van de NGO-registratiewetgeving
en zal zich blijven inspannen voor de ongehinderde, volledige en veilige toegang voor
professionele, gemandateerde hulporganisaties tot de Palestijnse gebieden.
Vraag 13
Bent u bereid maatregelen te nemen om ervoor te zorgen dat humanitaire organisaties
wel noodhulp aan Palestijnen kunnen geven? Kunt u hierop een toelichting geven?
Antwoord 13
Nederland blijft zich inspannen voor volledige, ongehinderde en veilige humanitaire
toegang voor professionele, gemandateerde hulporganisaties, zoals de VN, de Rode Kruis-
en Rode Halve Maanbeweging en internationale ngo’s. Zie ook het antwoord op vraag
12. Het is van belang dat deze organisaties alle mensen in nood in de gehele Gazastrook
kunnen bereiken, evenals voor activiteiten op het gebied van herstel en wederopbouw,
zodra de situatie in de Gazastrook zich hiervoor leent. Dit heeft de Minister van
Buitenlandse Zaken recent benadrukt tijdens zijn bezoek aan Israël en de Palestijnse
Gebieden in de gesprekken met de Israëlische president en Minister van Buitenlandse
Zaken.
Vraag 14
Wat heeft de Nederlandse regering sinds het staakt-het-vuren gedaan om de Israëlische
regering ertoe te bewegen humanitaire hulp onbelemmerd toe te laten tot Gaza? Indien
niets, waarom niet? Indien wel, welke sancties of maatregelen heeft u genomen en welke
sancties of maatregelen overweegt u te nemen?
Antwoord 14
Het kabinet spreekt Israël continue aan op diens verplichtingen om humanitaire hulp
ongehinderd toe te laten, ook sinds het ingaan van het staakt-het-vuren op 10 oktober
jl., zie ook het antwoord op vraag 13.
Vraag 15
Betekent het besluit van het kabinet met betrekking to de uit- en doorvoer van F-35-onderdelen,
zoals geschreven in de Kamerbrief van 14 november (Documentnummer 2025D46598), dat Nederland de komende 6 maanden geen F-35-onderdelen richting Israël zal exporteren
of doorvoeren? Kunt u hierop een toelichting geven?
Antwoord 15
Op grond van de gedane herbeoordeling is besloten om de uitsluiting van Israël als
eindbestemming voor de relevante algemene vergunning AV009 te handhaven.
Tegelijkertijd is er, gelet op de recente ontwikkelingen rondom het staakt-het-vuren
tussen Israël en Hamas en de verdere uitwerking van het vredesplan, sinds de uitspraak
van de Hoge Raad van 3 oktober jl. sprake van een nieuwe situatie op de grond. Gezien
de veranderlijke situatie heeft het kabinet besloten tot een nieuwe herbeoordeling
binnen een uiterlijke termijn van zes maanden. Tot een herbeoordeling blijft het eerdere
besluit tot handhaving van de uitsluiting van Israël als eindbestemming voor de relevante
algemene vergunning, van kracht.
Vraag 16
Hoe wordt getoetst of F-35-onderdelen via derde landen, zoals de VS, alsnog in Israël
terechtkomen na door Nederland te zijn uit- of doorgevoerd? Kan gegarandeerd worden
dat dit niet gebeurt? Kunt u hierop een toelichting geven?
Antwoord 16
Op het moment van uitvoer van in Nederland geproduceerde, onderhouden of opgeslagen
F-35-onderdelen naar de VS, bijvoorbeeld voor de productie van nieuwe toestellen,
is het vanwege de werking van de internationale logistieke keten in het F-35-programma
niet duidelijk aan wie de toestellen waarin de onderdelen worden geïntegreerd door
de VS zullen worden geleverd. Er kunnen meerdere jaren zitten tussen de uitvoer van
deze onderdelen uit Nederland en het moment dat het afgebouwde F-35-toestel vanuit
de VS daadwerkelijk aan een F-35-gebruiker wordt geleverd.
Vraag 17 en 18
Wat is het huidige beleid met betrekking tot de export en doorvoer van wapens, onderdelen
van wapens of dual-use goederen met eindbestemming Israël?
Heeft Nederland sinds januari 2025 wapens of onderdelen van wapens uit- of doorgevoerd
met eindbestemming Israël? Kunt u zo specifiek mogelijk toelichten wat het huidige
Nederlandse beleid hier op is, met daarin in ieder geval uitgesplitst om welke voorwaarden,
welke aantallen, welke onderdelen of systemen het gaat? Graag antwoord op deze vraag
die gezien de actualiteit niet kan wachten tot de jaarlijkse rapportage inzake wapenexport.
Antwoord 17 en 18
Het kabinet toetst aanvragen voor de export van militaire- of dual-use goederen zorgvuldig
en per transactie. Voor dual-use goederen geldt dat de export niet wordt toegestaan
als een duidelijk risico bestaat op ongewenst eindgebruik. Dit is in lijn is met de
Europese exportcontroleregels.
Ook op het vlak van controle op de uitvoer van militaire goederen gaat het kabinet
gedegen en zorgvuldig te werk. Vergunningaanvragen worden per geval getoetst aan de
criteria van het EU Gemeenschappelijk Standpunt inzake wapenexport. Daar waar een
duidelijk risico bestaat dat militaire goederen gebruikt worden bij het begaan van
ernstige schendingen van de mensenrechten of het humanitair oorlogsrecht, wordt een
vergunningaanvraag afgewezen. Sinds 7 oktober 2023 zijn er elf aanvragen voor uitvoer
militaire goederen met eindgebruik in Israël afgewezen. Daarnaast zijn er drie eerder
afgegeven vergunningen met de Israëlische krijgsmacht als eindgebruiker, ingetrokken
vanwege een verhoogd risico op ongewenst eindgebruik.8
Sinds januari 2025 zijn er twee uitvoervergunningen toegewezen met de Israëlische
krijgsmacht als eindgebruiker van de uit te voeren goederen. Deze betreffen de uitvoer
van onderdelen ten behoeve van het Iron Dome-luchtafweersysteem in Israël die het
kabinet blijft toestaan.
Daarnaast zijn er sinds januari 2025 meerdere vergunningen afgegeven voor uitvoer
van goederen naar Israël aan derden die niet door de Israëlische krijgsmacht worden
gebruikt. Het betrof hier (tijdelijke) uitvoer ten behoeve van verdere productontwikkeling
of reparatie- en/of onderhoudsdoeleinden in Israël. Het ging bijvoorbeeld om (onderdelen
voor) militaire communicatiesystemen, onderdelen voor robotvoertuigen, camerasystemen,
onderdelen voor robotvoertuigen, en onderdelen voor de vleugels van gevechtsvliegtuigen.
Deze goederen worden na verdere productie, reparatie en/of onderhoud in Israël weer
uitgevoerd naar een ander land, waaronder Nederland met als eindgebruiker de Nederlandse
krijgsmacht.
De Staat handelt met het bovenstaande beleid zorgvuldig en voldoet aan zijn internationaalrechtelijke
verplichtingen ten aanzien van wapenexportcontrole. Dat is onlangs nog bevestigd door
het Gerechtshof Den Haag (d.d. 6 november).9
Vraag 19
Wat is de voortgang van het verbieden van de import uit illegale nederzettingen in
bezet Palestina?
Antwoord 19
Het kabinet gaat onverminderd door met de voorbereiding van een nationale maatregel
om producten uit de onrechtmatige nederzettingen in de door Israël bezette gebieden
te weren, en doet dit zoals toegezegd zo snel mogelijk.
Vraag 20
Wat is de stand van zaken van de sancties die door de VS zijn opgelegd aan het Internationaal
Strafhof?
Antwoord 20
Sinds februari 2025 zijn er door de VS sancties opgelegd tegen de hoofdaanklager van
het Internationaal Strafhof (ISH). In de loop van het jaar zijn vervolgens ook sancties
opgelegd tegen de beide plaatsvervangend aanklagers, zes rechters een aantal non-gouvernementele
organisaties en een Speciaal Rapporteur van de Verenigde Naties. Er zijn geen sancties
opgelegd tegen het ISH zelf.
Vraag 21
Wat is de impact van de sancties die zijn opgelegd aan het Internationaal Strafhof
en op welke manier wordt het werk van het Strafhof belemmerd?
Antwoord 21
Het Hof is vooralsnog in staat geweest om de meeste werkzaamheden ongehinderd voort
te zetten, zowel in Nederland als in de verschillende landen waar het Hof actief is.
Zo zijn de strafzaken in eerste aanleg tegen verdachten uit de Centraal-Afrikaanse
Republiek en Soedan afgerond en in september heeft het Hof voor het eerst bij verstek
een hoorzitting inzake de bevestiging van de tenlastelegging gevoerd tegen de oprichter
van de Oegandese Lord's Resistance Army, Joseph Kony. Wel is het zo dat de sancties de gesanctioneerden (in hun persoonlijk
leven) treffen, bijvoorbeeld doordat Amerikaanse bedrijven hun dienstverlening aan
hen hebben beëindigd. Zowel het kabinet als het Hof houden de gevolgen van de sancties
zorgvuldig in de gaten. Met steun van de verdragspartijen bij het Statuut van Rome,
waaronder gastland Nederland, worden de gevolgen hiervan door het Hof zo goed als
mogelijk gemitigeerd.
Vraag 22
Op welke manier steunt de Nederlandse regering momenteel het Internationaal Strafhof
om haar werk onbelemmerd te kunnen doen?
Antwoord 22
Nederland is zowel gastland van het ISH, als één van de 125 partijen bij het Statuut
van Rome. In het afgelopen jaar is Nederland in beide hoedanigheden op verschillende
terreinen betrokken geweest bij de mitigatie van de gevolgen van de sancties en de
inzet op de preventie van verdere sancties. Voor een nadere toelichting op deze inzet
verwijst het kabinet graag naar de reactie op de moties Dobbe en Paternotte in de
Kamerbrief van 1 december 2025, waarin ook de Nederlandse inzet voor de jaarlijkse
bijeenkomst van Verdragspartijen staat beschreven.10
Vraag 23
Zijn er additionele verzoeken gedaan voor steun door het Strafhof waar de Nederlandse
regering (nog) niet aan heeft voldaan en zo ja, welke?
Antwoord 23
Het kabinet verwijst hier eveneens graag naar de reactie op de moties Dobbe en Paternotte
in de Kamerbrief van 1 december 2025. Er zijn geen additionele verzoeken gedaan voor
steun door het Strafhof waar de Nederlandse regering (nog) niet aan heeft voldaan.
Vraag 24
Bent u bereid deze vragen een voor een en gezien de urgentie binnen uiterlijk twee
weken te beantwoorden?
Antwoord 24
De vragen zijn zo spoedig mogelijk beantwoord.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
D.M. van Weel, minister van Buitenlandse Zaken -
Mede ondertekenaar
A. de Vries, staatssecretaris van Buitenlandse Zaken
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.