Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid El Abassi over racisme en geweld na duel tussen Spakenburg en Kozakken Boys El Azzouti en familie belaagd door fans
Vragen van het lid El Abassi (DENK) aan de Minister van Justitie en Veiligheid over het bericht «Racisme en geweld na duel tussen Spakenburg en Kozakken Boys: El Azzouti en familie belaagd door fans» (ingezonden 20 oktober 2025).
Antwoord van Minister Van Oosten (Justitie en Veiligheid), mede namens de Staatssecretaris
van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (ontvangen 12 december 2025).
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht «Racisme en geweld na duel tussen Spakenburg en Kozakken
Boys: El Azzouti en familie belaagd door fans»?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Hoe beoordeelt u het dat een speler en zijn familie op en rond een sportterrein zijn
geconfronteerd met racistische beledigingen en fysiek geweld?
Antwoord 2
Het is volstrekt onacceptabel dat een speler en zijn familie op en rond een sportterrein
worden geconfronteerd met racistische beledigingen en fysiek geweld.
Vraag 3
Acht u dit een incident of een symptoom van een breder probleem van racisme in het
amateurvoetbal?
Antwoord 3
Hoewel ieder incident op zichzelf staat, moet worden vastgesteld dat meldingen van
racisme en discriminatie in het amateurvoetbal helaas geen op zichzelf staand fenomeen
zijn. Uit rapportages van de lokale antidiscriminatievoorzieningen (ADV’s), de politie,
het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), het Mulier Instituut en de KNVB blijkt
dat discriminatie ook binnen de sport voorkomt. Dit vraagt om blijvende waakzaamheid,
gerichte preventie en consequente handhaving.
Vraag 4
Heeft de politie opgetreden na de belaging van de familie El Azzouti? Zo ja, wat is
de stand van het onderzoek?
Antwoord 4
Zoals gebruikelijk doe ik geen uitspraken over de inhoud of voortgang van individuele
opsporingsonderzoeken.
Vraag 5
Hoeveel meldingen van racisme of discriminatie in de sport (voetbal) zijn er de afgelopen
drie jaar geregistreerd, en wat is ermee gebeurd?
Antwoord 5
Meldingen van racisme in de sport worden geregistreerd door verschillende instanties,
waaronder de politie, de lokale ADV’s en de KNVB. Deze registratiesystemen verschillen
in doel en methodiek. Uit de jaarlijkse rapportages van ADV Nederland blijkt dat sport
jaarlijks structureel voorkomt als meldcategorie binnen discriminatiemeldingen.2 Een deel van deze meldingen leidt tot bemiddeling, doorverwijzing, bestuursrechtelijke
maatregelen of strafrechtelijke vervolging. Exacte landelijke totalen per jaar zijn
niet één-op-één te herleiden uit één centraal systeem.
Vraag 6, 9 en 14
Deelt u de mening dat racistische daders in het amateurvoetbal veel te vaak wegkomen
met waarschuwingen of milde straffen? Bent u bereid om, in overleg met de Koninklijke
Nederlandse Voetbalbond (KNVB), een richtlijn op te stellen voor minimumsancties bij
racistische uitingen binnen bijvoorbeeld het amateurvoetbal?
Bent u bereid om, naar aanleiding van dit incident, met de KNVB te spreken over extra
maatregelen zoals cameratoezicht, stadionverboden of educatieve trajecten?
Bent u bereid met de KNVB te overleggen over een meldpunt dat onafhankelijk functioneert,
zodat slachtoffers van racisme niet afhankelijk zijn van de bereidheid van een clubbestuur
om actie te ondernemen?
Antwoord 6, 9 en 14
Vanuit de Rijksoverheid hebben wij goede en structurele contacten met de KNVB. Het
plan «Ons Voetbal Is Van Iedereen» is in samenwerking met de KNVB en de Ministeries
van VWS, JenV, SZW en OCW opgesteld. Binnen dit kader blijven wij voortdurend met
elkaar in gesprek over de effectiviteit van de maatregelen binnen alle lijnen van
OVIVI.
Slachtoffers en getuigen kunnen met een melding terecht bij de lokale ADV’s, verenigd
in Discriminatie.nl en via de DiscriminatieMelder app met daarin een apart menu voor
incidenten in het voetbal. Meldingen in het amateurvoetbal worden met instemming van
de melder, doorgeleid naar de KNVB. Hiermee is reeds voorzien in een laagdrempelige
en onafhankelijke meldstructuur. Wij blijven binnen de bestaande overlegstructuren
met de KNVB aandacht houden voor de toegankelijkheid en effectiviteit van deze meldvoorzieningen
en de daaropvolgende handhaving.
Naast de hierboven genoemde mogelijkheden om te melden, wordt gewerkt aan het oprichten
van een onafhankelijk integriteitscentrum, Integere Sport Nederland (ISN). ISN zal
meldingen over onder meer grensoverschrijdend gedrag kunnen onderzoeken en hierover
adviseren. Dit kunnen ook meldingen over racisme of discriminatie zijn.
Vraag 7
Hoe wordt er binnen het nationaal actieplan tegen racisme en discriminatie aandacht
besteed aan racisme in de sport, en acht u dat voldoende?
Antwoord 7
Een brede aanpak is noodzakelijk vanwege de hardnekkigheid van het probleem.
Binnen het Nationaal Programma tegen Discriminatie en Racisme van de NCDR is sport
aangemerkt als belangrijke context voor preventie en normstelling. Meer specifiek
zet het programma's «Ons Voetbal is Van Iedereen» (OVIVI) zich in tegen racisme binnen
het amateur- en betaald voetbal. In 2020 is het programma gestart. In 2023 is dit
opgevolgd door OVIVI 2, dat bestaat uit 22 maatregelen verdeeld over vier actielijnen:
voorkomen, signaleren, sanctioneren en samen aan de slag. Met het programma «Onze
Club is van Iedereen» (OCIVI) zet NOC*NSF zich voor hetzelfde doel in en wordt een
positieve sportcultuur gestimuleerd over de voile breedte van de sport.
Vraag 8 en 10
Wat doet u eraan om jonge sporters met een migratieachtergrond te beschermen tegen
racistische bejegening?
Wat zegt dit incident volgens u over het maatschappelijk klimaat in Nederland, waarin
mensen met een migratieachtergrond zelfs op sportvelden doelwit worden van racisme?
Antwoord 8 en 10
Het kabinet deelt de zorg over racisme en discriminatie jegens minderheidsgroepen,
waaronder mensen met een migratieachtergrond. Ook jonge sporters moeten zich veilig
kunnen voelen en beschermd worden tegen racistische bejegening. Discriminatie is onacceptabel,
waar dan ook, dus ook op sportvelden.
Hoewel ik niet kan zeggen in hoeverre de incidenten passen in een bredere trend, wordt
in de rapporten van de lokale ADV’s, de politie en het Openbaar Ministerie bevestigd
dat de meeste meldingen van discriminatie betrekking heeft op de herkomst van mensen.3 Dit is een zorgwekkende ontwikkeling die we niet negeren.
Er zijn verschillende initiatieven op zowel lokaal als nationaal niveau, van burgers,
maatschappelijke organisaties, onderwijsinstellingen en meer, die gericht zijn op
het bevorderen van inclusiviteit, het versterken van wederzijds begrip en het tegengaan
van haat. De bestaande initiatieven worden ondersteund door het ministerie, zodat
we niet alleen repressief optreden, maar ook structureel en preventief werken aan
een samenleving waarin iedereen zich veilig en gerespecteerd kan voelen, ongeacht
zijn of haar herkomst, godsdienst, geslacht, seksuele gerichtheid of andere kenmerken.
Vraag 11
Bent u bereid om publiekelijk uit te spreken dat racisme in welke vorm dan ook onacceptabel
is, ook op de amateurvelden?
Antwoord 11
Ik spreek mij publiekelijk zonder voorbehoud uit tegen elke vorm van discriminatie
en racisme. Discriminatie en racisme hebben geen plaats in onze samenleving en ook
niet op de amateurvelden. Het is in welke vorm dan ook onacceptabel.
Vraag 12
Erkent u dat het gebrek aan harde maatregelen tegen racisme in de sport bijdraagt
aan een klimaat waarin daders van dergelijke racistische uitingen zich onaantastbaar
wanen en slachtoffers zich in de steek gelaten voelen?
Antwoord 12
Ik begrijp dat het voor slachtoffers zo kan voelen wanneer daders niet zichtbaar of
naar hun gevoel niet snel genoeg worden aangepakt. Dat onderstreept het belang van
consequente opvolging van meldingen, heldere sancties en voldoende ondersteuning van
slachtoffers. Tegelijkertijd wordt er binnen het bestaande beleid voortdurend gewerkt
aan versterking van sanctionering, meldstructuren en handhaving. Normstelling alleen
is niet voldoende; handhaving moet daar zichtbaar op volgen. Een goed voorbeeld van
zichtbare opvolging is dat NAC Breda recent publiekelijk heeft aangegeven aangifte
te doen tegen onder andere zijn eigen fans voor racisme en online haat.
Vraag 13
Bent u bereid om vanuit het kabinet structureel geld vrij te maken voor racisme-bestrijding
binnen sportclubs en dit niet langer afhankelijk te laten zijn van incidentele subsidies?
Antwoord 13
Het kabinet investeert reeds in de aanpak van discriminatie en racisme, onder meer
via het Nationaal Programma tegen Discriminatie en Racisme en het OVIVI-programma.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
F. van Oosten, minister van Justitie en Veiligheid -
Mede namens
J.Z.C.M. Tielen, staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.