Inbreng verslag schriftelijk overleg : Inbreng verslag schriftelijk overleg over het Fiche: Mededeling financiële geletterdheid (Kamerstuk 22112-4202)
2025D50419 INBRENG VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG
De vaste commissie voor Financiën heeft op 4 december 2025 een aantal vragen en opmerkingen
voorgelegd aan de Minister en Staatssecretaris van Financiën over het door de Minister
van Buitenlandse Zaken op 7 november 2025 toegezonden fiches op het beleidsterrein
Financiën:
Fiche: Mededeling financiële geletterdheid (Kamerstuk 22 112, nr. 4202)
De fungerend voorzitter van de commissie,
Van der Lee
Adjunct-griffier van de commissie,
Van der Steur
I Vragen en opmerkingen vanuit de fracties
De leden van de PVV-, VVD-, CDA- en BBB-fracties hebben met belangstelling kennisgenomen
van het fiche en hebben hierover enkele vragen.
Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractie
De leden van de PVV-fractie zetten zich altijd in om de bestuurlijke autonomie van
Nederland in de Europese Unie te beschermen. Deze leden vrezen dat het voorliggende
voorstel een precedent kan scheppen om invloed uit te oefenen op het nationale onderwijsbeleid.
Hoewel deze leden het belang van financiële geletterdheid onderschrijven en kennisnemen
van de geruststelling van de Europese Commissie dat het integreren van financiële
geletterdheid in het schoolcurriculum geen onderdeel van de strategie vormt, vragen
deze leden het kabinet om te verduidelijken in hoeverre het voorliggende voorstel
invloed heeft op de nationale beleidsruimte op onderwijsgebied.
De leden van de PVV-fractie constateren dat het kabinet in zijn reactie op het voorstel
meerdere voorbeelden noemt over hoe de Staat zich momenteel inzet voor het bevorderen
van financiële geletterdheid. Deze leden vragen het kabinet om uit te leggen wat het
voorliggende voorstel concreet bijdraagt bovenop de vele initiatieven die er nu al
zijn.
Deze leden vragen het kabinet of het kabinet kan garanderen dat Nederland niet weer,
als braafste jongetje van de klas, allerlei nationale koppen gaat introduceren om
zo vorm te geven aan voorliggende voorstel.
Tot slot vragen de leden van de PVV-fractie of de uitvoering van het voorliggende
voorstel leidt tot kosten voor de Nederlandse belastingbetaler. Deze leden verzoeken
het kabinet om te verduidelijken welke kosten het voorstel met zich meebrengt.
Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie
De leden van de VVD-fractie zijn voorstander van het waar opportuun gelijktrekken
van regels tussen Europese lidstaten om zo te komen tot een diepere kapitaalmarkt.
Nederlandse bedrijven, zeker scale-ups, hebben moeite om aan financiering te komen,
waardoor de groei van deze bedrijven stokt. Dit zet onze economische groei en daarmee
onze welvaart onder druk; zonder florerende bedrijven, ook geen goedbetaalde banen,
zo merken deze leden op. Het is daarom nodig om een been bij te trekken en het bevorderen
van financiële geletterdheid kan bijdragen aan een beter functionerende kapitaalmarkt,
zo menen deze leden.
Subsidiariteit
Deze leden zijn echter onvoldoende overtuigd van de subsidiariteit van het plan voor
financiële geletterdheid van de Europese Commissie. Deze leden lezen dat het kabinet
de subsidiariteit rechtvaardigt omwille van het «grensoverschrijdende karakter van
het vrij verkeer van kapitaal en betalingen». Deze leden vinden dit een ontoereikende
toelichting op het subsidiariteitsbeginsel en ontvangen graag een uitgebreidere toelichting
van het kabinet. Het bevorderen van financiële geletterdheid is belangrijk, maar dit
kan ook op nationaal niveau gebeuren, zo menen deze leden. Deze leden zijn nog onvoldoende
overtuigd van de subsidiariteit voor bijvoorbeeld het plan voor een EU-brede campagne
voor financiële geletterdheid en het opzetten van een website voor een overzicht van
financieringsmogelijkheden voor onderzoek naar financiële geletterdheid.
Zweden
De leden van de VVD-fractie zien tegelijkertijd meerwaarde in het delen van best practices
voor financiële geletterdheid tussen lidstaten, zoals opgenomen in de plannen van
de Europese Commissie. Deze leden denken dat Nederland een hoop kan leren van Zweden,
waar reeds een veel diepere nationale kapitaalmarkt is. Deze leden zijn blij om te
lezen dat het kabinet in de geannoteerde agenda Zweden expliciet als voorbeeld noemt
voor Nederland. Welke mogelijkheden tot het overnemen van effectieve maatregelen uit
Zweden ziet het kabinet voor de korte termijn?
Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie
De leden van de CDA-fractie vinden het goed dat de Europese Commissie het belang deelt
van financiële geletterdheid, met name in de huidige maatschappij waarin er meer kansen,
maar ook risico’s liggen. Deze leden hebben daarvoor ook in hun actieplan financiële
weerbaarheid aandacht gevraagd.
Deze leden vragen of het kabinet de mening deelt dat financiële geletterdheid een
essentiële vaardigheid is die burgers in staat stelt hun financiële onafhankelijkheid
en welzijn te waarborgen. Deze leden vragen hoe het kabinet kijkt naar het niveau
van financiële geletterdheid in Nederland en naar het niveau in Nederland ten opzichte
van burgers in andere EU-lidstaten.
De leden van de CDA-fractie lezen dat het kabinet meerdere acties beschrijft die reeds
in Nederland worden genomen, maar deze leden merken op dat dit meer gericht lijkt
op bewustwordingscampagnes en hulpverlening, dan op activerend beleid. Zo hebben deze
leden meerdere keren gevraagd naar door de overheid gefaciliteerde producten die financiële
weerbaarheid vanaf jonge leeftijd kunnen vergroten, zoals zilvervlootsparen, bouwsparen
of gefaciliteerd beleggen. Het kabinet heeft steeds aangegeven dat de markt voldoende
mogelijkheden biedt en dat daar geen rol voor de overheid is weggelegd, al is op het
laatste onderdeel beweging. Deze leden vragen hoe het kabinet inmiddels kijkt naar
genoemde producten. Ook vragen deze leden welke initiatieven het kabinet op korte
termijn gaat nemen ten aanzien van het bereiken van hogere participatie van retailbeleggers,
aangezien het kabinet zelf aangeeft dat fiscaal anders behandelen bijvoorbeeld al
niet mogelijk is de komende jaren in verband met de implementatie van het nieuwe Box 3-stelsel.
Tegelijkertijd hebben de leden van de CDA-fractie ook vele malen gewezen op de risico’s
van beleggen in risicovolle crypto, de steeds verdere en brutalere uitbreiding van
buy now pay later-initiatieven, de mooie praatjes van finfluencers en het ontstaan
van schulden door online gokken. Deze leden merken op dat het kabinet tot zover nauwelijks
in staat is geweest deze ontwikkelingen aan banden te leggen, ondanks vele oproepen
uit politiek en maatschappij. Is het kabinet bereid hier op nationaal niveau een tandje
bij te zetten en niet alleen ontwikkelingen vanuit Europa af te wachten?
De leden van de CDA-fractie lezen dat de eerste pijler gaat over uitwisselen van best
practices. Naast de recente berichten van de Europese Commissie over de Zweedse overheidsbeleggingsspaarrekening
als goed voorbeeld, vragen deze leden of het kabinet nog meer voorbeelden kan noemen
van succesvolle initiatieven van lidstaten om financiële weerbaarheid te vergroten
en de kansen hiervan te benutten voor de samenleving en/of economie.
Het kabinet verwijst ook naar de samenwerking in het OESO-INFE netwerk. Dit netwerk
heeft reeds eerder geadviseerd om financiële educatie in het onderwijs te verwerken,
maar de leden van de CDA-fractie merken op dat dit nog op incidentele basis gebeurt,
en vooral in het kader van projecten zoals de week van het geld. Deze leden vragen
welke acties nog meer kunnen worden genomen om financiële praktijken structureel in
bijvoorbeeld reken- en economielessen te verwerken.
Het kabinet noemt ook de Subsidieregeling financiële educatie voor onderwijsinstellingen
(voor het middelbaar beroepsonderwijs, voortgezet onderwijs en een afgebakende groep
basisscholen). Deze leden vragen of het klopt dat de subsidie voor een beperkte periode
loopt. Deze leden vragen of het kabinet kan rapporteren over de resultaten van de
subsidieregeling tot zover.
De leden van de CDA-fractie merken op dat het kabinet een lijst acties vanuit het
kabinet noemt. Deze leden vragen of deze acties regelmatig geëvalueerd worden en zo
ja, of de Minister de laatste evaluatie kan meesturen met de beantwoording van de
vragen.
De leden van de CDA-fractie lezen in de tweede pijler over bewustmakingscampagnes,
vooral ook gericht op financieel kwetsbare mensen. Deze leden vragen of inzicht en
overzicht voor deze groepen niet de eerste stap is naar meer financiële geletterdheid.
In dat kader vragen deze leden hoe het staat met de uitvoering van de motie van de
CDA-fractie om alle betalingen vanuit de overheid rond dezelfde datum plaats te laten
vinden, zodat mensen hun vaste lasten daarop kunnen laten aansluiten.
Daarnaast heeft het kabinet in het bijzonder aandacht voor het thema pensioenen, gezien
de complexiteit van het stelsel en de impact ervan op de (toekomstige) financiële
positie van huishoudens. De leden van de CDA-fractie vragen hoe effectief de Minister
vindt dat hij hierin is, gezien het artikel van 1 december 2025 in de Telegraaf: «Pensioen-ellende
dreigt voor werkende.»
Deze leden lezen de pijlers met name als publiekcampagnes, maar vragen het kabinet
of ook praktische tools kunnen worden ontwikkeld, zoals beleggingswijzers vanuit de
overheid. Bijvoorbeeld een praktische handleiding of lijst van beleggingen naar risicoprofiel.
Deze leden merken op dat financiële zaken voor veel mensen spannend zijn en dat specifieke
overheidsinformatie over bijvoorbeeld verstandig beleggen of sparen meer vertrouwen
kan geven.
De leden van de CDA-fractie lezen bij de vierde pijler dat het kabinet aanbeveelt
om in het kader van het stimuleren van aanvullend onderzoek, systemisch kennis en
resultaten te delen over methoden die aantoonbaar effectief zijn bij het vergroten
van financiële geletterdheid. Deze leden vragen of het kabinet hier alleen een rol
voor Wijzer in geldzaken ziet, of ook breder kijkt naar inzichten van bijvoorbeeld
afdelingen financiële gezondheid bij banken, kennis van psychologennetwerken en andere
maatschappelijke initiatieven.
Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractie
De leden van de BBB-fractie verwelkomen de inzet van het kabinet om financiële geletterdheid
van (kwetsbare) burgers te verbeteren maar zijn van mening dat dit hoofdzakelijk een
nationale aangelegenheid is.
Deze leden lezen dat de strategie, geïnitieerd door de Europese Commissie, zich primair
richt op het bevorderen van financiële inclusie door bewustwording te vergroten, toegang
en effectief gebruik van financiële diensten te stimuleren, de economische weerbaarheid
van burgers te versterken en beleid te ontwikkelen dat kwetsbare groepen ondersteunt.
Daarnaast beoogt de strategie de beleggingsvaardigheden en het inzicht in financiële
producten te verdiepen, met nadruk op een realistische afweging tussen risico en rendement.
Deze leden vragen op welke concrete manieren het kabinet de economische weerbaarheid
van kwetsbare groepen wil ondersteunen. Het kabinet geeft aan gebruik te willen maken
van best practices, welke best practices zijn dit concreet? In hoeverre is het gebrek
aan financiële geletterdheid vooral een probleem onder jongeren wat wordt gevoed door
sociale media? Welke andere kwetsbare groepen heeft het kabinet in scope?
In de strategie heeft de Europese Commissie in het bijzonder aandacht voor het vergroten
van kennis over retailbeleggen en financiële producten. Het kabinet onderschrijft
het standpunt van de Europese Commissie dat, indien een individu ervoor kiest te participeren
op de kapitaalmarkten, hij of zij toegerust moet zijn om weloverwogen en geïnformeerde
beslissingen te nemen. In dat kader vragen de leden van de BBB-fractie of het kabinet
ook oog heeft voor de verkooptechnieken en het creëren van schaarste, wat vaak onderdeel
is van het adverteren door goeroe’s op sociale media?
Deze leden vragen daarnaast of het kabinet van mening is dat kennis van een beleggingsproduct
an sich onvoldoende weerbaarheid met zich meebrengt om niet in verkooptechnieken van
«get rich quick schemes» te trappen? Deze leden vragen ook wat kan het kabinet nog
meer kan doen om oplichtende praktijken online met «get rich quick schemes» (die juridisch
gezien geen oplichting hoeven te zijn) tegen te gaan?
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
T.M.T. van der Lee, voorzitter van de vaste commissie voor Financiën -
Mede ondertekenaar
R.A. van der Steur, adjunct-griffier
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.