Schriftelijke vragen : Zorgen over PFAS-lozingen.
Vragen van de leden Kostić (PvdD), Vellinga-Beemsterboer, Huidekooper (beiden D66) en Zalinyan (GroenLinks-PvdA) aan de Staatssecretaris en de Minister van Infrastructuur en Waterstaat over zorgen over PFAS-lozingen. (ingezonden 8 december 2025).
Vraag 1
Bent u bekend met de artikelen «Ernstige zorgen over PFAS-lozingen Limburgs afvalbedrijf,
maar tóch vergunning»1 en «Te veel PFAS gevonden bij Metaalrecycling Sneek: «Wij zijn hier het afvoerputje
van de maatschappij»»?2
Vraag 2
Bent u het met de aangehaalde experts eens dat PFAS-lozingen een gevaar vormen voor
de gezondheid van mens en dier en dat PFAS niet meer in het milieu moet worden gebracht?
Zo nee, op welke wetenschappelijke bronnen baseert u zich dan?
Vraag 3
Op basis van welke concrete overwegingen wordt voorgesorteerd om – ondanks eerdere
illegale lozingen, onvolledige of onbetrouwbare data, en waarschuwingen van o.a. het
waterschap en drinkwaterbedrijven – een vergunning te verlenen aan CFS voor het lozen
van 5 kg PFAS per jaar?
Vraag 4
Hoe beoordeelt u het gevaar voor de gezondheid van milieu, mens en dier als het bedrijf
CFS straks zeker 5 kg PFAS per jaar mag lozen, wetende dat water uit de Maas wordt
gebruikt voor drinkwatervoorziening van huishoudens en uit recent onderzoek van het
RIVM al is gebleken dat bijna iedereen in Nederland ongezond hoge waardes van PFAS
in het bloed heeft?
Vraag 5
Hoe is bij de beoordeling van de vergunningaanvraag van CFS precies rekening gehouden
met de uiteindelijke gevolgen voor oppervlaktewater en grondwater, en hoe wegen de
conclusies die daaruit zijn gekomen op tegen de negatieve adviezen van het waterschap
en de waterbedrijven?
Vraag 6
Kunt u een inschatting geven van de extra maatschappelijke kosten die de PFAS-lozingen
van CFS en bedrijven zoals Metaalrecycling Sneek veroorzaken, bijvoorbeeld voor goede
zuivering voor drinkwater? Welke extra kosten voor de maatschappij zijn te verwachten
en wie gaat daarvoor betalen? Hoe gaat u beter borgen dat bedrijven zelf gaan betalen
voor de schade die ze hebben veroorzaakt, conform de aangenomen motie-Kostic/Soepboer
(Kamerstuk 27 625, nr. 694), in plaats dat de rekening steeds bij burgers terechtkomt?
Vraag 7
Welke normen gelden momenteel voor bedrijven die PFAS moeten terugdringen (waaronder
bedrijven aan het einde van de keten), wie is verantwoordelijk voor de regie en communicatie
hierover, en wanneer krijgen bedrijven helderheid over de maatregelen die van hen
worden verwacht, gezien het feit dat bedrijven aan het einde van de keten aangeven
weinig mogelijkheden te hebben om de PFAS-uitstoot terug te dringen en onduidelijkheid
ervaren over de toegestane normen (zie artikel Leeuwarder Courant)?
Vraag 8
Hoe beoordeelt u het risico waar ILT voor waarschuwt, namelijk dat de vergunning voor
CFS een precedent schept waardoor toekomstige PFAS-lozingen moeilijker te weigeren
worden, en welke mogelijkheden heeft u om dergelijke onwenselijke precedentwerking
te voorkomen?
Vraag 9
Klopt het dat de Omgevingswet het bevoegd gezag in principe meer mogelijkheden biedt
om (ook uit voorzorg) maatschappelijke belangen, zoals schoon water en gezondheid,
zwaarder te laten wegen?
Vraag 10
Kan de provincie het feit dat gezond water van groot openbaar belang is en de stevige
adviezen van de ILT, gemeenten, waterschappen en waterbedrijven ook gebruiken om juridisch
toch hard te maken dat het afgeven van de huidige vergunning voor de PFAS-lozingen
door CFS onhoudbaar is? Zo nee, waarom niet?
Vraag 11
Staat u achter de conclusie van uw eigen toezichthouder ILT dat een PFAS-vergunning
voor CFS in de praktijk neerkomt op een «blanco cheque», dat CFS niet de vereiste
beste beschikbare technieken (BBT) toepast en dat de vergunning niet afgegeven zou
moeten worden? Zo nee, waarom niet?
Vraag 12
Herkent u de signalen dat het ZZS-beleid onvoldoende werkt, doordat regelgeving voor
lagere overheden complex en onduidelijk is en doordat kennis en capaciteit bij toezichthouders
soms ontbreken, met extra risico’s voor mens, dier en milieu3? Welke stappen gaat u nemen om dit te verbeteren, en wat is de bijbehorende tijdlijn?
Vraag 13
Als de provincie in dit geval toch blijkt haar taken bij de bescherming van water,
milieu en gezondheid onvoldoende uit te voeren, welke theoretische mogelijkheden (bijvoorbeeld
met een instructie) heeft u als hogere overheid en eindverantwoordelijke voor o.a.
milieu en water om in te grijpen?
Vraag 14
Kunt u toezeggen dat u binnen drie maanden de verantwoordelijkheden in de PFAS-keten
expliciet vastlegt – inclusief wie op welk punt moet ingrijpen – en in de tussentijd
voorkomt dat nieuwe vergunningen of vergunningswijzigingen worden verleend die als
precedent kunnen werken, zolang er wordt toegewerkt naar een Europees en/of nationaal
lozingsverbod?
Vraag 15
Bent u, gezien uw toezegging te willen werken aan een nationaal PFAS-verbod, bereid
om een nationaal (gedeeltelijk) lozingsverbod en/of productverbod met spoed naar de
Kamer te sturen, gezien de grote hoeveelheden PFAS die waarschijnlijk elke dag nog
worden geloosd en de schade die dat met zich meebrengt? Zo ja, wanneer kunnen we dit
precies verwachten?
Vraag 16
Kunt u de vragen één voor één beantwoorden, het liefst nog voor het Kerstreces?
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
Ines Kostić, Tweede Kamerlid -
Mede ondertekenaar
Marieke Vellinga-Beemsterboer, Tweede Kamerlid -
Mede ondertekenaar
Ani Zalinyan, Tweede Kamerlid -
Mede ondertekenaar
Dion Huidekooper, Tweede Kamerlid