Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van de leden Verouden, Kouwenhoven en Saris over de ingreep bij Nexperia
Vragen van de leden Verouden, Kouwenhoven en Saris (allen Nieuw Sociaal Contract) aan de Minister van Economische Zaken over de ingreep bij Nexperia en berichtgeving Bloomberg (ingezonden 10 november 2025).
Antwoord van Minister Karremans (Economische Zaken) (ontvangen 19 december 2025)Zie
ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 422
Vraag 1
Heeft u kennisgenomen van het artikel «Dutch ready to drop control of Nexperia if
chip supply resumes»?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Kunt u aangeven welke onderdelen van dit bericht correct zijn en welke niet?
Antwoord 2
Ik verwijs hiervoor naar de reeds openbaar gemaakte toelichtingen in de brieven aan
uw Kamer van 14 oktober en 19 november jl. , alsook het debat van 4 december jl.
Vraag 3 en 4
Deelt u de mening dat u op grond van artikel 68 van de Grondwet de Kamer onmiddellijk,
volledig en uit eigen beweging dient te informeren over relevante ontwikkelingen?
Deelt u de mening dat een conflict waardoor wereldwijd fabrieken stil kwamen te liggen
relevant is en dat u de Kamer daarover uit eigener beweging en prompt had moeten informeren?
Antwoord 3 en 4
Graag verwijs ik naar de brieven die eerder aan uw Kamer zijn gestuurd op 14 oktober
en 19 november jl. Daarin geeft het kabinet onder andere aan dat het kabinet het van
belang acht de Kamer zo goed mogelijk op de hoogte te houden. Vanwege de vertrouwelijkheid
kan uw Kamer niet over alle details in het openbaar geïnformeerd worden. Daarom heeft
op 27 november jl. een vertrouwelijke technische briefing plaatsgevonden.
Vraag 5
Wilt u de Kamer per ommegaande informeren over wat er de afgelopen weken in het Nexperia-dossier
is gebeurd, over mogelijke onderhandelingen met China en over eventuele juridische
stappen die zijn ondernomen?
Antwoord 5
Wij hebben de kamer geïnformeerd middels de brieven van 14 oktober, 19 november jl.,
de tijdslijn van 2 december jl.2 en het Kamerdebat van 4 december jl. Over relevante toekomstige ontwikkelingen zullen
wij uw kamer informeren, indien noodzakelijk vertrouwelijk.
Vraag 6
Welke juridische adviezen heeft u ontvangen vóór het besluit om bij Nexperia in te
grijpen?
Antwoord 6
Vanzelfsprekend zijn er verschillende mogelijkheden onderzocht en gewogen op onder
andere geschiktheid, inzetbaarheid en effectiviteit. Het doel was een geschikte maatregel
te kunnen nemen die de risico's verbonden aan het optreden van de CEO voor de beschikbaarheid
in Nederland en Europa van de productie- en R&D faciliteiten, de know-how en de intellectuele eigendomsrechten van de onderneming (de productiemiddelen) konden
mitigeren op een manier die bedrijfsprocessen zo min mogelijk zou verstoren. Van de
onderzochte maatregelen is de inzet van de Wet beschikbaarheid goederen de enige geschikte
en proportionele maatregel.
Vraag 7
Kunt u deze adviezen allemaal openbaar maken, evenals de beslisnota over het besluit
over de Wet beschikbaarheid goederen?
Antwoord 7
Vanwege het geclassificeerde karakter van dit dossier kan het kabinet deze adviezen
niet openbaar maken. Dit vanwege het feit dat het hier vertrouwelijke bedrijfsinformatie
betreft en openbaarmaking onwenselijk is.
Vraag 8
Bent u van tevoren gewezen op de juridische risico’s voor de Staat? Zo ja, op welke
wijze, en hoe schat u deze risico’s zelf in?
Antwoord 8
Het besluit is genomen op basis van een integrale afweging waarbij ook de mogelijke
economische en juridische risico’s in ogenschouw zijn genomen. Bij deze afweging is
ook meegenomen dat niet ingrijpen zou kunnen leiden tot weglekken van cruciale technologische
kennis en verlies van essentiële productie- en onderzoekscapaciteit voor Europa. Dit
was een weloverwogen en onderbouwd besluit waarbij voorafgaand uiteraard verschillende
mogelijke scenario’s zijn doorgenomen evenals de kans dat deze zich voor zouden doen.
Vraag 9 en 10
Op welk moment en op welke wijze heeft u de Minister-President geïnformeerd over dit
besluit?
Op welk moment en op welke wijze heeft u het kabinet geïnformeerd over dit besluit?
Antwoord 9 en 10
Graag verwijs ik naar de gepubliceerde tijdslijn van 2 december jl. en de brieven
die eerder aan uw Kamer zijn gestuurd op 14 oktober en 19 november jl. Daarin staat
vermeld dat er voorafgaande aan het bevel contact is geweest met de Minister-President,
de vicepremiers, de Minister van Buitenlandse Zaken, de Minister van Defensie en de
Staatssecretaris van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp.
Vraag 11
Kunt u aangeven op basis van welke noodsituatie de Wet beschikbaarheid goederen in
dit geval is ingeroepen, aangezien artikel 2 van deze wet luidt: «Ieder van Onze Ministers
is, indien dit naar zijn oordeel noodzakelijk is ter verzekering van het beschikbaar
blijven van goederen ter voorbereiding op noodsituaties, bevoegd aan de rechthebbende
bij algemeen of bijzonder bevel te gelasten«?
Antwoord 11
De Wet beschikbaarheid goederen voorziet in de mogelijkheid om ter verzekering van
het beschikbaar blijven van goederen ter voorbereiding op een noodsituatie een bevel
uit vaardigen. Een ernstige bedreiging van de Nederlandse economische veiligheid kan
in voorkomend geval als noodsituatie worden aangemerkt. De wet schrijft niet voor
dat er al uitzicht moet zijn op een concrete en specifiek geïdentificeerde noodsituatie,
wel dat deze voorstelbaar is.
In het specifieke geval van Nexperia is er sprake van:
a) een onderneming die een cruciale producent is van een groot aantal chips die breed
gebruikt worden en waarvan het belang voor de Nederlandse en Europese economie groot
is gelet op de afhankelijkheid van de productie- en ontwikkelcapaciteit van de onderneming;
b) een risico voor de voorzienings- en leveringszekerheid van deze chips als de productie-
en ontwikkelcapaciteit van Nexperia uit Nederland en Europa verdwijnt waarmee een
volledige afhankelijkheid van derde landen ontstaat;
c) dat bij disruptie van de leveringsketen vanuit derde landen – zoals bijvoorbeeld bij
COVID-19 zichtbaar was – er aanzienlijke schade optreedt voor de Nederlandse en Europese
samenleving en daarmee ook onze economische veiligheid.
Vraag 12
Op welk moment en op welke wijze is dit besluit besproken met leden van het campagneteam
van de VVD?
Antwoord 12
Dit besluit is niet besproken met leden van het campagneteam van de VVD.
Vraag 13
Kunt u alle documenten (onder documenten vallen ook app-verkeer, gespreksverslagen
en persoonlijke aantekeningen) die betrekking hebben op de ingreep bij Nexperia –
inclusief voorbereidingen, juridische adviezen en interne communicatie binnen de overheid
– openbaar maken onder artikel 68 van de Grondwet?
Antwoord 13
Veel informatie is al gedeeld met uw Kamer via diverse brieven en het debat van 4 december
jl. Mede vanwege de bedrijfsgegevens en het vertrouwelijke karakter van dit dossier
is het niet mogelijk alle communicatie rondom dit dossier openbaar te maken.
Vraag 14
Kunt u een chronologisch feitenrelaas overleggen van de besluitvorming die heeft geleid
tot de toepassing van de Wet beschikbaarheid goederen bij Nexperia, inclusief data
van interne adviezen, overleggen en besluiten?
Antwoord 14
Op 2 december jl. is een tijdlijn gedeeld met uw Kamer. Hierin is opgenomen welke
informatie beschikbaar was op het moment dat bepaalde keuzes werden gemaakt, wie daarbij
betrokken was en hoe er is afgestemd met buitenlandse partners.
Vraag 15
Welke juridische adviezen (intern of extern) zijn ingewonnen voorafgaand aan het besluit
van 30 september 2025, en welke scenario’s zijn daarin overwogen?
Antwoord 15
Meerdere maatregelen zijn onderzocht om de leveringszekerheid van Nexperia veilig
te stellen waar het kabinet heeft gekeken naar een geschikt alternatief. Hierbij werd
al gauw duidelijk dat de inzet van de Wbg de enige maatregel was die daadwerkelijk
de leveringszekerheid voor Nederland en Europa direct kon veiligstellen door de productiemiddelen
van het bedrijf te beschermen. Het kabinet wil de Wbg alleen inzetten wanneer andere
instrumenten onvoldoende zijn om de Nederlandse en Europese belangen – waaronder de
leveringszekerheid van cruciale chips – te beschermen.
Vraag 16
Op welk moment is de uitspraak van de Ondernemingskamer (betreffende de schorsing
van CEO Zhang) bekendgemaakt aan het ministerie, en welke rol speelde die uitspraak
in de timing van het ministerieel besluit?
Antwoord 16
De datum van de eerste uitspraak van de Ondernemingskamer waarbij de CEO werd geschorst,
was op 1 oktober 2025. Dat is na de datum van het bevel dat op 30 september is vastgesteld
en aan de onderneming is verstrekt. Vervolgens is bij de uitspraken van 7 en 8 oktober
de schorsing van de CEO gehandhaafd. Op dezelfde dag dat de Ondernemingskamer de uitspraken
deed, is het ministerie zoals gebruikelijk via het kantoor van de landsadvocaat over
de uitspraken geïnformeerd.
Vraag 17
Kan de Minister een overzicht geven van de betrokken departementen (zoals Buitenlandse
Zaken, Binnenlandse Zaken, Financiën en Justitie en Veiligheid) en aangeven welk departement
welke bijdrage heeft geleverd aan de risico-analyse of beslisnota’s?
Antwoord 17
Graag verwijs ik uw Kamer naar de gepubliceerde tijdslijn van 2 december jl. en de
brieven die eerder aan uw Kamer heb gestuurd op 14 oktober en 19 november jl. Daarin
staat vermeld dat er voorafgaande aan het bevel contact is geweest met de Minister-President,
de vicepremiers, de Minister van Buitenlandse Zaken, de Minister van Defensie en de
Staatssecretaris van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp.
Vraag 18
Heeft de ministerraad als geheel hierover beraadslaagd of ingestemd, en zo ja: op
welke datum?
Antwoord 18
Deze vraag kan ik niet beantwoorden omdat er een geheimhoudingsplicht bestaat ten
aanzien van hetgeen in de minsterraad besproken wordt of geschiedt. Dit is conform
artikel 26 van het Reglement van orde voor de minsterraad. Wel kan ik aangeven dat
dit dossier regelmatig aan de orde is geweest in het kabinet.
Vraag 19
Kunt u toelichten waarom er, gezien het demissionaire karakter van het kabinet en
het feit dat het besluit midden in de verkiezingscampagne viel, niet voor is gekozen
om de fractievoorzitters van de belangrijkste partijen hierbij te betrekken?
Antwoord 19
Vanwege de gevoeligheid van de casus is er aanvankelijk voor gekozen om de kring van
betrokkenen zo klein mogelijk te houden. Er was sprake van acute dreigingen en hoe
breder de cirkel van geïnformeerden, hoe groter de kans dat de risico’s zich daadwerkelijk
zouden manifesteren. Zodra de ontwikkelingen dat toelieten is uw Kamer geïnformeerd.
Zoals ik ook in het debat van 4 december jl. heb aangegeven, is het gebruikelijk dat
over dit soort bedrijfscasussen niet wordt gecommuniceerd. Ik heb met zeer veel bedrijfscasussen
te maken. Deze blijven allemaal vertrouwelijk, in het belang van het bedrijf zelf
en in het belang van de Nederlandse economie. Dat was ook bij deze casus de intentie.
Vraag 20
Acht u de informatievoorziening aan de Kamer en aan de fracties in de Kamer in dat
stadium volledig en tijdig?
Antwoord 20
Graag verwijs ik naar de brieven die eerder aan uw Kamer heb gestuurd op 14 oktober
en 19 november jl. Daarin geeft het Kabinet onder andere aan dat het kabinet het van
belang acht de Kamer zo goed mogelijk geïnformeerd te houden. Vanwege de vertrouwelijkheid
kan uw Kamer niet over alle details in het openbaar geïnformeerd worden; daarom heeft
op 27 november jl. een vertrouwelijke technische briefing plaatsgevonden.
Vraag 21
Kunt u alle relevante interne memo’s, notities en e-mailwisselingen tussen het Ministerie
van Economische Zaken, de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) en het Ministerie
van Algemene Zaken openbaar maken waarin de besluitvorming over Nexperia wordt besproken
(al dan niet vertrouwelijk)?
Antwoord 21
Veel informatie is al gedeeld met uw Kamer via diverse brieven en het debat van 4 december
jl. Mede vanwege de bedrijfsgegevens en het vertrouwelijke karakter van dit dossier
is het niet mogelijk alle communicatie rondom dit dossier openbaar te maken.
Vraag 22, 23, 24 en 25
Wanneer zijn de Europese Commissie, Duitsland en Frankrijk formeel van het besluit
op de hoogte gebracht door de Nederlandse regering?
Op welke momenten en via welke kanalen is voorafgaand aan het besluit overleg gevoerd
met Europese partners, met name de Europese Commissie, Duitsland en Frankrijk?
Klopt het beeld dat Europese partners door de late informatievoorziening zijn overvallen
door het besluit?
Wanneer en met welke vertegenwoordigers van de Chinese regering of het Chinese bedrijfsleven
heeft u sinds het besluit over Nexperia ontmoetingen gehad?
Antwoord 22, 23, 24 en 25
Vanwege de gevoeligheid van de casus is er aanvankelijk voor gekozen om de kring van
betrokkenen zo klein mogelijk te houden. Dit is de gebruikelijke handelwijze in dit
soort gevallen. Er was namelijk sprake van acute dreigingen en hoe breder de cirkel
van geïnformeerden, hoe groter de kans dat de risico’s zich daadwerkelijk zouden manifesteren.
Er is zeer vroegtijdig contact geweest met Duitsland en het VK, omdat zich daar belangrijke
productielocaties van Nexperia bevinden. Contact met deze landen zag daardoor o.a.
op het realiseren van adequaat toezicht in deze landen op naleving van mijn bevel.
De Europese Commissie is spoedig daarna geïnformeerd. Het was aanvankelijk niet de
bedoeling de kwestie veel breder te trekken, of om nadrukkelijk de publiciteit te
zoeken.
Een volledig overzicht van de tijdslijn, inclusief wie op welk moment is geïnformeerd,
heb ik op 2 december jl. met uw Kamer gedeeld.
Vraag 26
Heeft de Europese Commissie, in het bijzonder commissaris Šefčovič (Handel en Economische
Veiligheid, Interinstitutionele Betrekkingen en Transparantie), namens Nederland gesprekken
gevoerd met China, en was Nederland bij die gesprekken aanwezig?
Antwoord 26
Er is intensief contact met de Europese Commissie, ook over de gesprekken die Nederland
en de Europese Commissie voeren met de Chinese autoriteiten. Op de inhoud en precieze
deelnemers aan deze gesprekken kan vanwege de vertrouwelijkheid niet ingegaan worden.
Vraag 27
Kunt u aangeven welke analyse van de economische gevolgen is uitgevoerd voorafgaand
aan het besluit om bij Nexperia in te grijpen, met name ten aanzien van de leveringszekerheid
in de Europese halfgeleiderketen?
Antwoord 27
Als ik niet had ingegrepen was de laatste capaciteit, kennis en kunde die er in Europa
is voor dit type chips geheel verdwenen. Een deel van deze capaciteit en know-how (in het bijzonder de «»front end»») is nu in Europa aanwezig. Deze wederzijdse afhankelijkheid
(«front end» in Europa en «back end» in Azië) is niet bezwaarlijk voor de voorzienings-
en leveringszekerheid. Als deze wederzijdse afhankelijkheid omslaat in volledige Europese
afhankelijkheid, neemt het risico voor de voorzienings- en leveringszekerheid van
dit type chips sterk toe. Dat wil ik voorkomen.
Vraag 28
Op welk moment zijn de klanten en zakelijke partners van Nexperia (zoals autofabrikanten,
elektronicabedrijven en chipproducenten) geïnformeerd over de schorsing van de CEO
en de overheidsmaatregel, en door wie – het bedrijf zelf of de overheid?
Antwoord 28
Communicatie met de klanten van Nexperia werd en wordt gedaan door Nexperia zelf.
Vraag 29, 30, 31 en 32
Is er bij het besluit geanticipeerd op mogelijke verstoringen in de aanvoer of productiecapaciteit
van Nexperia, met name vanuit de fabrieken in China, en welke mitigerende maatregelen
zijn voorbereid of besproken met Europese partners?
Bent u bekend met signalen dat Nexperia China klanten van Nexperia Nederland of haar
Europese dochterondernemingen onder druk zet om contracten te heronderhandelen of
rechtstreeks met het Chinese moederbedrijf zaken te doen?
Hoe beoordeelt u het risico dat betalingen of nieuwe contracten voortaan in Chinese
renminbi (RMB) of onder Chinese rechtsmacht worden afgewikkeld, en welke gevolgen
heeft dit voor leveringszekerheid en toezicht in Nederland en in de Europese Unie?
Houdt u, gezien de bilaterale escalatie van het conflict, rekening met de mogelijkheid
dat Nexperia zijn Nederlandse activiteiten (deels of geheel) afbouwt of verplaatst,
en wat zou daarvan de economische en technologische impact zijn voor Nederland en
Europa?
Antwoord 29, 30, 31 en 32
Meerdere maatregelen zijn onderzocht om de leveringszekerheid van Nexperia veilig
te stellen waar ik heb gekeken naar een geschikt alternatief voor de Wbg. Hierbij
is ook nagedacht over de mogelijke gevolgen de kans dat deze zich mogelijk zouden
materialiseren. Mede vanwege bedrijfsgegevens is het niet mogelijk hier verder over
uit te weiden.
Vraag 33
Houdt u rekening met mogelijke bilaterale economische tegenmaatregelen van China,
bijvoorbeeld tegen Nederlandse bedrijven of investeringen in China, die de handelsrelatie
verder onder druk kunnen zetten?
Antwoord 33
Het is niet in het Nederlandse belang om publiekelijk te speculeren over tegenmaatregelen
van welke aard dan ook.
Vraag 34
Wat heeft u gedaan gekregen van de Chinese autoriteiten om te voorkomen dat de risico’s
die u initieel zag (en op basis waarvan u heeft ingegrepen) zich niet alsnog zullen
voordoen in de toekomst?
Antwoord 34
Met de Chinese autoriteiten vinden constructieve gesprekken plaats om tot een oplossing
te komen voor de verstoring van de waardeketen; dit is in het belang van de industrie
in China, Europa, de VS en elders. Over de inhoud van deze gesprekken kan ik vanwege
de vertrouwelijkheid geen uitspraken doen.
Vraag 35
Kunt u deze vragen één voor één en binnen twee weken beantwoorden?
Antwoord 35
Vanwege de hoeveelheid en complexiteit van vragen, waarbij afstemming nodig was met
meerdere stakeholders was het helaas niet mogelijk de vragen binnen twee weken te
beantwoorden.
Ondertekenaars
V.P.G. Karremans, minister van Economische Zaken
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.