Lijst van vragen : Lijst van vragen inzake de Stand van Defensie najaar 2025 (Kamerstuk 36800-X-3)
2025D51905 LIJST VAN VRAGEN
De vaste commissie voor Defensie heeft een aantal vragen voorgelegd aan de Minister
van Defensie over de Stand van Defensie najaar 2025 (Kamerstuk 36 800 X, nr. 3).
De fungerend voorzitter van de commissie,
Paternotte
Adjunct-griffier van de commissie,
Manten
Nr
Vraag
1
Welke categorieën of thema’s van informatie zijn sinds de vorige Stand van Defensie
verplaatst van het openbare deel naar de vertrouwelijke bijlage? Wat is per categorie
de motivering om deze informatie niet langer openbaar te maken?
2
Op welke wijze wordt de Kamer gecompenseerd voor het vervallen van deze informatie
in het openbare deel van de Stand van Defensie?
3
Welke informatie die in eerdere publicaties van de Stand van Defensie openbaar beschikbaar
was, is in de Stand van Defensie Najaar 2025 uitsluitend nog vertrouwelijk opgenomen?
4
Welke gevolgen heeft deze verplaatsing van informatie voor de controle- en informatiepositie
van de Kamer?
5
Op welke wijze wordt geborgd dat de Kamer haar controlerende taak volledig kan blijven
uitoefenen ondanks de beperking van openbaarheid?
6
Waarom ontbreekt in de meest recente publicaties van de Stand van Defensie een rapportage
over trends in zwaarwegende knelpunten met betrekking tot gereedheid en inzetbaarheid
per krijgsmachtdeel?
7
Op welke termijn wordt deze rapportage alsnog opgenomen in de Stand van Defensie?
8
Op welke wijze wordt invulling gegeven aan de toezegging om deze knelpunten jaarlijks
te rapporteren? (TZ202307-053)
9
In welke vorm zullen de trends in zwaarwegende knelpunten per krijgsmachtdeel alsnog
aan de Kamer worden gerapporteerd?
10
Welke rapportages over deze knelpunten zijn in de afgelopen twee jaar wel aan de Kamer
verstrekt buiten de Stand van Defensie om?
11
Wat is het huidige bijsturingsbeleid om de disbalans tussen de instroom van burgerpersoneel
en beroepsmilitairen te corrigeren?
12
Op welke termijn wordt verwacht dat de instroom van beroepsmilitairen weer 100% van
de vastgestelde ambitie bereikt?
13
Welke risico’s worden gezien bij de structurele vervulling van militaire functies
door burgerpersoneel?
14
In welke mate worden momenteel militaire functies ingevuld door burgerpersoneel?
15
Welke maatregelen zijn genomen om prioriteit te geven aan de werving van beroepsmilitairen
ten opzichte van burgerpersoneel?
16
Welke concrete maatregelen worden genomen om de instroom van vrouwen bij de beroepsmilitairen
te verhogen?
17
Welke maatregelen zijn specifiek gericht op de instroom van vrouwen bij de beroepsmilitairen
en niet op het burgerpersoneel?
18
Welke meetbare doelen zijn vastgesteld voor het aandeel vrouwen bij de beroepsmilitairen
tot en met 2030?
19
Welke meetbare doelen zijn vastgesteld voor het aandeel vrouwen bij de reservisten
tot en met 2030?
20
Wat is de jaarlijkse beoogde groei van het aandeel vrouwen bij de beroepsmilitairen
tot 2030?
21
Wat is de stand van zaken van de directe contractering bij de Nederlandse defensie-industrie
over de eerste helft van 2025 in percentages?
22
Wat is de stand van zaken van de directe contractering bij de Nederlandse defensie-industrie
over de eerste helft van 2025 in bedragen?
23
Welke concrete beleidsmaatregelen zijn in 2025 genomen om het aandeel van Nederlandse
bedrijven in defensieopdrachten te vergroten?
24
Welke nieuwe beleidswijzigingen zijn in voorbereiding om het aandeel van Nederlandse
bedrijven in defensiecontracten te verhogen?
25
Welke kwantitatieve doelstellingen gelden voor het aandeel van Nederlandse bedrijven
in defensiecontracten voor de komende jaren?
26
Kunt u nader toelichten wat de praktische betekenis is van het feit dat de gemiddelde
operationele gereedheid van alle A-(wapen)systemen medio 2025 op 50% zit? Betekent
dit dat de helft van de A-systemen niet volledig gereed is?
27
Wat is de reden dat de toename van uitgavenbudgetten voor Defensie niet leidt tot
een stijging van de operationele gereedheid in 2023 en 2024 en een daling in 2025?
28
Waarom is in de Stand van Defensie geen voorlopig cijfer voor 2025 opgenomen ten aanzien
van de contractering van de Nederlandse en Europese industrie (graag opgesplitst voor
de twee geografieën)? Wat is voor 2025, in percentages en miljarden euro’s, de actuele
stand van zaken op dit punt?
29
Wat zijn de streefwaarden voor de komende vijf jaar, in euro’s en in percentages,
van het aandeel van Defensiecontracten dat direct terecht komt bij de Nederlandse
en Europese industrie (graag opgesplitst voor de twee geografieën)?
30
Kunt u in de Stand van Defensie ook KPI’s en doelen opnemen ten aanzien van andere
relevante aspecten van industriebeleid en samenwerking, zoals bijvoorbeeld industrieel
participatiebeleid, R&D-uitgaven van Defensie en Europese samenwerking en/of aankoop
van materieel?
31
Op welke wijze waarborgt Defensie dat «goed gekwalificeerd personeel» de organisatie
zal vullen, gezien de focus op snelle kwantitatieve groei?
32
Welke criteria worden gehanteerd om te beslissen welke informatie «vertrouwelijk waar
dat moet» is en hoe wordt voorkomen dat dit ten koste gaat van het parlementaire inzicht?
33
Kunt u uw opmerking dat «bepaalde informatie, die eerder in het openbare deel is opgenomen,
wordt verplaatst naar de vertrouwelijke bijlage» specificeren en nader motiveren?
34
Hoe staat het niet opnemen van Werkbeleving in verhouding tot de doelstelling van
het geïntegreerd aanbieden van verantwoordingsinformatie aan de Kamer via één centraal
document? Gaat u hier verbetering in brengen? Zo nee, waarom niet?
35
Hoe staat de opmerking met betrekking tot het «niet uitsluiten dat sommige informatie
terug te vinden is in al verstuurde rapportages» in verhouding tot de doelstelling
van het geïntegreerd aanbieden van verantwoordingsinformatie aan de Kamer via één
centraal document? Gaat u hier verbetering in brengen? Zo nee, waarom niet?
36
Hoe kan de Kamer nagaan of alle beschikbare en afgesproken informatie ook daadwerkelijk
in de Stand van Defensie is opgenomen?
37
Hoe verhoudt het volledig weglaten van het hoofdstuk «Besturen en commandovoering»
zich tot de doelstelling van het geïntegreerd aanbieden van verantwoordingsinformatie
aan de Kamer via één centraal document? Gaat u hier verbetering in brengen? Zo nee,
waarom niet?
38
Hoe verhoudt zich het refereren aan een Kamerbrief tot de doelstelling van het geïntegreerd
aanbieden van verantwoordingsinformatie aan de Kamer via één centraal document? Gaat
u hier verbetering in brengen? Zo nee, waarom niet?
39
Hoe worden de plancijfers vastgesteld? Kunt u inzicht geven in de planning van aantallen
reservisten, beroepsmilitairen en burgers voor de komende jaren?
40
Kunt u verklaren waarom de personele groei in de eerste helft van 2025 voor het overgrote
deel (857 VTE) afkomstig is van burgerpersoneel, terwijl de aanwas van beroepsmilitairen
(692 VTE) en reservisten (462 VTE) in verhouding achterblijft en hoe verhoudt zich
dit tot de wens voor een gevechtsgerede krijgsmacht?
41
Hoe staat het verwijzen naar overige maatregelen in een Kamerbrief in verhouding tot
de doelstelling van het geïntegreerd aanbieden van verantwoordingsinformatie aan de
Kamer via één centraal document? Gaat u hier verbetering in brengen? Zo nee, waarom
niet?
42
Kunt u aangeven of de sterke stijging van het burgerpersoneel deels wordt veroorzaakt
door het invullen van vacatures voor beroepsmilitairen door burgers, en zo ja, welke
effecten dit heeft op de inzetbaarheid en de operationele slagkracht van de eenheden?
43
Kunt u een overzicht geven van de totale kosten die gemoeid zijn met de externe inhuur
van 5.852 medewerkers per 1 juni 2025 en toelichten welke concrete stappen worden
gezet om dure inhuur in de beleids- en bedrijfsvoeringskolommen terug te dringen ten
gunste van structurele formatieplaatsen?
44
Wat is de verklaring voor de groei van externe inhuur? Was dit voorzien?
45
Defensie heeft een grote ambitie qua instroom; wat kan Defensie aan met betrekking
tot het opleiden? Zit daar een grens aan?
46
Hoe wordt ervoor gezorgd dat er ook voldoende mensen zijn om de instroom op te leiden?
47
Kunt u nader specificeren of de toename in websitebezoeken en de conversie naar voltooide
sollicitaties als gevolg van de arbeidsmarktcampagne «Tijd voor Defensie» in gelijke
mate geldt voor beroepsmilitairen en reservisten als voor burgerpersoneel? Welke Key
Performance Indicators (KPI's) hanteert u voor deze campagne om de gewenste instroom
te realiseren en op welke vlakken ziet u nog de meeste ruimte voor verbetering?
48
Kunt u uitleggen waarom er in de Stand van Defensie wel plancijfers zijn opgenomen
voor de instroom van beroepsmilitairen en burgers, maar niet voor reservisten, terwijl
de opschaling van de reservistencapaciteit cruciaal is voor de schaalbaarheid van
de krijgsmacht?
49
Wat zijn de plancijfers met betrekking tot reservisten, waarom zijn deze niet opgenomen
en kunnen die voortaan wel gepresenteerd worden in de Stand van Defensie?
50
Kunt u toelichten waarom de Stand van Defensie geen inzicht biedt in het totale aantal
aanmeldingen voor het Dienjaar, kunt u dit aantal alsnog verstrekken, en wat zijn
de concrete knelpunten (naast opleidingscapaciteit en functieruimte) die een snellere
doorstroming belemmeren? Ziet u, met het oog op de verdere schaalbaarheid van de krijgsmacht,
toegevoegde waarde in het verplicht stellen van een vorm van het Dienjaar?
51
Kunt u inzichtelijk maken hoeveel procent van de deelnemers aan het Dienjaar en het
Defensity College uiteindelijk doorstroomt naar een vaste aanstelling als beroepsmilitair
en hoe dit rendement zich verhoudt tot de investeringen in deze trajecten?
52
Welke gevolgen worden er concreet ondervonden door de beperkte beschikbaarheid van
onderwijsleermiddelen door leveringen aan Oekraïne? Wanneer verwacht u deze beschikbaarheid
van opleidingsmaterieel weer op orde te hebben en welke maatregelen neemt u daartoe?
53
Welke «andere groepen die nu onbedoeld onvoldoende worden bereikt» bedoelt u exact
en wat betekent dit voor de veranderde wervingsstrategie?
54
Kunt u per krijgsmachtdeel nader specificeren welke van de genoemde knelpunten (beschikbaarheid
personeel, reserveonderdelen, onvoorzien onderhoud, of transitie-/modificatieprogramma's)
het zwaarst weegt in de daling van de Materiële Gereedheid (MG) naar 50% medio 2025?
Welke concrete en gerichte maatregelen worden genomen om deze specifieke hoofdoorzaken
op korte termijn weg te nemen om de MG weer naar de norm te brengen?
55
Gezien de lange levertijden voor materieel, waarbij contractering (bijvoorbeeld Stinger)
leidt tot levering pas in 2028; acht u deze termijnen getuigen van de vereiste urgentie
die het huidige dreigingsbeeld vraagt? Heeft u de opties verkend om op korte termijn
de productie op te schalen van goedkopere, massaal produceerbare wapensystemen (zoals
de door de VS geproduceerde Low-Cost Uncrewed Combat Attack Systems (LUCAS) kamikaze
drones), in plaats van primair te focussen op hoogtechnische systemen? Ziet u meerwaarde
in het verwerven van dergelijke systemen voor de tactische diepte van de krijgsmacht?
56
Kunt u, met het oog op het versterken van de Nederlandse economie en strategische
autonomie, verklaren waarom het percentage directe contractering bij de Nederlandse
industrie is gedaald van 59,70% in 2023 naar 21,42% in 2024 en welke concrete doelstellingen
(KPI’s) u hanteert om dit percentage in 2025 en verder weer te verhogen?
57
Hoe wordt geborgd dat bij de uitvoering van de Defensie Strategie voor Industrie en
Innovatie (D-SIII) ook het Nederlandse Midden- en Kleinbedrijf (MKB) laagdrempelig
toegang krijgt tot defensieopdrachten en innovatiebudgetten?
58
Wat is de reden dat deze Stand van Defensie een aparte paragraaf over Oekraïne gerelateerde
inzet bevat? Kunt u in een volgende Stand van Defensie ook in andere relevante hoofdstukken
specifiek aandacht besteden aan de gevolgen die de inzet voor Oekraïne heeft op het
functioneren van Defensie?
59
Wat betekenen de spanningen tussen de VS en Venezuela voor de Nederlandse inzet in
het Caribisch gebied? Is daarbij sprake van samenwerking met andere landen zoals het
Verenigd Koninkrijk en Frankrijk en wat betekent dit concreet?
60
Kunt u voortaan ook doelstellingen en kritieke prestatie-indicatoren met betrekking
tot Ruimte voor Defensie opnemen? Zo nee, waarom niet?
61
Kunt u aangeven in hoeverre de samenwerking met marktpartijen wordt geïntensiveerd
om de vastgoedopgave, waaronder de verduurzamingsslag en de realisatie van legering,
te versnellen en kostenefficiënter te maken?
62
Kunt u garanderen dat de aangekondigde herprioritering van de vastgoedopgave niet
leidt tot kapitaalvernietiging bij reeds opgestarte projecten en kunt u een geactualiseerd
financieel risicoprofiel schetsen voor de vastgoedportefeuille tot en met 2030?
63
Kunt u, ten aanzien van de onvolkomenheid «Beveiliging Militaire Objecten», aangeven
of de extra gereserveerde financiële middelen en personele capaciteit inmiddels hebben
geleid tot een meetbare verhoging van het beveiligingsniveau op de meest risicovolle
locaties?
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
J.M. Paternotte, voorzitter van de vaste commissie voor Defensie -
Mede ondertekenaar
N.E. Manten, adjunct-griffier
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.