Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Kostic over het risico van resistente schimmels door het gebruik van landbouwgif
Vragen van het lid Kostić (PvdD) aan de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over het risico van resistente schimmels door het gebruik van landbouwgif (ingezonden 13 november 2025).
Antwoord van Minister Bruijn (Volksgezondheid, Welzijn en Sport), mede namens de Minister
van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (ontvangen 15 december 2025). Zie
ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 536.
Vraag 1
Bent u ermee bekend dat het volgende week World Antimicrobial Awareness Week is, een
week waarin aandacht wordt gevraagd voor antimicrobiële resistentie en voor het stimuleren
van goede praktijken waarmee deze resistentie kan worden voorkomen?1
Antwoord 1
Ja. World Antimicrobial Awareness Week is een belangrijk jaarlijks (inter)nationaal
moment om aandacht te vragen voor antimicrobiële resistentie, bij zowel betrokken
professionals als bij burgers. In Nederland vonden verschillende activiteiten plaats,
waarbij het belang is benadrukt van juist middelengebruik, preventie van infecties
en versterking van monitoring en surveillance, om zo resistentie te voorkomen.
Vraag 2
Heeft u kennisgenomen van de uitzending van Pointer (KRO-NCRV) van 2 november 2025 over resistente schimmels, in het bijzonder Aspergillus fumigatus, en de grote gevaren voor de volksgezondheid? Wat is uw reactie hierop?
Antwoord 2
Ja. In de strijd tegen resistente micro-organismen was aanvankelijk vooral aandacht
voor infecties met bacteriën die ongevoelig zijn geworden voor antibiotica. Echter,
ook bij andere soorten micro-organismen, zoals schimmels, kan resistentie tegen veelgebruikte
antimicrobiële middelen ontstaan en zich verspreiden. Resistentie bij schimmels, in
het bijzonder Aspergillus fumigatus, vormt een toenemend probleem en bedreigt de behandelbaarheid
van schimmelinfecties bij mensen. Dit is een belangrijk argument om het beleid te
verbreden naar het tegengaan van resistentie tegen alle soorten antimicrobiële middelen.
In het Nederlands Actieplan voor het terugdringen van antimicrobiële resistentie 2024–20302 komt de verbreding van dit beleid terug en zijn acties opgenomen om resistentie tegen
antimicrobiële middelen zoveel mogelijk tegen te gaan. De ontwikkeling van resistentie
bij de schimmel Aspergillus fumigatus wordt nauwlettend in de gaten gehouden. Uw Kamer
is daarover regelmatig geïnformeerd.3
Vraag 3
Bent u ermee bekend dat het gebruik van dezelfde werkzame middelen in én de landbouw
én geneesmiddelen (kruis)resistentie tot gevolg kan hebben, waarbij bijvoorbeeld schimmels
resistent worden tegen de werkzame stof en de effectiviteit van geneesmiddelen daardoor
sterk afneemt?
Antwoord 3
Ja. Het is bekend dat het gebruik van dezelfde werkzame stoffen in én de landbouw
én in geneesmiddelen kruisresistentie tot gevolg kan hebben. Dit mechanisme is onderwerp
van meerdere recente studies en beoordelingen van Europese instanties. Ook de Gezondheidsraad
benoemt dit in het advies «resistentie ondermijnt de behandeling van schimmelinfecties»
uit 2024. Over de aanbevelingen en hoe deze opgevolgd worden, is uw Kamer geïnformeerd.4
Afgelopen januari hebben vijf Europese agentschappen, waaronder de Europese Autoriteit
voor Voedselveiligheid (EFSA), een rapport gepubliceerd over de impact van het gebruik
van azolen fungiciden buiten humaan gebruik op de ontwikkeling van azolenresistente
Aspergillus spp (species).5 Het rapport geeft aan dat op basis van huidige kennis azolenresistente Aspergillus
fumigatus vanuit het milieu op mensen kan worden overgedragen. Daarnaast draagt het
niet-medische gebruik van azolen zeer waarschijnlijk bij aan het ontstaan van azolenresistentie
bij deze schimmel. Het Ministerie van LVVN is in overleg met Wageningen University
and Research (WUR) over de mogelijkheid van onderzoek naar alternatieve afvalbeheermethodes
die de ontwikkeling en verspreiding van deze resistente schimmel kunnen beperken.
Daarnaast heeft het RIVM een verkennend onderzoek uitgevoerd naar de kruisresistentie
in schimmelziekteverwekkers door duaal gebruik van fungiciden en niet-fungiciden.
Uw Kamer is op 11 december jl. geïnformeerd over dit onderzoek.6
Vraag 4
Bent u ermee bekend dat de Tweede Kamer al in 2014 een motie heeft aangenomen waarmee
de regering werd opgeroepen om landbouwgif dat resistente schimmels kan veroorzaken
van de markt te halen?7
Antwoord 4
Ja, de motie van het lid Ouwehand (PvdD) uit 2014 is bekend. In 2014 was er nog weinig
bekend over de relatie tussen het gebruik van specifieke middelen met triazolen en
het ontstaan van resistentie bij de schimmel Aspergillus fumigatus. Daarom is er destijds
opvolging aan de motie gegeven door wetenschappelijk onderzoek uit te laten voeren
om deze relatie nader te onderzoeken.8
Vraag 5
Heeft u voldoende zicht op welke middelen er in landbouw (gaan) worden gebruikt, waarbij
dit een risico is? Zo ja, kunt u een overzicht geven van deze middelen?
Antwoord 5
Kruisresistentie tussen werkzame stoffen die worden gebruikt in de landbouw en geneesmiddelen
is geen onderdeel van de huidige risicobeoordeling van stoffen in de EU. Het is dan
ook niet mogelijk om een volledig overzicht te geven. In het onderzoek van vijf Europese
agentschappen naar kruisresistentie bij de schimmel Aspergillus fumigatus als gevolg
van het gebruik van azolen in de landbouw als biocide en als diergeneesmiddel, is
een eerste opzet gepresenteerd voor methodiekontwikkeling hoe in de stofbeoordeling
kruisresistentie met geneesmiddelen kan worden meegenomen. Het kabinet vindt dit een
belangrijke ontwikkeling en heeft dan ook aangedrongen bij de Europese Commissie om
de methodiek verder te ontwikkelen.
Vraag 6
Bent u ermee bekend dat de Europese Unie (EU) een middel met dezelfde werkzame stof
als het beloftevolle geneesmiddel Olorofim op de nominatie heeft staan om te worden toegelaten als landbouwgif?
Antwoord 6
Nederland is beoordelend lidstaat van de werkzame stof ipflufenoquin met beoogd gebruik
als gewasbeschermingsmiddel tegen schimmels. Het betreft een andere werkzame stof
dan het geneesmiddel Olorofim, maar heeft wel een vergelijkbaar werkingsmechanisme.
De stof ligt nog onder beoordeling en zal daarna een uitgebreid peer review proces,
inclusief publieke consultatie, doorlopen bij de EFSA. EFSA stelt vervolgens een concluderend
rapport op voor de Europese Commissie. Op basis van dit rapport maakt de Commissie
een voorstel over het wel of niet goedkeuren van de werkzame stof en kan hierbij maatregelen
voorstellen voor het reduceren van eventuele risico’s. Dit voorstel wordt vervolgens
te zijner tijd ter stemming voorgelegd aan de lidstaten via het Standing Committee
on Plants, Animals, Food and Feed (SCoPAFF) over regelgeving voor gewasbescherming.
Uw Kamer zal te zijner tijd worden geïnformeerd over het Nederlandse standpunt via
de SCoPAFF brief.
Vraag 7
Kunt u bevestigen dat u zich volgens het Nationaal Actieplan AMR 2024–2030 in de EU
inzet om dergelijk gebruik te voorkomen en de werking van dit mogelijk levensreddend
medicijn veilig te stellen? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 7
Ja, diverse acties in het actieplan zijn hierop gericht, zoals de inzet om vanuit
Nederland in Europa en internationale fora aandacht te vragen voor de resistentieproblematiek
bij schimmels en te bepleiten dat nieuw ontwikkelde schimmelwerende middelen uitsluitend
worden gereserveerd voor gebruik als geneesmiddel voor mensen.
Vraag 8
Welke stappen onderneemt Nederland binnen de EU en richting de Europese Commissie
om de toelating van landbouwgif met deze stof te voorkomen?
Antwoord 8
Nederland brengt dit onderwerp onder de aandacht in verscheidene Europese gremia,
waaronder SCoPAFF gewasbescherming. Nederland heeft naar aanleiding van het EU-rapport
over kruisresistentie opgemerkt dat het exclusief reserveren van nieuw ontwikkelde
antischimmelstoffen niet als aanbeveling was opgenomen. Nederland erkent daarbij wel
dat het een wetenschappelijk rapport is, en dat dit een complexe politieke discussie
op EU-niveau is. Nederland pleit voor het exclusief reserveren van antischimmelstoffen
en benadrukt dat deze discussie Europees zo snel mogelijk gevoerd moet worden.
In de meest recente SCoPAFF-bijeenkomst over gewasbescherming heeft de Europese Commissie
bovendien aangegeven dat zij een vervolgmandaat aan de EFSA overwegen voor de ontwikkeling
van een beoordelingsmethode waarmee het risico van het gebruik van azool-fungiciden
concreet kan worden ingeschat. Met een methode voor het toetsen van risico’s op kruisresistentie
wordt het mogelijk om de discussie over het voorbehouden van antischimmelstoffen voor
humaan gebruik voort te zetten.
Vraag 9
Bent u van mening dat de maatregelen uit het Nationaal Actieplan voor het terugdringen
van antimicrobiële resistentie 2024–2030 voldoende effectief en concreet zijn in het
bestrijden van dergelijke dubbeltoepassing in landbouw en geneeskunde? Zo ja, op welke
wetenschappelijke bronnen baseert u dat?
Antwoord 9
De maatregelen uit het Nederlands Actieplan bieden belangrijke aangrijpingspunten
voor het aanpakken en terugdringen van antimicrobiële resistentie. Het beteugelen
van dit specifieke probleem is echter een grote uitdaging vanwege het grensoverschrijdende
karakter. Dit vergt dat ook bij andere landen de bereidheid bestaat om dubbeltoepassing
van antischimmelstoffen in de landbouw en geneeskunde te bestrijden. Nederland zet
zich in om dit internationaal te agenderen.
Vraag 10
Heeft u gezien dat het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en
biociden (Ctgb) in Pointer stelt dat het binnen de huidige Europese wetgeving nauwelijks
mogelijk is om toelatingen van antischimmelmiddelen te weigeren, ook wanneer nationale
volksgezondheidsrisico’s evident zijn? Onderschrijft u dit? Wat vindt u hiervan?
Antwoord 10
Het Ctgb kwam aan het woord in een uitzending van het programma Focus van de NTR dat
was gewijd aan «schadelijke schimmels» in 2025, waarbij werd gesteld dat er geen Europese
wettelijke basis is om stoffen die ook voor humaan gebruik zijn ontwikkeld, niet toe
te laten voor andere toepassingen. Het kabinet vindt het belangrijk dat een wettelijke
basis er wel komt. Zoals ook aangegeven in het antwoord op de vragen 7, 8 en 9 pleit
Nederland voor de reservering van nieuwe antischimmelstoffen voor humaan gebruik in
verschillende Europese gremia en is de inzet van Nederland om op Europees niveau te
bezien wat de mogelijkheden zijn voor het meewegen van het risico van kruisresistentie
bij de Europese goedkeuring van werkzame stoffen en bij de nationale toelating van
biociden en gewasbeschermingsmiddelen.
Vraag 11
Hoe verklaart u dat in Frankrijk zeer schadelijke pesticiden, die in de EU zijn toegelaten,
wel op nationaal niveau werden verboden en dat een poging om het middel Acetamiprid
weer toe te laten werd zelfs tegengehouden door de Franse Grondwettelijke Raad?9
Antwoord 11
In 2018 heeft Frankrijk een nationaal verbod voor acetamiprid ingevoerd vanwege risico’s
voor bestuivers. In juli 2025 werd de wet «Duplomb», gericht op het wegnemen van belemmeringen
voor het uitoefenen van de landbouw, door het Franse parlement aangenomen. Dit betekende
onder andere een gelijkschakeling met een aantal EU-normen, en daarmee de herintroductie
van het eerder nationaal verboden gewasbeschermingsmiddel acetamiprid. Een aantal
politieke partijen had intussen het Constitutionele Hof gevraagd zich uit te spreken
over de Wet Duplomb, waarbij het Hof oordeelde dat de wet in principe grondwettelijk
was, behalve de herintroductie van acetamiprid (en een klein aantal andere bepalingen).
Herintroductie van acetamiprid, op de voorgestelde manier, was niet in lijn met «Charte
de l’Environnement», een Franse wetstekst (handvest) die het milieu moet beschermen.
De Wet Duplomb, zonder de bepaling over de toelating van acetamiprid, is uiteindelijk
door president Macron ondertekend en is daarmee van kracht geworden.
Vraag 12
Heeft u gezien dat een petitie tegen de toelating van dit landbouwgif in een korte
tijd miljoenen handtekeningen haalde in Frankrijk? Wat zegt dit volgens u over het
maatschappelijke draagvlak voor wetgeving om burgers beter te beschermen tegen landbouwgif?
Antwoord 12
Ja. Deze petitie die in een korte tijd veel handtekeningen heeft gekregen, toont maatschappelijke
betrokkenheid aan van een groep burgers die actief steun toont voor strengere wetgeving
ten aanzien van gewasbeschermingsmiddelen, specifiek voor neonicotinoïden, in Frankrijk.
Vraag 13
Hoe verklaart u dat Frankrijk dit soort middelen wel verbiedt, maar Nederland niet?
Antwoord 13
In Frankrijk is de «Charte de l'Environnement», een handvest ter bescherming van het
milieu, opgenomen in de Franse Grondwet. Het Constitutionele Hof heeft vastgesteld
dat de herintroductie van acetamiprid niet in overeenstemming is met de bepalingen
van dit handvest. In Nederland heeft het Ctgb de betreffende middelen beoordeeld en
geconcludeerd dat ze voldoen aan de geldende wettelijke criteria.
Vraag 14
Bent u bereid om in de World Antimicrobial Awareness Week met maatregelen te komen
om de toelating van landbouwgif dat resistente schimmels kan veroorzaken te verbieden,
en daarmee de gezondheid van Nederlanders te beschermen? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 14
Het kabinet continueert de huidige inzet en zet zich zowel nationaal als Europees
in om kruisresistentie te beperken. De inzet van het kabinet is dat protocollen en
testrichtlijnen EU-breed worden toegepast in de risicobeoordeling. Gezien het feit
dat stoffentoelating op EU-niveau wordt geregeld, is een EU-brede harmonisatie niet
slechts wenselijk maar noodzakelijk om besluitvorming over beperkingen voor niet-medisch
gebruik mogelijk te maken.
Vraag 15
Kunt u deze vragen één voor één en uiterlijk gedurende de World Antimicrobial Awareness
Week beantwoorden?
Antwoord 15
Nee, dit is helaas niet gelukt.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
J.A. Bruijn, minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport -
Mede namens
F.M. Wiersma, minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.