Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Stoffer over de NPO en Hamas
Vragen van het lid Stoffer (SGP) aan de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over de NPO en Hamas (ingezonden 20 november 2025).
Antwoord van Minister Moes (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap) (ontvangen 11 december
2025).
Vraag 1
Bent u bekend met de berichten «Na het BBC-schandaal: waarom ook onderzoek naar NOS
noodzakelijk is»1 en «Anti-Israël indoctrinatie van scholieren is wel degelijk zaak van de Minister»2 en herinnert u zich de antwoorden op Kamervragen van 2 oktober 2025 over SchoolTV?3
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Welke lessen trekt de NOS uit zorgen die leven over de rol van de BBC bij de berichtgeving
over Gaza? In hoeverre ziet de NOS ten dienste van de kwaliteitsverbetering aanleiding
om een onderzoek uit te voeren over de eigen berichtgeving?
Antwoord 2
Onafhankelijke en betrouwbare journalistiek is een groot goed. Journalistiek draagt
bij aan een goed functionerende democratie. Bij deze belangrijke rol hoort ook transparantie.
Dit doet de NOS door openbaar verantwoording af te leggen over hun journalistieke
berichtgeving, onder andere op basis van reacties die zij ontvangen van het publiek.4 Specifiek over de oorlog in Gaza geeft de NOS ook blijk van de gevoeligheid en risico’s
rondom de betrouwbaarheid van bronnengebruik bij berichtgeving daarover. De NOS legt
openbaar verantwoording af over de wijze waarop ze de betrouwbaarheid en onafhankelijkheid
van hun berichtgeving borgen. Dit doen zij onder andere door artikelen en onderzoeken
te publiceren over de eigen berichtgeving over de oorlog Gaza.5 Ook de Ombudsman publieke omroep heeft een belangrijke functie in de zelfregulering
van de journalistiek bij de publieke omroep en heeft eerder inzicht geboden in het
journalistiek handelen in deze thematiek.6
Als stelselverantwoordelijke sta ik voor een breed en pluriform medialandschap. Van
journalistieke organisaties in dit landschap verwacht ik dat zij hun journalistieke
keuzes verantwoorden en daarbij hun berichtgeving kritisch beoordelen en factchecken.
Als er twijfels leven rondom de objectiviteit van berichtgeving is het aan journalistieke
organisaties dit gegeven af te wegen en hier iets in hun journalistieke verantwoording
mee te doen. Het is niet aan mij als Minister om nader in te gaan op de wijze waarop
zij hun journalistieke verantwoording verder vormgeven.
Vraag 3
Hoeveel specifieke berichten, reportages en andere producties heeft de NOS in de afgelopen
twee jaar gewijd aan de structuur en werkwijze van de terreurorganisatie Hamas? Hoe
is de betrouwbaarheid van lokale verslaggevers door de NOS getoetst en welke standaarden
zijn gehanteerd voor het gebruik van informatie die afkomstig is van Hamas?
Antwoord 3
Het kabinet gaat niet over de inhoudelijke invulling van de programmering van de NOS.
Ik beschik derhalve niet over aantallen producties over een bepaald thema.
De NOS reflecteert op de betrouwbaarheid van gebruikte bronnen uit Gaza. Ook de Ombudsman
speelt hierbij een rol zoals blijkt uit de beantwoording op vraag 2. Dit systeem van
zelfregulering moet de kwaliteit van de berichtgeving van de NOS waarborgen. De NOS
is onafhankelijk in zijn werkzaamheden. Het kabinet gaat niet over de journalistieke
werkwijze die de NOS in specifieke casussen hanteert. Wel ben ik voornemens het systeem
van zelfregulering van de journalistiek binnen de publieke omroep te versterken. De
plannen hiervoor zijn afgelopen voorjaar met de Kamer gedeeld en de uitwerking neem
ik mee in de hervorming van de landelijke publieke omroep.7
Vraag 4
Vindt u dat Hamas een politieke groepering is die ook mensen heeft die vechten of
onderschrijft u het breed erkende uitgangspunt dat Hamas een terroristische organisatie
is?
Antwoord 4
De EU en Nederland beschouwen Hamas als een terroristische organisatie, die in 2003
op de EU-terrorismelijst werd geplaatst. Nederland speelt in Europees verband een
voortrekkersrol op het sanctioneren van Hamas, in lijn met motie Ceder c.s.,8 en heeft recent samen met gelijkgezinde partners voorstellen gedaan voor het sanctioneren
van de politieke top van Hamas.
Vraag 5
Welke ruimte heeft de landelijke publieke omroep volgens u om binnen de vereiste kwalitatief
hoogwaardige nieuwsvoorziening een eigen duiding te geven van organisaties die internationaal
breed als terroristisch worden aangemerkt? In hoeverre bestaan voor zulke keuzes standaarden
binnen de publieke omroep?
Antwoord 5
De landelijke publieke omroep voert zijn werkzaamheden onafhankelijk uit en heeft
daarbij redactionele vrijheid, die onder andere in de Mediawet is vastgelegd. Dat
is een fundamenteel rechtsstatelijk uitgangspunt dat we met elkaar moeten beschermen.
Het is niet aan de overheid of politiek om zich te mengen in journalistieke inhoud.
Persvrijheid is een groot goed. Dat wil overigens uiteraard niet zeggen dat omroepen
zich niet zouden hoeven verantwoorden over hun keuzes (zie daarover ook mijn antwoord
op vraag9. Bij onvrede over de duiding gegeven aan specifieke berichtgeving kan iedereen contact
opnemen met de desbetreffende omroep of redactie. Wanneer iemand niet tevreden is
met de reactie van de omroep of redactie, is er de mogelijkheid om een melding te
maken bij de Ombudsman voor de publieke omroepen. De Ombudsman kan naar aanleiding
van klachten nader onderzoek doen naar het journalistiek handelen van de omroep of
redactie. Dit stelsel van zelfregulering moet ervoor zorgen dat media zich verantwoorden
over de journalistieke keuzes die zij maken.
Vraag 6
Waarom vindt u het behoren tot de taak van de NPO om lesmateriaal te ontwikkelen voor
scholen? Hoe beoordeelt u het feit dat het materiaal dat de NPO met belastinggeld
produceert een verstoring vormt van de markt van leermiddelen, waarmee de NPO ook
inhoudelijk meer sturend kan zijn in de beeldvorming dan andere ontwikkelaars?
Antwoord 6
Conform artikel 2.1 van de Mediawet 2008, is Educatie één van de onderdelen uit de
publieke mediaopdracht. Dit wordt onder andere gedaan via het aanbodkanaal Schooltv.
Opgenomen in de beschrijving van dit kanaal is het aanbieden van samenhangend educatief
media-aanbod waar ook scholen gebruik van kunnen maken. De keuze voor daadwerkelijk
gebruik van bepaalde leermiddelen is altijd aan de school zelf. Die vrijheid is opgenomen
in artikel 23 van de Grondwet.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
G. Moes, minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.