Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Stoffer over de situatie in Soedan
Vragen van het lid Stoffer (SGP) aan de Minister van Buitenlandse Zaken over de situatie in Soedan (ingezonden 17 november 2025).
Antwoord van Minister Van Weel (Buitenlandse Zaken) en de Staatssecretaris van Buitenlandse
Zaken (ontvangen 11 december 2025).
Vraag 1
Erkent u de rol van goud in het conflict dat via handel de internationale markt op
komt? Welke inzet pleegt u om via Dubai eerlijke handel te bevorderen als onderdeel
van bredere inspanningen voor vrede en stabiliteit in Soedan en is het kabinet bereid
het wapenexportbeleid richting de Verenigde Arabische Emiraten (VAE) aan te scherpen
en diplomatieke druk uit te oefenen gezien hun betrokkenheid bij handel in goud en
wapens?
Antwoord 1
Zoals in veel conflictsituaties speelt de export van waardevolle grondstoffen zoals
goud, maar bijvoorbeeld ook Arabische gom, in Soedan een rol bij het in stand houden
van het conflict.
Sinds 2021 gelden er verplichtingen voor bedrijven in Nederland die onder de Europese
conflictmineralenverordening vallen. Deze voorziet in wettelijke gepaste zorgvuldigheidsverplichtingen
voor Europese importeurs die boven een bepaalde drempelwaarden tin, tantaal, wolfraam
en goud (3TG) importeren. Deze Verordening ziet toe op de controle op handel in 3TG
met als doel om bij te dragen aan het tegengaan van de financiering van gewapende
groepen en van mensenrechtenschendingen. Hoewel de Verordening niet landenspecifiek
is bestaat er onder de Verordening wel een lijst van conflict- en hoog risicogebieden,
opgesteld door onafhankelijke externe experts. Er zijn 18 Soedanese regio’s opgenomen
in de lijst.1 Lidstaten en de Europese Commissie hebben geen directe invloed op de lijst. Desalniettemin
heeft het kabinet zorgen over doorvoerlanden besproken met de Commissie. De Commissie
gaf aan de intentie te hebben om het element van doorvoerlanden onderdeel te maken
van de aanbestedingsprocedure voor actualisatie van de lijst.
In algemene zin verwacht het kabinet van alle Nederlandse bedrijven die internationaal
opereren dat zij de OESO-richtlijnen voor multinationale ondernemingen inzake maatschappelijk
verantwoord ondernemen en de UN Guiding Principles on Business and Human Rights toepassen. Daarbij wordt het bedrijfsleven ondersteund middels een mix van maatregelen.
Wat betreft wapenexport toetst het kabinet alle vergunningaanvragen voor de uitvoer
van militaire goederen per geval en zorgvuldig conform het EU Gemeenschappelijk Standpunt
inzake wapenexportcontrole (2008/944/GBVB), met onder andere specifieke aandacht voor
het risico op omleiding van de goederen naar ongewenste eindgebruikers. Daarbij wordt
ook zorgvuldig gekeken naar het eventuele risico op omleiding naar Soedan.
Conform de aangenomen motie van Piri c.s.2 heeft het kabinet tijdens de Raad Buitenlandse Zaken gepleit voor aanvullende EU-sancties
tegen actoren die het conflict in stand houden, binnen en buiten Soedan. Nederland
spreekt bovendien externe actoren aan op hun verantwoordelijkheid om geen handelingen
te verrichten die het conflict voeden en om in te zetten op de-escalatie, naleving
van het internationaal humanitair recht en ongehinderde humanitaire toegang.
Vraag 2
Wat is uw inzet met betrekking tot Soedan in de aankomende Raad Buitenlandse Zaken
(RBZ)? In hoeverre vormt de betrokkenheid van de VAE bij het conflict een obstakel
in de voortgang van onderhandelingen over een vrijhandelsakkoord?
Antwoord 2
Tijdens de Raad Buitenlandse Zaken van 20 november jl. heeft Nederland opnieuw opgeroepen
tot een onmiddellijke wapenstilstand, naleving van het humanitair oorlogsrecht, bescherming
van burgers en onbelemmerde humanitaire toegang voor hulporganisaties. Ook heeft Nederland
conform de moties van Baarle3 en Piri4 gepleit voor het verder verhogen van de humanitaire hulp vanuit de EU voor Soedan
en voor aanvullende sancties, inclusief op het hoogste niveau. Daarnaast pleitte Nederland
ook voor engagement vanuit de EU met externe actoren, inclusief in de context van
EU-GCC relaties, conform de motie Ceder c.s.5 De Minister van Buitenlandse Zaken heeft sinds de val van El Fasher met alle relevante
regionale actoren op ministerieel niveau contact gehad en het belang van een staakt
het vuren benadrukt. De EU en lidstaten blijven eensgezind over de ernst van de situatie
in Soedan en blijven samenwerken met het samenwerkingsverband van de VS, Verenigde
Arabische Emiraten, Saoedi-Arabië en Egypte (de Quad), de Afrikaanse Unie, en andere
internationale partners om het conflict en het humanitaire leed in het land te beëindigen.
Op 28 mei 2025 zijn de onderhandelingen over een mogelijk handelsverdrag (FTA) tussen
de EU en de VAE gestart. De onderhandelingen richten zich op het opheffen van beperkingen
op de handel in goederen, diensten en investeringen, evenals samenwerking in strategische
sectoren zoals hernieuwbare energie, groene waterstof en kritieke grondstoffen. Conform
het betreffende BNC-fiche6 heeft het kabinet een positieve grondhouding ten aanzien van EU-handelsakkoorden,
waarbij het uitgangspunt blijft dat ieder akkoord op de eigen merites wordt beoordeeld.
Juist nu het wereldwijde handelssysteem onder druk staat, is het belangrijk dat we,
conform de motie Hirsch-Ceder7, afspraken blijven maken met internationale partners over moderne en duurzame handelsbetrekkingen,
en ons inzetten voor een open en op regels gebaseerd handelssysteem.
In het mandaat voor de onderhandelingen met de VAE wordt verwezen naar de beginselen
en doelstellingen van het externe optreden van de EU, waaronder de naleving van het
internationaal recht door derde landen. De Raad heeft met dit onderhandelingsmandaat
ingestemd. Het is nu aan de Commissie om op basis hiervan tot een onderhandelingsresultaat
te komen met de VAE. Het kabinet zal daarover een positie innemen op het moment dat
een eventueel onderhandelingsresultaat ter besluitvorming wordt voorgelegd aan de
Raad.
Vraag 3
Bent u bereid om extra financiering voor voedselzekerheid te overwegen, bijvoorbeeld
via de Dutch Relief Alliance, die met hun lokaal personeel nog toegang heeft tot de
meest afgesloten regio's in Soedan?
Antwoord 3
Het kabinet heeft besloten een extra humanitaire bijdrage van EUR 10 miljoen te doen
aan het Sudan Humanitarian Fund van de Verenigde Naties. (SHF). Deze bijdrage is reeds aangekondigd in de Tweede
suppletoire begroting BHO 2025 (Kamerstuk 36 850 XVII) en verder toegelicht in de Kamerbrief over de extra bijdrage aan Soedan (Kamerstuk
29 237, nr. 237). Het SHF zet in op de hoogste noden, waaronder voedselzekerheid, in de meest getroffen
gebieden.
Met flexibele financiering kan vanuit het SHF voortdurend worden ingespeeld op de
veranderende noden. Daarbij wordt gekeken naar complementariteit en naar welke organisaties
het best in staat zijn om hulp te verlenen. Dit zijn vaak lokale organisaties. Via
het SHF worden dan ook de Emergency Response Rooms gefinancierd. Dit zijn kleine vrijwilligersinitiatieven die een cruciale rol spelen
in het verlenen van levensreddende hulp, waaronder voedselvoorziening via gaarkeukens,
ook op moeilijk bereikbare plaatsen.
Vraag 4
Bent u bereid de oproep om toegang tot humanitaire hulp toe te laten, kracht bij te
zetten door de Sudan Armed Forces (SAF) en Rapid Support Forces (RSF) aan te sporen
tot toelating van humanitaire hulp in alle delen van Soedan en door organisaties te
steunen in onderhandelingen over toegang, bijvoorbeeld via alternatieve routes, andere
transportmiddelen en veiligheidsmaatregelen?
Antwoord 4
Via diplomatieke inzet in bilaterale en multilaterale kanalen blijft Nederland zich
inzetten voor een staakt-het-vuren en het verbeteren van humanitaire toegang. In diverse
statements heeft Nederland samen met de Europese Unie en andere landen de strijdende
partijen opgeroepen om de strijd te staken, het humanitair oorlogsrecht te respecteren,
burgers te beschermen en hulp ongehinderd toe te laten.
Nederland spreekt bovendien externe actoren aan op hun verantwoordelijkheid om geen
handelingen te verrichten die het conflict voeden en om in te zetten op de-escalatie,
het humanitair oorlogsrecht na te leven en ongehinderde humanitaire toegang te verlenen.
In de Raad Buitenlandse Zaken (RBZ) van 20 november jl. onderstreepte Nederland het
belang van ongehinderde humanitaire hulp en pleitte voor het verder verhogen van de
humanitaire hulp vanuit de EU voor Soedan.
Verder is Nederland voortdurend in contact met humanitaire actoren, waaronder de Verenigde
Naties, over hoe de coördinatie verloopt en hoe deze verder verbeterd kan worden,
bijvoorbeeld op locaties waar de hulp snel opgeschaald moet worden door grote toestroom
van vluchtelingen, zoals in Tawila in Darfoer.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
D.M. van Weel, minister van Buitenlandse Zaken -
Mede ondertekenaar
A. de Vries, staatssecretaris van Buitenlandse Zaken
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.