Verslag houdende een lijst van vragen en antwoorden : Verslag houdende een lijst van vragen en antwoorden
36 850 XIII Wijziging van de begrotingsstaten van het Ministerie van Economische Zaken (XIII) voor het jaar 2025 (wijziging samenhangende met de Najaarsnota)
Nr. 3
VERSLAG HOUDENDE EEN LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDEN
Vastgesteld 14 januari 2026
De vaste commissie voor Economische Zaken, belast met het voorbereidend onderzoek
van dit voorstel van wet, heeft de eer verslag uit te brengen in de vorm van een lijst
van vragen met de daarop gegeven antwoorden.
De vragen zijn op 8 december 2025 voorgelegd aan de Minister van Economische Zaken.
Bij brief van 11 december 2025 zijn ze door de Minister van Economische Zaken beantwoord.
Met de vaststelling van het verslag acht de commissie de openbare behandeling van
het wetsvoorstel voldoende voorbereid.
De fungerend voorzitter van de commissie, Michon-Derkzen
Adjunct-griffier van de commissie, Krijger
1
Kunt u concreet maken welke activiteiten met de naar voren gehaalde € 5,1 miljoen
voor de AI-fabriek worden uitgevoerd, en hoe deze activiteiten bijdragen aan praktische
toepassingen voor bedrijven en specifiek ook voor het midden- en kleinbedrijf (mkb)?
Antwoord
Door € 5,1 miljoen eind 2025 beschikbaar te stellen is het mogelijk om de gemaakte
kosten in 2025 te dekken en budget beschikbaar te stellen voor activiteiten in begin
2026. Het gaat met name om activiteiten te kunnen ontplooien voor de voorbereiding
van een AI-kenniscentrum waarvan de beoogde start in april 2026 is. Daarnaast gaat
het om activiteiten voor het voorbereiden van de aanbesteding voor een AI-supercomputer
waarmee geavanceerde AI-modellen en AI-toepassingen getraind kunnen worden. Het innovatieve
mkb is een belangrijke doelgroep voor zowel het AI-kenniscentrum als de AI-supercomputer.
2
Welke verouderde meetapparatuur wordt precies vervangen binnen het Nationaal Metrologie
Instituut, en in welke sectoren (industrie, zorg, nutssector) ontstaan risico’s wanneer
deze vervanging later zou plaatsvinden?
Antwoord
Het nationale meetstandaarden-beheer, waarvoor VSL als Nationaal Metrologie Instituut
door de Minister van Economische Zaken is aangewezen, voorziet in zeer nauwkeurige
kalibraties voor de Nederlandse industrie, maatschappelijke instellingen en ziekenhuizen.
Wanneer kritische apparatuur onverwacht uitvalt ontstaan grote risico’s voor mens,
maatschappij en economie. Met de incidentele investering van € 6 miljoen worden op
korte termijn de uitgevallen of verouderde meetstandaarden op het gebied van elektriciteit,
optica, tijd- en frequentie, volumetrie en ioniserende straling vervangen.
Een voorbeeld is de DIR multibron bestralingsfaciliteit. De bestaande faciliteit is
in toenemende mate onbetrouwbaar. De DIR faciliteit is onmisbaar om de herleidbaarheid
voor stralingsveiligheidsmetingen naar de nationale standaarden door te geven aan
eindgebruikers. Dit is van groot belang voor o.a. de Autoriteit Nucleaire Veiligheid
en Stralingsbescherming (ANVS), het nationaal meetnet radioactiviteit van het RIVM,
Defensie en het monitoren van veiligheid van medewerkers in kerncentrales en ziekenhuizen.
3
Wat verklaart dat de kasbehoefte voor NXTGEN HIGH TECH in 2025 alsnog € 25 miljoen
hoger uitvalt, en kan de Kamer de onderliggende realisatiegegevens van de Rijksdienst
voor Ondernemend Nederland (RVO) ontvangen, inclusief de regionale spreiding van projecten?
Antwoord
Voor het NGF-project NXTGEN is eerder in 2025 kasbudget doorgeschoven ten behoeve
van een realistische raming (scherper aan de wind varen) om zo onderuitputting zoals
in eerdere jaren voorkwam, te minimaliseren. Hierbij is de afspraak gemaakt dat wanneer
uitvoeringsinformatie hiertoe reden geeft, deze budgetten teruggeschoven konden worden
naar 2025 om te voorkomen dat de uitvoering vertraagd. Dat is in dit geval gebeurd
waarbij de uitvoeringsinformatie aanleiding gaf om € 25 miljoen kasbudget naar 2025
terug te schuiven. Eind november was de realisatie € 54 miljoen van de in totaal beschikbare
€ 78 miljoen aan kasbudget. Er is geen uitvoeringsinformatie over de regionale spreiding
van de projecten die uit dit NGF-project worden gefinancierd.
4
Kan worden toegelicht waarom voor PhotonDelta eveneens extra kasgeld nodig is (€ 21
miljoen), welke vertragingen of versnellingen hieraan ten grondslag liggen, en welke
gevolgen dit heeft voor de betrokken bedrijven en kennisinstellingen in de regio’s?
Antwoord
Voor het NGF-project PhotonDelta is eerder in 2025 kasbudget doorgeschoven ten behoeve
van een realistische raming (scherper aan de wind varen) om zo onderuitputting, zoals
in eerdere jaren voorkwam, te minimaliseren. Hierbij is de afspraak gemaakt dat wanneer
de uitvoeringsinformatie hiertoe reden geeft, deze budgetten teruggeschoven konden
worden om te voorkomen dat de uitvoering vertraging zou oplopen. Dat is in dit geval
gebeurd waarbij de uitvoeringsinformatie aanleiding gaf om € 21 miljoen kasbudget
naar 2025 terug te schuiven. Eind november was de realisatie € 48 miljoen van de in
totaal beschikbare € 68 miljoen aan kasbudget.
5
Met betrekking tot de ingetrokken bedrijfssteun waarvoor € 270 miljoen was gereserveerd,
welke stappen zijn gezet tussen Economische Zaken en het Defensiematerieelbegrotingsfonds,
welke toetsing heeft plaatsgevonden, en zijn hierbij verplichtingen aangegaan die
mogelijk invloed hebben op andere bedrijven of sectoren?
Antwoord
Vooruitlopend op een mogelijke toekenning van steun is € 270 miljoen uit het Defensiematerieelbegrotingsfonds
naar de EZ-begroting overgeheveld. Het bijbehorende steunverzoek waarover uw Kamer
in de zomer vertrouwelijk werd geïnformeerd is ingetrokken. Hierdoor zijn er geen
verplichtingen aangegaan die van invloed zijn op andere bedrijven of sectoren. Bij
de tweede suppletoire begroting is het bedrag weer teruggeboekt naar het Defensiematerieelbegrotingsfonds.
In de tussenliggende periode is het steunverzoek beoordeeld op basis van het afwegingskader
steunverzoeken individuele bedrijven.
6
Wat zijn de belangrijkste oorzaken van de sterk gestegen kosten bij de Kamer van Koophandel
(ophoging € 11,7 miljoen), uitgesplitst naar uitvoering, ICT, huisvesting en wettelijke
taken, zodat kan worden beoordeeld of deze kostenstijging doelmatig en noodzakelijk
is?
Antwoord
Het genoemde bedrag betreft niet de kosten van de Kamer van Koophandel (KVK) maar
de rijksbijdragen van het Ministerie van Economische Zaken aan de KVK. Alhoewel er
een indirect verband is tussen beiden zijn deze niet een-op-een naar elkaar te vertalen.
De KVK-begroting bestaat namelijk uit meer dan alleen de rijksbijdragen. Een uitgebreide
uitsplitsing van alle kosten van de KVK zijn terug te vinden in de jaarverslagen van
de KVK, te vinden op de website kvk.nl/over-kvk/jaarverslagen.
De verhoogde bijdrage van EZ aan de KVK is bij de tweede suppletoire begroting voor
het grootste deel te verklaren door een verhoogde bijdrage van andere bestuursorganen
aan het Handelsregister, ook wel inputfinanciering genoemd. Deze bijdragen zijn met
ongeveer € 9,7 miljoen verhoogd. Daarnaast is bij de tweede suppletoire begroting
een additioneel bedrag van € 2 miljoen toegekend voor ontwikkeling, onderhoud en promotie
van de financieringsgids.
7
De verwachte inkomsten uit ACM-boetes worden met € 20 miljoen neerwaarts bijgesteld;
kunt u inzicht geven in het aantal boetes, gemiddelde hoogte, doorlooptijden en de
sectoren waarin overtredingen zich voordeden, zodat de Kamer kan beoordelen of het
toezicht voldoende effectief is?
Antwoord
De ACM publiceert jaarlijks over opgelegde boetes in het jaarverslag. Voor 2025 is
het jaarverslag nog niet verschenen. Deze informatie is, inclusief cijfers van 2020
tot 2024, vindbaar op p.38 van het jaarverslag 2024, te vinden op acm.nl/over-de-acm/jaarverslagen.
Zo is bijvoorbeeld zichtbaar dat in 2024 negen boetes zijn opgelegd met betrekking
tot consumentenbescherming, twee met betrekking tot mededinging en twee met betrekking
tot telecom en post. Het totaal aan nieuw opgelegde boetes in 2024 bedraagt € 15,3
miljoen, waarvan € 13 miljoen valt onder telecom en post, € 2,2 miljoen onder consumentenbescherming
en € 59 duizend onder mededinging. Waar mogelijk publiceert de ACM ook op de eigen
website over individuele boetebesluiten. Dit is echter niet altijd mogelijk omdat
een rechter publicatie van boetebesluiten kan verbieden.
Belangrijk is om te benadrukken dat de effectiviteit van het toezicht van de ACM niet
afgelezen kan worden uit de hoogte of het aantal boetes. Boetes zijn namelijk geen
doel op zichzelf maar een instrument uit een breder pakket aan instrumenten voor effectieve
handhaving. De ACM opereert onafhankelijk in haar toezicht en kiest hierbij altijd
voor het meest effectieve instrument voor effectieve handhaving.
8
Kunt u toelichten waarom de afdrachten ten behoeve van de Joint Strike Fighter (JSF)
voor 2023–2025 zijn gepauzeerd vanwege inflatiecorrecties, welke financiële afspraken
voor latere jaren zijn gemaakt, en wat hiervan de budgettaire gevolgen zijn voor het
Nederlandse deelnemingspercentage?
Antwoord
Sinds de coronapandemie is de economische- en veiligheidssituatie wereldwijd veranderd
en staat de positie van het Nederlandse bedrijfsleven binnen het F-35-programma onder
druk. In 2022 is, mede vanwege COVID-19, hoge energieprijzen en inflatie als gevolg
van de oorlog in Oekraïne, een verzoek van de brancheorganisatie toegekend voor een
tijdelijke opschorting van MFO (medefinancieringsovereenkomst)-betalingen. Deze opschorting
is toegekend voor de jaren 2023 tot en met 2025 en heeft de industrie verlichting
geboden.
Op het moment zijn er nog geen financiële afspraken gemaakt voor latere jaren. Op
dit moment beraadt mijn ministerie zich op eventuele vervolgstappen en voert overleg
met de sector. Hierdoor is het op dit moment niet mogelijk de budgettaire gevolgen
voor het Nederlandse deelnemingspercentage te kwantificeren.
9
Voor de Tegemoetkoming vaste lasten (TVL)-regelingen worden € 40 miljoen minder terugontvangsten
verwacht; kan worden uitgesplitst welk deel door lagere terugvorderingen komt, en
welk deel door lagere definitieve vaststellingen en hoeveel mkb-bedrijven dit betreft?
Antwoord
De bijstelling komt niet voort uit te lagere terugvorderingen of lagere vaststellingen
maar uit een te optimistische initiële raming. Gebleken is dat veel ondernemers gebruik
willen maken van een terugbetalingsregeling waardoor de ontvangsten gespreid binnen
zullen komen over meerdere jaren. Veel terugbetalingsregelingen lopen maximaal zestig maanden.
Van het totaal aan terugontvangen bedragen tot nu toe (€ 38,97 miljoen) is 99,8% afkomstig
van MKB-ondernemingen en 0,2% van grote ondernemingen.
10
Binnen het Toekomstfonds dalen de uitgaven met € 3,5 miljoen; kunt u aangeven welke
instrumenten (zoals innovatiekredieten, SEED-kapitaal, Deep Tech-fondsen) minder kasuitgaven
realiseren en of dit gevolgen heeft voor startups en mkb-financiering buiten de Randstad?
Antwoord
Bij de tweede suppletoire begroting worden de kasbudgetten voor het subsidie-gedeelte
van de Thematische Technology Transfer (TTT) en het regionale luik van de Vroegefasefinanciering
(VFF) beiden met € 1,7 miljoen naar beneden bijgesteld als gevolg van een lagere kasbehoefte
in 2025 dan origineel geraamd.
Voor de regionale VFF komt dit doordat dit jaar minder aanvragen vanuit de regio’s
waren om een regionaal VFF-fonds op te zetten, dan initieel rekening mee is gehouden
in de beschikbare budgetten. De regio’s mogen eens per drie jaar een aanvraag indienen,
waarbij niet alle regio’s in hetzelfde ritme lopen. Bij de eerste suppletoire begroting
zijn reeds een groot gedeelte van de budgetten doorgeschoven naar latere jaren om
te borgen dat alle regio’s die een nieuw VFF-fonds op willen zetten deze mogelijkheid
krijgen in de komende jaren, passend bij hun fondsritme van drie jaar en/of hun eigen
begrotingsbesluiten. Deze middelen blijven door deze kasschuif beschikbaar voor de
regionale fondsen. Dit gaat derhalve in goed overleg met zowel RVO als de regio’s.
Bij de tweede suppletoire begroting is het kasbudget verder naar beneden bijgesteld
met € 1,7 miljoen op basis van de meest recente uitvoeringsinformatie van RVO. Dit
heeft geen gevolgen voor startups en mkb-financiering buiten de Randstad, omdat de
mogelijkheid voor de regio’s blijft om een aanvraag in te dienen om een regionaal
VFF-fonds op te zetten in 2026 en verder.
Voor de TTT is in 2025 € 1,7 miljoen minder kasbudget nodig. Ook is een nieuwe verplichting
van € 16 miljoen later dan initieel gepland in 2025 aangegaan waardoor de bevoorschotting
opschuift. Dit betekent dat in 2025 minder budget nodig is dan verwacht en in een
later jaar zal worden uitbetaald.
11
Hoe wordt de extra bijdrage van € 109 miljoen in de Europese ruimtevaart gedekt?
Antwoord
De additionele bijdrage van € 109 miljoen bestaat uit twee onderdelen. Deze wordt
voor € 85 miljoen gedekt uit toekomstige rondes van de Faciliteiten Toegepast Onderzoek.
De dekking van de overige € 24 miljoen is onder voorwaarden toegezegd door het Ministerie
van Defensie, en de komende maanden zal nader worden onderzocht of en hoe deze voorwaarden
kunnen worden ingevuld. Deze voorwaarden zijn met het Europees Ruimteagentschap (ESA)
besproken en afgestemd. Voor beide onderdelen volgt budgettaire verwerking in de Voorjaarsnota.
12
In het vierde kwartaal van 2025 zijn de kosten van externe inhuur op jaarbasis met
55% gestegen waardoor deze boven de 10% norm belanden, welke stappen worden ondernomen
om dit terug te dringen?
Antwoord
Het budget voor inhuur externen is met € 16,6 miljoen verhoogd als gevolg van doorbelasting
van de kosten voor inhuur externen aan de (beleids)directies die het betreft. Dit
betreft een interne schuif. Hierdoor bedraagt het budget voor inhuur externen 11,1%
van het totale budget voor eigen personeel en inhuur externen van het kerndepartement
én diensten. De overschrijding van de Roemernorm van 10% wordt met name veroorzaakt
door het hogere budget inhuur externen bij een aantal diensten, welke te maken hebben
met onder andere fluctuerende opdrachtenportefeuilles en de behoefte aan een flexibele
schil. Voor het kerndepartement bedraagt het budget voor inhuur externen 9,2% van
het totale budget voor eigen personeel en inhuur externen. Het doel is om deze daling
voor het gehele concern (kerndepartement en diensten) voort te zetten tot onder de
Roemernorm.
13
Kunt u in een tabel aangeven op welke budgetten de afgelopen drie jaar onderuitputting
heeft plaatsgevonden?
Antwoord
De tabel hieronder toont het verschil in realisatie van de kasuitgaven de afgelopen
drie jaar ten opzichte van de vastgestelde begrotingen, zoals gerapporteerd in de
jaarverslagen van 2024, 2023 en 2022. De tabel maakt onderscheid tussen de beleidsartikelen
van de EZ-begroting. In de genoemde periode waren deze beleidsartikelen nog onderdeel
van de EZK-begroting en werden op deze artikelen ook KGG-gerelateerde uitgaven begroot
en verantwoord. Vanaf 2025 is de EZK-begroting gesplitst en zijn de KGG-gerelateerde
uitgaven overgeheveld naar de KGG-begroting.
De relatief grote afwijkingen tussen realisatie en vastgestelde begroting op beleidsartikel
2 in 2023 en 2022 worden grotendeels veroorzaakt door de energie- en coronacrisismaatregelen
(Tegemoetkoming Energiekosten (TEK) en Tegemoetkoming vaste lasten (TVL)). Voor meer
detail over de verschillen tussen realisatie en begroting en de toelichtingen daarbij
verwijs ik u naar de betreffende jaarverslagen.
Realisatie ten opzichte van vastgestelde begroting (bedragen in € miljoen)
Beleidsartikelen Economische Zaken
2024
2023
2022
1. Goed functionerende economie en markten
+ 50,7
– 4,8
+ 41,4
2. Bedrijvenbeleid: innovatie en ondernemerschap voor duurzame welvaartsgroei
– 259,5
– 2.140,6
+ 1.260,0
3. Toekomstfonds
+ 78,4
– 18,9
– 109,1
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
I.J.M. Michon-Derkzen, voorzitter van de vaste commissie voor Economische Zaken -
Mede ondertekenaar
H.W. Krijger, adjunct-griffier
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.