Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van de leden Lahlah, Kröger, Ceder en Grinwis over de oproep voor effectievere ondersteuning van mensen met hoge energiekosten via het Tijdelijk Noodfonds Energie
Vragen van de leden Lahlah, Kröger (beiden GroenLinks-PvdA), Ceder en Grinwis (beiden ChristenUnie) aan de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de Minister van Klimaat en Groene Groei over de oproep voor effectievere ondersteuning van mensen met hoge energiekosten via het Tijdelijk Noodfonds Energie (ingezonden 12 december 2025).
Antwoord van Staatssecretaris Nobel (Sociale Zaken en Werkgelegenheid), mede namens
de Minister van Klimaat en Groene Groei (ontvangen 18 december 2025).
Vraag 1
Bent u bekend met de oproep van de G4 voor effectievere ondersteuning van mensen met
hoge energiekosten via het Tijdelijk Noodfonds Energie (TNE)?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Wat is uw reactie op de brief, waarin de vier grote steden waarschuwen dat ondersteuning
via gemeenten deze winter niet tijdig en niet effectief kan worden ingezet voor huishoudens
met acute betalingsproblemen, waardoor inwoners «uiteindelijk de dupe worden»?
Antwoord 2
We zijn de G4 erkentelijk voor hun betrokkenheid bij dit onderwerp. Wij delen de urgentie
om huishoudens die leven in energiearmoede ook aankomende winter te ondersteunen.
Daarom is de afgelopen periode nagegaan welke scenario’s mogelijk zijn, en of deze
haalbaar zijn. In de Kamerbrief van 7 november jl. worden twee scenario’s inclusief
de resultaten en conclusies gedeeld. Deze scenario’s worden hieronder toegelicht.
Er is geconstateerd dat het niet haalbaar is om aankomende winter een publiek-private
constructie te realiseren. Een belangrijke randvoorwaarde dat private partijen meer
dan één derde van het benodigde bedrag bijdragen, wordt momenteel niet gehaald. Het
uitblijven van inleg van derde partijen resulteert in aanzienlijke financiële, juridische
en maatschappelijke risico’s waar uw Kamer eerder over is geïnformeerd.
Na bestuurlijk overleg hebben de VNG en SZW gezamenlijk besloten € 30 miljoen via
het Gemeentefonds beschikbaar te stellen, om een impuls te geven aan bestaande lokale
gemeentelijke dienstverlening. De middelen die via het Gemeentefonds aan gemeenten
beschikbaar worden gesteld kunnen door gemeenten worden ingezet om huishoudens te
ondersteunen bij het verlagen van hun energierekening. De middelen dienen als impuls
voor de bestaande dienstverlening van gemeenten en zijn niet bedoeld ter vervanging
van de rol die het Tijdelijk Noodfonds Energie heeft vervuld bij het bieden van directe
inkomensondersteuning. Er is door de VNG, Stichting TNE en SZW gewerkt aan een veilige
datadeling van gegevens van huishoudens die expliciet toestemming hebben gegeven om
hun gegevens te delen met de eigen gemeente om hulp te ontvangen. Hiertoe heeft de
Stichting TNE, in opdracht van SZW, een portaal gebouwd. Huishoudens die een aanvraag
hebben gedaan bij het Tijdelijk Noodfonds Energie en expliciet toestemming hebben
gegeven voor het delen van hun gegevens, kunnen op basis hiervan worden doorverwezen
naar het lokale hulpaanbod in de eigen gemeente. Huishoudens worden persoonlijk benaderd
voor hulp bij het verlagen van hun energierekening. Dit kan gaan om voorzieningen
die zien op de verduurzaming van de woning en om hulp bij het aanvragen van landelijke
en lokale voorzieningen, bijvoorbeeld via de Voorzieningenwijzer. Huishoudens kunnen
daarnaast hierbuiten ook altijd bij hun gemeente terecht om te bespreken wat de mogelijkheden
zijn voor ondersteuning. Indien door de bewoner gewenst kan bredere hulp worden geboden.
Met deze keuze kan vanuit het Rijk een cofinanciering van € 30 miljoen extra worden
ingezet voor het publieke energiefonds, deze middelen komen uit het amendement Grinwis.
Door het inzetten van in totaal € 90 miljoen aan Rijksmiddelen als cofinanciering,
kan met behulp van middelen uit het SCF bijna een viervoudig bedrag voor het energiefonds
beschikbaar komen.
Vraag 3
Hoe beoordeelt u de constatering van de G4 dat gemeenten de uitvoeringscapaciteit
voor inkomenssteun deze winter grotendeels nog moeten opbouwen, terwijl de infrastructuur
van het TNE volgens hen volledig klaarstaat om direct ingezet te worden?
Antwoord 3
Er is door SZW en VNG gezamenlijk gekozen voor de aanpak om inwoners voor de winter
van 2025–2026 te ondersteunen via de bestaande gemeentelijke dienstverlening. Daartoe
is € 30 miljoen beschikbaar gesteld aan gemeenten via het Gemeentefonds. De middelen
dienen als impuls voor de bestaande dienstverlening van gemeenten en zijn niet bedoeld
ter vervanging van de rol die het Tijdelijk Noodfonds Energie heeft vervuld bij het
bieden van directe inkomensondersteuning. Er is gekozen om aan te sluiten bij bestaande
lokale dienstverlening. Gemeenten kunnen, afhankelijk van de lokale situatie, het
beste inschatten op welke wijze deze ondersteuning het meest effectief kan worden
ingezet om bij te dragen aan het verlagen van de energierekening van inwoners.
Zoals ook is vermeld in het antwoord onder vraag twee wordt er niet voldaan aan de
randvoorwaarde van voldoende private financiering. Daarmee is de route van een publiek-privaat
construct niet verantwoord.
Vraag 4
Hoe beziet u de waarschuwingen van de G4 dat gemeenten door beperkte wettelijke mogelijkheden
vooral zullen inzetten op verduurzamingsmaatregelen en niet of minder op directe inkomenssteun,
terwijl ook die inkomenssteun deze winter voor huishoudens met acute betalingsproblemen
dringend nodig is, en het verzoek was in motie Timmermans c.s.2? Hoe waarborgt u dat de beschikbare middelen ook worden benut voor acute financiële
ondersteuning van huishoudens met betalingsproblemen, naast de nodige maatregelen
op het gebied van verduurzaming die echter pas op langere termijn effect hebben?
Antwoord 4
De middelen die via het Gemeentefonds aan gemeenten beschikbaar worden gesteld kunnen
door gemeenten worden ingezet om huishoudens te ondersteunen binnen het bestaande
aanbod van de lokale dienstverlening. Gemeenten kennen beleidsvrijheid wat betreft
de invulling van dit bestaande hulpaanbod. Het is niet mogelijk om directe inkomensondersteuning
te bieden aan huishoudens vanuit deze middelen. Gemeenten kunnen deze middelen wel
aanwenden om huishoudens te bereiken en te wijzen op bestaande voorzieningen zoals
toeslagen en/of minimaregelingen. Daarnaast kan bijzondere bijstand worden verleend
wanneer de hoge energiekosten het gevolg zijn van bijzondere omstandigheden, zoals
een chronische ziekte of beperking.
Vraag 5
Hoe weegt u de juridische en financiële risico’s die u schetst3 bij het inzetten van TNE zonder private inleg, waaronder risico op onrechtmatigheid
en staatssteun, ten opzichte van de door TNO en de G4 geschetste gezondheidsproblemen,
stress en leerachterstanden die ontstaan wanneer kinderen opgroeien in energiearmoede?
Antwoord 5
Het is onwenselijk dat kinderen in Nederland opgroeien in energiearmoede en daarbij
negatieve gevolgen ondervinden voor hun gezondheid, ontwikkeling en gelijke kansen.
Het kabinet zet daarom in op het ondersteunen van huishoudens met hoge energiekosten
door deze huishoudens door te werken aan de realisatie van een publiek energiefonds,
en met de inzet op het verbeteren van de energetische kwaliteit van de woning, zodat
zij structureel grip kunnen krijgen op hun energierekening. Echter, zoals geschetst
in de Kamerbrief van 7 november jl. leidt een publiek-private constructie zonder private
bijdrage tot forse financiële, juridische en maatschappelijke risico’s.
Met het uitblijven van de benodigde financiering door derde partijen bestaat de mogelijkheid
dat de constructie wordt aangemerkt als een buitenwettelijk bestuursorgaan, waardoor
uitkeringen onrechtmatig kunnen zijn en sprake kan zijn van een open einde-regeling
met grote financiële gevolgen voor het Rijk. Daarnaast is er een reëel risico op staatssteun,
wat kan leiden tot onderzoek door de Europese Commissie en mogelijke terugvordering
van middelen. In de Kamerbrief van 30 september jl.4 vindt u een nadere toelichting op deze risico’s.
Vraag 6
Bent u bereid de optie om de ondersteuning deze winter alsnog via het TNE te organiseren
opnieuw te bezien, nu de G4 hier expliciet een oproep toe doet? Waarom wel of niet?
Antwoord 6
Op basis van de geschetste risico’s in het antwoord op vraag 5 en de conclusie in
de Kamerbrief van 7 november jl. is de mogelijkheid om inkomensondersteuning te realiseren
in de vorm van een publiek-private constructie niet haalbaar is. Met het uitblijven
van een private bijdrage van meer dan één derde van het totale bedrag is deze mogelijkheid
niet verantwoord.
Vraag 7
Kunt u bovenstaande vragen een voor een beantwoorden voor het tweeminutendebat over
Energiebesparing en betaalbare energierekening voor huishoudens?
Antwoord 7
Ja.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
J.N.J. Nobel, staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid -
Mede namens
S.T.M. Hermans, minister van Klimaat en Groene Groei
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.