Lijst van vragen : 36850-XXIII Verslag houdende een lijst van vragen inzake Wijziging van de begrotingsstaat van het Ministerie van Klimaat en Groene Groei (XXIII) voor het jaar 2025 (wijziging samenhangende met de Najaarsnota)
2025D50682 VERSLAG HOUDENDE EEN LIJST VAN VRAGEN
De vaste commissie voor Klimaat en Groene Groei, belast met het voorbereidend onderzoek
van dit wetsvoorstel, heeft de eer verslag uit te brengen in de vorm van een lijst
van vragen.
De fungerend voorzitter van de commissie,
Kröger
De griffier van de commissie,
Nava
Nr
Vraag
1
Kunt u de kas- en verplichtingenreeksen van artikel 31 nader uitsplitsen naar de belangrijkste
instrumentcategorieën (subsidies, leningen, garanties, investeringsbijdragen en opdrachten)
voor de jaren 2026–2030 en de afwijkingen ten opzichte van de begroting 2025 toelichten?
2
Kunt u per maatregel die vanuit het Klimaatfonds naar de KGG-begroting is overgeheveld
(o.a. 496,6 miljoen euro voor IKC-ETS, 793,5 miljoen euro voor het Nationaal Isolatieprogramma,
368,6 miljoen euro voor de stimulering van hybride warmtepompen, 948 miljoen euro
voor problematiek Wind op Zee, 212 miljoen euro voor elektrolyse 500–1.000 megawatt
(MW), 195 miljoen euro voor WarmtelinQ, 174,5 miljoen euro voor de garantieregeling
warmte en 162 miljoen euro voor gebiedsinvesteringen) specificeren welke activiteiten
worden gefinancierd, wat de onderliggende kostenramingen zijn, welke tijdschema’s
gelden en welke prestaties (bijvoorbeeld CO2-reductie of MW’s infrastructuur) worden beoogd?
3
Waarom zijn er terugboekingen van middelen naar het Klimaatfonds voor Demo 1 (€ 274
miljoen), de Versnelde klimaatinvesteringen industrie (VEKI) (77 miljoen euro), de
nieuwbouw van kerncentrales (3 miljoen euro), bedrijfsduurverlenging van kerncentrale
Borssele (0,4 miljoen euro) en Cluster 6 (0,8 miljoen euro)? Hoe wordt gewaarborgd
dat deze middelen tijdig beschikbaar zijn voor de betreffende projecten?
4
Kunt u een overzicht geven van alle kasschuiven in de KGG-begroting voor de periode
2025–2030 (inclusief voor VEKI, Nationale Investeringsregeling Klimaatprojecten Industrie
(NIKI), waterstof en NieuweWarmteNu!) en toelichten welke vertragingen of herfaseringen
in projecten hieraan ten grondslag liggen?
5
Kunt u per SDE/SDE+/SDE++-regeling aangeven wat het geraamde bedrag aan afgegeven
beschikkingen en de verwachte kasuitloop is voor 2025–2030 (Tabel 12), inclusief aannames
over energieprijzen en ETS-prijzen en de verwachte CO2-reductie per euro subsidie?
6
Hoeveel kost de SDE++ per vermeden ton CO2 in 2026 per geïnvesteerde euro en hoe verhouden deze kosten zich tot alternatieve
instrumenten, zoals ETS-heffing, normering of fiscale prikkels?
7
Kunt u voor de posten «flankerend beleid WOZ» en «structurele kosten WOZ» specificeren
welke activiteiten en onderzoeken hieruit worden gefinancierd, hoe deze zich verhouden
tot de 21-GW-routekaart en welke resultaten worden verwacht?
8
Kunt u aangeven aangeven welke kosten met de jaarlijkse subsidie van 181 miljoen euro
aan TenneT exact worden afgedekt, tot welk jaartal het bedrag van 4 miljard euro is
berekend, wanneer er een evaluatie plaatsvindt vindt van deze kosten en welke financiële
risico’s voor de Staat bestaan, gezien TenneT een 100% staatsdeelneming is?
9
Hoeveel woningen en bedrijven kunnen worden ondersteund met de 509 miljoen euro dat
voor de Investeringssubsidie duurzame energie en energiebesparing (ISDE) beschikbaar
is, welk deel is bedoeld voor warmtepompen, isolatie en overige maatregelen, hoe wordt
dubbele subsidie (met bijvoorbeeld het Nationaal Isolatieprogramma) voorkomen en wat
is de gemiddelde subsidie per maatregel?
10
Kunt u voor Carbon Capture and Storage (CCS) aangeven welke grootschalige projecten
worden ondersteund, wat de kosten per ton afgevangen CO2 zijn, hoe de balans is tussen subsidiebedragen (SDE++) en private investeringen en
hoe het programma ACT binnen het Europese Clean Energy Transition Partnership (CETP)
wordt gefinancierd?
11
Wanneer wordt het toetsingskader voor de Garantieregeling Warmtenetten aan de Kamer
voorgelegd en welke kernvoorwaarden (bijvoorbeeld solvabiliteitseisen, looptijd, premiehoogte)
worden in de garantie-overeenkomsten opgenomen? Hoe verhouden de garanties voor warmtenetten
(totaal 174,5 miljoen euro) zich tot de verwachte investeringstekorten in de warmtesector
en hoe wordt voorkomen dat publieke risico’s ontstaan wanneer warmtebedrijven onverhoopt
in financiële problemen komen?
12
Kunt u aangeven hoeveel middelen in totaal aan Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie
en Klimaat-projecten (MIEK) zijn toegekend, welke projecten als «nationaal MIEK» zijn
aangemerkt, hoe de selectie tot stand kwam en welke doorlooptijden en risico’s worden
voorzien?
13
Kunt u uitsplitsen welke regio’s profiteren van gebiedsinvesteringen van 162 miljoen
euro voor aanlanding van netten op zee, welke maatregelen (bijvoorbeeld infrastructuur,
leefbaarheidsprojecten) worden gefinancierd en welke afspraken met medeoverheden zijn
gemaakt over cofinanciering?
14
Kunt u toelichten waarom de bedragen voor de vultaak van gasopslagen Bergermeer en
PGI Alkmaar is (155 miljoen euro gereserveerd voor 2025–2026) en voor Norg en Grijpskerk
(518 miljoen euro voor 2026–2027) nodig zijn, hoe de subsidie wordt berekend (gebaseerd
op gasprijs, opslagkosten en gebruiksvolume) en hoe het risico van overcompensatie
en marktontregeling wordt voorkomen? Met welke heffing en vanaf welk tarief wordt
de gasleveringszekerheidheffing geïntroduceerd om de kosten van de vulmaatregelen
te verhalen op gebruikers? Wordt geborgd dat deze heffing niet leidt tot lastenverzwaring
voor huishoudens en midden- en kleinbedrijf (mkb)?
15
Kunt u een overzicht geven van alle uitstaande leningen, deelnemingen en garanties
binnen artikel 31 (o.a. aan NRG, EBN, ECN, Solarge, CCS-project Aramis) met informatie
over doel, hoofdsom, rentepercentage, looptijd, uitstaande saldo en terugbetalingsschema?
16
Kunt u uiteenzetten hoe groot het veilingvolume (aantal ETS- en ETS-2-rechten) per
jaar is en hoe de opt-in van de glastuinbouw dit volume beïnvloedt, de keuze voor
de prijsassumptie van 45 euro per ton CO2 toelichten, inclusief een gevoeligheidsanalyse voor hogere of lagere prijzen en aangeven
hoe onzekerheden in prijs en volume worden opgevangen en wat dit betekent voor de
inzet van ETS-middelen en de begroting van het Klimaatfonds?
17
In de raming van de gasontvangsten (Tabel 14) is de gasprijs teruggebracht van 40,3
eurocent/m3 in 2025 naar 23,9 eurocent/m3 in 2030; welke marktvooruitzichten zijn gebruikt voor de raming van de gasontvangsten
(de gasprijs teruggebracht van 40,3 eurocent/m3 in 2025 naar 23,9 eurocent/m3 in 2030), welke scenario’s (hoog/laag) zijn doorgerekend en wat zijn de gevolgen
voor de ontvangsten uit de Mijnbouwwet?
18
Kunt u uiteenzetten hoe de subsidies voor duurzame elektriciteitsproductie op de BES-eilanden
worden ingezet, welke projecten worden ondersteund en hoe de extra 1 miljoen euro
wordt gebruikt om het vaste elektriciteitstarief te verlagen?
19
Kunt u toelichten hoe het bedrag per vermeden ton CO2 wordt berekend voor de verlenging van IKC-ETS, hoeveel bedrijven hiervan gebruikmaken
en welke alternatieve opties voor het verlagen van indirecte kosten in de ETS zijn
verkend?
20
Gezien de overheveling € 793,5 miljoen euro voor het Nationaal Isolatieprogramma naar
de KGG-begroting, kunt u inzicht bieden in de verwachte aantallen woningen die worden
geïsoleerd, de verdeling van middelen per doelgroep (koop/huur, lage inkomens) en
de geplande monitoring van energiebesparing?
21
Hoeveel hybride warmtepompen worden beoogd met overheveling 368,6 miljoen euro voor
de stimulering van hybride warmtepompen in bestaande bouw, hoe verhouden de subsidiebedragen
zich tot marktprijzen en welke effecten op de elektriciteitsvraag en netcongestie
worden voorzien?
22
Kunt u toelichten hoe de 212 miljoen euro voor de ontwikkeling van 500–1.000 MW elektrolysevermogen
wordt verdeeld over projecten, welke tender- of subsidievoorwaarden gelden, en hoe
dit past in het doel om in 2030 ten minste X GW elektrolysevermogen te realiseren?
23
Kunt de stand van zaken (gereedheidsniveau, vergunningen, bekostiging) en de fasering
van het warmtetransportnetwerk WarmtelinQ uiteenzetten en toelichten welke afspraken
met GasUnie of andere partijen zijn gemaakt over risico’s en rendementen?
24
Kunt u aangeven welke middelen beschikbaar zijn voor kennisontwikkeling, opleiding
en veiligheidsmaatregelen in het kader van de voorbereiding van nieuwe kerncentrales
en de bedrijfsduurverlenging van Borssele?
25
Hoeveel middelen zijn in 2025–2027 beschikbaar via de KGG-begroting en het Klimaatfonds
voor de voorbereiding van nieuwe kerncentrales (vergunningen, locatieonderzoek, omgevingsstudies)?
Hoe wordt samengewerkt met de provincies (via de DU «Voorbereiding bouw kerncentrales»)
en met welke planning houdt u rekening?
26
Welke aanpassingen in wet- en regelgeving zijn nodig om de veiling van ETS-2-rechten
(voor gebouwde omgeving, transport e.d.) tijdig te laten starten in 2027, hoe worden
de opbrengsten toebedeeld tussen Rijk en medeoverheden en welke instrumenten worden
ingezet om eventuele prijsvolatiliteit op te vangen?
27
Kunt u aangeven welke onderdelen van artikel 31 nog beleidsmatig vrij inzetbaar zijn,
hoe groot de ruimte voor nieuw beleid is in 2026 en welke mechanismen bestaan om bij
tegenvallers te herprioriteren?
28
Gezien de grote rol van IenW, LVVN, VRO en provincies bij wind op zee, WarmtelinQ
en gebiedsinvesteringen, kunt u uiteenzetten hoe de financiële verantwoordelijkheden
zijn verdeeld, welke afspraken er zijn over cofinanciering en hoe u het risico op
hiaten in de uitvoering voorkomt?
29
Kunt u toelichten hoe de subsidies voor de elektriciteitsbedrijven op de BES-eilanden
worden vastgesteld, hoe de kostprijs van elektriciteit zich verhoudt tot Europees
Nederland en welke langetermijnstrategie wordt gehanteerd om de eilanden energieonafhankelijk
te maken?
30
Gezien de lening aan EBN voor de vultaak gasopslag in 2027 wordt terugbetaald, kunt
u toelichten welke rente en aflossingsvoorwaarden gelden, hoe het renterisico wordt
afgedekt en of er een staatsgarantie is afgegeven?
31
Aangezien de gaswinning uit het Groningenveld volledig is beëindigd (raming 0 Nm3 vanaf 2025), welke maatregelen worden getroffen om de resterende kleine velden te
stimuleren?
32
Door de wijziging van de IJmuiden Ver Beta-vergunning wordt een ontvangstenderving
van 400 miljoen euro verwacht die wordt gedekt door verlaging van een Klimaatfondsmaatregel
en dekking uit de SDE-regeling. Kunt u toelichten of dit soort gewijzigde tenders
vaker zullen voorkomen, en wat de gewijzigde voorwaarden zijn en zullen zijn?
33
Op welke wijze verhoudt de inzet op het terugdringen van de Nederlandse klimaat-,
land- en watervoetafdruk zich tot het vervallen van de ambitie om de Nederlandse ecologische
voetafdruk in 2050 te halveren?
34
Op welke wijze verhoudt de ambitie om in 2050 een volledig circulaire economie te
realiseren zich tot het vervallen van de ambitie om de Nederlandse ecologische voetafdruk
in 2050 te halveren?
35
Kunt u de stand van het SCAN-project voor geothermie toelichten, met een tijdlijn
voor aanvullende seismische onderzoeken en een overzicht van toekomstige boringen?
Welke investeringsbeslissingen liggen ten grondslag aan de ruim 165 miljoen euro in
2026 en 102 miljoen euro in 2027 die voor het opschalingsinstrument waterstof en de
opslagprojecten zijn gereserveerd, welke opslagcapaciteit wordt gerealiseerd en wat
is het voorziene tijdpad tot ingebruikname?
Kunt u voor de IPCEI-waterstofprojecten per ronde specificeren hoeveel projecten zijn
ingediend, welke selectiecriteria gelden, hoe aansluiting wordt gezocht bij Europese
staatssteunkaders en hoe de nationale cofinanciering is geregeld?
36
Kunt u aangeven of de additionele 10 mln. euro die aan het Ministerie van VRO is toegekend
voor de Stimuleringsregeling Aardgasvrije Huurwoningen (SAH) voldoende is om aan de
huidige, overtekende subsidievraag te voldoen? Worden met dit budget alle ingediende
aanvragen gehonoreerd en wat is de huidige stand van zaken van deze regeling ook als
het gaat om het realiseren van de beleidsdoelen van het Ministerie van KGG?
37
Kunt u, uitgesplitst per regeling, inzichtelijk maken wat er gebeurt met de Klimaatfondsmiddelen
op de departementale begroting van KGG die niet tot besteding komen in 2025?
38
Hoeveel van de middelen die niet zijn uitgegeven uit het Klimaatfonds schuiven door
naar latere jaren?
39
Hoeveel van de middelen die niet zijn uitgegeven uit het Klimaatfonds vloeien terug
naar het Klimaatfonds?
40
Hoeveel van de middelen die niet zijn uitgegeven uit het Klimaatfonds worden ingezet
voor andere doeleinden en wat zijn deze?
41
Wat zijn de consequenties van het niet uitputten van de Klimaatfondsmiddelen in 2025
voor het resultaat van de subsidies en regelingen die het betreft?
42
Wat zijn de consequenties van de onderbesteding van de Klimaatfondsmiddelen voor het
behalen van de klimaatdoelen en de voortgang van de energietransitie?
43
Zijn er in het Klimaatfonds middelen gereserveerd voor mogelijke rechtszaken tegen
de staat op het gebied van klimaat? Zo ja, waaruit wordt dit gedekt? Zo nee, staan
er elders op de begroting middelen gereserveerd hiervoor?
44
Kunt u toelichten wat onder de «government support package» de budgettaire gevolgen
zijn voor de begroting van het ministerie als de geraamde 15 miljard euro per kerncentrale
hoger uitvalt?
45
Kunt u inzicht geven in de effecten op de staatsschuld wanneer 60% van de financiering
van nieuwe kerncentrales via een staatslening tegen 0% rente wordt verstrekt?
46
Kan uit het vrijgemaakte budget voor de gemeente Borssele worden afgeleid dat u voorsorteert
op Borssele als locatie voor de twee nieuwe kerncentrales?
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
S.C. Kröger, voorzitter van de vaste commissie voor Klimaat en Groene Groei -
Mede ondertekenaar
D.S. Nava, griffier
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.