Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Struijs over het bericht 'Ouderenmishandeling veel te weinig gemeld. Het komt misschien wel vaker voor dan kindermishandeling'
Vragen van het lid Struijs (50PLUS) aan de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over het bericht «Ouderenmishandeling veel te weinig gemeld. Het komt misschien wel vaker voor dan kindermishandeling» (ingezonden 13 november 2025).
Antwoord van Staatssecretaris Pouw-Verweij (Volksgezondheid, Welzijn en Sport ) (ontvangen
12 december 2025).
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht «Ouderenmishandeling veel te weinig gemeld. Het komt misschien wel vaker voor dan
kindermishandeling»?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Klopt het dat in 2023, op een aantal van 129.250 meldingen van huiselijk geweld, vijfhonderd
meldingen van ouderenmishandeling in de thuissituatie zijn gedaan?
Antwoord 2
In 2023 ontving Veilig Thuis landelijk 127.390 meldingen van kindermishandeling of
huiselijk geweld. Van dat aantal ging het bij 2.335 meldingen om situaties van ouderenmishandeling.
In 2024 waren er landelijk 129.250 meldingen, waarbij het in 2.500 situaties ging
om ouderenmishandeling.
Vraag 3
Kunt u aangeven hoe deze 2.500 meldingen zijn onderverdeeld in de diverse categorieën
van ouderenmishandeling, namelijk lichamelijke, geestelijke of financieel misbruik?
Antwoord 3
Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) rapporteert halfjaarlijks over de aard
van het geweld van meldingen van kindermishandeling en huiselijk geweld. Onder de
categorie ouderenmishandeling vallen onder andere fysieke mishandeling, verwaarlozing,
emotionele mishandeling en financieel misbruik. Per situatie van ouderenmishandeling
kan sprake zijn van meerdere vormen van geweld, bijvoorbeeld fysieke mishandeling
in combinatie met financieel misbruik.
De meeste meldingen over ouderenmishandeling in 2023 betroffen emotionele mishandeling
(1.430), gevolgd door fysieke mishandeling (1.030). 620 keer ging het over financiële
mishandeling van ouderen, 420 keer over verwaarlozing en 65 keer over seksueel misbruik.
Dit totaal is hoger dan het totaal van 2.335 meldingen, omdat binnen één melding sprake
kan zijn van meerdere vormen van geweld.
Vraag 4
Deelt u de conclusies van VU-hoogleraar Kees Blankman dat ouderenmishandeling veel
vaker voorkomt dan de gangbare schatting, dat één op de twintig ouderen slachtoffer
wordt van mishandeling en dat ouderenmishandeling vaker voorkomt dan kindermishandeling?
Zo nee, kunt u dan toelichten waarom niet?
Antwoord 4
De uitkomst dat één op de twintig ouderen slachtoffer wordt van een vorm van mishandeling,
is afkomstig uit een onderzoek van Regioplan uit 2018. Dit is het meest recente prevalentieonderzoek.
Ik ben niet bekend met andere onderzoeken. Ik deel daarmee niet zondermeer de conclusie
dat ouderenmishandeling veel vaker voorkomt dan de gangbare schatting. Om hier uitspraken
over te kunnen doen is meer inzicht in actuele cijfers nodig. Vanuit de Universiteit
Maastricht wordt onderzoek uitgevoerd naar de omvang van ouderenmishandeling. De resultaten
van dit onderzoek worden medio 2026 verwacht. Daarmee komen nieuwe, actuele cijfers
beschikbaar over de omvang van ouderenmishandeling in Nederland.
Vraag 5
Deelt u het vermoeden van de voorzitter van het landelijk netwerk Veilig Thuis, dat
er sprake is (of kan zijn) van onderregistratie van ouderenmishandeling ten opzichte
van andere vormen van huiselijk geweld, dat slechts een klein percentage van de meldingen
die zij binnenkrijgen gaat over ouderenmishandeling en dat zij meent dat dat «er veel
meer moeten zijn»?
Antwoord 5
Ik herken het signaal van de voorzitter van het Landelijk Netwerk Veilig Thuis dat
er mogelijk sprake is van onderregistratie van ouderenmishandeling. Slechts een beperkt
deel van de meldingen bij Veilig Thuis betreft ouderenmishandeling: het aantal meldingen
ouderenmishandeling is al enkele jaren stabiel rond de 2.000 á 2.500 per jaar. Het
aantal meldingen dat Veilig Thuis ontvangt is veel lager dan het aantal ouderen dat,
zo blijkt uit het prevalentie onderzoek van regioplan uit 2018, te maken krijgt met
ouderenmishandeling.
Mogelijke verklaringen voor deze onderrapportage zijn dat ouderenmishandeling lange
tijd ongezien of verborgen kan blijven. Dit kan bijvoorbeeld komen door gevoelens
van schaamte of taboe bij ouderen. Daarnaast kan het door de vaak geleidelijke ontwikkeling
en dunne grens tussen intensieve zorg en grensoverschrijdend gedrag lastig zijn om
signalen te herkennen, zowel voor ouderen zelf als voor het (in)formele netwerk. Ook
de afhankelijkheidsrelatie tussen de oudere en de persoon die de onveiligheid veroorzaakt
kan een rol spelen.
Via diverse activiteiten wordt geprobeerd dit te verbeteren. Zo vond in 2024 de publiekscampagne
«Geweld in Huiselijke Kring» plaats, waarin één van de drie centrale thema’s een vorm
van ouderenmishandeling was. Het doel van de campagne was om omstanders van kindermishandeling,
partnergeweld en ouderenmishandeling te stimuleren om bij een vermoedelijk slachtoffer
het gesprek aan te gaan en te vragen hoe het gaat.
Vraag 6
Op welke wijze kan de onderregistratie van ouderenmishandeling met zekerheid worden
aangetoond (of weerlegd)? Welke stappen heeft u al genomen om de drempels over melding
van ouderenmishandeling te verlagen c.q. weg te nemen zodat een waarheidsgetrouw beeld
ontstaat over ouderenmishandeling?
Antwoord 6
Door het aantal meldingen bij Veilig Thuis te vergelijken met onderzoeksgegevens over
hoe vaak ouderenmishandeling voor komt, kan een beeld worden gevormd over in hoeveel
gevallen ouderenmishandeling wordt gemeld. Vanuit de Universiteit Maastricht wordt
onderzoek uitgevoerd naar de omvang van ouderenmishandeling. De resultaten van dit
onderzoek worden medio 2026 verwacht.
Om drempels voor het melden van ouderenmishandeling te verlagen wordt ingezet op bewustwording
en het vergroten van herkenning. Een initiatief dat hierop gericht is betreft de chatfunctie
op de website van Veilig Thuis. Deze biedt toegankelijke informatie, tips en advies
voor het voeren van gesprekken over signalen van ouderenmishandeling. Ook biedt Veilig
Thuis een AI-tool door middel waarvan gerichte informatie en aandachtspunten worden
geboden over het voeren van gesprekken met ouderen over zorgelijke situaties en onveiligheid.
Dit ondersteunt zowel professionals als burgers bij het sneller herkennen en bespreekbaar
maken van signalen van ouderenmishandeling.
Daarnaast lanceert het Landelijk Netwerk Veilig Thuis (LNVT) deze maand een signalenpagina
over ouderenmishandeling, met informatie over herkenbare signalen, handelingsperspectieven
en beschikbare ondersteuning. Deze pagina is specifiek bedoeld om betrokkenen te helpen
het gesprek aan te gaan en passende vervolgstappen te zetten. Verder wordt binnen
beroepsgroepen, waaronder huisartsen, ingezet op scholing en training in signalering
van ouderenmishandeling. Door professionals kennis, handvatten en handelingskaders
aan te reiken, wordt hun bewustzijn vergroot ten aanzien van mogelijke signalen, wat
kan bijdragen aan de signalering en opvolging van vermoedens.
Vraag 7
Indien de onderregistratie met zekerheid kan worden aangetoond, welke maatregelen
gaat u dan nemen om de onderregistratie aan te pakken en het aantal meldingen significant
te verhogen?
Antwoord 7
Ongeacht inzicht dat nieuw onderzoek kan geven in welk deel van de situaties ouderenmishandeling
wordt gemeld, wordt in de huidige aanpak al uitgegaan van de mogelijkheid dat ouderenmishandeling
nog te vaak en te lang niet zichtbaar is. Om deze reden wordt ingezet op het vergroten
van bewustwording en herkenning van signalen, het versterken van deskundigheid van
professionals, het verbeteren van samenwerking in de keten en het vergroten van kennis
bij mantelzorgers en naasten. Op basis van de uitkomsten van nieuw onderzoek kan worden
bekeken of en welke vervolgstappen nodig zijn.
Vraag 8
Is er volgens u een verband tussen de toename van mantelzorg als gevolg van beleidsaanpassingen
en het overbelast raken van mantelzorg, met een toename van spanningen en zelfs mishandelingen
tot gevolg? Is hier specifiek onderzoek naar gedaan?
Antwoord 8
Als gevolg van de vergrijzing stijgt het aantal ouderen met een zorgvraag harder dan
zowel het aantal zorgverleners als de beroepsbevolking in het algemeen. Hierdoor ontstaat
er een toenemende druk op mantelzorgers. Dit zorgt ook voor een toenemend risico op
overbelasting van mantelzorgers. Overbelasting van mantelzorgers kan leiden tot ontspoorde
mantelzorg2. In de uitvoering van de Mantelzorgagenda 2023–2026 en, in aanvulling daarop, in
het Hoofdlijnenakkoord Ouderenzorg heb ik dan ook specifieke aandacht voor het versterken
van het ondersteuningsaanbod voor mantelzorgers, om zo overbelasting te voorkomen.
Het SCP voert periodiek onderzoek uit op het thema informele zorg, waarin ook de (over)belasting
van mantelzorgers is opgenomen. In 2026 verwachten we nieuwe rapportages van het SCP.
Hierin wordt echter geen onderzoek gedaan naar de mate waarin overbelasting van mantelzorgers
leidt tot ontspoorde mantelzorgsituaties.
Vraag 9
Wat vindt u van het voorstel om een nieuw expertisecentrum op te zetten, met betrokkenheid
van politie, banken, en notarissen, voor snellere signalering en actie?
Antwoord 9
Er bestaat een infrastructuur van samenwerkingsverbanden die gericht zijn op de bescherming
van ouderen tegen misbruik, zoals de «Lokale Allianties Veilig Financieel Ouder Worden».
Deze lokale allianties zijn intensieve samenwerkingsverbanden van notarissen, banken,
ouderenmaatschappelijk werk én Veilig Thuis. De meerwaarde van een lokale alliantie
is dat deze specifieke expertise kan inbrengen vanuit de private partijen, en die
kan combineren met kennis van publieke partijen. Hierdoor kan financieel misbruik
in de praktijk eerder gesignaleerd worden.
Verder deel ik het belang van het versterken van (landelijke) samenwerking. VWS neemt
deel aan de «Brede Alliantie Financieel Veilig Ouder Worden», waarin onder andere
Veilig Thuis, seniorenorganisaties, diverse grootbanken, de Vereniging Nederlandse
Gemeenten (VNG) en Justitie en Veiligheid (JenV) samenwerken aan de preventie en aanpak
van financieel misbruik.
Daarnaast is er het Landelijk Platform Bestrijding Ouderenmishandeling (LPBO), een
samenwerkingsverband dat zich expliciet richt op het voorkomen, signaleren en bestrijden
van ouderenmishandeling. Het LPBO wordt georganiseerd door medewerkers van Veilig
Thuis en betrekt diverse ketenpartners. Ook banken en notarissen kunnen, wanneer relevant,
deelnemen. Daarmee vormt het LPBO een landelijk netwerk gericht op de aanpak van ouderenmishandeling.
Gezien alle reeds bestaande samenwerkingsverbanden ben ik geen voorstander van het
opzetten van een nieuw expertisecentrum.
Vraag 10
Deelt u de opvatting van hoogleraar Blankman, dat «Veilig Thuis» meer bevoegdheden
moet krijgen, onder meer als primaire verzoeker van maatregelen bij de rechter, zoals
bijvoorbeeld de Raad voor de Kinderbescherming dat doet voor kinderen die in de knel
zitten? Welke stappen gaat u hiervoor ondernemen?
Antwoord 10
Hoogleraar Blankman lijkt te verwijzen naar de doorzettingsmacht in situaties waarin
sprake is van mogelijke wilsonbekwaamheid. Ik deel de opvatting niet dat Veilig Thuis
meer bevoegdheden als primaire verzoeker bij de rechter zou moeten krijgen. Veilig
Thuis opereert in het vrijwillig kader en het toevoegen van de functionaliteit van
verzoeker van maatregelen bij de rechter staat haaks op het belang van laagdrempeligheid
en vrijwilligheid. Daarbij komt dat Veilig Thuis zich primair richt op meldingen,
advies en ondersteuning, niet op juridische interventies. Veilig Thuis kán op dit
moment al bij uitzonderlijke gevallen een verzoek doen bij de officier van justitie
voor mentorschap of ondercuratelestelling. Verder is er tussen Veilig Thuis, het Openbaar
Ministerie en de politie een stevig netwerk op het thema ouderenmishandeling en op
casus-niveau afstemming. De aanpak richt zich op preventie en vroegsignalering van
ouderenmishandeling zodat schrijnende situaties tijdig worden gesignaleerd en aangepakt.
Vraag 11
Deelt u de opvatting dat als ouderenmishandeling inderdaad net zo vaak of vaker voorkomt
dan kindermishandeling, de aanpak van ouderenmishandeling ook een min of meer vergelijkbare
hoeveelheid aandacht en middelen toebedeeld zou moeten krijgen in vergelijking met
kindermishandeling?
Antwoord 11
Ik deel de opvatting dat ouderenmishandeling een ernstig maatschappelijk probleem
is dat structurele aandacht verdient. Ik streef naar een aanpak die is afgestemd op
de specifieke aard en context van de problematiek en die de beschikbare middelen zo
effectief mogelijk inzet. Naast de specifieke inzet op ouderenmishandeling wordt deze
groep ook expliciet meegenomen in de brede aanpak huiselijk geweld, die zich richt
op slachtoffers van alle leeftijden.
Vraag 12
Deelt u de mening dat de term «huiselijk» verwarrend kan zijn voor een buitenstaander?
Zou mishandeling in de zorg daar bijvoorbeeld voor de leek niet buitenvallen?
Antwoord 12
Ik herken niet dat de term «huiselijk» verwarrend kan zijn in de context van huiselijk
geweld. Kern van de term is dat het gaat om situaties in de persoonlijke leefwereld
van een slachtoffer en de afhankelijkheidsrelatie met de (vermoedelijke) pleger. Het
onderscheid tussen een eigen woning of een woning in een zorginstelling is daarbij
niet relevant. Belangrijk verschil kan wel zijn wie de (vermoedelijke) pleger van
het geweld is, bijvoorbeeld een kind of ander familielid, of juist een professional
uit een zorginstelling. Mishandeling in de zorginstelling of door zorgverleners valt
formeel onder andere categorieën, zoals professionele of institutionele mishandeling
en wordt via specifieke meld- en toezichtssystemen aangepakt.
Vraag 13
Deelt u de mening dat een betere omschrijving zou zijn: «Alle soorten van ouderenmishandeling
zijn strafbaar»? Kan dit worden aangepast?
Antwoord 13
Ouderenmishandeling komt in verschillende vormen voor, zoals fysieke, psychische,
seksuele mishandeling en financiële uitbuiting. Er is echter geen strafrechtelijke
definitie van ouderenmishandeling. In plaats daarvan worden de strafbare vormen van
ouderenmishandeling zoals mishandeling, opzettelijk benadelen van de gezondheid, onthouden
van zorg, bedreiging, seksueel misbruik en financiële misdrijven afzonderlijk behandeld
op basis van de relevante strafbepalingen (zoals genoemd in het Wetboek van Strafrecht).
Hoewel de term «ouderenmishandeling» als zodanig geen specifieke strafrechtelijke
betekenis heeft, worden de afzonderlijke strafbare gedragingen wel degelijk strafrechtelijk
vervolgd. Het Openbaar Ministerie beslist in voorkomende gevallen of vervolging opportuun
is, afhankelijk van de omstandigheden van de zaak.
Vraag 14
Bent u zich ervan bewust dat de toenemende vergrijzing gecombineerd met schaamte en
afhankelijkheid, steeds vaker kan leiden tot nagenoeg onzichtbare ouderenmishandeling
op geestelijk en financieel gebied, en welk soort stappen wordt ondernomen om de bewustwording
hiervoor te vergroten?
Antwoord 14
Ik ben mij bewust van de demografische en maatschappelijke ontwikkelingen die kunnen
leiden tot meer en/of onzichtbare situaties van ouderenmishandeling. De toenemende
digitalisering stelt ook toenemende eisen aan de digitale vaardigheden van ouderen,
waardoor mogelijk sneller een beroep wordt gedaan op derden om ouderen te helpen bij
bijvoorbeeld bankzaken.
Om de bewustwording te vergroten en ouderenmishandeling bespreekbaar te maken zijn
verschillende initiatieven ontwikkeld. Zo vond in 2024 de publiekscampagne «Geweld
in Huiselijke Kring» plaats, waarin ouderenmishandeling specifiek werd uitgelicht.
Andere voorbeelden zijn de signalenpagina ouderenmishandeling en de activiteiten van
het Landelijk Platform Bestrijding Ouderenmishandeling (LPBO), die het herkennen van
signalen en de samenwerking tussen professionals ondersteunen. Er zijn initiatieven
specifiek gericht op het voorkomen van financieel misbruik, zoals de «Lokale Allianties
Veilig Financieel Ouder Worden». Op het gebied van financieel veilig ouder worden
zijn er informatieboxen van VWS, die kosteloos kunnen worden aangevraagd en steeds
vaker worden besteld.
Vraag 15
Zijn de verplichte trainingen of protocollen thans voldoende voor zorgprofessionals
om ouderenmishandeling routinematig te signaleren, aangezien fysieke ouderenmishandeling
vaak pas zichtbaar wordt bij ziekenhuisopnames van 70-plussers?
Antwoord 15
Zorgprofessionals die werken met ouderen vallen onder de Wet verplichte meldcode HHuiselijk
Geweld en Kindermishandeling. Dat betekent dat zij verplicht zijn om te werken met
de meldcode, deze te kennen en volgens de vijf stappen van de meldcode te handelen.
Dit geldt voor onder meer voor artsen, verpleegkundigen, verzorgenden, sociaal werkers
en wijkteams. Iedere organisatie moet duidelijke werkafspraken hebben voor het signaleren
en handelen bij vermoedens van huiselijk geweld en ouderenmishandeling. Iedere beroepsgroep
die onder de meldcode valt heeft een eigen afwegingskader ontwikkeld, gebaseerd op
het landelijke basismodel dat in 2019 werd vernieuwd. Dat afwegingskader helpt professionals
bepalen wanneer het noodzakelijk is om Veilig Thuis te consulteren of een melding
te doen.
Vraag 16
Zou een jaarlijkse check bij een voorziening als een consultatiebureau – zoals verzocht
in de motie-Tielen – voor ouderen deze mishandeling tijdig kunnen signaleren?3
Antwoord 16
De insteek van de motie-Tielen zag op het realiseren van eenduidige toegang tot preventie
en vroegsignalering van gezondheidsrisico’s en problemen voor ouderen. Op dit moment
wordt verkend welke functies en vormen een dergelijke voorziening zou kunnen omvatten.
Deze verkenning bevindt zich nog in een oriënterende fase.
Vraag 17
Kunt u aangeven hoe ver gevorderd u bent met het onderzoek naar deze in onzd ogen
zeer gewenste en gemiste voorziening voor ouderen?
Antwoord 17
Naar verwachting zal in de loop van 2026 meer duidelijkheid komen over hoe een toekomstig
aanbod gericht op gezondheidsbevordering voor ouderen eruit zou kunnen zien.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
N.J.F. Pouw-Verweij, staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.