Verslag houdende een lijst van vragen en antwoorden : Verslag houdende een lijst van vragen en antwoorden
36 850 IX Wijziging van de begrotingsstaat van het Ministerie van Financiën (IXB) en de begrotingsstaat van Nationale Schuld (IXA) voor het jaar 2025 (wijziging samenhangende met de Najaarsnota)
Nr. 3 VERSLAG HOUDENDE EEN LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDEN
Vastgesteld 17 december 2025
De vaste commissie voor Financiën, belast met het voorbereidend onderzoek van dit
voorstel van wet, heeft de eer verslag uit te brengen in de vorm van een lijst van
vragen met de daarop gegeven antwoorden.
De vragen zijn op 8 december 2025 voorgelegd aan de Minister van Financiën. Bij brief
van 12 december 2025 zijn ze door de Minister van Financiën beantwoord.
Met de vaststelling van het verslag acht de commissie de openbare behandeling van
het wetsvoorstel voldoende voorbereid.
De fungerend voorzitter van de commissie, Van der Lee
Adjunct-griffier van de commissie, Van der Steur
Vraag 1
Hoe verklaart u de 9 mrd. hogere ontvangsten inkomstenbelasting?
Antwoord op vraag 1
Op kasbasis is de inkomensheffing met 6 miljard euro opwaarts bijgesteld, waarvan
9 miljard euro in de inkom-stenbelasting en – 3 miljard euro in de premies volksverzekering.
Inkomstenbelasting en premies volksverzeke-ringen worden samen geheven, maar kennen
een verschillend kasverloop doordat ze betrekking hebben op andere regelingen. De
opwaartse bijstelling van 6 miljard euro in de inkomensheffing wordt voor 5 miljard euro
verklaard doordat het kaspatroon van de hersteloperatie voor box 3 is geactualiseerd,
nu er beter zicht is op
de verwachte termijnen waarop tegenbewijs wordt ingediend en bijbehorende herstelbetalingen
plaatsvinden. Concreet betekent dit dat een groot deel van de herstelbetalingen vanaf
2026 plaatsvinden, en niet vanaf (eind) 2025, waar eerder mee werd gerekend. Daarnaast
zijn er in de Najaarsnota actuele kasontvangsten uit augustus tot en met oktober verwerkt.
Deze recente kascijfers wijzen op hogere ontvangsten dan eerder geraamd.
Vraag 2
Kan er een prognose gegeven worden van de instroom en de uitstroom van het personeel
bij de Belastingdienst en bij de Douane?
Antwoord op vraag 2
De verwachte instroom in 2025 bij de Belastingdienst is 2.635 fte en de verwachte
uitstroom 2.297 fte. Ten opzichte van de bezetting eind 2024, zal de bezetting in
2025 hiermee naar verwachting toenemen met 338 fte; van 28.362 fte (eind 2024) naar
een verwachte eindbezetting van 28.700 fte (eind 2025).
De verwachte in- en uitstroom over 2025 van de Douane volgens de laatste prognoses
(t/m oktober) zijn als volgt: Instroom 792 fte (12%), uitstroom 481 fte (7%), uitkomende
op een totaal van 311 fte stijging in de bezetting (4,7%).
Vraag 3
Wat zijn de gevolgen van de vertraging van de uitvoering aanvullende schaderoutes?
Antwoord op vraag 3
De planning blijft gehandhaafd. Dit houdt in dat we er alles aan doen om te zorgen
dat de Hersteloperatie eind 2027 afgerond/gereed is.
Vraag 4
Wat is de visie op de belasting- en invorderingsrente?
Antwoord op vraag 4
Op 20 oktober 2025 heeft het kabinet vragen beantwoord over de belasting- en invorderingsrente
(BIR) naar aanleiding van een schriftelijk overleg. Het kabinet heeft in deze beantwoording
aangegeven de conclusie van het vorige kabinet dat het BIR-regime, met name de belastingrente,
de afgelopen jaren versnipperd is geraakt te delen. In de kamerbrief van 27 juni 2024
zijn verschillende beleidsopties gepresenteerd om deze versnippering te verminderen.
Zoals ook in de beantwoording is aangegeven, acht het kabinet het niet passend om
nu een visie te vormen op de BIR-systematiek, met name de belastingrente, gelet op
zijn demissionaire status.
Daarnaast loopt op dit moment cassatie tegen een uitspraak van Rechtbank-Noord-Nederland
over de hoogte van het belastingrentepercentage vennootschapsbelasting (Vpb).
Voor wat betreft de rente die wordt gerekend over terugvorderingen en nabetalingen
van toeslagen acht het kabinet het niet langer passend deze te rekenen. Een voorstel
ter afschaffing hiervan is opgenomen in het wetsvoorstel verbetermaatregelen toeslagen.
Dit wetsvoorstel is aangenomen door beide Kamers, en treedt in werking met ingang
van 1 januari 2026. Voor wat betreft de invorderingsrente heeft het kabinet er dit
jaar voor gezorgd dat deze wordt bevroren op 4,3%, zodat belastingplichtigen en toeslaggerechtigden
niet met een grotere stijging van deze rente worden geconfronteerd. Dit percentage
geldt in ieder geval zo lang de koppeling tussen belastingen en toeslagen voor de
invorderingsrente niet kan worden losgelaten.1
Vraag 5
Hoe verhouden de 9,2 mrd. hogere belastingontvangsten zich tot de 9,7 mrd. hogere
belastingontvangsten op kasbasis in tabel 2 (p. 99) van de Najaarsnota?
Antwoord op vraag 5
Het bedrag van 9,662 miljard euro in tabel 2 op bladzijde 99 van de Najaarsnota betreft
de toename in de totale belastingontvangsten. Dit bedrag komt overeen met de mutatie
van 9,662 miljard euro bovenaan in tabel 8 van de tweede suppletoire begroting IX
bij «totaal belastingontvangsten». De 9,248 miljard euro onderaan in tabel 8 van de
tweede suppletoire begroting IX is het deel dat verantwoord wordt op artikel 1 Belastingen.
Het verschil betreft de afdrachten aan het Gemeente-, Provincie-, BES-fonds en het
btw-compensatiefonds en de belastingontvangsten op artikel 9 Douane.
Vraag 6
Op welke activiteit heeft er zich een tegenvaller voorgedaan bij de EIB waarvoor Nederland
een garantie heeft afgegeven? Wat hield de tegenvaller in?
Antwoord op vraag 6
Er heeft een tegenvaller plaatsgevonden op een lening verstrekt door de EIB onder
de Cotonou-1 garantieover-eenkomst. Onder deze overeenkomst verstrekt de EIB leningen
ten behoeve van investeringsprojecten in de Afrikaanse, Caribische en Stille Oceaanlanden
en de landen en gebieden overzee. Vanwege de vertrouwelijkheid van projectinformatie
en omdat het een lening aan een private entiteit betreft, kan het kabinet geen verdere
details delen over het specifieke project.
Vraag 7
Wat voor garantie heeft Nederland afgegeven?
Antwoord op vraag 7
De EIB verricht activiteiten in de landen in Sub-Sahara-Afrika, het Caribische gebied
en de Stille Oceaan (ook wel de Afrikaanse, Caribische en Pacifische landen genoemd,
ofwel de ACP-landen), alsmede in Europese Overzeese Gebieden (Overseas Countries and
Territories, ofwel OCT-landen). Een deel van deze activiteiten wordt bekostigd uit
het Investment Facility, een «revolverend fonds» dat gefinancierd is uit het European
Development Fund (EDF). De EIB financiert daarnaast ook activiteiten uit eigen middelen.
Op deze eigen middelen hebben lidstaten vier garanties afgegeven (Lomé IV, Cotonou
I, Cotonou II en Cotonou III). Voor deze garanties heeft Nederland een risicogarantieregeling
van EUR 76,7 miljoen op de begroting staan in 2026. De Cotonou-1 garantieovereenkomst
is door de lidstaten ondertekend op 11 juli 2003. In tegenstelling tot de algemene
garantie op de EIB die op instellingsniveau is ingericht, dekt de garantie op EIB-kredietverlening
onder eigen middelen individuele projecten in ACP- en OCT-landen. De EIB schat de
verwachte verliezen voor het totale portfolio onder de vier garanties op 5,01%. Er
is geen uitgavenraming opgenomen op de Financiënbegroting omdat niet in te schatten
is wanneer potentiële verliezen zich voordoen en de spreiding over de jaren groot
is (de laatste terugbetalingen vinden plaats in 2050). Eventuele tegenvallers worden
dus verwerkt zodra deze zich voordoen.2
Vraag 8
Wat is van de afgelopen twintig jaar per jaar de totale omvang van de aangegane transacties
aan exportkredietverze-keringen, rekening houdend met inflatie? Met andere woorden:
neemt het gebruik van exportkredietverzekeringen toe of af?
Antwoord op vraag 8
De totale omvang van de exportkredietverzekering (ekv) kent schommelingen, vanwege
het vraag gestuurde karakter van het instrument. Uit een eerdere analyse blijkt dat
het incidentele en conjuncturele karakter van de ekv een grote rol spelen in het aantal
aangegane transacties. Hierdoor komen omvangrijke transacties tot stand of blijven
ze uit. Het is door deze fluctuatie mogelijk dat de omvang van de transacties (uitgedrukt
in jaarlijks aangegane verplichtingen) daalt terwijl het aantal transacties groeit.
Zo zijn er in 2021 en 2024 respectievelijk 138 en 190 polissen uitgereikt, terwijl
de omvang respectievelijk 8,0 miljard euro en 4,6 miljard euro bedroeg. Voor een verdere
toelichting op de reeds uitgevoerde analyse kunt u de ekv monitor 2024 raadplegen2
en het jaarverslag 2024 van Atradius Dutch State Business3. In onderstaande grafiek
zijn de aangegane jaarlijkse verplichtingen van 2009 tot en met 2024 weergegeven.
Eerdere cijfers dan 2009 zijn niet mogelijk om toe te voegen vanwege een wijziging
in meet methodiek.
Figuur 1 Jaarlijks aangegane verplichtingen 2009–2024
Vraag 9
Wat is de reden dat het plafond van 10 miljard voor de exportkredietverzekeringen
niet is benut? Wat is de trend van de afgelopen jaren hiervoor? Welk bedrag kan er
structureel worden verwacht?
Antwoord op vraag 9
De exportkredietverzekering (ekv) heeft een garantieplafond van 10 miljard euro per
jaar. Dit is het administratieve maximum voor nieuwe juridische verplichtingen die
de Staat kan aangaan in één jaar. Dit maximum geldt zowel voor afgegeven polissen
als voor dekkingstoezeggingen (DT’s). De ekv kent een vraaggestuurd karakter, waardoor
het aantal aanvragen zich moeilijk laat voorspellen en het daardoor ook niet mogelijk
is hier een structurele verwachting te noemen. Dit jaar (2025) is de totale omvang
van het aantal binnengekomen aanvragen minder dan 10 miljard euro, waardoor niet het
gehele plafond is benut. Uit te grafiek bij vraag 8 blijkt dat het plafond de afgelopen
jaren ruim genoeg is gebleken. Voor een verdere toelichting kunt u de ekv monitor
2024 raadplegen4 en het jaarverslag 2024 van Atradius Dutch State Business5. Het verloop
van de benutting is in de grafiek bij vraag
8 terug te zien.
Vraag 10
Hoe groot is de toename van eigen personeel en extra inhuur bij de Douane?
Antwoord op vraag 10
Er is in de 2de suppletoire begroting geen sprake van formatieve groei bij de Douane.
De Douane is bij de NJN gecompenseerd voor tegenvallers in de uitvoering. Deze zitten
deels in gestegen loonsommen (14 miljoen euro) en inhuurkosten (8 miljoen euro). De
inhuur is ingezet om de continuïteit te borgen terwijl er gewerkt wordt aan de overgang
naar een dataplatform. Het data platform is naar verwachting in 2027 gereed. De Douane
zal naar verwachting met 311 fte groeien en komt daarmee op een verwachtte bezetting
van 6.325 fte in 2025 (95,9% van de formatie).
Vraag 11
Zijn er ook toeslagen die in de tabel horen te staan? Zo ja, welke?
Antwoord op vraag 11
Op het begrotingsartikel staan alleen de uitvoeringskosten van Dienst Toeslagen. De
programmagelden van de toeslagen staan op het begrotingsartikel van het desbetreffende
departement (Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, Volksgezondheid,
Welzijn en Sport en Sociale Zaken en Werkgelegenheid).
Vraag 12
Worden er aflopende inhuurcontracten verlengd bij de Dienst Toeslagen? Zo ja, hoeveel?
Antwoord op vraag 12
Het totaal aantal inhuurcontracten dat wordt verlengd bij Dienst Toeslagen is 758.
Daarvan zijn er 726 verlengingen bij de uitvoeringsoganisatie Herstel Toeslagen en
Commissie Werkelijke Schade.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
T.M.T. van der Lee, voorzitter van de vaste commissie voor Financiën -
Mede ondertekenaar
R.A. van der Steur, adjunct-griffier