Lijst van vragen : 36850-XII Verslag houdende een lijst van vragen inzake Wijziging van de begrotingsstaten van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (XII) voor het jaar 2025 (wijziging samenhangende met de Najaarsnota)
2025D50619 VERSLAG HOUDENDE EEN LIJST VAN VRAGEN
De vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat, belast met het voorbereidend
onderzoek van dit voorstel van wet, heeft de eer verslag uit te brengen in de vorm
van een lijst van vragen.
De fungerend voorzitter van de commissie,
P. de Groot
De griffier van de commissie,
Schukkink
Nr
Vraag
1.
Kunt u inzichtelijk maken hoe de reeks vertragingen binnen Nationaal Groeifonds (NGF)-projecten
(Luchtvaart in Transitie – LiT, Digitale Logistiek, circulaire ketens) zich verhouden
tot de structurele uitvoeringskracht bij het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat
(IenW), en welke maatregelen neemt u om herhaling in 2026 te voorkomen?
2.
Wat is de precieze verdeling dit jaar en komende jaren van de financiering van de
Nederlandse afdracht voor het Europese plasticfonds, dat deels wordt gedragen door
afvalverwerkers maar ook deels gefinancierd uit het Klimaatfonds?
3.
Hoe is de dekking van de € 4,3 miljoen, die wordt overgeboekt naar het Ministerie
van Binnenlandse Zaken (BZK), voor de inrichting van een Regionale kennisfunctie bodem
en ondergrond (per provincie), over de provincies geregeld en welke concrete afspraken
zijn gemaakt om te garanderen dat deze regionale kennisfunctie in 2025 leidt tot een
beter en efficiënter benutten van kennis in de regio, zoals beoogd?
4.
Betreffende de aanpak van bodemschade gerelateerd aan drugsproductie, waartoe in totaal
€ 2,7 miljoen is overgeboekt naar BZK voor een landelijke voorziening: in welke regio’s
of provincies is de problematiek van vervuiling door drugsproductie het meest urgent,
en wat is de concrete planning en output van deze landelijke voorziening in 2025?
5.
Betreffende de kosten voor de dienstverlening in Caribisch Nederland bij het KNMI,
die € 0,6 miljoen hoger uitgevallen dan verwacht, onder andere door eerdere verslijting
van apparatuur: kunt u de stand van zaken geven met betrekking tot de modernisering
van de vulkaanmonitoringsapparatuur en welke maatregelen zijn genomen om de betrouwbaarheid
van de weers- en seismologische diensten voor de Caribische eilanden op korte termijn
te waarborgen?
6.
Kunt u toelichten welke onderdelen van het beleidsartikel 14 (Wegen en verkeersveiligheid)
leiden tot de verlaging van € 8,45 miljoen in de uitgaven, en of deze verlaging samenhangt
met lagere realisatie van verkeersveiligheidsprojecten in 2025?
7.
Welke projecten binnen artikel 14 worden geraakt door de verlaging van de ontvangsten
met € 9,5 miljoen, en betreft dit correcties uit eerdere jaren of nieuwe tegenvallers?
8.
Betreffende artikel 16 (Openbaar vervoer en spoor), waarbinnen de uitgaven met € 19,6 miljoen
worden verlaagd: kunt u specificeren welke ov-regelingen, subsidies of spoorprogramma’s
minder kasuitputting laten zien dan verwacht?
9.
Betreffende de ontvangsten op artikel 16, die dalen met € 29 miljoen: kunt u toelichten
waardoor deze afwijking vooral wordt veroorzaakt?
10.
Betreffende de uitgaven voor luchtvaart (artikel 17), die met € 39 miljoen worden
verlaagd: kunt u aangegeven welke posten binnen luchtvaart (bijv. luchtruimherziening,
toezicht Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT), Schiphol-gerelateerde uitgaven)
niet tot besteding komen in 2025?
11.
Is de verlaging van het subsidiebudget met € 14,5 miljoen op LiT onderdeel van de
verlaging van € 26,5 miljoen binnen het verplichtingenbudget, of zijn dit twee aparte
budgetten die verlaagd worden?
12.
Kunt u verduidelijken waarom de ontvangsten op artikel 17 (luchtvaart) € 16 miljoen
lager uitvallen? Gaat het hierbij om vertraagde heffingen, lagere legesopbrengsten
of correcties van eerdere jaren?
13.
Betreffende de uitgaven op artikel 18 (Scheepvaart en havens) die met € 9,2 miljoen
dalen: kan de Kamer inzicht krijgen in welke uitvoerings- of veiligheidstaken deze
onderbesteding optreedt?
14.
Kunt u feitelijk aangeven of de daling van de scheepvaartopbrengsten met € 8,9 miljoen
samenhangt met lagere doorvaartgelden, lagere inspectie-inkomsten of vertraging in
EU-bijdragen?
15.
Kunt u toelichten welke oorzaken liggen onder de stijging van de uitgaven bij Rijkswaterstaat
als agentschap (+ € 47,7 miljoen), specifiek voor de onderdelen die betrekking hebben
op hoofdwegennet, vaarwegen of verkeersmanagement?
16.
Wat betekent de forse verlaging van de decentrale uitkering Decentraal Spoor (€ 20,9
miljoen) voor de toekomstige financiële houdbaarheid van provinciale spoorlijnen,
en welke risicoanalyse heeft het ministerie gemaakt voor continuïteit in regionale
bereikbaarheid?
17.
Wat houdt de afwikkeling van het Transitievangnet OV in? Waarom is hier € 3,4 miljoen
voor nodig? Wanneer wordt deze regeling beëindigd?
18.
In hoeverre is urgentie meegegeven aan het KNMI-personeel om de boeggolf van verlofuren
versneld op te nemen?
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
P.C. (Peter) de Groot, voorzitter van de vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat -
Mede ondertekenaar
M. Schukkink, griffier
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.