Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Mutluer over de nasleep van de moord op een Nederlandse vrouw in India
Vragen van het lid Mutluer (GroenLinks-PvdA) aan de Ministers van Justitie en Veiligheid en van Buitenlandse Zaken over de nasleep van de moord op een Nederlandse vrouw in India (ingezonden 11 november 2025).
Antwoord van Minister Van Weel (Buitenlandse Zaken), mede namens de Minister van Justitie
en Veiligheid (ontvangen 10 december 2025).
Vraag 1
Kent u het bericht «José werd vermoord in India, verdachte loopt nog altijd vrij rond»?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Deelt u de mening dat, ook al mag u niet interveniëren in een in India lopende rechtszaak,
u via diplomatieke kanalen wel bij de desbetreffende Indiase autoriteiten kunt informeren
over de stand van zaken betreffende de genoemde rechtszaak en het verdere verloop
daarvan? Zo ja, kunt u dan de nabestaanden en de Kamer op de hoogte stellen van de
uitkomst? Zo nee, waarom niet en welke mogelijkheden heeft u wel om slachtoffers of
nabestaanden van slachtoffers van misdrijven in het buitenland te informeren over
de voortgang van opsporing, vervolging en berechting?
Antwoord 2
Over individuele consulaire zaken doet het Ministerie van Buitenlandse Zaken geen
mededelingen omwille van de privacy van betrokkenen. In algemene zin kan worden gesteld
dat het ministerie nabestaanden en slachtoffers van misdrijven in het buitenland desgevraagd
consulair ondersteunt. Hier is maatwerk op zijn plaats. Het ministerie kan betrokkenen
steunen bij het vinden van een lokale advocaat die hen de benodigde juridische bijstand
kan verlenen. Zowel de advocaat als de lokale autoriteiten, zoals de politie en het
Openbaar Ministerie, beschikken over informatie om nabestaanden op de hoogte te houden
van het verloop van een eventueel opsporingsonderzoek of een strafzaak. In voorkomende
gevallen kan een Nederlandse post in contact treden met de advocaat van betrokkenen
indien de advocaat hierom verzoekt.
Ik verwijs u graag naar de beantwoording van de eerdere schriftelijke vragen gesteld
door het lid Van Nispen (SP) over de nasleep van de moord op een Nederlandse vrouw
in India. Deze vragen werden ingezonden op 27 mei 2025 met kenmerk 2025Z08898 en zijn beantwoord op 2 juni 2025.
Vraag 3
Kunt u zich voorstellen dat de nabestaanden van de in India vermoorde vrouw op een
gerechtelijke uitspraak wachten en het niet acceptabel vinden dat die uitspraak er
steeds maar niet komt? Zo ja, waarom en kunt u dan de nabestaanden uitnodigen voor
een gesprek om hen rechtstreeks inzicht te geven in wat Nederland wel en niet kan
doen om deze zaak te laten bespoedigen? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 3
Ik kan mij voorstellen dat de langdurige onzekerheid voor nabestaanden erg belastend
is. Nabestaanden van slachtoffers van misdrijven in het buitenland kunnen zich wenden
tot het ministerie voor consulaire bijstand. Zij krijgen dan een casemanager toegewezen
die met hen contact onderhoudt. In sommige gevallen, bijvoorbeeld op verzoek van de
familie, worden de nabestaanden uitgenodigd voor een gesprek op het ministerie.
Vraag 4
Acht u het mogelijk dat als er gedurende lange tijd geen zicht is op een einde van
een rechtszaak tegen een Nederlandse verdachte van een in het buitenland gepleegd
ernstig strafbaar feit tegen een Nederlands slachtoffer, dat aanleiding kan zijn om
een verzoek tot uitlevering te doen? Zo ja, waarom en op welk moment en op grond van
welke criteria kunt u een verzoek tot uitlevering doen? Zo nee, waarom niet en betekent
dat dan dat zolang die rechtszaak in het buitenland ook loopt, u ongeacht de duur
daarvan geen uitleveringsverzoek zult doen?
Antwoord 4
Over individuele strafzaken en het contact daarover met buitenlandse autoriteiten,
kan ik geen mededelingen doen. In algemene zin kan ik opmerken dat het land waar een
feit gepleegd is primair rechtsmacht heeft. Om tot een uitleveringsverzoek te kunnen
overgaan, dient Nederland (ook) rechtsmacht te hebben over de feiten. Nederland kan
rechtsmacht hebben indien een verdachte of slachtoffer de Nederlandse nationaliteit
bezit en er nog geen vervolging voor het feit heeft plaatsgevonden. Of uitlevering
vervolgens daadwerkelijk mogelijk is, hangt altijd af van de exacte feiten, omstandigheden,
de juridische basis en nationale regelgeving, procedures en de inzet van een verzoekend
land en een aangezocht land. Ook kan meespelen dat een land reeds zelf vervolging
heeft ingesteld voor de feiten die onderwerp zijn van het uitleveringsverzoek.
Vraag 5
Kan op grond van de Paspoortwet het paspoort van een Nederlander die in het buitenland
verdacht wordt van een ernstig strafbaar feit, ingehouden worden of vervallen worden
verklaard? Zo ja, hoe vaak gebeurt dat en op grond van welke criteria? Zo nee, waarom
niet?
Antwoord 5
De Paspoortwet en de bijbehorende uitvoeringsregels kennen mogelijkheden om een reisdocument
in te houden of vervallen te verklaren. Op grond van artikel 23a van de Paspoortwet
kan een paspoort worden geweigerd of ingetrokken indien een bevriende mogendheid het
Koninkrijk hierover in kennis stelt dat er het gegronde vermoeden bestaat dat de betrokken
persoon zich in dat land zal onttrekken aan een tegen hem ingestelde strafvervolging
of tenuitvoerlegging van een hem opgelegde straf of maatregel in verband met gedragingen
die naar het recht van een van de landen binnen het Koninkrijk een misdrijf opleveren
waarvoor een vrijheidsstraf van een jaar of van langere duur kan worden opgelegd.
De exacte toepassing van die maatregel is casus gebonden en cijfers hierover worden
niet publiek gemaakt.
Vraag 6
Kan het Openbaar Ministerie op die grond bij de Minister van Binnenlandse Zaken en
Koninkrijksrelaties een verzoek doen om een dergelijke verdachte persoon op te nemen
in het Register Paspoortsignaleringen? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 6
Het Openbaar Ministerie kan bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken een verzoek
doen om een persoon op te nemen in het Register Paspoortsignaleringen als er juridische
en feitelijke gronden zijn die dat dragen. De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties
neemt een besluit op dat verzoek binnen de wettelijke kaders. Indien uit het besluit
volgt dat een persoon wordt opgenomen in het Register Paspoortsignaleringen, worden
aanvragen voor paspoorten geweigerd en kan een bestaand document ongeldig worden verklaard.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
D.M. van Weel, minister van Buitenlandse Zaken -
Mede namens
F. van Oosten, minister van Justitie en Veiligheid
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.