Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Van Oosterhout over de opname van scope 3 uitstoot in Nederlandse milieueffectbeoordelingen naar aanleiding van de recente Noorse rechtszaak hieromtrent
Vragen van het lid Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA) aan Minister van Klimaat en Groene Groei over de opname van scope 3 uitstoot in Nederlandse milieueffectbeoordelingen naar aanleiding van de recente Noorse rechtszaak hieromtrent (ingezonden 19 november 2025).
Antwoord van Minister Hermans (Klimaat en Groene Groei) (ontvangen 18 december 2025).
Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 710.
Vraag 1
Bent u op de hoogte van de rechtszaak tegen de Noorse staat die Greenpeace en Natur
og Ungdom op vrijdag 14 november 2025 hebben gewonnen waarin het gerechtshof Borgarting
mede op grond van een uitspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM)
d.d. 28 oktober 2025 heeft bevestigd dat de vergunningen voor drie olievelden door
de rechtbank ongeldig zijn omdat de scope 3-uitstoot niet in de milieueffectbeoordeling
beoordeeld was?1,
2
Antwoord 1
Ja, deze rechtszaak is bekend.
Vraag 2
Bent u op de hoogte van het advies van het Hof van de Europese Vrijhandelsassociatie
(EVA) van 21 mei 2025, waarin het Hof stelt dat in het kader van richtlijn 2011/92/EU
de milieueffectbeoordeling voor een project om gas of olie te winnen, ook de uitstoot
van broeikasgassen ten gevolge van de verbranding van de gewonnen olie en gas die
vervolgens aan een derde partij zijn doorverkocht (scope 3 uitstoot) als effect mee
in beschouwing moet nemen?3
Antwoord 2
Ja, het advies van het Hof van de Europese Vrijhandelsassociatie (EVA) is bekend.
Vraag 3
Wat vindt u van de conclusie van de Noorse rechter d.d. 17 november 2025, het advies
van het Hof van de Europese Vrijhandelsassociatie d.d. 21 mei 2025 en het EHRM dat
scope 3 meegenomen moet worden in de milieueffectbeoordeling?
Antwoord 3
Het kabinet kan de redenatie van het EHRM en het EVA-hof volgen en begrijpt uit de
uitspraak van het EHRM, waarin ook de eerdere uitspraak van het EVA-hof is betrokken,
dat bij de beoordeling van het wel of niet toestaan van de winning eveneens de scope
3 emissies moeten worden betrokken. Op dit moment wordt de uitspraak van het EHRM
nader bestudeerd om precies in kaart te kunnen brengen wat dit betekent voor bijvoorbeeld
de vergunningverlening. Om die reden kunnen niet alle vragen die het lid van Oosterhout
stelt nu al worden beantwoord. Uiterlijk einde eerste kwartaal 2026 zullen de uitkomsten
van de nadere analyse met de Kamer worden gedeeld.
Vraag 4
Onderschrijft u de conclusie van de gerechtshoven in deze verschillende rechtszaken
dat in het licht van richtlijn 2011/92/EU de opname van scope 3 juist voor het informeren
van burgers van belang is?
Antwoord 4
Op dit moment wordt de uitspraak bestudeerd. U wordt hierover uiterlijk eind eerste
kwartaal van 2026 nader over geïnformeerd.
Vraag 5
Bent u zich ervan bewust dat dergelijke rechtszaken internationaal steeds vaker voorkomen
en leiden tot de conclusie dat scope 3 meegenomen moet worden in een milieueffectbeoordeling
voor nieuwe olie- of gaswinningsprojecten, zoals bijvoorbeeld in 20 juni 2024 in het
Verenigd Koninkrijk4 en recent op 13 november 2025 in Denemarken?5
Antwoord 5
Ja, daar is het kabinet zich van bewust.
Vraag 6
Welke risico’s ziet u voor de vergunningsverlening door de overheden in Nederland,
gegeven dat voornoemde uitspraken gebaseerd zijn op een ook in Nederland geldende
richtlijn en in het licht van eerdere veroordelingen van de Nederlandse staat omwille
van falend klimaatbeleid?
Antwoord 6
Op dit moment worden de uitspraken nog nader bestudeerd om de gevolgen voor de vergunningverlening
in kaart te brengen. Daarom is het nog niet mogelijk om conclusies te trekken over
de risico’s voor de vergunningverlening.
Vraag 7
Klopt het dat scope 3 op dit moment nog niet systematisch meegenomen wordt in milieueffectbeoordelingen
bij vergunningverleningen voor nieuwe olie en gas velden?
Antwoord 7
Ja, dat klopt. Op dit moment worden de scope 3-emissies niet meegenomen bij het verlenen
van vergunningen voor nieuwe olie- of gaswinning.
Vraag 8
Welk gewicht geeft u momenteel aan scope 3-uitstoot in beslissingen voor vergunningen?
Antwoord 8
Op dit moment worden scope 3 emissies niet betrokken bij de beoordeling van aanvragen
voor het winnen van aardgas of aardolie.
Vraag 9
In welke mate is de Staat kwetsbaar in reeds lopende en mogelijke toekomstige rechtszaken
tegen bestaande en toekomstige door de Staat verleende vergunningen, waarbij scope
3 niet is meegenomen in de milieueffectbeoordeling, bijvoorbeeld in de aanvraag van
de NAM om onder de Waddenzee aardgas te winnen vanuit Ternaard?
Antwoord 9
Op dit moment worden de uitspraken nog nader bestudeerd om de gevolgen voor de vergunningverlening
in kaart te brengen. Daarbij wordt ook gekeken naar reeds lopende en mogelijke toekomstige
rechtszaken tegen bestaande en toekomstige door de Staat verleende vergunningen. Het
verzoek tot instemming met het winningsplan voor Ternaard wordt ingetrokken. Hierover
is de Kamer op 28 november jl. geïnformeerd.6
Vraag 10
Onderschrijft u dat het risico op dergelijke rechtszaken meegenomen zou moeten worden
in de afweging om nieuwe vergunningen te verlenen voor nieuwe gasboringen in Nederland
en dat scope 3 meegenomen moet worden in de milieueffectbeoordeling? Zo ja, hoe neemt
u dit mee in uw afweging? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 10
Zoals bij het antwoord op vraag 9 aangegeven vindt op dit moment nadere bestudering
plaats van de gevolgen van de uitspraak van het EVRM voor de vergunningverlening waarbij
ook wordt gekeken naar reeds lopende en mogelijke toekomstige rechtszaken tegen bestaande
en toekomstige door de Staat verleende vergunningen.
Vraag 11
Gaat u naar aanleiding van deze rechtszaken aanvullende eisen stellen aan de vergunningverlening
voor fossiele winning als het gaat om scope 3-uitstoot? Zo ja, waarom? Zo nee, waarom
niet?
Antwoord 11
Zie het antwoord op vraag 3.
Vraag 12
Wat zijn de gevolgen van deze uitspraken voor mogelijke vergunningverlening specifiek
voor gaswinning in het Waddengebied?
Antwoord 12
Op basis van de Mijnbouwwet kan geen nieuwe gaswinning meer worden toegestaan in het
Natura 2000-gebied Waddenzee. De uitspraak van het Europees Hof voor de Rechten van
de Mens (EHRM) heeft dan ook geen gevolgen specifiek voor gaswinning in het Waddengebied.
Vraag 13
Gezien deze zoveelste klap voor fossiele energiebronnen die de noodzaak voor een versnelde
transitie naar hernieuwbare energie nog maar eens onderschrijft, welk bijkomend beleid
stelt u voor om die transitie verder te versnellen?
Antwoord 13
Dit kabinet heeft stevige klimaatambities die in lijn zijn met de afspraken zoals
vastgelegd in het Parijsakkoord. Daarom is in het coalitieakkoord afgesproken om uiterlijk
in 2050 klimaatneutraal te zijn. Een streefdoel van 55% reductie in 2030 is ook verankerd
in de nationale Klimaatwet. Het belang van aardgas zal in lijn met de klimaatambities
structureel en zo snel als mogelijk moeten afnemen maar ook dan zal er nog geruime
tijd een zekere behoefte aan gas in de energievoorziening blijven bestaan. De energietransitie
is namelijk niet van de ene op de andere dag geregeld. Om ervoor te zorgen dat Nederland
haar klimaatdoelstelling bereikt, stuurt het kabinet reeds op het verminderen van
het gebruik van fossiele brandstoffen. Hierbij wordt ingezet op energiebesparing en
de opwek van hernieuwbare energie via onder meer zon en wind. Ook wordt er volop ingezet
op de ontwikkeling van kernenergie. Zolang Nederland nog aardgas nodig heeft, gaat
de voorkeur uit naar gas gewonnen uit eigen bodem, in plaats van import van aardgas
in de vorm van LNG. Eigen geproduceerd gas heeft een lagere CO2-voetafdruk en het maakt Nederland minder afhankelijk van andere landen.
Vraag 14
Kunt u deze vragen beantwoorden ruim voorafgaand aan het commissiedebat Gasmarkt en
leveringszekerheid op 10 december 2025?
Antwoord 14
Ja.
Ondertekenaars
S.T.M. Hermans, minister van Klimaat en Groene Groei
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.