Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Mutlüer over de structurele overlast van groepen jongeren in Heemskerk en Beverwijk
Vragen van het lid Mutluer (GroenLinks-PvdA) aan de Minister van Justitie en Veiligheid over de structurele overlast van groepen jongeren in Heemskerk en Beverwijk (ingezonden 21 oktober 2025).
Antwoord van Minister Van Oosten (Justitie en Veiligheid) (ontvangen 8 december 2025).
Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 378
Vraag 1
Kent u het bericht «Groepen jongeren veroorzaken al jaren overlast in Heemskerk en
Beverwijk, dit is wat er speelt»?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Is het waar dat Beverwijk en Heemskerk al jaren te maken hebben met ernstige jeugdoverlast?
Zo ja, deelt u dan de mening dat er sprake is van een structureel probleem en niet
van een aantal losstaande incidenten? Zo nee, wat is er dan niet waar?
Antwoord 2
De geregistreerde meldingen «overlast door jeugd» door de politie laten voor Beverwijk
over een periode van vijf jaren een significante daling zien.2 Van 434 meldingen in 2020, naar 445 meldingen in 2021, naar 340 meldingen in 2022,
naar 283 meldingen in 2023 en 341 meldingen in 2024. In de gemeente Heemskerk is eveneens
een significante daling te zien over een periode van vijf jaren van de geregistreerde
meldingen. Van 468 meldingen in 2020, naar 513 meldingen in 2021, naar 375 meldingen
in 2022, naar 285 meldingen in 2023 en 192 meldingen in 2024. Dit laat onverlet dat
(een deel van) deze meldingen ernstig kan zijn.
Vraag 3 en 4
Beschikt u over gegevens of andere aanwijzingen dat gemeenten zoals Beverwijk en Heemskerk
te maken met hebben met bovengemiddeld veel sociaaleconomische problemen waaronder,
naast meer jeugdoverlast, tevens een krappere woningmarkt, verhoudingsgewijs lage
inkomens of hogere werkloosheid?
Wat is de score voor de sociaaleconomische status van gemeenten, wijken en buurten
(CBS SES-WOA) voor gemeenten, wijken en buurten in de IJmond?
Antwoord 3 en 4
Het landelijke en openbare dashboard «Zicht op wijken» laat zien dat de gemeenten
Beverwijk en Heemskerk in vergelijking met andere gemeenten geen bovengemiddelde problematiek
kennen op het gebied van sociale- en veiligheidsproblematiek zoals jeugdoverlast,
lage inkomens of hogere werkloosheid dan wel krapte op de woningmarkt.3
De CBS SES-WOA score is een indicator voor de sociaaleconomische status op basis van
welvaart, opleidingsniveau en recent arbeidsverleden. De score is zo opgebouwd dat
het landelijke gemiddelde op 0 staat. De CBS SES-WOA van Beverwijk (0.03) ligt lager
dan die van Heemstede (0.32). Daarmee liggen beide plaatsen boven het landelijke gemiddelde.4
Vraag 5
Deelt u de mening dat er naast noodmaatregelen om de acute onrust te bestrijden en
de daders aan te pakken er ook een bredere samenhangende aanpak nodig is om sociaaleconomische
uitdagingen in de IJmondgemeenten het hoofd te bieden? Zo ja, waarom? Zo nee, waarom
niet?
Antwoord 5
Jeugdoverlast kan een grote invloed hebben op de ervaren veiligheid in de buurt en
op school. De verantwoordelijkheid voor de aanpak van overlast ligt bij de lokale
driehoek. De burgemeester is het bevoegd gezag als het gaat om openbare orde en veiligheid.
De afweging voor het stellen van prioriteiten op basis van de plaatselijke problematiek
en incidenten wordt gemaakt binnen deze lokale driehoek. Voor een effectief lokaal
antwoord op jeugdoverlast is het belangrijk om een samenhangende aanpak te hebben
waarbij wordt samengewerkt met organisaties uit het zorg- en sociaal domein. Zo worden
preventieve en repressieve maatregelen op elkaar afgestemd en wordt er gericht geïntervenieerd.
Vraag 6 en 7
Deelt u de mening dat er behalve voor de grotere steden ook voor kleinere gemeenten
in een regio zoals de IJmondgemeenten waar sprake is van een structureel slechte sociaaleconomische
situatie ondersteuning vanuit het Rijk mogelijk zou moeten zijn? Zo ja, hoe gaat u
hiervoor zorgen? Zo nee, waarom niet?
Deelt u de mening dat een dergelijke regio ook als een kwetsbaar gebied in het kader
van Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid (NPLV) aangewezen zou moeten kunnen
worden? Zo ja, waarom en hoe gaat u hiervoor zorgen? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 6 en 7
Het Rijk heeft verschillende programma’s die zich (ook) inzetten voor kleinere gemeenten
waar problematiek is ten aanzien van de leefbaarheid, bestaanszekerheid en veiligheid.
Voorbeelden hiervan zijn de Regio Deals en het Nationaal Programma Vitale Regio’s.
In de Regio Deals staat het verbeteren van het leven, wonen en werken van inwoners
en ondernemers centraal. Dit gebeurt vanuit een brede integrale blik. Naast het versterken
van de economie gaat het ook om het verbeteren van het welzijn van mensen en de leefbaarheid
binnen een regio. De zesde en laatste tranche is dit jaar verdeeld.5
Het Nationaal Programma Vitale Regio’s zet zich in om onwenselijke achterstanden die
inwoners in bepaalde regio’s ervaren op onder andere het gebied van wonen, zorg, onderwijs
en inkomen te verkleinen. Hier ziet het kabinet dat meerjarige inzet nodig is. Op
dit moment wordt hard gewerkt aan de interbestuurlijke plannen met 11 regio’s.6
Naast de gemeenten met een stedelijk focusgebied wordt op basis van het Nationaal
Programma Leefbaarheid en Veiligheid ook ondersteuning geboden aan andere gemeenten
bij het bevorderen van kansengelijkheid, leefbaarheid en veiligheid in kwetsbare wijken
en gebieden. Iedere gemeente in Nederland die een integrale aanpak wil inzetten op
een concentratie van maatschappelijke problemen binnen een specifiek gebied, kan gebruik
maken van de producten en diensten die vanuit het programma worden ontwikkeld en via
het kennis- en leernetwerk van WijkWijzer beschikbaar komen. In samenspraak tussen
adviseurs van het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid en de gemeente wordt
(zoveel mogelijk samen met andere relevante lokale partijen) een passend arrangement
georganiseerd, waarbij de vraag vanuit de gemeente centraal staat. De basis van waaruit
activiteiten plaatsvinden is WijkWijzer, het platform voor kennisuitwisseling tussen
beleidsmakers, wijkprofessionals en actieve bewoners.7
Ik begrijp dat betrokken gemeenten de ambitie hebben om hun weerbaarheid te verhogen
en juich dat ook toe. Het is de realiteit dat niet alle gemeenten in Nederland aanvullend
financieel kunnen worden ondersteund. Des te belangrijker is het bouwen van een netwerk
en het verspreiden van kennis en ervaringen voor het structureel aanpakken van de
sociaal en economische situatie.
Vraag 8
Deelt u de mening dat het programma Preventie met Gezag ook ter beschikking zou moeten
komen aan gemeenten die in een regio gezamenlijk beleid te voeren op jeugdoverlast,
veiligheid en preventie? Zo ja, hoe gaat u hier voor zorgen? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 8
Ik juich het toe dat gemeenten regionaal met elkaar werken aan veiligheid, preventie
en het tegengaan van jeugdoverlast. Zij kunnen daarbij gebruik maken van de geleerde
lessen binnen Preventie met Gezag. Vanuit Preventie met Gezag worden immers geleerde
lessen actief gedeeld met alle gemeenten. Dit wordt gedaan via de digitale vindplaats,
maar ook met lerende netwerken. Hier worden onder andere ervaringen uitgewisseld over
de aanpak van jeugdcriminaliteit, het voorkomen van escalatie en het bieden van perspectief
aan jongeren.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
F. van Oosten, minister van Justitie en Veiligheid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.