Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van de leden Vliegenthart en Bushoff over borstkankerscreening
Vragen van de leden Vliegenthart en Bushoff (beiden GroenLinks-PvdA) aan de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over borstkankerscreening (ingezonden 24 november 2025).
Antwoord van Staatssecretaris Tielen (Volksgezondheid, Welzijn en Sport), mede namens
de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (ontvangen 11 december 2025).
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht «Vrouwen uit Zutphen «hebben opvallend vaak borstkanker»,
maar kunnen zich niet meer in eigen stad laten testen»?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Kunt u de gegevens waarnaar verwezen wordt in het artikel over het aantal borstkankerdiagnoses
landelijk, uitgesplitst per stad(sdeel), delen?
Antwoord 2
De mate waarin kanker meer of minder vaak voorkomt in een bepaalde regio (of precies:
per 3-cijferig postcodegebied) is online te bekijken in de Kankeratlas van het Integraal
Kankercentrum Nederland (IKNL).2 Dat geldt ook voor borstkanker.
Vraag 3
Is u bekend waarom in enkele delen van het land, zoals in delen van Zutphen, het aantal
diagnoses hoger ligt dan het landelijke gemiddelde? Zo ja, kunt u nader toelichten
welke factoren hier een rol in spelen? Zo nee, bent u bereid dit nader te onderzoeken?
Antwoord 3
Waar iemand woont, speelt bij het ontstaan van borstkanker nauwelijks een rol – laat
de wetenschap zien. Wel kan een incidentiecijfer dat afwijkt van het gemiddelde iets
zeggen over de gezondheid en leefstijl van de inwoners in dat gebied. Maar wat het
zegt is niet eenduidig te benoemen. Zo kan het zijn dat hogere deelname aan bevolkingsonderzoek
kan leiden tot het opsporen van meer tumoren in een vroeg stadium. Voor de risicofactoren
voor borstkanker verwijs ik naar kanker.nl, waar een en ander helder staat verwoord.
Vraag 4
Op hoeveel plekken en waar zijn er in Nederland mobiele onderzoekscentra? Op basis
van welke criteria wordt bepaald waar deze screeningslocaties gevestigd worden?
Antwoord 4
Bevolkingsonderzoek Nederland (BVO NL) maakt voor het bevolkingsonderzoek borstkanker
gebruik van vaste screeningsunits en mobiele units («bussen»). Deze bussen maken bevolkingsonderzoek
zo toegankelijk mogelijk op verschillende locaties, met name in gebieden waar geen
vaste unit in de buurt is. Het is echter niet mogelijk om alle verschillende gemeenten
in Nederland op die manier te bereiken. Er wordt dus steeds naar de meeste effectieve
routes voor de mobiele units gekeken. De gehanteerde norm voor genodigden van bevolkingsonderzoek
is een uur reistijd is met de auto. Dit kan soms toch langer zijn.
Vraag 5
Klopt het dat de screeningslocatie in Zutphen verdwenen is in verband met personeelstekorten?
Zo ja, op basis van welke criteria wordt bepaald welke locaties geschrapt kunnen worden?
Zo nee, wat is dan wel de reden?
Antwoord 5
Door BVO NL wordt steeds gekeken waar de mobiele units worden ingezet, op basis van
de (kwaliteits-)eisen voor uitvoering van het bevolkingsonderzoek die door het RIVM
in samenspraak met relevante veldpartijen worden opgesteld. Daarbij wordt onder meer
rekening gehouden met beschikbaar personeel, het uitnodigingsinterval, de reisafstand
voor deelnemers en het verkrijgen van de benodigde vergunningen van gemeenten voor
het tijdelijk plaatsen van de mobiele unit. Het doel hiervan is om steeds zo effectief
mogelijk de schaarse capaciteit te benutten. Beschikbaar personeel speelt dus inderdaad
een rol in deze afweging. Er zijn in dit geval niet minder bussen gaan rijden, maar
de route is aangepast. Voor sommige deelnemers komt het onderzoekscentrum daardoor
misschien dichter bij huis te staan dan in vorige rondes, terwijl voor anderen de
locatie iets verder weg kan zijn.
Vraag 6
Hoeveel screeningslocaties zijn er in de afgelopen jaren gesloten en op welke locaties?
Kunt u hierbij ook aangeven per locatie om welke reden(en) deze zijn gesloten?
Antwoord 6
Ik hecht er waarde aan om te benadrukken dat door het opnieuw indelen van de routes,
het aantal mobiele units niet is afgeschaald. Sinds 2012 zijn er in principe 58 mobiele
units in gebruik. Het kan mogelijk wel zo zijn dat units langer op dezelfde plek blijven
staan, en zo minder plaatsen aandoen. Het gaat om een efficiëntere inzet van beschikbare
units en personeel om zoveel mogelijk mensen uit de doelgroep te kunnen bereiken.
Vraag 7
Welke rol spelen personeelstekorten bij het sluiten van screeningslocaties? Welke
concrete maatregelen bent u bereid te nemen om de personeelstekorten aan te pakken
en/of te voorkomen dat screeningslocaties gesloten moeten worden?
Antwoord 7
Zoals ook aangegeven in mijn antwoord op vraag 5 en 6, gaat het om het aanpassen van
routes, niet om het sluiten van units. Het doel hiervan is om steeds zo effectief
mogelijk de schaarse capaciteit te benutten. We hebben te maken met een groot tekort
aan screeningsmedewerkers, dat zijn de mensen die in de screeningsunits de mammogrammen
maken. Als gevolg van dit tekort hebben we sinds enkele jaren te maken met een interval
tussen twee
uitnodigingen van het bevolkingsonderzoek van 2.5 jaar in plaats van 2 jaar. Ik heb
uw Kamer hierover meermaals geïnformeerd, ook in de laatste monitorbrief van 27 november
2025.3 Het RIVM en BVO NL geven aan dat alle relevante interventies reeds zijn ingezet de
afgelopen jaren en dat het simpelweg niet goed lukt voldoende personeel te werven
en op te leiden. Ook ik zie op dit moment geen verdere mogelijkheden om de personeelskrapte
tegen te gaan. Hierdoor lukt het niet om het interval terug te brengen naar de gebruikelijke
twee jaar, en is de verwachting zelfs dat het interval de komende periode zal toenemen.
Ik heb het RIVM en BVO NL gevraagd te komen met nadere prognoses en analyses voor
de toekomst. Ik heb in de brief van 27 november 2025 toegezegd uw Kamer hierover te
blijven informeren.
In eerdere brieven aan uw Kamer is steeds aangegeven welke maatregelen er de afgelopen
jaren door RIVM en BVO NL zijn getroffen om de arbeidsmarkttekorten terug te dringen.
Zo zijn onder andere de regionale verschillen in intervallen zoveel mogelijk teruggedrongen,
is er gestart met het in-house opleiden van nieuwe laboranten, zijn er wervingscampagnes
geweest en is de inzet van units verder geoptimaliseerd.4
Vraag 8
Deelt u de mening dat het zorgwekkend is dat er wegens het verdwijnen van de screeningslocatie,
er een extra barrière is ontstaan en minder vrouwen zich zijn gaan laten screenen,
zeker gelet op het feit dat delen van Zutphen al kampen met hogere aantallen borstkankerdiagnoses?
Antwoord 8
Ik hecht veel belang aan de toegankelijkheid van het bevolkingsonderzoek borstkanker.
De keuze voor de inzet van de mobiele units wordt gemaakt op basis van een grondige
analyse door BVO NL, waarin ook de reisafstand voor deelnemers wordt meegenomen.
Om ook in de toekomst een toegankelijk aanbod van bevolkingsonderzoeken te waarborgen,
is in samenwerking met het RIVM de Ontwikkelagenda Bevolkingsonderzoek opgesteld.5 Hierin zijn de ambities en prioriteiten richting 2035 geformuleerd. Toegankelijkheid
vormt één van de centrale uitgangspunten van deze agenda, waarmee expliciet wordt
dat het aanpakken van drempels tot deelname een van de prioriteiten is.
Vraag 9
Op welke wijze wordt de deelname, zeker in regio’s waar de deelname lager ligt dan
gemiddeld, aan dergelijke onderzoeken gestimuleerd? Welke concrete maatregelen worden
er genomen om deelname te bevorderen?
Antwoord 9
Zoals ook toegelicht in het verslag van het schriftelijk overleg van 10 oktober 2025
over de bevolkingsonderzoeken naar kanker6, is het RIVM in 2023 gestart met het Project Toegankelijkheid. Onderdeel van dit
project is de pilot wijkgerichte aanpak waarbij wordt ingezet op voorlichting in wijken
waar de opkomst bij de bevolkingsonderzoeken laag is. Hiermee wordt de informatievoorziening
over de bevolkingsonderzoeken laagdrempeliger aangeboden. De voorlichting wordt onder
andere gegeven op lokale evenementen en bij voedselbanken. Overigens is de inzet van
de pilot niet deelnemers te overtuigen om deel te nemen, maar om mensen te bereiken
met informatie over wat de bevolkingsonderzoeken naar kanker inhouden en waarom deze
worden aangeboden vanuit de overheid. Hoewel het niet gericht is om mensen te overtuigen
van deelname, is de verwachting dat hoe hoger het bereik, hoe meer mensen uiteindelijk
zullen deelnemen. Ook worden de voor- en nadelen besproken en worden praktische vragen
beantwoord over hoe men deel kan nemen. De pilot is bijna afgerond; deze loopt tot
eind 2025 en in deze laatste periode vindt een evaluatie plaats over het effect dat
de pilot heeft gehad op toegankelijkheid en bewustzijn met betrekking tot de bevolkingsonderzoeken.
Ook wordt bekeken welke activiteiten kunnen landen in de reguliere werkzaamheden rond
het bevolkingsonderzoek. Ik heb in de beantwoording van de vragen reeds toegezegd
uw Kamer over de uitkomsten hiervan in de eerste helft van 2026 te informeren. Begin
2026 start overigens ook een campagne van het RIVM in samenwerking met KWF en BVO
NL specifiek gericht op het bereiken van mensen met lage gezondheidsvaardigheden in
postcodegebieden met lage deelname. Deze campagne ziet op alledrie de bevolkingsonderzoeken
naar kanker en draagt bij aan het verder vergroten van de bekendheid en toegankelijkheid.
Vraag 10
Hoeveel vrouwen nemen in Nederland deel aan de borstkankerscreening? In hoeveel van
deze gevallen zorgt de screening voor (vroegtijdige) opsporing van borstkanker?
Antwoord 10
Zoals in de meest recente monitorbrief7 is toegelicht was de deelnamegraad van het bevolkingsonderzoek borstkanker in 2024
65,3%. Dit is een daling ten opzichte van 2023, toen was de deelnamegraad 66,7%. De
daling is het grootst bij de groep vrouwen die voor het eerst een uitnodiging ontvingen.
Het verwijscijfer in 2024 was 2,29%, wat wil zeggen dat 2,29% van de deelnemers een
afwijkende uitslag kreeg. Bij 6.303 vrouwen is uiteindelijk borstkanker gedetecteerd.
Het detectiecijfer komt hiermee op 0,72%. Uit modelleringen blijkt dat dankzij het
bevolkingsonderzoek borstkanker ongeveer 1300 sterfgevallen per jaar worden voorkomen.8
Vraag 11
Welke mogelijkheden ziet u om de screening toegankelijker te maken en ook minder pijnlijk
te maken voor vrouwen, gelet op het feit dat veel vrouwen de screening als erg onprettig
ervaren?
Antwoord 11
Ik hecht er waarde aan om het bevolkingsonderzoek borstkanker zo toegankelijk mogelijk
aan te kunnen bieden. Een comfortabeler invulling van het onderzoek kan daaraan bijdragen,
mist met dezelfde kwaliteit. Zoals gezegd, heb ik daarom samen met het RIVM de toegankelijkheid
en het wegnemen van drempels ook als prioriteit opgenomen in de Ontwikkelagenda Bevolkingsonderzoek.9 De mammografie wordt door een deel van de deelnemers als oncomfortabel en/of pijnlijk
ervaren. Op dit moment is dit wel de meest geschikte screeningstest voor het bevolkingsonderzoek
borstkanker, en enige van voldoende hoge opsporingskwaliteit. In het advies van de
Gezondheidsraad van maart 2024 is beschreven dat er op dit moment geen andere geschikte
technieken zijn.10 De raad wijst er wel op dat schriftelijk en mondelinge informatie kan helpen om de
pijn of het ongemak van de mammografie te verminderen. Zoals beschreven staat in de
brief aan uw Kamer van 12 juni 2024, is er daarom door het RIVM en BVO NL extra ingezet
op informatieverstrekking om de pijn en ongemak bij het maken van een mammogram zoveel
mogelijk te verminderen. Ook is BVO NL gestart met aanvullende trainingsrondes voor
screeningsmedewerkers om deelnemers zoveel mogelijk op hun gemak te stellen tijdens
het onderzoek.11
In de monitorbrief12 van 27 november heb ik reeds aangegeven dat er onjuiste informatie circuleert over
medische thermografie. Verschillende commerciële aanbieders presenteren deze techniek
ten onrechte als een alternatief voor het reguliere bevolkingsonderzoek naar borstkanker,
terwijl deze techniek géén bewezen screeningstest is en niet is onderzocht binnen
de context van een bevolkingsonderzoek. Ik wil daarom nogmaals benadrukken dat alleen
mammografie, en bij vrouwen met zeer dicht borstweefsel een MRI, op dit moment aantoonbaar
effectief is in het vroegtijdig opsporen van borstkanker.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
J.Z.C.M. Tielen, staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport -
Mede namens
J.A. Bruijn, minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.