Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Vermeer over het sectoraal uitzendverbod en initiatieven van de Centrale Organisatie voor de Vleessector (COV) om de omstandigheden van arbeidsmigranten te verbeteren
Vragen van het lid Vermeer (BBB) aan de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid over het sectoraal uitzendverbod en initiatieven van de Centrale Organisatie voor de Vleessector (COV) om de omstandigheden van arbeidsmigranten te verbeteren (ingezonden 3 december 2025).
Antwoord van Minister Paul (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) (ontvangen 15 december
2025).
Vraag 1
Bent u een voorstander van de toepassing van het sectorale uitzendverbod als beleidsinstrument?
Waarom wel/niet?
Antwoord 1
Alle arbeidskrachten moeten goed behandeld worden. Er zijn verschillende instrumenten
om hier toezicht op te houden en op te handhaven. Uit de verkenning naar een sectoraal
in- en uitleenverbod komt naar voren dat in sectoren waar arbeidswetten wijdverspreid
en stelselmatig worden overtreden, een aanvullende maatregel kan worden overwogen
naast de Wtta. Ook is in de verkenning naar voren gekomen dat er in de vleessector
wijdverspreide en stelselmatige overtredingen van arbeidswetten zijn. Het kabinet
heeft daarom besloten om als stok achter de deur een in- en uitleenverbod voor te
bereiden voor de vleessector.
Vraag 2
Volgens de vleessector blijven de omstandigheden die faciliterend zijn aan misstanden
ook bij een sectoraal uitzendverbod nog altijd bestaan, omdat uitzendkrachten enkel
een andere contractvorm zouden krijgen, bent u het eens met deze stelling? Kunt u
toelichten waarom wel/niet?
Antwoord 2
In grote gedeelten van de vleessector is sprake van hoge percentages flexwerk (rond
de 70%) en met name uitzendkrachten. Indien een uitzendbureau betrokken is zijn er
meer dan twee keer zo veel overtredingen van arbeidswetten. De aanwezigheid van een
uitzendconstructie is zelfs de belangrijkste voorspeller voor deze vorm van overtredingen.
Ook voor overtredingen van arbeidswetten die toezien op arbeidsomstandigheden is de
aanwezigheid van een uitzendbureau een belangrijke voorspeller. Een sectoraal in-
en uitleenverbod richt zich naast de uitlener ook specifiek op de inlener die oneigenlijk
drukken van de prijs en daarmee de misstanden faciliteert. Bij de uitwerking van het
in- en uitleenverbod voor de vleessector wordt er gekeken naar weglekrisico’s. Het
gaat hier om de situatie dat arbeidskrachten via een andere flexibele arbeidsrelatie
worden ingehuurd om het in- en uitleenverbod te omzeilen. Daarnaast dient deze maatregel
te worden bezien als een mogelijke aanvulling op de bestaande mogelijkheden om te
handhaven op overtredingen van arbeidswetten.
Vraag 3, 4, 5 en 6
De Centrale Organisatie voor de Vleessector (COV) richt zich naar eigen zeggen op
verbetermaatregelen voor de sector zoals het opzetten van onboardingprogramma’s om
arbeidsmigranten wegwijs te maken in hun werkomgeving en rechten en het implementeren
van preventieve maatregelen om bedrijfsongevallen te voorkomen, ziet u deze inzet
ook?
Klopt het dat de COV u actief een verzoek heeft gedaan voor een gesprek?
Bent u bereid om in gesprek te treden met de COV over de gang van zaken rond eventuele
verbeterprocessen?
Bent u bereid om af te zien van de optie tot een sectoraal uitzendverbod en zich met
sectorpartijen als de COV in te zetten voor het tegengaan van misstanden, gegeven
de vermeende beperkingen van een sectoraal uitzendverbod?
Antwoord 3, 4, 5 en 6
Op (hoog)ambtelijk niveau worden er gesprekken gevoerd met VleesNL (de nieuwe naam
van COV) over de stappen die zij kunnen zetten om echt impact te hebben. Ook in die
gesprekken maken zij duidelijk dat ze hier als sector mee bezig zijn. Op basis van
de voortgang van deze gesprekken zal de Kamer op de hoogte worden gebracht over de
stand van zaken in de sector.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
M.L.J. Paul, minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.