Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van de leden Boon en Raijer over de bezetting van het Academiegebouw in Leiden door gemaskerde pro-Palestijnse activisten
Vragen van de leden Boon en Raijer (beiden PVV) aan de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over de bezetting van het Academiegebouw in Leiden door gemaskerde pro-Palestijnse activisten (ingezonden 27 november 2025).
Antwoord van Minister Moes (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap) (ontvangen 12 december
2025).
Vraag 1
Heeft u kennisgenomen van de bezetting van het Academiegebouw in Leiden door gemaskerde
pro-Palestijnse activisten, waarbij demonstranten het gebouw binnendrongen, afsloten
en bezoekers actief de toegang belemmerden?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Wat vindt u ervan dat universiteitsbesturen in gesprek gaan met bezetters die een
academisch evenement fysiek blokkeren?
Antwoord 2
De instellingsbesturen hebben de belangrijke maar ook ingewikkelde taak om zowel de
academische vrijheid, de vrijheid van meningsuiting en het demonstratierecht als ook
de veiligheid op de campus te waarborgen. Natuurlijk moet er ruimte zijn en blijven
voor demonstraties op de onderwijsinstellingen. Maar wel binnen de grenzen van de
wet en de huis- en gedragsregels van de instelling. Geweld, vernielingen, discriminatie,
en haatzaaien zijn strafbare feiten en hebben geen plek bij protesten. Universiteitsbesturen
gaan zelf over welke interventie zij op welk moment passend vinden, waaronder of zij
in gesprek gaan met demonstranten. Het is belangrijk dat keuzes voor het borgen van
veiligheid zoveel mogelijk lokaal wordt genomen door de instellingsbestuurders in
nauwe samenspraak met de lokale driehoek van burgemeester, OM en politie. Ter plekke
kan de situatie het beste worden ingeschat en hoe hiermee moet worden omgegaan.
Vraag 3
Vindt u dat de Universiteit Leiden verplicht is aangifte te doen tegen deze bezetting,
aangezien universiteiten in hun eigen richtlijnen vastleggen dat bezettingen verboden
zijn en strafbare feiten niet zonder gevolgen mogen blijven? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 3
Instellingen hebben met elkaar afgesproken dat zij bij (vermoedens van) strafbare
feiten altijd aangifte doen. Ik heb begrepen dat het College van Bestuur van de Universiteit
Leiden aangifte heeft gedaan bij de politie van lokaalvredebreuk en de bezetters heeft
gevorderd het gebouw te verlaten. De politie is uiteindelijk overgegaan tot ontruiming.2 Ik hecht eraan te benoemen dat ik als Minister niet kan treden in opvolging door
het OM noch bemoeienis kan hebben met de rechtsgang.
Vraag 4
Hoe beoordeelt u het feit dat juist de Cleveringa-lezing, die is ingesteld ter herdenking
van antisemitische maatregelen tegen Joodse academici, moest worden verplaatst door
deze actie, en bent u bereid dit optreden expliciet als antisemitisch te kwalificeren?
Zo nee, waarom niet?
Antwoord 4
Universiteiten en hogescholen zijn een plek voor debat en dialoog. Binnen de instelling
moet men hier dan ook zoveel mogelijk de ruimte toe krijgen, bijvoorbeeld door een
lezing te organiseren. Ik vind het onacceptabel wanneer studenten en/of medewerkers
hierin worden belemmerd. Ik betreur het daarom zeer dat de geplande Cleveringa-lezing
verplaatst moest worden. Tegelijkertijd zie ik dat de Universiteit Leiden adequaat
heeft gehandeld, want door de lezing te verplaatsen kon deze toch doorgang vinden.
Het is niet aan mij als Minister van OCW om te beoordelen wanneer er sprake is van
antisemitisme. Bij vermoedens van antisemitisme kan aangifte worden gedaan. Vervolgens
is het aan het OM en, indien vervolging wordt ingesteld, aan de rechter om te bepalen
of er in concrete gevallen sprake is geweest van antisemitisme.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
G. Moes, minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.