Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Kathmann over de overname van Zivver door een Amerikaans bedrijf
Vragen van het lid Kathmann (GroenLinks-PvdA) aan de Ministers van Justitie en Veiligheid en van Economische Zaken en de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over de overname van Zivver door een Amerikaans bedrijf (ingezonden 18 september 2025).
Antwoord van Staatssecretaris Rutte (Justitie en Veiligheid) en de Staatssecretaris
van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, mede namens de Minister van Economische
Zaken (ontvangen 16 december 2025). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026,
nr. 221.
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht ««Strategische blunder»: vertrouwelijke data van Nederlanders
in handen van Amerikanen»?1
Antwoord 1
Ja.2
Vraag 2
Wat is uw reactie op dit bericht?
Antwoord 2
Ik heb kennisgenomen van het bericht. In de beantwoording van de hiernavolgende vragen,
ga ik nader in op de inhoud.
Vraag 3
Bent u van mening dat vertrouwelijke data van Nederlanders bij voorkeur in Nederlandse
handen moet zijn, dan wel Europese? Zo ja, waarom? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 3
Het antwoord op de vraag of vertrouwelijke data van Nederlanders bij voorkeur Nederlandse
handen moet zijn, is afhankelijk van de aard van de gegevens die worden verwerkt,
en is daarom niet in algemene zin te beantwoorden.
Overheidsorganisaties zijn bij het aangaan van overeenkomsten met leveranciers gebonden
aan juridische en beleidsmatige kaders die de bescherming van vertrouwelijke data
waarborgen.3 De Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) beschermt de rechten en vrijheden
van personen bij de verwerking van hun persoonsgegevens, onder meer door te eisen
dat organisaties passende beveiligingsmaatregelen nemen om die gegevens te beschermen.4
De doorgifte van persoonsgegevens naar een derde land is toegestaan als de Europese
Commissie (EC) heeft vastgesteld dat dit land een passend beschermingsniveau biedt,
of als de doorgifte is voorzien van passende waarborgen en de betrokkenen over afdwingbare
rechten en doeltreffende rechtsmiddelen beschikken. Als geen adequaatheidsbesluit
of passende waarborgen beschikbaar zijn, mogen persoonsgegevens alleen worden doorgegeven
wanneer één van de in de in artikel 49 AVG genoemde uitzonderingen van toepassing
is (zoals expliciete toestemming, contractuele noodzaak, vitaal belang of openbaar
belang). Anders is doorgifte enkel toegestaan indien de doorgifte niet repetitief,
een beperkt aantal betrokkenen betreft, en noodzakelijk is voor dwingende gerechtvaardigde
belangen van de verwerkingsverantwoordelijke die niet ondergeschikt zijn aan de belangen
of rechten en vrijheden van de betrokkene. Dan dient de verwerkingsverantwoordelijke
alle omstandigheden in verband met de gegevensdoorgifte te hebben beoordeeld en op
basis van die beoordeling passende waarborgen voor de bescherming van persoonsgegevens
te hebben geboden. Ook moet de doorgifte worden gemeld aan de toezichthouder. Binnen
deze kaders zijn verwerkingsverantwoordelijke departementen of overheidsorganisaties
zelf verantwoordelijk voor de naleving.5
De gegevensbeschermingseffectenbeoordeling (DPIA) speelt daarbij een belangrijke rol.
De DPIA brengt de gegevensbeschermingsrisico’s van een voorgenomen (grensoverschrijdende)
verwerking in kaart, en laat zien welke maatregelen nodig zijn om deze risico’s te
beperken. Overheidsorganisaties zijn verplicht een DPIA uit te voeren bij (grensoverschrijdende)
verwerkingen met waarschijnlijk een hoog risico voor rechten en vrijheden van burgers.
De Functionaris Gegevensbescherming (FG) van de verwerkingsverantwoordelijke toetst
de DPIA in zijn onafhankelijke rol, en adviseert. Bij het wijzigen van de met de verwerking
gepaarde risico’s dient opnieuw te worden beoordeeld of de verwerking overeenkomstig
de DPIA wordt uitgevoerd.6
Vraag 4
Erkent u dat de overname van Zivver door het Amerikaanse bedrijf Kiteworks risico’s
meedraagt voor de veiligheid en vertrouwelijkheid van de data die wordt uitgewisseld
via deze dienst?
Antwoord 4
Ja, het feit dat Zivver nu onder Amerikaans eigenaarschap valt, betekent dat ook Amerikaanse
wetgeving, zoals de Cloud Act, van toepassing kan zijn op de dienstverlening. Verwerkingsverantwoordelijke
departementen moeten dit gewijzigde stelsel betrekken in hun risicoafweging bij het
gebruik van Zivver.
Vraag 5
Kunt u uitsluiten dat gegevens die uitgewisseld worden via deze dienst in de Verenigde
Staten of Israël terechtkomen? Zo ja, hoe kunt u dat aantonen?
Antwoord 5
Het kabinet heeft op dit moment geen aanwijzingen dat gegevens in strijd met het gegevensbeschermingsrecht
in handen van de overheid in de VS of Israël terechtkomen, maar kan het ook niet met
volledige zekerheid uitsluiten.
Vraag 6
Op welke manier maken overheidsorganisaties en departementen gebruik van Zivver? In
hoeverre is de continuïteit van de overheidsdienstverlening afhankelijk van dit bedrijf?
Antwoord 6
Verschillende overheidsorganisaties maken gebruik van Zivver voor het delen van informatie.
Ofwel voor het delen van documenten, ofwel voor beveiligd mailen. Datzelfde geldt
voor ketenpartners waarmee door overheidsorganisaties in de uitvoering wordt samengewerkt.
De continuïteit van de dienstverlening is niet afhankelijk van Zivver.
Vraag 7
Heeft de Amerikaanse overname van Zivver gevolgen voor het gebruik van deze dienst
door Nederlandse overheden? Vindt u het verantwoord om de huidige inzet van Zivver
ongewijzigd te laten?
Antwoord 7
Overheidsorganisaties geven binnen hun eigen verantwoordelijkheid invulling aan het
gebruik van clouddiensten en de daarbij behorende afwegingen.7 Deze dienen te berusten op een gedegen risicoanalyse, waaronder in voorkomende gevallen
een DPIA en passende mitigerende maatregelen waar nodig. Departementen nemen hierover
besluiten binnen hun eigen mandateringsregelingen. Als onderdeel van het cloudbeleid
dienen beveiligingsmaatregelen genomen te worden en risicoanalyses geactualiseerd
te worden wanneer daartoe aanleiding is.8
Vraag 8
Draagt het blijven gebruiken van Zivver, ook nu het is overgenomen door een Amerikaans
bedrijf, bij aan de cyberveiligheid en autonomie van Nederland? Zo ja, kunt u onderbouwen
waarom dit geen risico vormt? Zo nee, waarom gebruikt u deze dienst dan alsnog?
Antwoord 8
Een dergelijke verandering maakt het wenselijk om risico’s opnieuw te beoordelen in
de context van het concrete gebruik, de aard van gegevens die worden uitgewisseld,
de getroffen beveiligingsmaatregelen, en de specifieke geldende contractuele (juridische)
en technische waarborgen.
Vraag 9
Kunt u onafhankelijk aantonen dat Zivver na de overname van een Amerikaans bedrijf
een gelijke mate van rechtsbescherming en vertrouwelijkheid waarborgt als voorheen?
Zo nee, bent u bereid dit alsnog te onderzoeken en op basis van de uitkomsten het
gebruik van deze dienst (her)evalueren?
Antwoord 9
Zoals uiteengezet in het antwoord op vraag 3 en 4 dienen verwerkingsverantwoordelijke
overheidsorganisaties bij (mogelijke) verandering van de risico’s, zoals in casu de
overname van Zivver, te beoordelen of de verwerking nog steeds overeenkomstig de DPIA
wordt uitgevoerd. Indien nodig dienen aanvullende maatregelen te worden genomen om
de vereiste mate van rechtsbescherming en vertrouwelijkheid te waarborgen.
Vraag 10
Vindt u het wenselijk dat een dienst die wordt gebruikt om vertrouwelijke informatie
over burgers uit te wisselen valt onder de Amerikaanse CLOUD Act en de Foreign Intelligence
Surveillance Act (FISA), die de regering-Trump toegang geeft tot deze data?
Antwoord 10
Het kabinet vindt het, in dergelijke gevallen, niet wenselijk dat vertrouwelijke informatie
bij statelijke actoren terecht komt. Het Nationaal Cyber Security Centrum (NCSC) heeft
in augustus 2022 een juridische analyse laten uitvoeren door het advocatenkantoor
Greenberg Traurig naar de mogelijke impact van de Amerikaanse CLOUD Act. In dit onderzoek
kwam destijds naar voren dat het risico op openbaarmaking van Europese (persoons)gegevens
onder de Cloud Act klein lijkt.9
Tegelijkertijd, en zoals uiteengezet in het antwoord op vraag 3 en 4, dienen verwerkingsverantwoordelijke
overheidsorganisaties bij (mogelijke) veranderingen risico’s in kaart te brengen door
het uitvoeren van een DPIA. Ook de mogelijke implicaties van bijvoorbeeld delen van
de Cloud Act voor grondrechten dienen in deze risicoafweging te worden betrokken.
Vraag 11
Welke maatregelen gaat u op korte termijn nemen om de veiligheid en vertrouwelijkheid
van burgerdata beter te waarborgen? Zijn er (Europese) alternatieven voorhanden die
u kunt gebruiken in plaats van Zivver?
Antwoord 11
Vanuit het Ministerie van BZK zijn, in samenwerking met andere onderdelen van de Rijksoverheid,
al verschillende initiatieven gestart. Vanaf 1 januari 2026 gelden er nieuwe beveiligingseisen
voor bedrijven die voor de overheid een opdracht uitvoeren met risico’s voor de nationale
veiligheid. Dat zijn de Algemene Beveiligingseisen voor Rijksoverheidsopdrachten (ABRO).
Door de ABRO gelden binnen de hele Rijksoverheid dezelfde eisen. De ABRO verkleint
de risico’s voor de nationale veiligheid, zoals cyberaanvallen en spionage. Daarnaast
is er recent een handreiking opgesteld voor het risicomanagement binnen departement
overstijgende ketens.10 De BIO2 biedt een uniforme aanpak en een gemeenschappelijk normenkader voor informatiebeveiliging
binnen de overheid, waarbij risicomanagement centraal staat.
Met het oog op het selecteren van alternatieven moeten de risico’s worden beoordeeld
en de noodzakelijke maatregelen voor informatiebeveiliging worden vastgelegd. De in
verband met informatiebeveiliging en gegevensbescherming noodzakelijke maatregelen
zullen daarbij moeten worden vastgelegd en meegenomen in de aanbesteding en eventuele
overeenkomst.
Vraag 12
Beschikt de Rijksoverheid over een eigen infrastructuur om vertrouwelijk te communiceren?
Is het mogelijk om op korte termijn de diensten van Zivver in te wisselen voor een
eigen alternatief?
Antwoord 12
Binnen de Rijksoverheid maken verschillende departementen reeds gebruik van andere
oplossingen voor het veilig uitwisselen van bestanden en berichten. Een voorbeeld
hiervan is Securetransfer, dat SSC-ICT aanbiedt vanuit het rijksdatacentrum ODC-Noord.11
Er loopt momenteel vanuit de Nederlandse Digitaliseringsstrategie wel een verkenning
naar het opzetten van een overheidsbrede soevereine cloud, waarin het voorstelbaar
is dat er vertrouwelijke gegevensuitwisseling plaats kan gaan vinden. Het realiseren
van een soevereine overheidscloud vraagt wel om de nodige investeringen.
Vraag 13
Bent u van mening dat overnames van bedrijven als Zivver voortaan getoetst moeten
worden op gevolgen voor de (cyber)veiligheid? Bieden de Telecommunicatiewet en de
Wet veiligheidstoets investeringen, fusies en overnames (Wet Vifo) hier al de mogelijkheid
voor?
Antwoord 13
De Wet veiligheidstoets investeringen, fusies en overnames (Wet vifo) en de Telecommunicatiewet
bevatten ieder een toetsingskader om risico’s voor de nationale veiligheid bij verwervingsactiviteiten
te kunnen adresseren. De Wet Vifo is gericht op verwervingsactiviteiten die betrekking
hebben op vitale aanbieders, ondernemingen die actief zijn op het gebied van bepaalde
sensitieve technologie, en beheerders van een bedrijfscampus. De Telecommunicatiewet
kent eveneens een specifiek toetsingsregime voor zeggenschapswijzigingen bij aanbieders
van telecompartijen, waaronder aanbieders van gekwalificeerde vertrouwensdiensten.
Als een onderneming niet valt onder het specifiek omschreven wettelijk toepassingsbereik
(en dus bijvoorbeeld geen specifieke sensitieve technologie heeft, geen betrekking
heeft op een vitaal proces, of de criteria uit de Telecommunicatiewet niet haalt),
dan is een verwervingsactiviteit ten aanzien van die onderneming niet meldingplichtig
en kan de Minister van Economische Zaken niet ingrijpen. Voor dit uitgangspunt is
onder andere gekozen met het oog op de proportionaliteit: de ex ante meldingplicht en de toetsingsbevoegdheid van de Minister moet niet verder gaan dan
strikt nodig is. Ook komt het vooraf vastleggen wanneer een transactie meldingsplichtig
is de rechtszekerheid ten goede (door het voorkomen van willekeurig of politiek-gedreven
ingrijpen in de markt). Ook heeft het kabinet beoogd alleen de meest risicovolle categorieën
ondernemingen af te dekken. Met de bestaande wetgeving bestaat dus de mogelijkheid
om overnames die de nationale veiligheid kunnen raken te toetsen, indien deze vallen
binnen het toepassingsbereik van die wetten. Indien blijkt dat aanvullende sectoren
of technologieën een zodanig veiligheidsbelang vertegenwoordigen dat zij onder de
Wet Vifo of de Telecommunicatiewet zouden moeten vallen, kan het toepassingsbereik
van de wet worden uitgebreid. Het kabinet volgt relevante ontwikkelingen op dit gebied
op de voet. Zo werkt het kabinet momenteel aan een uitbreiding van het toepassingsbereik
van de Wet Vifo voor enkele aanvullende sensitieve technologieën.
Vraag 14
Kunt u verklaren waarom bedrijven die de vertrouwelijke communicatie voor overheden
verzorgen niet zijn aangemerkt als vitale infrastructuur, ook als de organisaties
die ze gebruiken wel aangemerkt zijn als belangrijk/vitaal/essentieel?
Antwoord 14
Zivver is niet als digitale essentiële dienst aangemerkt. De Wet weerbaarheid kritieke
entiteiten (Wwke) schrijft ministeries voor om periodiek vitaal beoordelingen uit
te voeren, zo ook voor de digitale infrastructuur.
Vraag 15
Biedt de Cyberbeveiligingswet of de Wet weerbaarheid kritieke entiteiten mogelijkheden
om niet-Europese overnames van bedrijven als Zivver te voorkomen? Zo nee, vindt u
dit wel wenselijk?
Antwoord 15
De NIS2-richtlijn heeft tot doel om de cyberbeveiliging in de EU verder te versterken
en de CER-richtlijn tot doel om de weerbaarheid van essentiële diensten binnen de
EU te vergroten. Daartoe bevatten de richtlijnen onder meer verplichtingen voor hieronder
vallende entiteiten om passende en evenredige technische, operationele en organisatorische
(beveiligings)maatregelen te nemen en om significante incidenten te melden. De NIS2-richtlijn
en de CER-richtlijn bevatten geen regels die zien op overnames van bedrijven door
niet-Europese partijen. In Nederland wordt de NIS2-richtlijn geïmplementeerd met de
Cyberbeveiligingswet en wordt de CER-richtlijn geïmplementeerd in de Wet weerbaarheid
kritieke entiteiten. Aangezien de NIS2-richtlijn en CER-richtlijn geen regels bevatten
over overnames van bedrijven door niet-Europese bedrijven, wordt dit evenmin geregeld
in de Cyberbeveiligingswet en de Wet weerbaarheid kritieke entiteiten.
In Nederland worden bepaalde verwervingsactiviteiten getoetst door het kabinet krachtens
investeringstoetsingswetgeving zoals de Wet Vifo en de Wet ongewenste zeggenschap
telecommunicatie. Deze investeringstoetsen zijn landenneutraal. De toetsende autoriteit
(het Bureau Toetsing Investeringen van het Ministerie van Economische Zaken) neemt
de identiteit van de verwerver mee in de toetsing.
Vraag 16
Hoe beoordeelt u de betrokkenheid van Israëlische oud-spionnen aan de top van het
bedrijf Kiteworks? Is dit voor u een reden om het gebruik van Zivver wel of niet te
heroverwegen?
Antwoord 16
Er is geen aanleiding om op dit moment aan te nemen dat de betrokkenheid van voormalige
Israëlische inlichtingenfunctionarissen bij Kiteworks risico’s oplevert voor het gebruik
van Zivver binnen de Rijksoverheid. In het rijksbrede cloudbeleid is opgenomen dat
indien er een risico afkomstig van statelijke actoren is, de gebruiker van de clouddienst
beveiligingsadvies in dient te winnen de AIVD en/of MIVD.12 Indien gebruikers van de clouddienst een verhoogd risico signaleren in verband met
statelijke actoren, is dit de aangewezen route om te komen tot een onderbouwd oordeel
over eventuele heroverweging van het gebruik van Zivver als digitale dienst.
Vraag 17
Hoe reageert u op de bevindingen van Follow The Money waaruit blijkt dat informatie
verstuurd via Zivver wordt teruggekoppeld naar de servers van het bedrijf? Welke gevolgen
heeft dit voor de veiligheid en vertrouwelijkheid van deze informatie?
Antwoord 17
Informatiestromen, zoals de informatiestroom die is beschreven in het artikel op Follow
the Money, dienen volgens het rijksbrede cloudbeleid te worden betrokken bij de risicoafweging
die verplicht is voorafgaand aan het gebruik van clouddiensten. Zoals ook in het artikel
wordt beschreven, kunnen aanvullende lokale veiligheidsinstellingen aangebracht worden,
bijvoorbeeld in Outlook of Gmail, om te voorkomen dat gevoelige informatie naar externe
servers wordt verzonden. Zivver geeft aan dat vrijwel alle overheidsklanten, zorginstellingen
en andere kritieke organisaties de Outlook-integratie om die reden gebruiken.13
Het instellen van dergelijke beveiligingsmaatregelen is daarmee een logische uitkomst
van de verplichte risicoafwegingen.
Vraag 18
Kunt u deze vragen los van elkaar en zo snel mogelijk beantwoorden?
Antwoord 18
Ja.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
A.C.L. Rutte, staatssecretaris van Justitie en Veiligheid -
Mede namens
V.P.G. Karremans, minister van Economische Zaken -
Mede ondertekenaar
E. van Marum, staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.