Inbreng verslag schriftelijk overleg : Inbreng verslag van een schriftelijk overleg over o.a. het Verslag Raad Algemene Zaken van 17 november 2025 (Kamerstuk 21501-02-3292)
2025D50618 INBRENG VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG
Binnen de vaste commissie voor Europese Zaken heeft een aantal fracties de behoefte
vragen en opmerkingen voor te leggen over de brief van de Minister van Buitenlandse
Zaken d.d. 21 november 2025 inzake het Verslag Raad Algemene Zaken van 17 november
2025 (Kamerstuk 21 501-02, nr. 3292) en de brief van de Minister van Buitenlandse Zaken d.d. 3 december 2025 inzake de
Geannoteerde Agenda Raad Algemene Zaken 16 december 2025 (Kamerstuk 21 501-02, nr. 3298).
De fungerend voorzitter van de commissie,
Erkens
De griffier van de commissie,
Blom
Inhoudsopgave
I
Vragen en opmerkingen vanuit de fracties
Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie
Vragen en opmerkingen van de GroenLinks-PvdA-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de FVD-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de SGP-fractie
II
Reactie van de Minister van Buitenlandse Zaken
I. Vragen en opmerkingen vanuit de fracties
Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie
De leden van de D66-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van de geannoteerde
agenda van de Raad Algemene Zaken (RAZ). Deze leden hebben hier nog enkele vragen
over.
De leden van de D66-fractie lezen in de agenda dat de bijeenkomst in Lviv mede wordt
georganiseerd omdat door de blokkade van één lidstaat geen formele stappen kunnen
worden gezet in het toetredingsproces van Oekraïne. Deze leden waarderen de houding
van het kabinet en onderstrepen het grote belang van een voorspoedige toetreding van
Oekraïne tot de Unie, maar wijzen de Minister erop dat inmiddels in meerdere lidstaten
sprake is van een anti-Oekraïne agenda.
De leden van de D66-fractie vragen de Minister wat de verwachte houding is van lidstaten
zoals Hongarije, Slowakije en Tsjechië ten aanzien van de voortgang van het Oekraïense
toetredingsproces tijdens de RAZ en de Europese Raad, maar ook tijdens de bijeenkomst
in Lviv. Welke inzet kiest Nederland richting lidstaten waar de steun voor de Oekraïense
toetreding en steun voor Oekraïne in bredere zin onder druk staat? Het kabinetsstandpunt
is gericht op het onderstrepen van het EU-perspectief van Oekraïne en tegelijkertijd
aangeven dat concrete resultaten van onder andere rechtsstaathervormingen en anti-corruptiemaatregelen
essentieel zijn voor voortgang op het EU-pad. De leden van de D66-fractie hebben hier
begrip voor en benadrukken het belang van een democratische rechtsstaat. Deze leden
vragen of de Minister, met het oog op de Europese vrede en veiligheid, van plan is
om te kijken naar opties voor versnelde toetreding van Oekraïne op bepaalde beleidsgebieden
of in specifieke sectoren van de Unie.
Daarnaast wijzen de leden van de D66-fractie op het MATRA-programma dat (potentiële)
kandidaat-lidstaten en landen van het Oostelijk Partnerschap ondersteunt bij de versterking
van hun rechtsstaat en democratie. Dit is een cruciaal instrument om de gevraagde
hervormingen in Oekraïne te faciliteren. Deze leden benadrukken het belang van dit
programma en maken zich zorgen over de forse bezuinigingen. Deze leden vragen de Minister
wat het huidige budget is dat naar dit programma gaat, en beoordeelt de Minister dit
als voldoende gezien de urgentie en het belang van de EU-toetreding van Oekraïne en
andere kandidaat-lidstaten in die regio?
De leden van de D66-fractie onderstrepen het belang van de herstelinvesteringsleningen
aan Oekraïne en zijn positief over de doorbraak over het gebruik van de opbrengsten
van de bevroren Russische tegoeden. Is de Minister bereid om tijdens de aanstaande
RAZ en de Europese Raad geen enkele financieringsmogelijkheid voor de steun aan Oekraïne
te blokkeren?
In de geannoteerde agenda hebben de leden van de D66-fractie kennisgenomen van de
derde bespreking over het volgend Meerjarig Financieel Kader (MFK) tijdens de aanstaande
RAZ.
De leden van de D66-fractie benadrukken, gegeven de huidige situatie van een demissionair
kabinet en de veranderde politieke samenstelling van de Tweede Kamer, dat het van
belang is dat het kabinet terughoudendheid betracht bij het vastleggen van lange termijnposities.
Deze leden vragen de Minister wat de concrete, inhoudelijke positie van het kabinet
over het volgende MFK is, en is de Minister het met deze leden eens dat het kabinet
zich in deze fase van de onderhandelingen een constructieve, neutrale positie moet
aanmeten die alle onderhandelingsopties openhoudt voor de nieuw te vormen coalitie?
Bij eerdere RAZ-vergaderingen bleek Nederland aan te schuiven bij een informele bijeenkomst met een duidelijke
politieke signatuur die gevolgen heeft voor de diplomatieke positie en perceptie van
Nederland voor de komende jaren. De leden vragen de Minister of hij kan toezeggen
dit niet opnieuw te doen.
De leden van de D66-fractie hebben kennisgenomen van de bespreking van het herfstpakket
van het Europees Semester, dat onder meer de beoordeling van de ontwerp-begrotingsplannen
van de eurolanden voor 2026 en de beoordeling van buitensporige tekorten omvat. Met
het oog op het toezicht op de overheidsfinanciën vragen deze leden de Minister wat
de huidige inschatting van het kabinet is over de budgettaire positie van Nederland
in relatie tot de criteria van het Stabiliteits- en Groeipact. Verwacht het kabinet
dat de beoordeling in het kader van het Europees Semester op de lange termijn ertoe
zal leiden dat Nederland zelf te maken krijgt met aangescherpt toezicht vanuit de
Europese Commissie en/of de Raad?
Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractie
De leden van de PVV-fractie constateren dat op de agenda van de Raad Algemene Zaken
d.d. 16 december 2025 ter bespreking het Meerjarig Financieel Kader (MFK) staat. Lidstaten
krijgen straks via nieuwe Nationale en Regionale Partnerschap Plannen (NRPP) geld,
mits ze doen wat de Commissie wil («alignment with EU priorities»), en de Europese
Commissie wil een flexibiliteitspercentage van 25% waardoor (democratische) controle
op de uitgaven wordt bemoeilijkt, terwijl er al geen positief rapport van de Europese
Rekenkamer te vinden is.
De leden van de PVV-fractie constateren voorts dat het Eigenmiddelenbesluit (EMB)
onderdeel is van de MFK-onderhandelingen. De Europese Commissie wil nieuwe belastingen
gaan heffen ter hoogte van 58 miljard per jaar: ETS1, CBAM, e-waste, tabak, CORE,
en die gaan – als ze worden ingevoerd – per 1 januari 2028 uiteraard de prijzen opdrijven
voor de Nederlandse consument. Ondertussen doet de Europese Commissie niets, maar
dan ook helemaal niets, om migratie te beperken en duidt het Werkprogramma van de
Europese Commissie voor 2026 niet op enig gevoel van urgentie om de buitengrenzen
daadwerkelijk te bewaken en te zorgen dat de massa-immigratie wordt gestopt. Waar
de Europese Commissie dan weer wél prioriteringsruimte voor heeft, is het EU-Uitbreidingsprogramma
en rechtsstaatdialogen met lidstaten.
De leden van de PVV-fractie hebben de volgende vragen aan de Minister:
1. Deelt de Minister de analyse van de leden van de PVV-fractie dat de NRPP’s buitensporig
veel invloed en macht bij de Europese Commissie leggen? Zo nee, hoe ziet de Minister
dat?
2. Deelt de Minister de analyse van de leden van de PVV-fractie dat het flexibiliteitspercentage
van 25% de toch al lekke EU-geldmand nóg oncontroleerbaarder maakt en vindt de Minister
ook dat Nederland nooit akkoord moet gaan met het verder verbloemen van de financiële
onkunde van de Europese Commissie?
3. Kan de Minister toezeggen dat Nederland niet akkoord zal gaan met (nieuwe) Europese
belastingen en zo nodig daarover haar veto zal uitspreken?
4. Wat is de Minister bereid te doen om de Europese Commissie ertoe te bewegen de buitengrenzen
eindelijk eens fatsoenlijk te dichten en de massa-immigratie te stoppen?
5. Constaterende dat het uitbreidingsprogramma wordt geagendeerd voor een apart commissiedebat
over EU-uitbreiding, is de Minister bereid in aanloop daar naartoe een (uitgebreide)
kosten/baten-analyse te maken van EU-uitbreiding voor Nederland? Wat hebben eerdere
uitbreidingsbesluiten Nederland opgeleverd en wat hebben ze gekost, wat zijn de ramingen
voor nieuwe toetredingen en wat is het te verwachten effect op migratiestromen naar
Nederland vanuit nieuw toetredende landen?
6. De Europese Commissie voert rechtsstaatdialogen met lidstaten van de Unie. Is het,
gezien de recente publicaties over wéér een corruptieschandaal bij de Europese instituties,
een idee om die gesprekken eens om te draaien? Wil de Minister namens Nederland daar
het voortouw in nemen? Zo nee, waarom niet?
7. Volgens de voorzitter van de Europese Commissie wordt tijdens deze Raad ook gesproken
over garantstelling voor de Russische tegoeden. Kan de Minister toezeggen dat Nederland
niet garant zal staan voor de terugbetaling van Russische tegoeden, in welke vorm
dan ook?
Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie
De leden van de VVD-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van de geannoteerde
agenda voor de Raad Algemene Zaken van 16 december 2025. Deze leden constateren dat
Europa zich bevindt in het meest onzekere geopolitieke klimaat van de afgelopen decennia.
De veiligheid van ons continent en ons land, onze economische weerbaarheid en de stabiliteit
van de orde staan onder druk. Tegen deze achtergrond achten deze leden het van groot
belang dat Nederland in Brussel consistent inzet op een sterke EU die daadwerkelijk
levert op veiligheid, groei, concurrentiekracht en het beschermen van onze strategische
belangen.
De leden van de VVD-fractie benadrukken dat het nieuwe MFK moet inspelen op het meest
onzekere geopolitieke klimaat in decennia. Dat betekent een duidelijke herprioritering:
meer middelen voor defensie, veiligheid, innovatie en economische concurrentiekracht,
en minder voor uitgaven die beperkt bijdragen aan Europese weerbaarheid. Zij vragen
het kabinet hoe zij deze verschuiving actief borgt in de onderhandelingen en welke
concrete Nederlandse voorstellen hiervoor worden ingebracht. Daarnaast hechten deze
leden groot belang aan het continueren van de Nederlandse korting. Zij vragen hoe
het kabinet ervoor zorgt dat deze behouden blijft en wat de impact voor de Nederlandse
schatkist de komende jaren is indien dat niet lukt.
De leden van de VVD-fractie constateren dat er tijdens deze Raad nader in wordt gegaan
op pijler 3 van het MFK (Global Europe). Deze leden erkennen dat een robuust extern beleid noodzakelijk is om de strategische
belangen van de EU te beschermen. Tegelijkertijd moet een fonds van € 182,9 miljard
wel gepaard gaan met duidelijke strategische doelstellingen. Hoe beoordeelt het kabinet
het ontbreken van zo’n bredere strategie? Erkent het kabinet het risico dat de huidige
inrichting van Global Europa ertoe kan leiden dat de Commissie haar bevoegdheden met
betrekking tot Europees Extern Beleid vergroot ten opzichte van de lidstaten? Welke
onderhandelingsruimte ziet het kabinet om de Commissie te bewegen om geen extra bevoegdheden
naar zich toe te trekken, en om de Commissie te bewegen om strategische doelstellingen
te koppelen aan pijler 3?
De leden van de VVD-fractie onderschrijven de noodzaak om zowel in Europees als in
nationaal verband grip te krijgen op migratie. Hierbij werkt de Europese pijler het
best als alle EU-lidstaten meedoen. Hoe beoordeelt het kabinet in dat kader de uitspraken
van regeringsleiders en Ministers van o.a. Polen, Hongarije en Slowakije dat zij (een
deel van) het Migratiepact niet uit zullen voeren? Welke stappen onderneemt het kabinet
om deze landen toch mee te laten doen aan het Migratiepact?
De leden van de VVD-fractie constateren voorts dat er gesproken zal worden over het
Pact for the Mediterranean. Deze leden ondersteunen de noodzaak van strategische samenwerkingsverbanden met
landen rond de Middellandse Zee, maar maken zich wel zorgen om de extra mogelijkheden
die worden gecreëerd voor migranten om onder het Erasmus+ programma naar Europa te
komen als studiemigrant. Wat is het oordeel van het kabinet over deze uitbreiding
van het Erasmus+ programma? Acht het kabinet de kans reëel dat het Pact for the Mediterranean ertoe zal leiden dat het aantal asielaanvragen van studiemigranten in Nederland zal
toenemen? Indien ja, welke stappen onderneemt het kabinet om de uitbreiding van het
Erasmus+ programma als onderdeel van het Pact for the Mediterranean zoveel mogelijk
te voorkomen?
De leden van de VVD-fractie onderschrijven het belang van het terugdringen van regeldruk
in de EU en steunen de inzet van het kabinet om onnodige verplichtingen te reduceren
en de implementatie van wetgeving te vereenvoudigen. Zij vragen echter hoe structureel
wordt voorkomen dat de Europese wetgevingscyclus, zowel bij de Commissie als bij het
Europees Parlement, blijft leiden tot een continue stapeling van nieuwe regels. Is
het kabinet bereid bespreekbaar te maken of instrumenten zoals sunset clauses, strengere
proportionaliteits- en effectiviteitstoetsen, systematische ex-ante impactanalyses
of «one in, one out»-mechanismen kunnen bijdragen aan het permanent beheersen van
regeldruk en het versterken van de concurrentiekracht van de EU? Is het kabinet dan
ook bereid concrete voorstellen op dit vlak in te brengen en hierop een coalition of the willing te vormen met andere lidstaten?
De leden van de VVD-fractie hebben tevens kennisgenomen van het manifest The Constitution
of Innovation, dat pleit voor een heroriëntatie van de EU op haar kerntaken: minder
regelgeving en bureaucratie, en meer focus op de interne markt, innovatie en economische
groei. Gezien het belang dat deze leden hechten aan concurrentiekracht en innovatie,
vragen zij het kabinet of zij bekend is met dit manifest en in hoeverre zij elementen
daarvan onderschrijft. Zo ja, welke onderdelen acht het kabinet toepasbaar of de moeite
waard om verder te verkennen?
De leden van de VVD-fractie benadrukken dat het uitbreidingsproces geloofwaardig moet
blijven en dat toetreding tot de Europese Unie alleen mogelijk is wanneer kandidaat-lidstaten
voldoen aan de fundamentele Europese waarden, waaronder onafhankelijke rechtspraak,
persvrijheid en effectieve bestrijding van corruptie.
De leden van de VVD-fractie vragen in hoeverre bij beoordeling van kandidaat-lidstaten
expliciet wordt getoetst op kwetsbaarheid voor buitenlandse beïnvloeding, in het bijzonder
Russische politieke, economische of veiligheidsinvloeden. Kan het kabinet toelichten
welke instrumenten de EU inzet om dergelijke risico’s vroegtijdig te identificeren
en te mitigeren, zodat toekomstige lidstaten niet bijdragen aan verdere geopolitieke
instabiliteit en strategische besluiteloosheid binnen de Unie?
Tot slot constateren de leden van de VVD-fractie dat de voortgang van met name Oekraïne
wordt belemmerd door de blokkade van één lidstaat. Zij vragen het kabinet welke diplomatieke
en institutionele opties worden verkend om deze specifieke blokkade minder ontwrichtend
te maken. Kan de blokkade van Hongarije bijvoorbeeld worden omzeild door Oekraïne
dezelfde rechten en plichten te geven als landen aangesloten bij de Europese Vrijhandelsassociatie,
en hoe beoordeelt het kabinet zo’n constructie?
De leden van de VVD-fractie maken zich zorgen over de schuldhoudbaarheid van een aanzienlijk
aantal Europese lidstaten, zeker nu hogere rentes de kwetsbaarheden in nationale begrotingen
zichtbaar maken. Zij vragen het kabinet hoe het Europees Semester kan worden versterkt
om ervoor te zorgen dat lidstaten hun begrotingsdiscipline daadwerkelijk verbeteren
en structurele hervormingen doorvoeren. In dit licht vragen deze leden het kabinet
of zij het eens zijn met de stelling dat instrumenten zoals Eurobonds de tucht van
de markt wegnemen die juist nodig is om lidstaten aan te zetten tot prudent begrotingsbeleid.
De leden van de VVD-fractie vragen het kabinet in hoeverre bij het toetredingsproces
van Montenegro expliciet wordt getoetst op de aanwezigheid van buitenlandse invloeden,
waaronder Chinese investeringen en schuldfinanciering, Amerikaanse strategische belangen
en mogelijke Russische politieke of economische beïnvloeding. Kan het kabinet toelichten
welke instrumenten de Europese Commissie inzet om dergelijke risico’s systematisch
in kaart te brengen en te mitigeren? Daarnaast vragen deze leden hoe de voortgang
van Montenegro op het gebied van corruptiebestrijding, rechtsstatelijke hervormingen
en bestuurlijke integriteit wordt beoordeeld, en welke voorwaarden Nederland noodzakelijk
acht voordat hoofdstukken definitief kunnen worden gesloten.
Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van
de geannoteerde agenda van de Raad Algemene Zaken van 16 november. Zij hebben hier
nog vragen en opmerkingen bij.
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat de Europese Raad tijdens de RAZ
zal worden voorbereid. Oekraïne wordt hier als eerste agendapunt genoemd. Deze leden
hebben in de brief van de Minister van Financiën (Kamerstuk 36 045-261) vernomen dat er aan de motie-Klaver c.s. om 2 miljard extra steun aan Oekraïne te
verwezenlijken deels dit jaar invulling wordt gegeven door aanspraak te maken op onderuitputting
op de begroting van het Ministerie van Defensie en het Ministerie van Buitenlandse
Zaken. Deze leden zijn positief over het feit dat er op korte termijn stappen worden
gezet zodat er in het eerste kwartaal van 2026 steun gerealiseerd kan worden. Tegelijkertijd
willen deze leden benadrukken dat het financieringsgat dat voor Oekraïne dreigt, groot
is en dat er met de toegezegde 700 miljoen nog geen recht wordt gedaan aan de motie
Klaver c.s., welke brede steun van de Kamer geniet. Op welke termijn kunnen zij verdere
invulling van deze motie verwachten? Is het kabinet het eens dat er op zo kort mogelijke
termijn extra steun nodig is? Wat is de omvang van het financieringsgat van Oekraïne
van volgend jaar?
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie constateren dat er ook in Europees verband
voorstellen zijn gedaan om te zorgen voor meer steun aan Oekraïne. Voorzitter Von
der Leyen deed in de afgelopen dagen een voorstel om ofwel de Russische bevroren tegoeden
in te zetten ofwel zelf 90 miljard euro voor Oekraïne te lenen. Deze leden zijn benieuwd
of het Nederlandse kabinet al een positie heeft ingenomen ten opzichte van dit voorstel
van Von der Leyen. Hoe schat de Minister de kans in dat een van deze plannen wordt
voortgezet? In België kon het plan niet rekenen op steun, hoe is het voorstel bij
andere lidstaten geland?
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie constateren dat er tijdens de Raad Algemene
Zaken van 16 december gesproken zal worden over het Meerjarig Financieel Kader. Deze
leden lezen in het verslag van de Raad Algemene Zaken van 17 november dat de inzet
van het kabinet onder andere is om niet tot gezamenlijke schulden voor nieuwe EU-instrumenten te komen. Op hoeveel steun kan dit voorstel rekenen in de Raad? Vindt het kabinet
niet ook dat, aangezien er altijd een stemming in de Raad zal plaatsvinden over het
gebruik van deze instrumenten, het juist verstandig zou zijn om deze mogelijkheden
wel in te bouwen?
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie zijn van mening dat de EU voor grote uitdagingen
staat en dat daar sinds het vorige MFK geen uitdagingen af, maar alleen maar uitdagingen
bij zijn gekomen, zoals de veiligheid van de EU en onze concurrentiepositie. Daarom
is het logisch om een groter MFK te hebben. Hoewel het volgende MFK de facto een groter
bedrag is, betekent dit niet dat er ook veel meer geld beschikbaar is voor de aanpak
van deze uitdagingen. Ook omdat in het volgende MFK de terugbetalingen van NextGenerationEU
en steun aan Oekraïne wordt meegenomen. Is er volgens het kabinet in het volgende
MFK voldoende budget om de uitdagingen waar de EU voor staat – zoals het veilig houden
van de EU, ons concurrentievermogen en de energietransitie – het hoofd te bieden?
De Raad zal stil staan bij de «vereenvoudiging» van EU-wetgeving, lezen de leden van
de GroenLinks-PvdA-fractie. In de geannoteerde agenda spreekt het kabinet van onnodige
regeldruk. Deze leden zijn het eens dat onnodige regels moeten worden vereenvoudigd,
maar vragen wat het kabinet onder «onnodig» schaart. Vindt het kabinet regels die
werknemers en arbeidsomstandigheden beschermen, zorgen voor een beter klimaat of een
gezondere natuur «onnodig», zoals bij de afbraak van de Corporate Sustainability Due Diligence Directive (CSDDD)-wetgeving bleek? Hoe gaat het kabinet er juist voor zorgen dat als regels
vereenvoudigd worden, arbeidsomstandigheden en regels die zorgen voor een gezonde
natuur en schone lucht juist geborgd blijven?
Tijdens de Raad zal worden stilgestaan bij EU-uitbreiding De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie
vinden het van groot belang dat er stappen gezet worden in de toetreding van Oekraïne
en Moldavië. De blokkade van Hongarije blijft echter bestaan. Op welke manier wordt
de druk op Hongarije opgevoerd? Gaat de Minister zich ervoor inzetten dat het toetredingsproces
op merites gebaseerd blijft en er niet voortdurend politiek-gemotiveerde blokkades
opgeworpen blijven worden? Zo ja, hoe, zo nee, waarom niet? Zal het voorstel van Voorzitter
van de Europese Raad Costa ter tafel worden gebracht?
Vragen en opmerkingen van de leden van de FVD-fractie
De leden van de FVD-fractie hebben met interesse kennisgenomen van de geannoteerde
agenda voor de Raad Algemene Zaken van 16 december 2025. Deze leden hebben hierover
enkele vragen.
De leden van de FVD-fractie vragen of de onderhandelingspositie van het Nederlandse
kabinet met betrekking tot het volgend Meerjarig Financieel Kader (MFK) al bekend
is. Tijdens de technische briefing die de Kamer hierover onlangs heeft ontvangen werd
duidelijk dat het nieuwe MFK mogelijk zal leiden tot 6 miljard euro per jaar (!) aan
extra afdrachten voor Nederland. Klopt dit? En is dit voor het Nederlandse kabinet
acceptabel? Kan het kabinet de Tweede Kamer laten weten, waar, voor Nederland, wat
de toename van de EU-afdrachten betreft, de grens ligt? Is het kabinet bereid een
veto over het nieuwe MFK uit te spreken indien er straks een positie wordt bereikt
die voor Nederland onacceptabel is? Heeft Nederland ooit eerder, tijdens de onderhandelingen
over het MFK, gedreigd met een veto?
De leden van de FVD-fractie vragen voorts of het correct is dat het toetreden van
Montenegro tot de Europese Unie een verdragswijziging vereist. Is het correct dat
een dergelijke verdragswijziging kan worden gebruikt door Nederland voor het bewerkstelligen
van een opt-out op het gebied van bijvoorbeeld het immigratiebeleid aangezien een
opt-out immers een verdragswijziging vereist? Is het correct dat Nederland een veto
heeft met betrekking tot het toetreden van nieuwe landen (zoals Montenegro) tot de
Europese Unie? Is het Nederlandse kabinet, in het belang van Nederland, bereid tijdens
de Raad Algemene Zaken andere EU-landen te laten weten dat Nederland niet akkoord
zal gaan met de toetreding van Montenegro en gebruik zal maken van het vetorecht als
in de verdragswijziging die nodig is voor de toetreding van Montenegro Nederland niet,
net zoals Denemarken, een opt-out krijgt met betrekking tot immigratie? Zo nee, waarom
is het Nederlandse kabinet daartoe niet bereid?
Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractie
De leden van de BBB-fractie hebben kennisgenomen van de geannoteerde agenda voor de
Raad Algemene Zaken van 16 december 2025. Zij danken de Minister voor de stukken en
hebben naar aanleiding hiervan enkele vragen en opmerkingen.
De leden van de BBB-fractie constateren dat in het verslag van de vorige Raad Algemene
Zaken staat dat er wederom gesproken is over het European Democracy Shield en Information
Shield, en dat in publiek debat signalen zijn verschenen dat de Europese Commissie
verkent of een Europese Inlichtingendienst of aanverwante uitvoeringsorganisatie zou
moeten worden opgericht. Het kabinet gaf eerder aan, als antwoord op door BBB gestelde
schriftelijke Kamervragen, dat er geen formeel voorstel is ingediend (Aanhangsel van
de Handelingen II, vergaderjaar 2025–2026, nr. 525). Deze leden maken zich alsnog zorgen. Zij vragen daarom: kan de Minister bevestigen
dat Nederland zich actief zal verzetten tegen iedere vorm van het optuigen van een
Europese Inlichtingendienst? En is de Minister bereid deze inzet expliciet in te brengen
tijdens de RAZ, ook preventief, zodat eventuele contourverkenningen van de Commissie
direct (kunnen) worden gestaakt?
De leden van de BBB-fractie hebben kennisgenomen van de passage in het verslag van
de Raad Algemene Zaken van 17 november 2025 over de uitvoering van de motie-Dassen
c.s. (Kamerstuk 21 501-20, nr. 2299). Deze leden merken allereerst op dat zij tegen deze motie hebben gestemd. Desondanks
is de motie met een Kamermeerderheid aangenomen, waarmee de Minister is verzocht een
formele klachtprocedure bij het Hof van Justitie tegen Slowakije te starten. Het kabinet
is niet verplicht een motie uit te voeren, maar dient een beslissing hierover wel
deugdelijk te motiveren én expliciet kenbaar te maken. Aan het eerste is volgens de
leden volledig voldaan: de leden van de BBB-fractie vinden de toelichting van de Minister
overtuigend en terecht.
Aan het tweede onderdeel is volgens de leden van de BBB-fractie echter niet voldaan.
In het verslag wordt, zij het impliciet, duidelijk dat de motie niet wordt uitgevoerd,
maar het wordt nergens expliciet uitgesproken. Deze leden vinden het belangrijk dat
zo’n mededeling wel explicieter wordt uitgesproken, en zijn van mening dat zo’n belangrijke
mededeling niet slechts indirect uit een RAZ-verslag moet worden afgeleid.
De leden van de BBB-fractie lezen dat er in de geannoteerde agenda wordt gesproken
over het jaarlijkse uitbreidingspakket waarin ook de stand van zaken rond Turkije
wordt behandeld. Deze leden constateren dat Turkije al jaren de facto geen stappen
zet in het toetredingsproces en dat de politieke realiteit in Turkije steeds verder
afstaat van de Kopenhagencriteria. Deze leden vragen aan de Minister hoe het kabinet
de huidige status van Turkije als kandidaat-lidstaat beoordeelt, mede in het licht
van het uitblijven van vooruitgang. Zijn er financiële of institutionele voordelen
voor Turkije verbonden aan het behoud van de kandidaat-status? Zo ja, welke en wat
kosten deze de EU? En is het kabinet bereid om in de Raad het gesprek te openen over
de vraag of het reëel en wenselijk is om Turkije nog langer als kandidaat-lidstaat
aan te merken?
De leden van de BBB-fractie merken op dat de geannoteerde agenda ook spreekt over
mogelijke Intergouvernementele Conferenties (IGC’s) met Montenegro, en dat in eerdere
RAZ-besprekingen brede steun bestond voor het onder voorwaarden sluiten van bepaalde
hoofdstukken. Deze leden vragen hoe Nederland borgt dat het principe van merit-based uitbreiding leidend blijft en dat geopolitieke druk niet leidt tot het kunstmatig
versnellen van toetredingsprocessen.
De leden van de BBB-fractie zien uit naar de beantwoording van bovenstaande vragen.
Vragen en opmerkingen van de leden van de SGP-fractie
De leden van de SGP-fractie hebben de stukken ten behoeve van de Raad Algemene Zaken
d.d. 16 december 2025 met belangstelling gelezen, en hebben een aantal volgende vragen.
De leden van de SGP-fractie lezen in het verslag van de Raad Algemene Zaken van 17 november jl.
dat het kabinet, in reactie op de Hongaarse oproep tot herziening van de EU-strategie
tegen antisemitisme, voorkeur heeft voor volledige implementatie van de huidige strategie,
met waar nodig aanscherping. Kan de Minister aangeven wat het kabinet bedoeld met
«whole-of-government en whole-of-society aanpak» en op welke punten deze verschilt
van de Hongaarse zienswijze? Is de Minister het eens met Hongarije dat lidstaten zich
moeten inzetten voor versterkte bescherming van Joodse en Israëlische instellingen,
een steviger aanpak van ondermijnende fondsenwerving aanbeveling verdient en dat de
EU-terrorismelijst effectiever benut kan worden? Op welk vlak verwelkomt de Minister
«aanscherping» van de EU-strategie tegen antisemitisme? Wat is de kabinetsinbreng
tijdens de Europese Raad van 18–19 december op het terrein van strijd tegen antisemitisme?
II. Reactie van de Minister van Buitenlandse Zaken
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
S.P.A. Erkens, voorzitter van de vaste commissie voor Europese Zaken -
Mede ondertekenaar
L.B. Blom, griffier
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.