Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Van Nispen over de huidige staat en de toekomst van de sociaal advocatuur
Vragen van het lid Van Nispen (SP) aan de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid over de huidige staat en de toekomst van de sociaal advocatuur (ingezonden 3 november 2025).
Antwoord van Staatssecretaris Rutte (Justitie en Veiligheid) (ontvangen 9 december
2025). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 463.
Vraag 1
Hoe beoordeelt u de huidige staat van de sociaal advocatuur? Hoe ernstig is volgens
u het tekort aan sociaal advocaten, die in verschillende regio’s in het land op uiteenlopende
rechtsgebieden de niet rijke inwoners van ons land zouden moeten kunnen bijstaan bij
juridische problemen?
Antwoord 1
Er is een dalende trend in het aanbod van sociale advocaten zichtbaar. Dat tij moet
worden gekeerd om de rechtsbijstand voor eenieder toegankelijk te houden. In de Kamerbrief
van 26 juni 20251 is geschetst welke maatregelen hiervoor in gang zijn gezet. Aanvullend is van belang
de in- en uitstroom van sociaal advocaten te monitoren. De commissie-Van der Meer
II beveelt dit ook aan in haar rapport.2 Op verzoek van het Ministerie van Justitie en Veiligheid, de Raad voor Rechtsbijstand
(RvR) en de Nederlandse Orde van Advocaten (NOvA) is het Kenniscentrum Stelsel Gesubsidieerde
Rechtsbijstand (hierna: het kenniscentrum) gevraagd nader onderzoek te doen naar de
ontwikkeling van het aanbod van sociaal advocaten en daarbij onder meer te differentiëren
naar rechtsgebied en regio. De resultaten van dit onderzoek zullen begin 2026 worden
opgeleverd.
Vraag 2
Klopt het dat er in sommige gebieden nog maar één sociaal advocaat op 25.000 mensen
beschikbaar is?3
Antwoord 2
Feitelijke gegevens hierover zijn nog niet bekend bij het Kenniscentrum.
In het in het antwoord op vraag 1 genoemde onderzoek wordt momenteel het aantal ingeschreven
en actieve sociaal advocaten in de verschillende regio’s in kaart gebracht met daarbij
per regio de inwonersaantallen.
Vraag 3
Klopt het feit ook dat ongeveer één op de drie sociaal advocaten binnen afzienbare
tijd met pensioen gaat?4
Antwoord 3
Dat klopt. Uit cijfers van het Kenniscentrum van juni 20245 blijkt dat meer dan 30% van de advocaten die op dat moment stonden ingeschreven bij
de RvR, binnen 12 jaren de pensioengerechtigde leeftijd bereiken. Het betreft advocaten
die op dat moment 55 jaar of ouder waren.
Vraag 4
Welke plannen en voorstellen van u gaan daar op korte termijn iets aan doen? Zijn
uw maatregelen volgens u voldoende om de problemen op te lossen of is er meer nodig?
Wie is er aan zet, wiens verantwoordelijkheid is dat?
Antwoord 4
De afgelopen jaren zijn al verschillende maatregelen genomen om de sociale advocatuur
te versterken.6 Zoals vermeld in de Kamerbrief van 26 juni 2025 worden verschillende aanbevelingen
van de commissie-Van der Meer II opgevolgd.7 Het gaat onder meer om de aanbevelingen ten aanzien van de puntenaantallen, toeslagen
en het punttarief. De hiervoor benodigde wetswijziging treedt naar verwachting begin
2026 in werking. Ik verwijs u voor de goede orde naar die Kamerbrief.
In de eerder genoemde brief van 26 juni 2025 zijn tevens verschillende korte en lange
termijn maatregelen vermeld die door mijn ministerie samen met de RvR en de NOvA in
gang zijn gezet om het tekort aan sociaal advocaten aan te pakken, waaronder een visietraject
voor de toekomst van de sociale advocatuur. Ik zal uw Kamer in het eerste kwartaal
van 2026 over de uitkomsten van dit traject informeren.
Vraag 5
Deelt u de mening dat in ieder geval gewerkt moet worden aan het laten toenemen van
de instroom, de jonge aanwas van bevlogen juristen, en dat er op de rechtenopleidingen
al meer gedaan kan worden om de bekendheid van het belang van de sociaal advocatuur
te laten toenemen?
Antwoord 5
Ja. Meer aandacht voor de sociaal advocatuur in het onderwijs is van groot belang
en nodig voor het vergroten van de jonge aanwas. Daarom werkt mijn ministerie al een
aantal jaren samen met de RvR, NOvA en de Vereniging Sociaal Advocatuur Nederland
(VSAN) om de aandacht voor de sociale advocatuur in het rechtenonderwijs te vergroten.
Er is onder meer een sprekerspoule opgezet, een standaardpresentatie ontwikkeld en
op 1 december 2025 is een campagne voor op universiteiten gelanceerd.
Vraag 6
Wat is nu de stand van zaken met initiatieven in rechtenopleidingen om de aandacht
voor de sociaal advocatuur te versterken? Kunt u een overzicht geven van alle initiatieven?
Volstaan deze volgens u? Hoe vrijblijvend zijn deze?
Antwoord 6
Op dit moment zijn er verschillende initiatieven bij acht van de tien rechtenfaculteiten
aan universiteiten. Hierbij moet gedacht worden aan gastcolleges, presentaties, moot
courts, career events, banenmarkten, lunchlezingen en afstudeeropdrachten. Hetzelfde
geldt voor een groot aantal HBO-rechtenopleidingen, waar naast het voornoemde in een
enkel geval ook stages kunnen worden ingevuld. Het komend jaar blijven de RvR, NOvA,
VSAN en mijn ministerie, zich inzetten om zo vroeg mogelijk in de rechtenstudie zo
veel mogelijk studenten te laten kennismaken met de sociale advocatuur.
Vraag 7
Vindt u ook dat eigenlijk van alle rechtenopleidingen gevraagd en verwacht mag worden
in het curriculum rechtsgeleerdheid permanente aandacht aan sociale advocatuur te
besteden? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 7
Ja, ik vind het belangrijk dat in de rechtenopleidingen aandacht wordt besteed aan
de sociale advocatuur. Uit onderzoek onder studenten is gebleken dat zij vaak niet
bekend zijn met de sociale advocatuur.8 Mijn ministerie benadrukt dit belang ook in gesprekken met de Raad der Decanen Rechtsgeleerdheid
(RDR). Het is echter niet aan mij als Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
om mij te mengen in de inrichting van het curriculum voor de opleiding rechtsgeleerdheid.
Vraag 8
Hoe kijkt u naar het voorstel om via een (al dan niet verplichte) stage bij een rechtswinkel
of een sociaal advocatenkantoor dit belang onder de aandacht te brengen?
Antwoord 8
Een stage bij een sociaal advocaat of werken bij een rechtswinkel is een goed middel
om kennis te maken met het beroep van sociaal advocaat. Het is niet aan mij als Staatssecretaris
van Justitie en Veiligheid om een oordeel te geven of dergelijke stages verplicht
moeten worden. Uit gesprekken van de RvR met onderwijsinstellingen en sociaal advocaten
komt de wens naar voren voor een subsidie voor studentstages. Ook wordt nagedacht
over het organiseren van kantoorbezoeken om rechtenstudenten kennis te laten maken
met de sociale advocatuur.
Vraag 9
Bent u het met hoogleraar Wibier eens, die vindt dat studenten onderwijzen over de
toegang tot het recht en sociale advocatuur «misschien zelfs wel een van de kerntaken
van een rechtenfaculteit» is, omdat: «iedereen ongeacht de omvang van de portemonnee
recht op rechtsbijstand [heeft]. De sociale advocatuur speelt daarbij een onmisbare
rol en is een van de fundamenten van onze rechtsstaat. Het is aan rechtenfaculteiten,
die grotendeels met publiek geld zijn gefinancierd, om bij te dragen aan de oplossing
van het probleem dat nog steeds te veel mensen het zonder behoorlijke rechtsbijstand
moeten doen. Een probleem dat erger wordt wanneer er onvoldoende studenten kiezen
voor de sociale advocatuur»?9 Kunt u hier een uitgebreide reactie op geven?
Antwoord 9
Ja, ik hecht er belang aan dat rechtenstudenten op universiteiten en de hoge scholen
onderwezen worden over onze rechtsstaat en de toegang tot het recht, waarvan het stelsel
van gesubsidieerde rechtsbijstand een belangrijk onderdeel uitmaakt. Uit onderzoek
onder studenten blijkt dat zij vaak niet bekend zijn met de sociale advocatuur en
een negatief beeld hebben van het vak.10 Terwijl uit gedragsonderzoek van het ministerie is gebleken dat een stabiele 30%
van de studenten interesse heeft in het vak van sociaal advocaat om kwetsbare burgers
te helpen. Daarom werkt mijn ministerie ook samen met de RvR, NOvA en VSAN om de aandacht
voor de sociale advocatuur in het onderwijs te vergroten en vraagt mijn ministerie
hier aandacht voor in gesprekken met de RDR. Zoals gezegd in het antwoord op vraag
7, ga ik echter niet over de inrichting van het curriculum.
Vraag 10
Bij wie ligt het initiatief voor het laten toenemen van de aandacht voor de sociaal
advocatuur bij rechtenopleidingen? Zijn we daarbij enkel afhankelijk van de opstelling
van enkele universiteiten? Wat is uw rol hierin, wat kunt en gaat u doen om dit te
benadrukken? Wat is uw ideaal (op middellange of lange termijn) hierin en hoe gaat
u dat bereiken?
Antwoord 10
Zie het antwoord op vraag 5, 7 en 9.
Vraag 11
Wat is uw oordeel over de kwaliteit van de huidige beroepsopleiding en bent u bekend
met de initiatieven vanuit de advocatuur om deze te laten toenemen? Hoe beoordeelt
u die?
Antwoord 11
De visitatiecommissie Beroepsopleiding Advocaten heeft in september 2025 positief
geoordeeld over de beroepsopleiding.11 Het inrichten van de beroepsopleiding is een per wet vastgelegde bevoegdheid van
de NOvA.12 Het is dan ook niet aan mij om een oordeel te geven over de kwaliteit van die beroepsopleiding.
Vraag 12
Hoe gaat u ervoor zorgen dat de huidige sociaal advocaten behouden blijven door het
vak aantrekkelijker te maken?
Antwoord 12
De opvolging van een groot deel van de aanbevelingen van de commissie-Van der Meer
II vanaf begin 2026 draagt bij aan het bieden van een redelijk inkomen voor sociaal
advocaten. Daarnaast is het hiervoor genoemde visietraject erop gericht het vak aantrekkelijker
te maken en houden voor de toekomst. Zoals gezegd informeer ik uw Kamer over de uitkomsten
van dit traject in het eerste kwartaal van 2026.
Vraag 13
In hoeverre wordt toegewerkt naar een garantiefonds voor de advocaat-stagiair ondernemer
omdat deze juist van groot belang zijn in de regio’s, waar geen kantoren zijn die
de stagiairs in loondienst kunnen opleiden?
Antwoord 13
Ik wacht eerst de uitkomst van het hiervoor genoemde visietraject voor de toekomst
van de sociale advocatuur af voordat ik alle aanvullende ideeën, waaronder een garantiefonds
voor de advocaat-stagiair, af zal wegen.
Vraag 14
Hoe staat u tegenover een eerdere aanbeveling van de Vereniging Sociale Advocatuur
Nederland om de subsidieregeling beroepsopleiding sociaal advocaten en de begeleidingsvergoeding
patroon uit te breiden?
Antwoord 14
Ik verwijs naar de genoemde Kamerbrief van 26 juni 2025 waarin de voormalig Staatssecretaris
Rechtsbescherming op de door de VSAN voorgestelde maatregel is ingegaan.13 Binnen het visietraject is ook aandacht voor het belang van het goed opleiden van
advocaat-stagiaires en de tijd en kosten die daarmee gepaard gaan. Over de te nemen
maatregelen die voortvloeien uit het visietraject informeer ik uw Kamer zoals ik hierboven
heb gemeld nog nader.
Vraag 15
Wat is de stand van zaken met het voornemen om de voorschotregeling weer terug te
laten keren?
Antwoord 15
Ik verwijs u naar de eerder genoemde brief van 26 juni 2025 waarin uw Kamer is geïnformeerd
over de bevoegdheid die de RvR krijgt om in uitzonderlijke gevallen in positieve zin
af te wijken van de voorschotregeling zoals neergelegd in het Besluit vergoedingen
rechtsbijstand 2000. Deze wijziging maakt onderdeel uit van de wetswijziging voor
de opvolging van verschillende aanbevelingen van de commissie-Van der Meer II, die
naar verwachting begin 2026 in werking treedt. Hiermee wordt deels opvolging gegeven
aan de motie van de Kamerleden Temmink en Van Nispen van 18 maart 2023 waarin zij
de regering verzoeken om de voorschotregeling zoals deze ook vroeger van toepassing
was bij de sociaal advocaten weer in te voeren.14
Vraag 16
Kunt u toelichting geven op de 30 miljoen euro die in het kader van de commissie-Van
der Meer II wordt vrijgemaakt in 2027: wat zien we hiervan al terug in 2026 (zoals
beloofd) en hoe is dat te lezen in de begroting?
Antwoord 16
Bij de Voorjaarsnota 2025 is vanaf 2027 30 miljoen euro structureel beschikbaar gemaakt
voor de sociale advocatuur. Zoals vermeld in de brief van 26 juni 2025 worden voor
2026 ook middelen beschikbaar gesteld om een deel van de aanbevelingen van commissie-Van
der Meer II door te voeren.15 Het gaat onder meer om de aanbevelingen ten aanzien van de puntenaantallen, toeslagen
en het punttarief. In 2026 zal gaan om een beperkter bedrag dan 30 miljoen euro. Het
exacte bedrag hangt af van het moment van inwerkingtreding van de benodigde wetswijziging
om de maatregelen door te voeren en het aantal toevoegingen dat in 2026 wordt gedeclareerd.
De middelen voor 2026 komen uit de beschikbare reserves van de RvR en zijn daarom
niet zichtbaar op de begroting van het Ministerie van Justitie en Veiligheid.
Vraag 17
Heeft u het idee dat de maximaal 1.200 declarabele uren een barrière kan zijn voor
sociaal advocaten? Is het niet apart om deze norm te hanteren waar dit in een commercieel
kantoor niet gemaximeerd is?16
Antwoord 17
Ik ben bekend met signalen waarin onvrede wordt geuit over het maximum aan toevoegingseenheden
dat de RvR wordt gehanteerd. Dat dit een barrière vormt voor sociaal advocaten is
mij niet bekend.
Ik vind het niet vreemd dat de RvR een maximum aan toevoegingseenheden17 hanteert. Dit maximum is een kwaliteitsinstrument. Het waarborgt de tijd en aandacht
die nodig is voor goede, zorgvuldige rechtsbijstandsverlening. De vergoedingen gaan
sinds 1 januari 2022 uit van een gemiddelde tijdsbesteding van inmiddels 8,5 (declarabele)
uren per toevoeging.18 Voorheen waren dit zes uren. Om die reden verlaagt de RvR het maximum in 2026 naar
225 en in 2027 naar 200 eenheden. In de praktijk hanteert de RvR een ruimer maximaal
aantal toevoegingseenheden. Voor 2025, 1500 declarabele uren bij een maximum van 250
toevoegingseenheden, voor 2026 1900 declarabele uren bij een maximum van 225 toevoegingseenheden
en vanaf 2027 1.700 declarabele uren bij een maximum van 200 toevoegingseenheden.19 Overigens ontvangt de overgrote meerderheid van de bij de RvR ingeschreven advocaten
jaarlijks minder dan 200 toevoegingseenheden.
Vraag 18
Bent u bekend met de kritiek op de inschrijvingseisen/deskundigheidseisen/specialisatie-
en opleidingseisen waar sociaal advocaten nu aan moeten voldoen om in rechtsgebieden
werkzaam te mogen zijn om vergoeding te mogen ontvangen via de Raad voor rechtsbijstand?
Is het, met alle goede bedoelingen uit het verleden om de kwaliteit te waarborgen,
in de huidige tijd nog wel haalbaar om aan sociaal advocaten zulke vergaande eisen
te stellen waardoor er steeds meer afhaken en er witte vlekken zijn ontstaan in dorpen
en regio’s waar geen advocaten meer zijn of bepaalde rechtsgebieden niet meer worden
gedaan?
Antwoord 18
Ja daar ben ik mee bekend. De afgelopen 15 jaar heeft de RvR de inschrijvingsvoorwaarden
aangescherpt en uitgebreid. Dit onder meer naar aanleiding van de adviezen van de
commissies Wolfsen (2015)20 en Van der Meer I (2017).21 Het is voor een effectieve toegang tot het recht niet alleen van belang om voldoende
aantal sociaal advocaten te hebben, maar ook voldoende op een specifiek rechtsgebied
deskundige sociaal advocaten. Het dalend aanbod van sociaal advocaten heeft verschillende
redenen, waaronder de vergoedingen, de vergrijzing en weinig jonge aanwas en is niet
een op een te wijten aan de inschrijvingsvoorwaarden van de RvR. Naar mijn mening
is het waarborgen van kwaliteit van rechtsbijstand van groot belang en moet daar niet
op worden ingeleverd.
Vraag 19
Vindt u het redelijk dat advocaten van volledig zelf betalende cliënten niet aan bepaalde
eisen moeten voldoen terwijl sociaal advocaten (die op toevoegingsbasis werken) voor
dezelfde type zaken wél aan zware kwaliteitseisen moeten voldoen?
Antwoord 19
Sociaal advocaten staan de meest kwetsbare mensen van onze samenleving bij. Juist
daarom is waarborgen van de kwaliteit binnen het stelsel van gesubsidieerde rechtsbijstand
met inschrijvingsvoorwaarden van groot belang.
Overigens moeten alle op het tableau staande advocaten voldoen aan de (kwaliteits)eisen
van de NOvA. Zo moeten advocaten voldoen aan een jaarlijkse kwaliteitstoets door intervisie
of peer review22 en jaarlijks ten minste twintig opleidingspunten behalen, waarvan ten minste tien
punten die zien op juridische activiteiten op een voor zijn praktijk relevant rechtsgebied.23
Vraag 20
Bent u bereid hierover in gesprek te gaan met de Raad voor rechtsbijstand en vertegenwoordigers
uit de advocatuur om te bezien of, als onderdeel van een noodplan sociaal advocatuur,
bepaalde eisen versoepeld kunnen worden om meer advocaten op meer rechtsgebieden actief
te laten worden in het stelsel, of hen in ieder geval te behouden?
Antwoord 20
Ik ben voortdurend met de RvR in gesprek, waar ook dit onderwerp voorbij komt. De
RvR en NOvA bekijken samen voortdurend hoe de zij de vereisten van beide organisaties
zo goed mogelijk op elkaar kunnen afstemmen en waar mogelijk versoepelen. Naar mijn
mening vormt dat geen onderdeel van een noodplan maar is dit van doorlopend belang.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
A.C.L. Rutte, staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.