Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Hirsch over het artikel ‘Nederlandse mijnbouwer verzweeg miljardenomzet voor Congolese staat’
Vragen van het lid Hirsch (GroenLinks-PvdA) aan de Staatssecretaris van Buitenlandse Zaken over het artikel «Nederlandse mijnbouwer verzweeg miljardenomzet voor Congolese Staat» (ingezonden 11 november 2025).
Antwoord van Staatssecretaris De Vries (Buitenlandse Zaken), mede namens de Minister
van Justitie en Veiligheid (ontvangen 9 december 2025). Zie ook Aanhangsel Handelingen,
vergaderjaar 2025–2026, nr. 544.
Vraag 1
Bent u bekend met het artikel «Nederlandse mijnbouwer verzweeg miljardenomzet voor
Congolese Staat»?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Is er een strafrechtelijk onderzoek gaande naar de Nederlandse vennootschappen van
ERG wegens mogelijke omkoping of overtreding van sanctiewetgeving? Zo ja, door wie,
wanneer en om welke redenen is een dergelijk onderzoek gestart? Wat is de status van
dit onderzoek op dit moment? Zo nee, overweegt u dergelijk onderzoek na het lezen
van de feiten die in het bovengenoemde artikel worden gepresenteerd? Zo nee, waarom
niet?
Antwoord 2
Het kabinet gaat niet in op individuele gevallen of de inhoud van eventuele strafrechtelijke
onderzoeken. Signalen van mogelijke overtreding van de (sanctie) wetgeving worden
altijd serieus genomen. Het is aan het Openbaar Ministerie om een beslissing te nemen
over het eventueel starten van een strafrechtelijk onderzoek en of op basis daarvan
over wordt gegaan tot vervolging. Daar gaat het kabinet niet over.
Vraag 3
Heeft er, gezien er mogelijk sprake is van omkoping door ERG via Nederland, terwijl
de Kazachstaanse staat eigenaar is van het bedrijf, overleg plaatsgevonden tussen
de Nederlandse overheid en die van Kazachstan over deze kwestie? Zo ja, door wie en
wanneer? Wat is de uitkomst van dit gesprek geweest? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 3
Het kabinet spreekt regelmatig met het internationale bedrijfsleven, zowel in Nederland
als middels het postennetwerk. Ook met de Kazachse autoriteiten en het bedrijfsleven
wordt gesproken. Op de precieze inhoud van de gesprekken kan het kabinet niet ingaan.
Vraag 4
Zijn Nederlandse toezichthouders betrokken bij het monitoren van internationale transacties
via Nederlandse entiteiten met risico op corruptie of mensenrechtenschendingen? Zo
nee, waarom niet? Zo ja, welke toezichthouders? En welke rol spelen die Nederlandse
toezichthouders bij het monitoren van internationale transacties via Nederlandse entiteiten
met risico op corruptie of sanctieschending?
Antwoord 4
Financiële instellingen en andere bij wet geïdentificeerde partijen dienen zich te
houden aan regelgeving op het gebied van sancties en witwassen, zoals de Wet ter voorkoming
van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft). Dat betekent dat ze hun bedrijfsvoering
zo in moeten richten dat ze in staat zijn om witwassen te voorkomen en sancties na
te leven. De Wwft-toezichthouders, waaronder de Autoriteit Financiële Markten (AFM) en de Nederlandsche Bank
(DNB) houden hier toezicht op.
Financiële instellingen moeten ongebruikelijke transacties bij de Financial Intelligence
Unit Nederland (FIU-NL) melden. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn als een bank vermoedt
dat er bij een betaling sprake is van corruptie. De FIU-NL analyseert de transacties
en verklaart deze zo nodig verdacht zodat deze beschikbaar worden voor de opsporing.
Op basis van deze verdachte transacties kan er eventueel strafrechtelijk worden gehandhaafd.
De Wwft-toezichthouders monitoren geen individuele transacties. Ze houden alleen toezicht
of de financiële instellingen in staan zijn om verplichtingen om te melden goed na
te leven.
Vraag 5
Bent u van mening dat FIOD en OM over voldoende capaciteit en expertise beschikken
om grensoverschrijdende corruptie- en sanctiezaken effectief aan te pakken? Zo niet,
wat ontbreekt er?
Antwoord 5
De effectieve aanpak van grensoverschrijdende corruptie- en sanctiezaken is breder
dan strafrechtelijke handhaving achteraf. Het is altijd beter strafbare feiten te
voorkomen. In dit kader werkt het Ministerie van Buitenlandse Zaken bijvoorbeeld aan
een update van de brochure «Eerlijk Zaken Doen zonder Corruptie» met aanvullende handreiking.
Daarnaast draagt het steunpunt voor maatschappelijk verantwoord ondernemen middels
voorlichting bij aan het vergroten van bewustwording rondom buitenlandse omkoping
binnen de private sector en via diverse voorlichtingsactiviteiten, waaronder via de
Rijksdienst voor Ondernemend Nederland(RvO), aan het voorkomen van overtreding van
de sanctiewet.
Strafrechtelijke handhaving is het ultimum remedium. Het is zeker van belang dat die
ook goed is toegerust. Zo is specifiek ten behoeve van de aanpak van corruptie in
de begroting van het Ministerie van Justitie en Veiligheid voor de periode 2025–2029
structureel vier miljoen euro per jaar gereserveerd om de opsporingsdiensten (FIOD
en de Rijksrecherche), het Openbaar Ministerie en de Rechtspraak te versterken. Deze
gelden worden ingezet voor de verhoging van de capaciteit, vergroting van expertise
en de aanschaf van onderzoeksmiddelen. Uw Kamer is hierover reeds geïnformeerd in
het kader van de intensivering van de aanpak van corruptie.2
Aanvullend hierop heeft het kabinet in het kader van de Voorjaarsnota structureel
36,5 miljoen euro vrijgemaakt voor de instandhouding en verdere versterking van de
sanctienaleving in Nederland.3 Zowel de FIOD als het OM ontvangen hieruit aanvullend budget om hun capaciteit voor
de aanpak van sanctieovertreding uit te breiden. Beide organisaties besteden doorlopend
aandacht aan het verwerven en op peil houden van de benodigde expertise.
Vraag 6
Werkt Nederland op dit moment al samen met landen als Congo om meer transparantie
in de mijnbouwsector te bereiken, bijvoorbeeld via openbaarmaking van contracten of
audits? Zo ja, hoe ziet die samenwerking er dan uit? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 6
Nederland en de Democratische Republiek Congo (DRC) zijn beiden lid van het multi-stakeholder
Extractives Industries Transparency Initiative (EITI). Dit initiatief beoogt de transparantie
over financiële stromen tussen overheden en de extractieve sector te vergroten via
implementatie van de EITI-standaard. Een van de voorschriften van de standaard is
dat landen contracten met bedrijven uit de extractieve sector openbaar maken. Als
lid van EITI implementeert de DRC deze standaard via een nationale multi-stakeholdergroep. Nederland is naast implementerend lid ook donor van EITI.
Vraag 7
Bent u van mening dat bestaande internationale of bilaterale regelgeving ruimte biedt
om bedrijven te sanctioneren die betrokken zijn bij corruptie in derde landen? Zo
ja, welke regelgeving doelt u dan op en hoe wordt die op dit moment door de Nederlandse
overheid geïmplementeerd?
Antwoord 7
De Europese Unie beschikt niet over een horizontaal sanctiekader dat ziet op betrokkenheid
bij corruptie in derde landen. Wel zijn er in enkele geografische landenregimes die
specifiek zien op de situatie in een derde land bepalingen opgenomen die grond bieden
voor sancties naar aanleiding van corruptie door individuen en entiteiten. Het sanctiekader
voor de DRC voorziet hier enkel in wanneer dit ziet op het ondersteunen van ondermijning
en destabilisatie door de illegale extractie of handel in natuurlijke hulpbronnen,
goud en wilde dieren.
Daarnaast is omkoping door Nederlandse bedrijven strafbaar, ook als de omkoping in
het buitenland plaatsvindt. Zie tevens het antwoord op vraag 8.
Vraag 8
Bent u van mening dat de huidige nationale en EU-regels, zoals de EU Anti-Corruption
Directive, toereikend zijn? Zo nee, welke hiaten bestaan er in de beschikbare regelgeving
die misbruik mogelijk maken? Bent u van mening dat die hiaten aandacht behoeven? Zo
nee, waarom niet? Zo ja, welke initiatieven ontplooit Nederland daarin?
Antwoord 8
Op dit moment heb ik geen indicatie dat de regelgeving zoals die nu is en die nog
wordt gemaakt, zoals de EU anti-corruptierichtlijn, niet afdoende zijn. Corruptie
stopt inderdaad niet bij de landsgrenzen en heeft vaak een internationaal karakter.
Het kabinet erkent dit en neemt dit expliciet mee bij de intensivering van de aanpak
van corruptie.4 Hierbij staat voorop dat Nederlandse bedrijven die zich schuldig maken aan omkoping
voor de Nederlandse wet strafbaar zijn, ook als de omkoping in het buitenland plaatsvindt.
Omdat bij buitenlandse omkoping altijd ook ten minste één ander land betrokken is,
is internationale samenwerking bij de opsporing en vervolging van dit delict cruciaal.
Ook is het van belang dat landen dezelfde anti-corruptiestandaarden hanteren, zodat
corruptie niet verplaatst naar de plaats met de laagste standaarden. Via de Europese
Anti-corruptierichtlijn, die nu in onderhandeling is, worden onder andere strafbaarstellingen
en verjaringstermijnen onder de lidstaten van de EU geharmoniseerd en samenwerking
gestimuleerd.
Ook buiten de EU werkt Nederland aan de versterking van de internationale aanpak van
corruptie. Nederland speelt een actieve rol in de anti-omkopingswerkgroep van de Organisatie
voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling, de Implementation Review Group van
het VN Verdrag tegen Corruptie, de Groep van Staten tegen Corruptie (GRECO) van de
Raad van Europa, en de anti-corruptie werkgroep van de G20. Binnen deze gremia worden
gemeenschappelijke standaarden in de vorm van anti-corruptieverdragen en best practices geformuleerd.
Vraag 9
Deelt u de analyse dat Nederlandse bedrijven actief betrokken zijn bij de mijnbouw
in risicogebieden, zoals DR Congo? Zo nee, waarom niet? Zo ja, kan u dan inzicht geven
in het aantal Nederlandse bedrijven actief in de mijnbouw in risicogebieden, de omvang
van hun investeringen en de bijbehorende risico’s?
Antwoord 9
De Rijksoverheid heeft geen overzicht van de gevraagde informatie. Sinds 2021 gelden
verplichtingen voor bedrijven in Nederland die onder de Europese conflictmineralenverordening
vallen. Deze voorziet in wettelijke gepaste zorgvuldigheidsverplichtingen voor Europese
importeurs die boven een bepaalde drempelwaarden tin, tantaal, wolfraam en goud (3TG)
importeren. Deze Verordening ziet toe op de controle op handel in 3TG met als doel
om bij te dragen aan het tegengaan van de financiering van gewapende groepen en mensenrechtenschendingen.
Hoewel de Verordening niet landen-specifiek is bestaat er onder de Verordening wel
een lijst van conflict- en hoog risicogebieden, opgesteld door onafhankelijke externe
experts (CAHRA-gebieden: Conflict Affected and High-Risk Areas). In de meest recent gepubliceerde rapportage van de inspectie Leefomgeving en Transport
(ILT) over het toezicht op de conflictmineralenverordening5 staat vermeld dat er in 2023 in Nederland geen enkele import direct afkomstig was
uit een conflict- of hoog risicogebied.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
A. de Vries, staatssecretaris van Buitenlandse Zaken -
Mede namens
F. van Oosten, minister van Justitie en Veiligheid
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.