Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van de leden Jimmy Dijk en Dobbe over één periodieke tandartscontrole per jaar vanuit het basispakket vergoeden
Vragen van de leden Jimmy Dijk en Dobbe (beiden SP) aan de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over de uitvoering van de motie Dijk c.s. over één periodieke tandartscontrole per jaar vanuit het basispakket vergoeden (ingezonden 10 december 2025).
Antwoord van Minister Bruijn (Volksgezondheid, Welzijn en Sport) (ontvangen 19 december
2025)
Vraag 1
Wat is uw reactie op het bericht «Lager inkomen of opleiding? Grotere kans op kiespijn
en kunstgebit»?1
Antwoord 1
Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) monitort de mondgezondheid
in Nederland en ziet dat de meeste Nederlanders (73% in 2023) hun mondgezondheid als
goed ervaren, maar er zijn verschillen tussen sociaaleconomische groepen, waarbij
lagere groepen het minder goed ervaren.2 De (financiële) toegankelijkheid van de mondzorg en het belang van preventieve mondzorg,
zoals twee keer per dag poetsen met fluor, verdienen daarom aandacht.
Vraag 2
Hoe kijkt u naar het feit dat één op de vijf mensen met een laag inkomen de tandarts
mijdt vanwege de kosten?
Antwoord 2
We zien helaas dat circa 640.000 Nederlanders om financiële redenen niet regelmatig
naar de tandarts gaan. Dit is natuurlijk onwenselijk, omdat dit kan leiden tot mondziekten
en grotere problemen met de gezondheid. Ik merk op dat de financiële redenen vaak
samengaan met andere redenen om de mondzorg te mijden (en dat het vaak begint met
goede preventieve mondzorg). Het is daarom belangrijk dat een volgend kabinet de problematiek
integraal bekijkt, waaronder de financiële toegankelijkheid van de mondzorg, en daarin
keuzes maakt.
Vraag 3
Deelt u de mening dat het een bizarre situatie is dat mondzorg nog steeds wordt behandeld
als een luxeproduct, door het niet uit de basisverzekering te financieren, terwijl
het enorm belangrijk is voor de mondgezondheid, de bredere gezondheid, de arbeidsparticipatie
en het welzijn van mensen?
Antwoord 3
Ik deel noch de mening dat mondzorg «een luxeproduct» is, noch dat de mondzorg zo
behandeld wordt. Ik ben wel van mening dat we moeten voorkomen dat we grote kostbare
en minder gerichte maatregelen, zoals pakketmaatregelen, om de problemen bij een relatief
kleine groep op te lossen. De gehele mondzorg in het basispakket heeft gevolgen voor
de betaalbaarheid van de zorg en de zorgpremie, terwijl het gewenste effect «minder
ongewenste zorgmijding», maar beperkt wordt behaald. Ik heb uw Kamer daarom op 10 december
een brief gestuurd met daarin mogelijke gerichtere maatregelen3 ter overweging aan het volgende kabinet.
Vraag 4
Zo ja, bent u bereid om mondzorg voortaan uit de basisverzekering te vergoeden? Zo
nee, waarom hecht u zo weinig belang aan het belang van goede mondzorg voor iedereen?
Antwoord 4
Ik begrijp de vraag vanuit uw Kamer om meer mondzorg vanuit het basispakket te vergoeden.
Ook ik hecht er veel waarde aan dat mensen in Nederland een goede mondgezondheid hebben.
Het uitbreiden van het pakket met meer mondzorg is echter, zoals ik hierboven heb
genoemd, een grote maatregel. Het Zorginstituut Nederland (hierna: Zorginstituut)
is daarom gevraagd om te adviseren over een passende aanspraak op mondzorg. Uw Kamer
is eerder geïnformeerd over de fases en de tijdlijnen van dit adviestraject.4
,
5
Daarnaast heb ik, mede gezien de roep om de aanspraak op mondzorg uit te breiden,
aan het Zorginstituut gevraagd om versneld te toetsen of mondzorg voor volwassenen
in beginsel voldoet aan de wettelijke criteria van de Zvw, een zogenaamde principiële
toets. Ik heb uw Kamer hierover geïnformeerd in mijn brief van dd. 10 december 2025.
Het Zorginstituut heeft geconcludeerd dat op preventie gerichte mondzorg in principe
niet voldoet aan het ingangscriterium van de Zvw. De op behandeling gerichte mondzorg
voldoet in principe wel aan het ingangscriterium van de Zvw. Dit betekent niet dat
het Zorginstituut nu al adviseert om op behandeling gerichte mondzorg in het pakket
op te nemen. Om te bepalen welke mondzorg eventueel passend is voor het pakket weegt
het Zorginstituut namelijk naast de wettelijke criteria ook de maatschappelijke pakketcriteria
mee. Bovendien is besluitvorming over het uitbreiden van het pakket aan een volgend
kabinet.
Vraag 5
Hoe staat het inmiddels met de uitvoering van met een zeer brede meerderheid aangenomen
motie Dijk c.s., die de regering verzocht «om één periodieke controle per jaar vanuit
het basispakket te vergoeden, en de kosten te dekken door actieve fraudebestrijding
in de zorg en door zo spoedig mogelijk nieuwe medisch specialisten alleen nog in loondienst
te nemen»?6
Antwoord 5
Ik heb in mijn brief van dd. 10 december 2025 toegelicht hoe ik de motie Dijk c.s.
heb afgedaan. De voorgestelde dekking om (nieuwe) medisch specialisten in loondienst
te brengen, is zeer onzeker vanwege de benodigde wetgeving die ingrijpt in eigendom.
Deze is moeilijk te onderbouwen en moeilijk uitvoerbaar. Daarbij is er al een opdracht
om op de beloning van medisch specialisten 150 miljoen te besparen.7Deze maatregel hangt daar mee samen. Bovendien heeft het Zorginstituut geconcludeerd
dat de op preventie gerichte mondzorg zonder medische indicatie in principe niet voldoet
aan het ingangscriterium van de Zvw. Opname in het basispakket van de periodieke controle
is dan ook vooralsnog niet aan de orde. Tot slot blijkt uit onderzoek dat circa 40%
van de mensen na een tandartscontrole nog aanvullende (curatieve) mondzorg nodig hebben.8
Eén periodieke controle vergoeden vanuit het basispakket biedt daarom geen (volledige)
oplossing voor de mensen die om financiële redenen de tandarts vermijden.
Vraag 6
Waarom schreef u in antwoord op feitelijke vragen over deze motie dat het «aan het
nieuwe kabinet [is] om te bezien of opname in het basispakket wenselijk is en hoe
deze extra uitgaven financieel gedekt worden»?9 Waarom voert u dit besluit van een ruime Kamermeerderheid niet gewoon uit, aangezien
deze motie heel duidelijk was over de opdracht en de financiële dekking daarvan?
Antwoord 6
In bovengenoemde brief aan uw Kamer heb ik toegelicht waarom ik de motie heb afgedaan.
Ik zal dat normaals kort toelichten: De voorgestelde dekking om (nieuwe) medisch specialisten
in loondienst te brengen, is zeer onzeker vanwege de benodigde wetgeving die ingrijpt
in eigendom. Deze is moeilijk te onderbouwen en moeilijk uitvoerbaar. Daarbij is er
al een opdracht om op de beloning van medisch specialisten 150 miljoen te besparen.
Deze maatregel hangt daar mee samen. Bovendien heeft het Zorginstituut geconcludeerd
dat de op preventie gerichte mondzorg zonder medische indicatie in principe niet voldoet
aan het ingangscriterium van de Zvw. Opname in het basispakket van de periodieke controle
is dan ook vooralsnog niet aan de orde. Tot slot blijkt uit onderzoek dat circa 40%
van de mensen na een tandartscontrole nog aanvullende (curatieve) mondzorg nodig hebben.
Eén periodieke controle vergoeden vanuit het basispakket biedt daarom geen (volledige)
oplossing voor de mensen die om financiële redenen de tandarts vermijden.
Vraag 7
Herinnert u zich de uitspraak van Minister-President Schoof tijdens de algemene beschouwingen
«U heeft gelijk: die motie is aangenomen en heeft daarmee ook een duidelijk signaal
afgegeven. We zullen de motie ter hand nemen – dat is logisch – en het op zo’n manier
aanpakken dat het volgende kabinet alle bouwstenen heeft om hiermee verder te gaan.
Op die manier hoop ik iets van beweging te krijgen.»? Is het kabinet inmiddels wel
bereid om te erkennen dat de Kamer niet demissionair is en aangenomen moties niet
kunnen worden overlaten aan het volgende kabinet?
Antwoord 7
Ja, dat herinner ik mij. Ik heb dan ook, zoals de Minister-President aangaf, de motie
serieus in overweging genomen. Het was om bovengenoemde redenen niet haalbaar om de
motie uit te voeren. Dit neemt niet weg dat ik het signaal dat er mensen zijn die
om financiële redenen de tandarts mijden serieus neem. Ik zet mij nog steeds in om
voor deze groep mensen tot een oplossing te komen.
Vraag 8
Bent u bereid om deze vragen één voor één en voor de begrotingsbehandeling VWS te
beantwoorden?
Antwoord 8
Ja.
Ondertekenaars
J.A. Bruijn, minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.