Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Ceder over de lancering van de Discriminatietoets door de Staatscommissie tegen Discriminatie en Racisme
Vragen van het lid Ceder (ChristenUnie) aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over de lancering van de Discriminatietoets door de Staatscommissie tegen Discriminatie en Racisme (ingezonden 20 november 2025).
Antwoord van Minister Rijkaart (Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties) (ontvangen
18 december 2025).
Vraag 1
Bent u bekend met de lancering van de Discriminatietoets Publieke Dienstverlening
en bent u het met de Staatscommissie eens dat de Discriminatietoets «een concreet
instrument» is waarmee overheidsorganisaties structureel discriminatierisico’s kunnen
signaleren en aanpakken?
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Welke rol ziet u voor de Rijksoverheid (ministeries, uitvoeringsorganisaties) in het
gebruik van deze toets? Op welke wijze wordt het gebruik van de toets gestimuleerd?
Antwoord 2
Ik pak de regie op het vervolgtraject van de discriminatietoets. Dit mede naar aanleiding
van de motie van het lid van Nispen c.s.1 die het kabinet verzoekt om ervoor te zorgen dat publieke dienstverleners de discriminatietoets
publieke dienstverlening zullen gebruiken en het Ministerie van Binnenlandse Zaken
en Koninkrijksrelaties hierbij de centrale regie te geven.
Mijn streven is begin 2026 met een kabinetsreactie op de discriminatietoets te komen
en daarin zal ik toelichten op welke wijze ik het gebruik van de toets wil stimuleren.
Ik kan daar nu nog niet nader op in gaan, omdat de gesprekken hierover nog lopen.
We werken daarbij aan twee stappen: (1) de inbedding van de discriminatietoets in
bestaande structuren zoals aanbevolen door de staatscommissie en (2) procesbegeleiding
van organisaties.
Vraag 3
Hoe ondersteunt de Rijksoverheid het gebruik van de Discriminatietoets? Stelt het
ministerie middelen beschikbaar om publieke organisaties te ondersteunen bij het toepassen
van deze toets?
Antwoord 3
Voor de komende jaren zijn er middelen gereserveerd om organisaties te ondersteunen
bij het toepassen van de discriminatietoets. Het gaat om 500.000 in 2026, om 1,1 miljoen
in 2027, 2028 en 2029 en in 2030 nog 500.000. De opbouw van deze reeks is vanuit de
gedachte dat 2026 een aanloopjaar is, dan 3 volle jaren en daarna afbouw. In de kabinetsreactie
zal ik hier nader op in gaan.
Vraag 4
Bent u voornemens om de Discriminatietoets (op termijn) wettelijk te verankeren, zodat
gebruik niet vrijblijvend blijft? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 4
Ik heb nu geen voornemen om de discriminatietoets wettelijk te verankeren. De toets
is er net en ik vind het belangrijk om eerst ervaring op te doen met het instrument.
Ook de staatscommissie geeft als belangrijke randvoorwaarde draagvlak voor het doorlopen
van de discriminatietoets binnen de organisatie. Door organisaties te enthousiasmeren
in plaats van te verplichten, wil ik voorkomen dat het een afvinklijstje wordt in
plaats van kritisch en effectief zelfonderzoek naar risico’s op discriminatie in processen
en werkpraktijken.
Mogelijk kan de discriminatietoets op termijn in samenhang worden bezien met de eveneens
door de staatscommissie geadviseerde gelijkheidsplicht publieke sector, maar dit vergt
nader onderzoek.
Vraag 5
Hoe gaat het ministerie monitoren of de Discriminatietoets daadwerkelijk leidt tot
minder discriminatie in de praktijk?
Antwoord 5
Het is bijzonder ingewikkeld om te monitoren of er daadwerkelijk minder discriminatie
is en of er in dat geval een causaal verband bestaat tussen een afname van discriminatie
en de discriminatietoets. Bij de gesprekken over de implementatie van de discriminatietoets
is het wel onderwerp van gesprek hoe er lessen getrokken kunnen worden uit de toepassing
en de resultaten van de discriminatietoets. In de kabinetsreactie op de discriminatietoets
zal ik hier nader op in gaan.
Vraag 6
Wordt de motie van het lid Ceder c.s. uitgevoerd op zodanige wijze dat inmiddels in
alle uitvoeringstoetsen het risico op discriminatie beoordeeld wordt? Zo nee, waarom
niet? Op welke termijn zal dit naar verwachting wel ingebed zijn in de standaard onderdelen
van een uitvoeringstoets?2
Antwoord 6
Het programma Werk aan Uitvoering werkt op dit moment aan een handreiking met uniforme
punten voor uitvoeringstoetsen en daarbij zullen zij ook kijken hoe de verschillende
wensen daarin opgenomen kunnen worden. De (lessen uit de) discriminatietoets horen
daar ook bij. De eerste versie van deze handreiking wordt in het voorjaar van 2026
opgeleverd. De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid en de Minister van Sociale
Zaken en Werkgelegenheid hebben de Eerste Kamer hier onlangs per brief over geïnformeerd.3 Met de Kamerbrief van Staatssecretaris Justitie en Veiligheid en de Minister van
Sociale Zaken en Werkgelegenheid is er invulling gegeven aan de motie van het lid
Ceder c.s.
Vraag 7
Op welke wijze wordt de motie van de leden Ceder en Azarkan uitgevoerd die verzocht
om in het Integraal Afwegingskader een discriminatietoets op te nemen? Is een dergelijke
discriminatietoets inmiddels standaard opgenomen in het Integraal Afwegingskader?
Zo nee, op welke termijn wordt dit geïmplementeerd?4
Antwoord 7
De discriminatietoets is steviger verankerd in de herziene Handreiking constitutionele
toetsing die binnenkort ook aan de beide Kamers zal worden toegezonden. Net als de
vorige editie is de Handreiking opgenomen in het Beleidskompas, de opvolger van het
Integraal Afwegingskader, waardoor zij een vast onderdeel vormt van de voorbereidende
fase van wet- en regelgeving. Met een verscherpte aandacht voor de discriminatietoets
wordt beoogd discriminerende effecten in nieuw beleid en wetgeving te voorkomen. Op
deze manier wordt er invulling gegeven aan deze motie van de leden Ceder en Azarkan.
Vraag 8
Kunt u deze vragen afzonderlijk beantwoorden ruim voor de behandeling van de begroting
Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties?
Antwoord 8
Ja.
Ondertekenaars
F. Rijkaart, minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.