Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van de leden Welzijn en Grinwis over het artikel 'Doek valt voor Winst Uit je Woning, dat gemeenten helpt met isolatie van woningen'
Vragen van de leden Welzijn (Nieuw Sociaal Contract) en Grinwis (ChristenUnie) aan de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening over het artikel «Doek valt voor Winst Uit je Woning, dat gemeenten helpt met isolatie van woningen» (ingezonden 10 november 2025).
Antwoord van Minister Keijzer (Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening) (ontvangen
11 december 2025). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 530.
Vraag 1
Heeft u kennisgenomen van het artikel?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Wat is uw reactie op het faillissement van Winst Uit Je Woning, een partner die door
meerdere gemeenten werd ingezet voor de uitvoering van het Nationaal Isolatieprogramma
(NIP)?
Antwoord 2
Ik volg de situatie rond Winst Uit Je Woning aandachtig. Daarbij is voor mij het meest
belangrijk dat mogelijke vertraging in de uitvoering van de verduurzaming beperkt
blijft. Het is positief dat er een doorstart is voor Winst Uit je Woning.2 De komende tijd zal duidelijk worden hoe er vervolg wordt gegeven aan de lopende
opdrachten. Winst Uit je Woning geeft aan stap-voor-stap werkzaamheden te hervatten.
Het tempo waarmee de uitvoering voortgezet kan worden zal mede hiervan afhankelijk
zijn.
Vraag 3
Welke maatregelen neemt u om te garanderen dat gemeenten en woningeigenaren alsnog
geen vertraging oplopen bij de aanpak van slecht geïsoleerde woningen?
Antwoord 3
Dit is voornamelijk een zaak tussen de betreffende gemeenten als opdrachtgever en
Winst uit je Woning. Echter, in het algemeen is er behoefte aan versnelling van de
gemeentelijke isolatieaanpakken. Om versnelling in de uitvoering te realiseren heb
ik recent 9 miljoen euro beschikbaar gesteld voor regionale ondersteuning aan gemeenten
via de regeling specifieke uitkering isolatieopgave nationaal programma lokale warmtetransitie
(SpUk isolatieopgave NPLW). Daarmee kan op regionale schaal capaciteit, expertise
en ondersteuning worden geboden om de uitvoering van de lokale isolatieaanpakken te
versnellen.
Vraag 4
Kunt u aangeven in hoeverre het programma voorzien was op verschillen in gemeentelijke
eisen en regelingen en welke kostenverhogingen daaruit voortvloeiden (zoals door het
genoemde maatwerk bij Winst Uit Je Woning)?
Antwoord 4
De lokale aanpak van het Nationaal isolatieprogramma heeft als doel om 750.000 koopwoningen
en woningen in gemengde Verenigingen van Eigenaars (VvE’s) van huishoudens die extra
ondersteuning nodig hebben samen met gemeenten te isoleren. Er is veel vrijheid aan
gemeenten gelaten hun isolatieaanpak vorm te geven om de juiste ondersteuning te bieden
die past bij de verscheidenheid aan behoeften van deze bewoners. Gemeenten kunnen
daardoor de aanpakken ook laten aansluiten bij bestaande lokale initiatieven, de transitievisies
warmte en specifieke doelgroepen (bijvoorbeeld een relatief hoog aantal VvE’s).
Het is logisch dat extra specifieke eisen in een aanbesteding voor aannemende partijen
extra kosten met zich meebrengt, zowel in de aanvraag als uitvoering. Het is daarom
belangrijk om een goede balans te vinden bij de aanbesteding en een realistisch beeld
te krijgen van kosten en risico’s die spelen bij partijen. Veel gemeenten voeren om
deze rede ook marktconsultaties uit om de voorwaarden van een aanbesteding te toetsen.
Bedrijven kunnen deze kosten uiteraard opvoeren in hun tarieven of als bedrijven de
voorwaarden niet acceptabel vinden dan hoeven ze niet aan te bieden.
Vraag 5
In hoeverre vindt u de verschillende gemeentelijke eisen wenselijk?
Antwoord 5
Zoals ik in antwoord op vraag 4 heb beschreven is het maatwerk dat gemeenten kunnen
leveren aan de meest kwetsbare woningeigenaren een belangrijk onderdeel van de lokale
aanpak. Wel is het altijd van belang voor gemeenten om te kijken waar dit maatwerk
een toevoeging is voor de kwaliteit van ondersteuning van bewoners en waar extra eisen
wellicht juist de verduurzaming in de weg staan of tot onnodige kosten of risico’s
voor marktpartijen kunnen leiden.
Vraag 6
Welke stappen neemt u om de uitvoering zoveel mogelijk te standaardiseren?
Antwoord 6
Ik ga gemeenten niet beperken in de vrijheid die zij hebben invulling te geven aan
hun rol bij de lokale isolatieopgave of welke afspraken ze met private partijen mogen
maken. Wel bied ik hier richting en ondersteuning in via het programma Verbouwstromen.
Dit biedt ondersteuning bij de lokale aanpak van het NIP op een wijze die schaalbaar
is en op regionaal niveau wordt ingestoken. Zo is de ontwikkelde Meerjarige Collectief
Ontzorgen (MCO) aanpak in meerdere regio’s in uitvoering. Hierbij zijn samenwerkende
gemeenten geholpen bij de voorbereiding van de uitvraag aan de markt en werken zij
aan standaardisering. Verbouwstromen zorgt ook actief voor het verspreiden van de
kennis en expertise die daarbij zijn opgedaan, zodat aanbestedingen zo slim en effectief
mogelijk worden vormgegeven. Daarnaast worden goede voorbeelden en richtlijnen ook
gedeeld vanuit Communities of Practice en webinars, die op regelmatige basis voor gemeenten door het Nationaal programma
Lokale Warmtetransitie (NPLW) georganiseerd worden. Dit leidt zeker ook tot een mate
van standaardisering.
Vraag 7
In hoeverre is gewaarborgd dat juist huishoudens met lage inkomens (die meer risico
lopen op energiearmoede) in het huidige uitvoeringsmodel van het NIP worden bereikt,
ook nu een speler is weggevallen?
Antwoord 7
De lokale aanpak van het NIP is juist erop gericht om isolatiemaatregelen te nemen
bij eigenaar-bewoners en VvE’s die extra ondersteuning nodig hebben. Het is nog te
vroeg om conclusies te trekken over het gevolg van het faillissement en doorstart
van de betreffende partij. Met het NPLW blijf ik met de betreffende gemeenten in contact
over de ontwikkelingen.
Vraag 8
Hoe monitort u of de isolatiemaatregelen leiden tot daadwerkelijke vermindering van
de energierekening en verbetering van woonlasten voor deze doelgroep?
Antwoord 8
Gemeenten dienen jaarlijks bij RVO voortgangsinformatie aan over de woningen die zij
via de lokale aanpak hebben geholpen en welke maatregelen daarbij zijn getroffen.
Verder werk ik eraan om deze informatie toe te voegen aan het dashboard energiesubsidies
van het CBS. Op basis hiervan kunnen we ook berekenen hoeveel energie wordt bespaard.
De Monitor Energiearmoede geeft de ontwikkeling van het aantal huishoudens met energiearmoede
in Nederland weer. Daaruit blijkt dat woningverbetering een belangrijke bijdrage is
voor het feit dat het aandeel energiearmoede in 2024 minder hoog was dan in 2019,
terwijl de energieprijzen toen veel lager waren.
Vraag 9
Welke cijfers heeft u over de gemiddelde kostprijs van de isolatie-trajecten die via
gemeenten en intermediairs (zoals Winst Uit Je Woning) worden uitgevoerd?
Antwoord 9
Daar heb ik geen compleet beeld van. Gemiddeld ontvangt een gemeente circa 2.000 euro
per woning in de lokale aanpak van het NIP. In de verantwoording van de lokale aanpak
moeten gemeenten de totale kosten die zij maken aangeven, maar daarbij is niet altijd
duidelijk in welke trajecten een intermediair is ingezet. Bovendien geeft het geen
compleet beeld van de kostprijs voor het totale isolatie-traject in een woning. Tot
circa 30% van de kosten kan met de ISDE of de SVVE worden vergoed en ook is vaak nog
een klein deel eigen bijdrage van de bewoner nodig, al dan niet in de vorm van een
gunstige lening van Nationaal Warmtefonds. Deze kosten hoeven niet in de verantwoording
vermeld te worden.
De middelen uit de lokale aanpak worden grotendeels ingezet voor extra financiële
ondersteuning, bovenop de landelijke subsidies. De middelen kunnen ook voor begeleiding
en ontzorging ingezet worden. Dat is voor deze doelgroepen vaak belangrijk om stappen
te kunnen zetten. Te verwachten is dat de gemiddelde kostprijs voor de isolatie-projecten
in de lokale aanpak in het algemeen door deze extra diensten in verhouding hoger is
dan de kostprijs voor andere woningen waar deze diensten niet zijn geleverd.
Uit een marktconsultatie uit 2023 van het programma Verbouwstromen blijkt dat de opgegeven
kosten voor advies en begeleiding door intermediairs tussen de € 250 tot € 1.000 per
uitvoering kunnen bedragen afhankelijk van de ondersteuning die nodig is. Bijvoorbeeld
het begeleiden van bewoners bij de subsidieaanvraag, activatie en communicatie, nazorg
of IT-kosten. De kosten voor deze diensten zijn aanvullend op de kosten voor het plaatsen
van de isolatiemaatregelen zelf waarvan de prijs sterk afhankelijk is van het type
maatregel en de eigenschappen van de woning.
Vraag 10
Wat zijn de lessen die u trekt uit het faillissement van een uitvoerende partij zoals
Winst Uit Je Woning op het gebied van toezicht, financiële kwaliteit van partners,
en contractvoorwaarden met gemeenten?
Antwoord 10
Het is aan gemeenten de juiste voorwaarden te stellen bij het inschakelen van een
intermediair in hun isolatieaanpak. Op basis van de ervaring die het programma Verbouwstromen
inmiddels bij verschillende regio’s heeft opgedaan, geeft het de volgende algemene
aanbevelingen over toezicht, financiële kwaliteit van partners en contractvoorwaarden:
• Als een isolatieactie of -programma langere tijd loopt is het van belang de financiële
toets die bij de leveranciersselectie is uitgevoerd ook tijdens de looptijd frequent
(minimaal jaarlijks) te herhalen.
• Daarbij is een toets op uitsluitend financiële kengetallen niet voldoende. Intermediairs
in deze sector vereisen een hoog werkkapitaal, omdat voor marketing en advies eerst
veel kosten worden gemaakt alvorens pas bij de uitvoering (soms maanden later) de
vergoeding volgt. Toezicht is dus alleen mogelijk op basis van een gefundeerde prognose
van opbrengsten, kosten en liquiditeit, uitgezet in de tijd.
• Zorg dat je als gemeente de betaling van subsidies waarover je mandaat verleent direct
overmaakt aan een derde geldenrekening (hetgeen bij WujW het geval was). Verloopt
deze betaling en de uitkering via de intermediair, dan verloopt bij faillissement
terugbetaling ook via de intermediair en worden de subsidies onderdeel van de boedel.
• Goed voorbereid zijn op de mogelijkheden en gevolgen van een faillissement, d.w.z.
contractuele afspraken maken over bijvoorbeeld continuïteit van dienstverlening en
wat er met (subsidie)middelen gebeurt in het geval van een faillissement.
• Bespreek het scenario van faillissement en zorg voor een goede contractuele afhechting
en afspraken over continuïteit van dienstverlening in het geval van faillissement.
Wees je bewust van de financiële risico's die je als gemeente loopt en heb oog voor
de betalings- route vanuit de klantreis van de bewoners. Meer transparantie in o.a.
bedrijfsmodel en reserves vergroten het zicht op financiën en risico’s.
Punt van aandacht is een goede balans tussen strenge contractvoorwaarden en ruimte
voor innovatie. Meer toezicht en strengere contractvoorwaarden brengt ook het risico
op disproportionaliteit met zich mee en minder kans op innovatie. Het is belangrijk
hier een juiste balans in te vinden.
Vraag 11
Kunt u aangeven of er herzieningen komen in de criteria voor samenwerking met intermediairs
en zo ja, welke?
Antwoord 11
Nee. Ik ga de vrijheid van gemeenten niet inperken in de afspraken die zij kunnen
maken met partijen in de markt bij het aanbesteden. Dit is tussen de gemeente en de
betreffende partij.
Wel bied ik gemeente ondersteuning en advies in hoe ze hun aanpak vorm kunnen geven
en uitvoeren via het programma Verbouwstromen en het Nationaal programma lokale warmte
(NPLW).
Vraag 12
Kunt u deze vragen binnen drie weken één voor één beantwoorden?
Antwoord 12
De vragen heb ik niet binnen de gebruikelijke termijn van drie weken kunnen beantwoorden.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
M.C.G. Keijzer, minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.