Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op van de leden Van Groningen en Veltman-Kamp over de aanpak van lawaaibakken en verkeersaso’s
Vragen van de leden Van Groningen en Veltman (beiden VVD) aan de Minister van Infrastructuur en Waterstaat over de aanpak van lawaaibakken van verkeersaso’s (ingezonden 28 oktober 2025).
Antwoord van Minister Tieman (Infrastructuur en Waterstaat), mede namens de Minister
van Justitie en Veiligheid (ontvangen 8 december 2025). Zie ook Aanhangsel Handelingen,
vergaderjaar 2025–2026, nr. 384
Vraag 1
Bent u bekend met de TNO-studie1, waaruit blijkt dat zogenoemde «lawaai-flitspalen» technisch en juridisch haalbaar
zijn, mits de wetgeving wordt aangepast?
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Deelt u de constatering dat geluidsoverlast door dit soort voertuigen en hun berijders
tot grote ergernis, onveiligheidsgevoelens en slapeloze nachten leidt, met name in
stedelijke gebieden zoals Rotterdam en Amsterdam?
Antwoord 2
Ja, waarbij ik wil opmerken dat onnodige of overmatige geluidproductie door motorvoertuigen
in het algemeen als hinderlijk wordt ervaren, ook buiten stedelijke gebieden. Geluidoverlast
kan leiden tot slaapverstoring, negatieve gezondheidseffecten en verminderde leerprestaties,
wat maakt dat geluidoverlast serieus de aandacht van het ministerie heeft.
Vraag 3
Klopt het dat geluid momenteel geen verkeersovertreding is onder de Wegenverkeerswet,
en dat daardoor handhaving onmogelijk is?
Antwoord 3
Op grond van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV), artikel 57, is
het verboden om onnodig geluid te produceren met een voertuig. Op grond van artikel
31 RVV is het verboden om onjuiste of onnodige signalen te geven. De handhaving op
deze overtredingen vindt plaats door de politie of een bijzonder opsporingsambtenaar
(boa), in veel gevallen op basis van een goede waarneming en omschrijving van het
overlastgevende element in het geconstateerde gedrag.
Ten aanzien van geluidproductie door motorvoertuigen geldt daarnaast dat geluidnormen
per voertuig zijn bepaald via een stelsel van toelatingskeuringen voor voertuigen
en onderdelen. Voor een uitgebreide uiteenzetting van dit stelsel wordt verwezen naar
Kamerstuk 36 200-A, nr. 11.
Op grond van de wegenverkeerswet (artikel 21) is het verboden om motorvoertuigen zonder
typegoedkeuring op de weg te gebruiken of om niet-gekeurde onderdelen op motorvoertuigen
te gebruiken. Modificatie of manipulatie van gekeurde onderdelen valt hier ook onder,
omdat daarmee het voertuig zodanig is aangepast dat het niet meer onder de typegoedkeuring
valt.
Vraag 4
In hoeverre heeft u overwogen de wet aan te passen zodat het wel juridisch haalbaar
wordt voor gemeenten om verkeersaso’s met hun knetterende uitlaten en ronkende motoren,
naast verkeershandhaving op snelheid, alcohol en roodlicht, op hun gedrag aan te pakken?
Antwoord 4
Gemeenten zijn al bevoegd om hier op te handhaven. De boa’s van de gemeenten mogen
hier op handhaven, op grond van de Algemene Plaatselijke Verordening APV (als dat
in de APV is opgenomen) en op basis van het RVV. Voor digitale handhaving is vooraf
toestemming van het Openbaar Ministerie vereist. Voor handhaving van de geluidproductie
op basis van voertuigregelgeving is de politie bevoegd.
Vraag 5
Welke juridische en privacy aspecten moeten worden opgelost om dergelijke systemen
verantwoord in te zetten?
Antwoord 5
Het is aan gemeenten die de geluidsflitspalen willen inzetten, om in een plan uit
te werken hoe deze paal conform de technische eisen ingezet kan worden, welke gegevensuitwisseling
daarvoor noodzakelijk is, hoe dat zal worden ingeregeld en welke eventuele juridische
en privacyaspecten moeten worden opgelost.
Op basis van dit plan van aanpak kan het Openbaar Ministerie (OM) bekijken of er voor
de digitale handhaving toestemming kan worden gegeven.
Het zal naar verwachting vooral lastig zijn om objectief te kwantificeren wat «onnodig
geluid» is. Een menselijke beoordeling (eventueel met behulp van techniek) lijkt daarvoor
noodzakelijk. Daarnaast is het van belang dat de palen voldoende betrouwbaar meten
en het geluid ook aan het juiste voertuig kunnen koppelen. Het constateren dat een
voertuig zijn maximale geluidnorm overschrijdt kan alleen met een wettelijk voorgeschreven
geluidmeting langs de weg. Hiervoor is op dit moment geen alternatieve normstelling
of meetmethode beschikbaar. In het antwoord op vraag 8 wordt ingegaan op ontwikkelingen
die ertoe kunnen leiden dat dit in de toekomst wel mogelijk wordt.
Vraag 6
Welke stappen zijn er sinds publicatie van het TNO-onderzoek gezet om de noodzakelijke
wetswijzigingen voor te bereiden?
Antwoord 6
Voor de handhaving op basis van artikel 31 RVV (onnodig claxonneren) of artikel 57
RVV (onnodig geluid produceren met een voertuig) is geen wetswijziging noodzakelijk.
Voor constateren van manipulatie of modificatie van onderdelen zijn ontwikkelingen
in internationale regelgeving van belang. Deze vergen geen wijziging van nationale
regelgeving. Zie hiervoor ook het antwoord op vraag 12.
Vraag 7
Kan de Kamer hier een tijdlijn van ontvangen?
Antwoord 7
Aangezien er geen wetswijziging in gang is gezet, is het ook niet mogelijk hiervan
een tijdlijn aan de Kamer te sturen.
Vraag 8
Bent u voornemens om samen met de politie te onderzoeken of de gegevens uit lawaaiflitsers
kunnen worden gekoppeld aan bestaande handhavingsmiddelen, zoals kentekenregistratie
of geluidmetingen bij keuringen zoals bij de APK (RDW)?
Antwoord 8
De afgelopen jaren zijn er in Nederland verschillende lawaaiflits-experimenten uitgevoerd
waarin zowel gekeken is naar manipulatie en modificatie van uitlaatsystemen (overtreding
van artikel 21 van de wegenverkeerswet) als naar specifiek ongewenst gebruik met geluidsoverlast
tot gevolg (artikel 57 RVV en artikel 31 RVV) of een combinatie daarvan.
Sommige lawaaiflitsers zijn technisch in staat om het toerental en de geluidproductie
van individuele voertuigen te kunnen onderscheiden. Aan de hand van (openbaar beschikbare)
data van het kentekenregister bleek in te schatten wat de geluidproductie door dat
voertuig is en of dat als excessief te bestempelen is. Dit is echter niet voldoende
om geautomatiseerd te kunnen handhaven, omdat deze geluidproductie vrijwel altijd
binnen de maximumnorm voor dat voertuig blijft en uit een foto niet is vast te stellen
dat het geluid onnodig was.
Bij doorgeleiding naar de Dienst Wegverkeer (RDW) voor technisch vervolgonderzoek
vanwege vermoeden van manipulatie en modificatie heeft de eigenaar de mogelijkheid
om de modificatie voorafgaand aan het vervolgonderzoek weer ongedaan te maken, waardoor
deze weg minder effectief is en niet verder onderzocht wordt. In internationaal verband
wordt gewerkt aan vervolg op de bovengenoemde onderzoeken naar een betrouwbare, technische
en juridische houdbare geluidsmeting langs de weg om de handhaving op manipulatie
of overschrijding van de maximale geluidnorm te ondersteunen.
Vraag 9
Hoe verhoudt automatische geluidsregistratie zich tot de privacywetgeving (AVG), met
name als kentekens ook worden geregistreerd?
Antwoord 9
Zoals ook in het antwoord op vraag 5 is aangegeven, is het aan de gemeenten om uit
te werken hoe de inzet van deze palen conform de privacywetgeving ingeregeld kan worden.
Als dit op een juiste manier gebeurt, hoeft de AVG het gebruik van dergelijke palen
niet in de weg te staan. Er bestaan nu immers ook al andere vormen van geautomatiseerde
handhaving op kenteken door gemeenten (handhaving op geslotenverklaringen). Of er
een aanvullende juridische grondslag voor de benodigde gegevensuitwisseling nodig
is voor de inzet van deze palen, hangt af van hoe de gegevensuitwisseling precies
ingeregeld wordt. Dit moet onderdeel zijn van het plan van aanpak van gemeenten waar
in het antwoord op vraag 5 al naar is verwezen.
Vraag 10
Bent u bereid samen met het Openbaar Ministerie te verkennen hoe bewijs uit lawaaiflitsers
juridisch houdbaar kan worden gemaakt in boete procedures?
Antwoord 10
Zoals ook in het antwoord op vraag 5 aangegeven, is het aan de gemeenten om een goed
plan uit te werken voor de inzet van dergelijke flitspalen. Vervolgens kan dit plan
van aanpak aan het Openbaar Ministerie worden voorgelegd om goedkeuring te krijgen
voor de digitale handhaving. Indien wordt gekozen voor bestuursrechtelijke handhaving
heeft het Openbaar ministerie alleen een rol ten aanzien van het geven van toestemming
voor digitale handhaving.
Aangezien het hierbij gaat om de aanpak van overlast door geluidhinder en niet om
verkeersveiligheid ziet het Openbaar Ministerie, die prioriteit geeft aan verkeersveiligheid,
geen primaire rol voor zichzelf in de handhaving hierop.
Overigens gaat het bij geluidsoverlast door motorvoertuigen veelal om een beperkte
groep overtreders. Een dadergerichte aanpak werkt hierbij over het algemeen goed.
Deze bestaat uit meer elementen dan het opleggen van een boete, al dan niet met behulp
van een flitspaal.
Vraag 11
Ziet u, gezien het feit dat in 2023 er al diverse pilots zijn gedaan in bijvoorbeeld
Rotterdam en Amsterdam en het probleem sindsdien niet minder is geworden, mogelijkheden
om parallel aan het wetgevingstraject alvast proefprojecten met beboeting te starten
onder bijvoorbeeld experimenteerwetgeving verkeersveiligheid?
Antwoord 11
Zoals aangegeven is er vooralsnog geen wetswijziging nodig om gemeenten hierop bestuursrechtelijk
te laten handhaven met behulp van een flitspaal. Het is aan gemeenten om de handhaving
hierop vorm te gaan geven op een juiste en betrouwbare wijze. Zoals in het antwoord
op 5 aangegeven zal dit naar verwachting lastig zijn, maar andere wet- of regelgeving
lost dit probleem niet op.
Vraag 12
Kunt u toelichten, omdat recent in Europa nieuwe regels zijn vastgesteld die het verwijderen
of manipuleren van zogeheten dB-killers in uitlaten expliciet verbieden2, hoe deze regels in Nederland worden gehandhaafd?
Antwoord 12
Per 26 september 2025 is een wijziging van Reglement 92 van de VN-ECE (Europese Commissie
voor Europa van de Verenigde Naties) in werking getreden. De VN-ECE is een internationaal
orgaan waarin technische eisen aan voertuig(onderdelen) worden vastgesteld. Deze Reglementen
vormen de basis voor Europese en nationale voertuigregelgeving. Reglement 92 gaat
over de goedkeuringseisen van vervangingsuitlaten voor snor-, brom- en motorfietsen.
De systematiek van dergelijke VN-ECE Reglementen is dat goedkeuringen op basis van
de oude regelgeving nog ten hoogste drie jaar blijven gelden. Dat betekent dat onderdelen
op basis van oude goedkeuringen geleidelijk aan verdwijnen.
De recente wijziging stelt heel expliciet eisen aan «anti-tampering» (maatregelen
tegen illegale manipulatie). Zo moeten nieuwe uitlaten één geheel vormen met de geluiddemper,
zodat verwijderbare dB-killers niet meer mogelijk zijn. Daarnaast moet de uitlaat
zo zijn ontworpen dat onwettige modificatie en manipulatie zichtbare (schade) sporen
achterlaat. Dit moet handhaving in de praktijk vereenvoudigen, omdat modificatie en
manipulatie door deze regelgeving beter zichtbaar worden.
Wanneer een onderdeel wordt gemodificeerd of gemanipuleerd dan voldoet het voertuig
niet langer aan de goedkeuring, wat een strafbaar feit is (op grond van artikel 21
van de wegenverkeerswet en de eisen uit de Regeling voertuigen). Het gaat hierbij
niet om geluidproductie, maar om het (illegaal) modificeren of manipuleren van voertuig(onderdelen)
-en daarmee het gebruik op de weg. Aangezien handhaving hierop via visuele controle
kan plaatsvinden, is de constatering dat een onderdeel is aangepast veelal voldoende
voor een vermoeden van illegale modificatie.
Vraag 13
Kunt u aangeven in hoeverre garages, importeurs en after-marktaanbieders hierop worden
gecontroleerd?
Antwoord 13
Op 21 november 2022 is in reactie op twee petities een brief met uiteenzetting van
de voertuigregelgeving en geluidproductie aan de Kamer gestuurd (Kamerstukken 36 200-A, nr. 11).
Naar aanleiding daarvan heeft de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) in 2024
met betrekking tot (niet-originele) geluiddempers motorfietsen een project uitgevoerd.
De aangetroffen typegoedgekeurde uitlaten bij aanbieders van vervangingsonderdelen
(aftermarket) voldeden aan de typegoedkeuring. Er zijn geen andere meldingen ontvangen
over niet-conforme uitlaten.
Vraag 14
Acht u het wenselijk dat deze Europese lijn, gericht op het voorkomen van manipulatie
aan de bron, wordt gekoppeld aan nationale handhaving, bijvoorbeeld via de RDW (Dienst
Wegverkeer)/keuring en toezicht op import, zodat lawaaiflitsers straks niet alleen
registreren maar er ook minder illegale uitlaten op straat verschijnen? Zo ja, op
welke wijze?
Antwoord 14
Zoals ook in het antwoord op vraag 12 is aangegeven, is de nieuwe internationale regelgeving
gericht op het tegengaan van modificatie of manipulatie van goedgekeurde onderdelen.
Enerzijds gebeurt dat door de eisen aan de constructie, waarmee verwijderbare dB-killers
nooit meer legaal kunnen zijn. Anderzijds is de pakkans groter, omdat een visuele
controle langs de weg in veel gevallen genoeg is om te constateren dat een uitlaat
gemodificeerd of gemanipuleerd is. Dit leidt ertoe dat goedwillende partijen, zoals
fabrikanten, importeurs, dealers, garages en consumenten die op bonafide wijze werken
er van op aan kunnen dat zij goedgekeurde onderdelen op goedgekeurde voertuigen gebruiken,
waarmee het juist lastig is om nieuwe illegale vervangingsonderdelen te gebruiken.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
R. Tieman, minister van Infrastructuur en Waterstaat -
Mede namens
F. van Oosten, minister van Justitie en Veiligheid
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.