Antwoord schriftelijke vragen : Beantwoording vragen van het lid Oualhadj over de situatie omtrent de ingreep bij Nexperia
Vragen van het lid Oualhadj (D66) aan de Minister van Economische Zaken over de situatie omtrent de ingreep bij Nexperia (ingezonden 25 november 2025).
Antwoord van Minister Karremans (Economische Zaken) (ontvangen 19 december 2025)
Vraag 1
Kunt u een overzicht geven van de betrokkenheid binnen het kabinet bij het besluit
om de Wet beschikbaarheid goederen in te zetten bij Nexperia (wie is wanneer geïnformeerd,
welke besluitvorming heeft waar plaatsgevonden)?
Antwoord 1
Een volledig overzicht van de tijdlijn, inclusief wie op welk moment is geïnformeerd,
is op 2 december jl.1 met uw Kamer gedeeld. Daarin staat vermeld dat er voorafgaande aan het bevel contact
is geweest met de Minister-President, de vicepremiers, de Minister van Buitenlandse
Zaken, de Minister van Defensie en de Staatssecretaris van Buitenlandse Handel en
Ontwikkelingshulp.
Vraag 2
Kunt u een overzicht geven van de vraag welke landen en Europese instellingen wanneer
betrokken zijn geweest bij dit dossier en op welke wijze?
Antwoord 2
Vanwege de gevoeligheid van de casus is er aanvankelijk voor gekozen om de kring van
betrokkenen zo klein mogelijk te houden. Dit is gebruikelijk in dit soort gevallen.
Er was namelijk sprake van acute dreigingen en hoe breder de cirkel van vooraf geïnformeerden,
hoe groter de kans dat de risico’s zich daadwerkelijk zouden manifesteren.
Er is zeer vroegtijdig contact geweest met Duitsland en het Verenigd Koninkrijk, omdat
zich daar belangrijke productielocaties van Nexperia bevinden. Contact met deze landen
zag daardoor o.a. op het realiseren van adequaat toezicht in deze landen op naleving
van mijn bevel. De Europese Commissie is spoedig daarna geïnformeerd. Het was aanvankelijk
niet de bedoeling de kwestie veel breder te trekken, of om nadrukkelijk de publiciteit
te zoeken gezien de bedrijfsgevoelige aard van deze zaak. Echter, de wereldwijde gevolgen
van de exportcontrolemaatregelen en het besluit van Wingtech om de kwestie wereldkundig
te maken, leidden ertoe dat de casus in de openbaarheid kwam.
Een volledig overzicht van de tijdlijn, inclusief wie op welk moment is geïnformeerd,
is op 2 december jl. met uw Kamer gedeeld.
Vraag 3
Kunt u uiteenzetten welke objectieve criteria en signaleringsindicatoren u heeft gehanteerd
om te bepalen dat sprake was van omstandigheden «ter verzekering van het beschikbaar
blijven van goederen ter voorbereiding op noodsituaties», zoals bedoeld in artikel
2, eerste lid, Wet beschikbaarheid goederen?
Antwoord 3
Het Ministerie van Economische Zaken ontving concrete aanwijzingen van handelingen
van de CEO, die een direct risico vormden voor de productie, kennis en intellectueel
eigendom in Europa. Het betreft hier het verplaatsen van productie en geld naar een
buitenlandse partij buiten de Nexperia groep. Door de ernst van deze concrete aanwijzingen
ontstond een direct risico voor de Europese productiecapaciteit en de beschikbaarheid
van cruciale chips, waardoor het noodzakelijk was om in te grijpen.
Vraag 4
Kon u vooraf bevestigen dat de juridische handhaafbaarheid van het bevel onzeker was
en aanvullende rechterlijke inmenging nodig zou zijn om naleving te garanderen, en
waarom is desondanks voor dit instrument gekozen?
Antwoord 4
Het is onjuist dat vooraf bekend was dat aanvullende rechterlijke inmenging vereist
was om de naleving van het bevel te garanderen. De Wet beschikbaarheid goederen en
het uitgevaardigde bevel kan in vergaande mate de beschikbaarheid van productiemiddelen
veiligstellen, ook als deze buiten de EU gelegen zijn. De effectiviteit van het bevel
werkt via de zeggenschap die het hoofdkantoor (Nexperia Holding B.V.) heeft over de
dochtermaatschappijen en vestigingen van Nexperia in binnen- en buitenland. Medewerking
van het bestuur van Nexperia is daarbij van groot belang. De onmiddellijke voorzieningen
van de Ondernemingskamer maakten die medewerking waarschijnlijker, omdat de CEO, wiens
handelen de dreiging vormde voor de leveringszekerheid, mogelijk zou worden geschorst.
Dat zou ondersteunend zijn aan de werking van het bevel. Ook vanuit die gedachte heeft
de Staat zich als belanghebbende in de enquêteprocedure gemeld en de verzoeken van
de bestuurders ondersteund. Dit heb ik ook in het debat in de Kamer op 4 december
jl. zo uiteengezet.
Vraag 5
Welke andere instrumenten of interventies zijn overwogen om de risico’s bij Nexperia
te beperken, en op welke gronden zijn deze niet ingezet?
Antwoord 5
Vanzelfsprekend zijn er verschillende mogelijkheden onderzocht en gewogen op onder
andere geschiktheid, inzetbaarheid en effectiviteit. Doel was een geschikte maatregel
te kunnen nemen die de risico's verbonden aan het optreden van de CEO voor de beschikbaarheid
in Nederland en Europa van de productie- en R&D faciliteiten, de know-how en de intellectuele eigendomsrechten van de onderneming (de productiemiddelen) konden
mitigeren op een manier die bedrijfsprocessen zo min mogelijk zou verstoren. Van de
onderzochte maatregelen is de inzet van de Wet beschikbaarheid goederen de enige geschikte
en proportionele maatregel.
Vraag 6
Welke beoordeling heeft u vooraf gemaakt van het risico dat China het bevel op grond
van de Wet beschikbaarheid goederen zou aanmerken als de facto nationalisatie van
een Chinees bedrijf en als aanleiding zou zien voor exportmaatregelen?
Antwoord 6
De gevoeligheid van het bevel in de relatie met China is van tevoren onderkend. Daarom
zijn de Chinese autoriteiten zo spoedig mogelijk geïnformeerd over mijn bevel, waarin
benadrukt werd dat de maatregel gebaseerd was op het nemen van een geschikte maatregel
die de risico's verbonden aan het optreden van de CEO mitigeert en niet tegen is China
gericht.
Vraag 7
Welke onderbouwing hanteert u voor de proportionaliteit van het Wet beschikbaarheid
goederen bevel, gezien de diplomatieke en economische gevolgen, waaronder verstoringen
in de levering van halfgeleiders?
Antwoord 7
Het Ministerie van Economische Zaken ontving zeer concrete aanwijzingen van handelingen
van de CEO, daarin gesteund door de aandeelhouder, die een direct risico vormden voor
de productie, kennis en intellectueel eigendom in Europa. Het betreft hier het verplaatsen
van productie en geld naar een buitenlandse partij buiten de Nexperia groep. Door
de ernst van deze concrete aanwijzingen ontstond een direct risico voor de Europese
productiecapaciteit en de beschikbaarheid van cruciale chips, waardoor het noodzakelijk
was om in te grijpen. Dit was een weloverwogen en onderbouwd besluit waarbij voorafgaand
uiteraard verschillende mogelijke scenario’s zijn doorgenomen evenals de kans dat
deze zich voor zouden doen.
Vraag 8
Waarom is het Wet beschikbaarheid goederen bevel nog zo lang gehandhaafd, nadat de
Ondernemingskamer had ingegrepen, de CEO was geschorst en de continuïteit van de onderneming
was geborgd?
Antwoord 8
Bij een enquêteprocedure en de tijdelijke onmiddellijke voorzieningen en – na onderzoek
– eindmaatregelen die gelast kunnen worden, staat het belang van de onderneming voorop.
De door de Ondernemingskamer in de eerste fase te beantwoorden hoofdvraag is of sprake
is van gegronde redenen om te twijfelen aan een juist beleid en een juiste gang van
zaken bij de onderneming. Ook de tijdelijke onmiddellijke voorzieningen en de eindmaatregelen
worden vanuit het ondernemingsbelang ingegeven. Het bevel krachtens de Wet beschikbaarheid
goederen beoogt daarentegen iets anders: het veiligstellen van de productiemiddelen
van de onderneming voor de productie van chips in en voor Nederland en Europa. Daarmee
ziet het bevel op een publiek belang. Dat is iets anders dan het belang van de onderneming.
Het belang van de onderneming en het publieke belangen hoeven niet samen te vallen.
Daarom houdt het kabinet het bevel achter de hand, zodat het uiteindelijke doel, namelijk
het behouden van zeer strategische capaciteit op legacy chips, ook op de lange termijn
verwezenlijkt kan worden.
Vraag 9–10
Welke toetsings- en afwegingskaders worden structureel toegepast om te bepalen of
en wanneer de Wet beschikbaarheid goederen ook moet worden overwogen bij andere ondernemingen
in Nederland die van strategisch belang zijn voor de economische veiligheid?
Hoe zorgt u ervoor dat er geen precedent is ontstaan voor de inzet van de Wet beschikbaarheid
goederen, maar dat de toepassing van deze wet voorspelbaar, zorgvuldig en uitzonderlijk
blijft, zodat de bijdrage van buitenlandse investeringen aan innovatie en strategisch
vermogen in Nederland niet wordt ontmoedigd?
Antwoord 9–10
De Wbg is en blijft een uitzonderlijk instrument bedoeld voor zeer uitzonderlijke
omstandigheden. Het wordt alleen ingezet wanneer andere juridische middelen onvoldoende
zijn om de Nederlandse en Europese belangen – zoals bijvoorbeeld de leveringszekerheid
van cruciale chips – te beschermen.
Vraag 11
Welke criteria hanteert u om te beoordelen of herinzet van het bevel noodzakelijk
is bij eventuele nieuwe risico’s of gedragingen?
Antwoord 11
Het bevel wordt echt alleen ingezet wanneer andere juridische middelen onvoldoende
zijn om de Nederlandse en Europese belangen te waarborgen, zoals bijvoorbeeld de leveringszekerheid
van cruciale chips. Als die leveringszekerheid opnieuw in het geding komt, dan zal
het kabinet opnieuw beoordelen of de inzet van dit instrument of van andere instrumenten
noodzakelijk en/of proportioneel zijn.
Vraag 12
Kunt u toelichten in welke mate Europese partners voorafgaand aan uw besluit formeel
zijn betrokken bij de risico-analyse, de weging van mogelijke maatregelen en de uiteindelijke
besluitvorming over het bevel?
Antwoord 12
Bij dit soort besluiten is het wenselijk en gebruikelijk om de kring van geïnformeerden
zo klein mogelijk te houden. Het eventueel naar buiten komen van het voornemen tot
dit besluit kon grote nadelige gevolgen hebben.
Het is dan ook niet gebruikelijk dat landen in dergelijke tijdsgevoelige en bedrijfsvertrouwelijke
gevallen elkaar van tevoren op de hoogte stellen en elkaar meenemen in analyses en
afwegingen.
Wel zijn direct na het uitvaardigen van het bevel onze meest betrokken partners op
de hoogte gesteld, nog ruim voordat dit in de openbaarheid kwam. De Europese Commissie
is ook spoedig geïnformeerd. Het had, ook na het nemen van het bevel, nadrukkelijk
niet de voorkeur van het kabinet dat deze casus in de openbaarheid zou komen; mede
om dat te voorkomen is de kring zo klein mogelijk gehouden.
Vraag 13
Hoe is de structurele coördinatie van diplomatieke acties en strategische communicatie
met andere EU-lidstaten en de Europese Commissie richting China ingericht gedurende
en na de inzet van de Wet beschikbaarheid goederen?
Antwoord 13
Op 2 december jl. is een tijdlijn gedeeld met uw Kamer. Hierin is opgenomen welke
informatie beschikbaar was op het moment dat bepaalde keuzes werden gemaakt, wie daarbij
betrokken was en hoe er is afgestemd met buitenlandse partners.
Vraag 14
Welke afspraken zijn inmiddels gemaakt binnen de EU om te voorkomen dat nationale
maatregelen ter bevordering van Europese strategische autonomie in de toekomst opnieuw
kunnen leiden tot acute risico’s voor de leveringszekerheid van cruciale technologieën?
Antwoord 14
Zoals aangeven in de brief aan uw Kamer op 19 november jl.2 was mijn ingrijpen erop gericht verplaatsing ten aanzien van de productiemiddelen
van de Nexperia groep te voorkomen. Op basis van het bevelschrift kunnen beslissingen
tegengehouden worden indien deze (potentieel) schadelijk zijn voor de productiecapaciteit,
kennispositie of continuïteit van het bedrijf. Wat het bevelschrift niet doet, is
het in de weg staan van het reguliere productieproces van Nexperia. Het bevelschrift
is zo ontworpen dat de reguliere productie in alle fabrieken wereldwijd en dat alle
export door Nexperia gewoon doorgang kan en zelfs moet vinden. Het bevel leidde tot
een tegenreactie van China, in de vorm van een exportmaategel, die heeft geleid tot
wereldwijde problemen in de toeleveringsketens.
Als het kabinet niet had ingegrepen was de laatste capaciteit, kennis en kunde die
er in Europa is voor dit type chips (die van Nexperia) geheel verdwenen. Een deel
van deze capaciteit en know-how (in het bijzonder de front end) is nu in Europa aanwezig. Deze wederzijdse afhankelijkheid
(front end in Europa en back end in Azië) is cruciaal voor de voorzienings- en leveringszekerheid.
Pas als deze wederzijdse afhankelijkheid omslaat in eenzijdige Europese afhankelijkheid,
neemt het risico voor de voorzienings- en leveringszekerheid van dit type chips sterk
toe. Dat wil het kabinet voorkomen.
Vraag 15
Hoe legt u uit dat de inzet van de Wet beschikbaarheid goederen bedoeld is om leveringszekerheid
te beschermen, maar op korte termijn heeft geleid tot nieuwe kwetsbaarheden in de
waardeketen van halfgeleiders?
Antwoord 15
Het is duidelijk dat deze situatie de kwetsbaarheden in de waardeketen van halfgeleiders
heeft blootgelegd voor het brede publiek. Kwetsbaarheden die bovendien groter waren
geworden als ik niet had ingegrepen op basis van de Wbg. Waar het namelijk om gaat
is dat Europa de capaciteit moet behouden om dit type chips te kunnen blijven produceren,
ook in de toekomst.
Vraag 16
Wat zijn de economische gevolgen voor Nederland als gevolg van deze ingreep? Wat zijn
de langere-termijngevolgen van dit dossier voor het versterken van de Europese strategische
autonomie?
Antwoord 16
De genomen maatregel is uitzonderlijk en is weloverwogen toegepast. Met het opgelegde
bevel is het weglekken van cruciale technologische kennis en verlies van essentiële
productiecapaciteit voor Europa een halt toegeroepen. Als deze risico’s zich hadden
verwezenlijkt, had dat tot het verlies van productiecapaciteit voor cruciale chips
gezorgd en daarmee tot een strategische afhankelijkheid geleid. Dat zou grote negatieve
gevolgen voor de economie en daarmee het vestigingsklimaat hebben gehad.
Vraag 17
Welke beleidsmatige lessen trekt u uit dit dossier om toekomstige ingrepen effectiever,
voorspelbaarder en diplomatiek minder riskant te maken?
Antwoord 17
Deze casus zal zeker waardevolle lessen bieden die ons helpen toekomstige besluiten
verder te verbeteren. Het kabinet acht het van belang dat deze casus, zodra deze in
rustiger vaarwater terecht is gekomen, goed geëvalueerd zal worden. Daarbij geldt
in algemene zin dat het verhogen van de weerbaarheid van onze economie te allen tijde
gepaard zal gaan met kosten, van financieel-economische en/of diplomatieke aard.
Vraag 18
Beschikt het ministerie over een structureel beoordelingskader om continu mogelijke
risico’s te monitoren op het gebied van (i) cruciale technologie en productiecapaciteit,
(ii) strategische afhankelijkheden en (iii) verplaatsing van kennis, intellectueel
eigendom of bedrijfsvestigingen uit Nederland of Europa?
Antwoord 18
Technologieën en mogelijke risicovolle strategische afhankelijkheden ontwikkelen zich
in hoog tempo. Ontwikkelingen op technologiegebied worden daarom continu gemonitord.
Op basis daarvan wordt bezien of het bestaande instrumentarium moet worden aangepast
aan nieuwe omstandigheden, zoals eerder is gebeurd met de AMvB bij de Wet vifo. Zoals
aangegeven in de Kamerbrief3 over de voortgang van de kabinetsaanpak op strategische afhankelijkheden, richt het
kabinetsbeleid zich op het in kaart brengen van risicovolle strategische afhankelijkheden
en het inventariseren van mogelijke mitigatieopties. Een afhankelijkheid is risicovol
en strategisch, als het betreffende product, de dienst of de technologie cruciaal
is voor het borgen van onze publieke belangen, en als het risico van leveringsonderbrekingen
hoog is. Het beoordelingskader strategische afhankelijkheden is 29-05-2024 nader toegelicht
in de technische briefing over dit onderwerp.
Vraag 19
Welke interdepartementale, internationale en Europese samenwerkingsstructuren worden
hierbij gebruikt om dergelijke risico’s tijdig te signaleren en gezamenlijk te adresseren?
Antwoord 19
Zoals aangegeven in de Kamerbrief Voortgang Kabinetsaanpak Economische Veiligheid van 1 juli 20254, kent de kabinetsaanpak economische veiligheid verschillende uitgangspunten. Het
instrumentarium bevindt zich primair op nationaal niveau, waarbij coördinatie en samenwerking
in Europees en internationaal verband de inzet versterkt. Het kabinet streeft daarom
bij maatregelen op het gebied van economische veiligheid (en kennisveiligheid) naar
samenhang op EU- en internationaal niveau. Dit komt de effectiviteit van maatregelen
ten goede en is belangrijk voor een gelijk speelveld. Het beleid is landenneutraal,
conform internationale principes, rechtsbeginselen en verplichtingen zoals het non-discriminatiebeginsel.
Naar analogie van het EU-kader vereist het realiseren van de doelstellingen een geïntegreerde
aanpak langs drie sporen: protect (beschermen), promote (versterken) en partner (samenwerken),
die worden versterkt door actieve ondersteuning van het bedrijfsleven en kennisopbouw
op dit thema.
Vraag 20
Bent u bereid het genoemde beoordelingskader, inclusief de gehanteerde criteria voor
interventie, publiekelijk of ten minste vertrouwelijk met de Kamer te delen, om de
voorspelbaarheid en democratische controle op toekomstige afwegingen onder de Wet
beschikbaarheid goederen te vergroten?
Antwoord 20
Zoals aangegeven in de beantwoording Kamervragen over Nexperia van 11 november jl.5 zijn het huidige kabinet en uw Kamer, evenals vele voorgangers, al enkele jaren bezig
met het vraagstuk rondom open strategische autonomie, ook wel een weerbare economie
genoemd.
Het beleid op dit onderwerp wordt uiteengezet in een aantal Kamerbrieven; Kamerbrief
Visie op de toekomst van de Nederlandse industrie,
6
Kamerbrief Open Strategische Autonomie
7 en Voortgang kabinetsaanpak risicovolle strategische afhankelijkheden.8
In deze brieven wordt ook regelmatig verwezen naar welke capaciteiten er belangrijk
zijn voor Nederland en Europa, waarbij om bijvoorbeeld bedrijfsvertrouwelijke redenen
niet altijd alles openbaar wordt gemaakt. Centraal uitgangspunt van het beleid en
de daarin genoemde voorstellen, zijn gericht op het beschermen van productiecapaciteiten,
kennisposities of continuïteit van bedrijven. U kunt hierbij denken aan de Wet veiligheidstoets
investeringen, fusies en overnames (Vifo). Aan de hand van het beleid en ontwikkelde
strategieën is er ook nauwer contact met bedrijven en kennisinstellingen die in de
voor Nederland belangrijk geachte industrieën opereren. Met uw Kamer is hiermee dus
al gedeeld op welke manier het kabinet haar afwegingen maakt ten aanzien van open
strategische autonomie.
Ondertekenaars
V.P.G. Karremans, minister van Economische Zaken
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.