Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Bikker over de berichten ‘Leider sadistisch onlinenetwerk vast op verdenking van terrorisme’ en ‘Sadistische online chatgroepen actief, verdachte vast op terrorisme-afdeling’
Vragen van het lid Bikker (ChristenUnie) aan de Minister van Justitie en Veiligheid over de berichten «Leider sadistisch onlinenetwerk vast op verdenking van terrorisme» en «Sadistische online chatgroepen actief, verdachte vast op terrorisme-afdeling» (ingezonden 23 oktober 2025).
Antwoord van Minister Van Oosten (Justitie en Veiligheid) (ontvangen 10 december 2025).
Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 397.
Vraag 1
Hoe luidt uw reactie op de artikelen «Leider sadistisch onlinenetwerk vast op verdenking
van terrorisme»1 en «Sadistische online chatgroepen actief, verdachte vast op terrorisme-afdeling»?2
Antwoord 1
Ik heb met afschuw kennisgenomen van de berichtgeving. De online wereld moet een veilige
omgeving zijn voor iedereen. Het is dan ook onacceptabel dat dergelijke netwerken
azen op (kwetsbare) kinderen en volwassenen, waarbij platformen worden misbruikt om
hun ideeën te verspreiden en hun netwerken te versterken.
Vraag 2
Wat kunt u delen over de internationale omvang van het sadistisch onlinenetwerk «764»
en daarbij de Nederlandse «tak» en vergelijkbare online chatgroepen?
Antwoord 2
In Nederland heeft de politie op dit moment zicht op meerdere betrokkenen (verdachten,
deelnemers en slachtoffers). Een deel daarvan is geïdentificeerd. De aard van het
fenomeen leidt ertoe dat het lastig is om uitspraken te doen over de omvang in Nederland,
maar dat het fenomeen zich niet beperkt tot onze landsgrenzen, staat vast.
Ook kan ik over de internationale omvang van het netwerk helaas geen uitspraken doen.
Het netwerk van 764-gerelateerde groepen wordt gezien als een onderdeel van «The Com»
(The Community). Dit is een fluïde internationale online gemeenschap van op criminaliteit
gerichte groepen, individuen en kanalen. Binnen bepaalde «764»-groepen is (het verheerlijken
van) geweld en seksueel misbruik een doel op zich. In enkele gevallen speelt ideologie
een rol bij leden van deze groepen, maar in andere gevallen lijkt dit niet of minder
het geval. Daarnaast vinden de activiteiten binnen deze netwerken plaats op besloten
online kanalen waarop weinig zicht is. Ook verschijnen of verdwijnen er continu nieuwe
groepen. Een afbakening maken van het netwerk blijkt hierdoor ingewikkeld.
Het WODC heeft in een aantal studies aangegeven dat de omvang van dit soort verborgen
fenomenen niet betrouwbaar te schatten is.3 Zo doen slachtoffers waarschijnlijk niet altijd aangifte of melding bij de politiediensten.
Bovendien kan het zo zijn dat niet alle incidenten op de juiste wijze worden herkend
en gerelateerd aan dit fenomeen.
Vraag 3
Ziet u de noodzaak om de omvang van extremistische uitingen op digitale platformen
systematisch in kaart te brengen, wat nu, zo constateert een recent rapport van The
Hague Centre for Strategic Studies (HCSS), in Nederland niet gebeurt?4 Zo ja, hoe wilt u dat doen? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 3
Het systematisch in kaart brengen van de omvang van extremistische uitingen is op
dit moment bijzonder ingewikkeld. Extremistische en terroristische groeperingen misbruiken
online platformen, waaronder sociale media platformen, om propaganda te verspreiden
en in stand te houden, nieuwe leden te rekruteren en zelfs aanslagen voor te bereiden.
Hierbij wordt ook veel gebruik gemaakt van besloten chatgroepen op platformen, waarbij
de detectiemogelijkheden beperkt zijn. Deze netwerken zijn verder, zoals hierboven
benoemd, fluïde; dat wil zeggen dat er continu nieuwe online groepen verschijnen of
verdwijnen en dat verspreiders van extremistische uitingen vaak eenvoudig nieuwe accounts
kunnen aanmaken.
De Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) werkt middels
de Versterkte Aanpak Online aan een gecoördineerde aanpak van specifiek online extremisme
en terrorisme. Daarin wordt intensief samengewerkt met partners binnen het veiligheidsdomein,
maar ook in het jeugddomein en met de online platformen. In Nederland geeft de Autoriteit
online Terroristisch en Kinderpornografisch Materiaal (ATKM) uitvoering aan de Verordening
Terroristische Online-Inhoud (TOI-verordening) en is bevoegd om terroristische content
te detecteren en deze te laten verwijderen of ontoegankelijk te laten maken. Voor
het aanpakken van zeer onwenselijke, maar niet strafbare content is de overheid afhankelijk
van de inzet van internetplatformen zelf. Zij dragen een verantwoordelijkheid om de
online veiligheid van hun gebruikers te waarborgen. Nog voor het einde van het jaar
zal ik in de voortgangsbrief Versterkte Aanpak Online nader ingaan op de verdere ontwikkelingen
in de aanpak van online extremisme en terrorisme.
Vraag 4
Hebben Openbaar Ministerie, politie en inlichtingendiensten voldoende capaciteit en
mogelijkheden om inzicht te krijgen in de chatgroepen, daders op te sporen en slachtoffers
te beschermen? Wat is er nodig zodat zo snel mogelijk meer daders worden opgespoord
en slachtoffers de hulp krijgen die ze nodig hebben? Welke stappen bent u van plan
hierin te zetten?
Antwoord 4
Het kabinet vindt het belangrijk dat er voldoende capaciteit is om digitale misdrijven,
waaronder strafbare vormen van extremisme, te bestrijden. De bestrijding van deze
misdrijven is complex en vereist zowel technologische expertise als samenwerking op
nationaal en internationaal niveau.
De Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) doet op basis van de Wet Inlichtingen-
en Veiligheidsdiensten 2017 (Wiv 2017) onderzoek naar organisaties en personen die
een dreiging vormen voor het voortbestaan van de democratische rechtsorde, de nationale
veiligheid of voor andere gewichtige belangen van de staat. Het is daarbij belangrijk
dat de AIVD meegroeit met het steeds diverse wordende dreigingslandschap. Het kabinet
heeft aangekondigd dat de Wiv 2017 moet worden herzien. Dat is nodig om beter aan
te sluiten bij de benodigde versterking van slagkracht en wendbaarheid van de AIVD
en de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD). In de wetsherziening zal
ook uitdrukkelijk aandacht worden besteed aan het actualiseren van benodigde grondslagen
voor samenwerking met partners, medeoverheden, kennisinstellingen en bedrijven. Over
de voorgenomen wijzigingen van dat wetsvoorstel bent u geïnformeerd via de hoofdlijnennotitie
over de herziening van de Wiv.5
Binnen de politie wordt samengewerkt tussen teams op het gebied van contra-terrorisme,
online seksueel kindermisbruik en hightech crime. De politie ontplooit daarnaast,
waar mogelijk samen met ketenpartners, diverse activiteiten om het fenomeen breder
onder de aandacht te brengen en zo bij te dragen aan betere herkenning en registratie.
Daarnaast wordt geïnvesteerd in kennis en vaardigheden bij politie op het gebied van
digitale opsporing.
Om overheidsprofessionals te ondersteunen bij het signaleren van dit fenomeen heeft
het Rijksopleidingsinstituut tegengaan Radicalisering (ROR) een specifieke training
ontwikkeld.
Vraag 5
Is de huidige wet- en regelgeving effectief in het inzicht krijgen in de online extremistische
kanalen, het tegengaan en verwijderen van de gruwelijke en extreme berichten, het
opsporen van daders en voorkomen van en bescherming bieden aan potentiële slachtoffers?
Kunt u in het kader hiervan ook reflecteren op de conclusies hierover in het rapport
van HCSS?
Antwoord 5
Bij de bestrijding van illegale content ligt de nadruk in de huidige wet- en regelgeving
vooral op het verwijderen of tegengaan van de content zelf. Zo bevat het huidige wettelijke
instrumentarium, zoals de TOI-verordening en de Digital Services Act (DSA), duidelijke
verplichtingen voor de bestrijding van terroristische en andere illegale content op
online platformen. Deze instrumenten vormen een belangrijke basis voor het tegengaan
van dergelijke content. Daarnaast wordt continu bezien of de huidige wet- en regelgeving
aanpassing en aanscherping behoeft. Online platforms zijn zelf verantwoordelijk voor
hun moderatiebeleid. Zodra zij – via eigen onderzoek of na een melding – op de hoogte
raken van strafbare content, moeten zij deze prompt verwijderen. In Nederland speelt
de ATKM hierbij een belangrijke rol. Wanneer de ATKM online materiaal aantreft dat
zij op grond van de TOI-verordening als terroristisch beoordeelt, stuurt zij hier
een verwijderingsbevel op uit. Hostingdiensten die dergelijk materiaal aanbieden en
een verwijderingsbevel ontvangen, moeten dit binnen één uur verwijderen of ontoegankelijk
maken. De ATKM beschikt sinds eind oktober jl. over een online meldpunt waar internetgebruikers
terroristische inhoud op het internet kunnen melden.
Daarnaast houdt in Nederland de Autoriteit Consument en Markt (ACM) toezicht op de
naleving van de DSA door hier gevestigde tussenhandeldiensten, waaronder online platforms.
Voor de zogenoemde zeer grote onlineplatforms (VLOPs), zoals Meta en TikTok, ligt
het toezicht bij de Europese Commissie.
Het effectief aanpakken van de verspreiders (en mogelijke daders) van deze content
is een flinke uitdaging. Zoals eerder benoemd, kunnen verspreiders vaak eenvoudig
nieuwe accounts aanmaken, waardoor detectiemogelijkheden beperkt zijn. Hier ligt ook
een belangrijke verantwoordelijkheid voor de online platformen zelf: zij kunnen middels
onderlinge informatie-uitwisseling voorkomen dat veelplegers simpelweg van platform
wisselen. In mijn structurele dialoog met de platformen benadruk ik deze verantwoordelijkheid
voortdurend. Wat betreft de bescherming van (potentiële) slachtoffers, verwijs ik
u graag naar het antwoord op vraag 7.
Vraag 6
Bent u bereid om hostingbedrijven verantwoordelijk te stellen als er illegale, extremistische
en/of gewelddadige content of wordt verspreid via sites die door hen worden gehost?
Bent u bereid om in Europees verband bijvoorbeeld te pleiten voor een stevige zorgplicht?
Zo nee, waarom niet?
Antwoord 6
Het tegengaan van online radicalisering is een gezamenlijke verantwoordelijkheid.
In Nederland zijn hostingbedrijven en online platforms op basis van de DSA en de TOI-verordening
eraan gehouden om illegale content aan te pakken zodra zij hiervan op de hoogte raken.
De DSA legt hen verschillende zorgvuldigheidsverplichtingen op met betrekking tot
de inrichting van hun platform en de content die ermee wordt gehost en/of verspreid.
Het kabinet biedt, samen met andere EU-lidstaten, continu input voor verdere verfijning
van genoemde wetgeving en verdere versterking van regelgeving waar noodzakelijk. In
dit licht ben ik bereid te kijken naar de wenselijkheid en de haalbaarheid van een
aanvullende zorgplicht voor online platformen in Europees verband.
Aanvullend hierop zet Nederland zich in voor een versterking van het beleid ten aanzien
van online radicalisering, gewelddadig extremisme en terrorisme. Nederland neemt daarbij
een actieve rol binnen de Europese Unie en zal op korte termijn, samen met gelijkgezinde
lidstaten, de Europese Commissie oproepen om onder meer samen met online platforms
een vrijwillige gedragscode op te stellen om hen beter in staat te stellen om verspreiding
van illegale content tegen te gaan.
Vraag 7
Meent u dat online platforms voldoende doen om het ronselen van slachtoffers tegen
te gaan? Zo ja, kunt u dit onderbouwen? Zo nee, wat doet u om de bescherming van kinderen
en jongeren op de platforms te vergroten?
Antwoord 7
Ik constateer dat kwaadwillenden nog steeds in staat zijn om contentmoderatie te omzeilen
en extremistische of terroristische content te verspreiden en hun netwerken te onderhouden,
ook op grote online platformen. Dit draagt bij aan de snelle online radicalisering
en mogelijke geweldsdreiging van met name jongeren in onder andere het rechts-terroristische
en jihadistische online milieu.6 Deze ontwikkelingen vind ik zeer zorgelijk en daarom blijf ik online platformen aanspreken
op hun verantwoordelijkheid hierin.
De online platforms zijn zelf aan zet om te zorgen dat hun gebruikers online veilig
zijn, conform de (zorgvuldigheids-)verplichtingen uit de TOI-verordening en de DSA.
De ATKM kan bedrijven verplichten online terroristisch (maar ook kinderpornografisch)
materiaal te verwijderen wanneer zij dit op hun platformen aantreft. In het bijzonder
verplicht de DSA online platformen ook tot het nemen van maatregelen om minderjarigen
te beschermen. In dat kader heeft de Europese Commissie op 14 juli jl. richtsnoeren
gepubliceerd over de bescherming van minderjarigen online, waarin wordt geadviseerd
hoe online platformen een hoog niveau van privacy, veiligheid en beveiliging voor
minderjarigen kunnen waarborgen.7
Om kinderen beter te beschermen in de digitale wereld, is recent de «Strategie Kinderrechten
Online» tot stand gekomen en met uw Kamer gedeeld.8 Hierin zet de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK)
uiteen hoe we kinderrechten beschermen in een digitale wereld. De aanpak richt zich
onder meer op sterkere Europese regels en handhaving, betere ondersteuning voor ouders
en het vergroten van de digitale weerbaarheid van kinderen.
Vraag 8
Is er voldoende hulp en ondersteuning beschikbaar voor de slachtoffers? Zo nee, hoe
zorgt u ervoor dat de slachtoffers alle hulp ontvangen die ze nodig hebben?
Antwoord 8
Ja, er is voldoende hulp en ondersteuning beschikbaar voor slachtoffers die hier een
beroep op (willen) doen. Zo kunnen slachtoffers, indien zij dit wensen, gebruik maken
van gratis hulp en ondersteuning door Slachtofferhulp Nederland (SHN). Dat kan op
zowel praktisch als emotioneel gebied en er kan, in geval van een strafzaak, juridische
ondersteuning worden geboden. Indien meer gespecialiseerde hulp nodig is, wordt een
slachtoffer door SHN doorverwezen naar gespecialiseerde instanties. Ook kunnen slachtoffers
zich wenden tot de anonieme hulplijn Helpwanted van Offlimits. Helpwanted is een hulplijn
voor online grensoverschrijdend gedrag. Minderjarige slachtoffers, maar ook bijvoorbeeld
ouders en docenten, kunnen bij deze voorziening terecht voor informatie en advies.
In het geval van illegale content kan Helpwanted een melding maken bij online dienstverleners,
zoals platforms, met wie zij goede contacten onderhouden.
Vraag 9 en 10
Op welke manier bent u van plan de bewustwording bij ouders te verhogen om alert te
zijn en het gesprek aan te gaan met hun kinderen over het onderwerp? Hoe wordt aan
ouders ondersteuning geboden?
Meent u dat er voldoende bewustwording en alertheid is bij instanties zoals scholen,
jeugdzorg en jongerenwerkers? Zo nee, hoe werkt u aan het verhogen van die bewustwording
en alertheid?
Antwoord 9 en 10
De zeer schadelijke online netwerken manifesteren zich op veel plekken op het internet,
en de activiteiten die er uit voort kunnen komen variëren van doxing, hacken en simkaart-fraude
tot aanzetten tot automutilatie of (extremistisch) geweld. Vanuit politie, psychiatrie,
onderwijs, jeugdzorg en andere instanties wordt een urgente noodzaak gevoeld meer
zicht te krijgen op alle aspecten van de COM-netwerken en de verschillende disciplines
samen te brengen.
Waar het gaat om radicalisering richting extremistisch of terroristisch geweld, vormt
de lokale aanpak een essentieel onderdeel van de kabinetsinzet. Hierbij is altijd
sprake van maatwerk.
Het versterken van digitale weerbaarheid is een belangrijke pijler binnen de preventieve
aanpak van online radicalisering, waarbij passende en effectieve interventies op lokaal
niveau van groot belang zijn. Het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
(SZW) zet binnen de Actieagenda Integratie en Open en Vrije Samenleving sterk in op
de preventie van (online) radicalisering en het vergroten van digitale weerbaarheid.
Een onderdeel hiervan is het faciliteren en ontwikkelen van bewustwordingscampagnes.
SZW heeft vanuit de Actieagenda ook aandacht voor jongerenwerkers, zodat zij (online)
radicalisering kunnen herkennen en voorkomen. Hierbij zet SZW in op het vergroten
van bewustwording, kennis en handelingsperspectief, rekening houdend met nieuwe online
fenomenen en ontwikkelingen. Zo organiseerde de Expertise-unit Sociale Stabiliteit
(ESS), onderdeel van SZW, in samenwerking met het Nationale Jeugdinstituut (NJi) een
webinar voor onderwijs- en jeugdprofessionals.
Ook wordt vanuit het Ministerie van BZK ingezet op het ondersteunen van ouders in
de digitale opvoeding. Onlangs startte de meerjarige publiekscampagne Blijf in Beeld.
Via jouwkindonline.nl wordt informatie over mediaopvoeding en praktische handvatten
voor ouders geboden, waaronder de richtlijn voor gezond schermgebruik.
Scholen spelen eveneens een belangrijke rol in het signaleren van problemen die samenhangen
met de online leefwereld van leerlingen. Zij kunnen ondersteuning inschakelen wanneer
zij merken dat er iets speelt. Het «niet-pluisinstrument» van Stichting School en
Veiligheid helpt onderwijspersoneel om de juiste stappen te zetten als ze denken dat
er iets aan de hand is. Daarnaast wordt met het wetsvoorstel Vrij en Veilig Onderwijs,
dat bij uw Kamer is ingediend, een vertrouwenspersoon verplicht voor elke school,
zodat leerlingen laagdrempelige hulp ter beschikking hebben. In het bredere kader
van kindermishandeling en huiselijk geweld investeert het Ministerie van Onderwijs,
Cultuur en Wetenschap ook in scholing voor samenwerkingsverbanden, specifiek gericht
op de rol van Veilig Thuis en de meldcode en werkt aan het structureel onder de aandacht
brengen op scholen van de meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling.9
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
F. van Oosten, minister van Justitie en Veiligheid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.