Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Van Oosterhout over het nieuws dat er een deal is gesloten tussen het kabinet en de NAM over de gaswinning bij Ternaard
Vragen van het lid Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA) aan de Minister van Klimaat en Groene Groei over het nieuws dat er een deal is gesloten tussen het kabinet en de NAM over de gaswinning bij Ternaard (ingezonden 3 december 2025).
Antwoord van Minister Hermans (Klimaat en Groene Groei) (ontvangen 5 december 2025).
Vraag 1 t/m 3
Kunt u toelichten hoe de overeenkomst tussen u en de NAM tot stand zijn gekomen?
Welke afspraken heeft u wanneer met wie gehad om tot deze deal te komen en wat is
daar besproken?
Kunt u de voorbereiding en verslagen van deze onderhandelingen delen? Zo nee, waarom
niet?
Antwoord 1 t/m 3
Het kabinet heeft op 6 december 2024 in een brief aan de Kamer aangegeven om in goed
overleg met NAM en haar aandeelhouders Shell en ExxonMobil tot een oplossing te komen
waarbij zij af zouden zien van gaswinning uit het gasveld Ternaard. Het gesprek over
Ternaard was in het begin onderdeel van bredere verkenningen rondom een aantal dossiers,
waaronder de schadeafhandeling en versterkingsoperatie in Groningen. In september
2025 heeft het kabinet de Kamer geïnformeerd dat, nadat het kabinet gevallen was,
is geconcludeerd dat financieel mandaat halen voor een groot onderhandelingsakkoord
niet haalbaar zou zijn zolang het kabinet demissionair is.
Vanaf de zomer heeft KGG zich voorbereid op het afzonderlijk verder praten met NAM
over de gaswinning bij Ternaard. Vanaf november zijn vervolgens gesprekken met NAM
over Ternaard gevoerd. NAM vertegenwoordigde in dit overleg ook haar medevergunninghouder
ExxonMobil Producing Netherlands B.V. (EMPN). Om gaswinning uit het Ternaard gasveld
te voorkomen, is het nodig dat NAM en EMPN afstand doen van hun recht op winning in
dat gebied. Dat houdt in dat zij het winningsplan intrekken en een aanvraag indienen
om de onderliggende winningsvergunning zo te verkleinen dat Ternaard uit de vergunning
wordt losgeknipt. Om tot een overeenkomst over het gasveld Ternaard te komen, heeft
de staat de waarde op basis van eigen berekeningen, die zijn gevalideerd door KPMG
en TNO, geraamd op € 163 mln. inclusief BTW en heeft dit bedrag als eenmalig en definitief
aanbod aan NAM gepresenteerd. Dit bedrag is geaccepteerd en de afspraken zijn daarna
uitgewerkt in een vaststellingsovereenkomst die op 28 november met de Kamer is gedeeld.1
Zoals hierboven beschreven zijn de gesprekken afgelopen jaar doorlopend gevoerd. In
de laatste fase is intensief contact geweest tussen het ministerie en NAM om de overeenkomst
uit te werken. Het kabinet heeft de uitkomst uitgebreid beschreven en de vaststellingsovereenkomst
daarbij openbaar gemaakt. Van de overleggen zijn geen verslagen gemaakt. Omdat onderhandelingen
uit hun aard vertrouwelijk zijn, zou het belang van de Staat geschaad worden als over
de inhoud van de onderhandelingen wordt uitgeweid.
Vraag 4
Hoe zijn de bedragen waarmee deze overeenkomst gepaard gaan berekend en welke gegevens
en berekeningen heeft u gebruikt om te beoordelen of dit bedrag gerechtvaardigd is?
Kunt u een toelichting geven op het rekenmodel dat u hiervoor heeft gebruikt?
Antwoord 4
Om tot een marktconforme waardering te komen is een nauwkeurig proces doorlopen. Hierbij
zijn de potentiële baten van toekomstige gaswinning in Ternaard als basis genomen.
Daarbij is rekening gehouden met het feit dat een deel van de opbrengsten van gaswinning
via EBN en via belastingafdrachten van NAM en EMPN terug zouden vloeien naar de staat.
Hiertoe is een rekenmodel opgesteld. Dit rekenmodel gaat uit van onderbouwde aannames
voor het winningsprofiel, de gasprijs, discontovoet, de kapitaalinvesteringen en de
operationele kosten in de periode 2026–2037. Daarbij dient opgemerkt te worden dat
er grote onzekerheden zijn, waardoor een aanpassing in aannames tot grote veranderingen
in de uitkomst kan leiden. In de berekening zijn de kosten en baten met elkaar verrekend
en de geldende afdrachtensystematiek toegepast. Dit resulteert in een jaarlijkse vrije
kasstroom. Deze toekomstige kasstroom is vervolgens tot één bedrag in het heden verdisconteerd.
Het resultaat is de netto contante waarde van het Ternaard gasveld.
Vraag 5
Wat waren de hoogste en laagste mogelijke waarden die uit de scenario’s van KPMG en
TNO kwamen?
Antwoord 5
TNO heeft zich geconcentreerd op het beoordelen van de mogelijk winbare volumes. Hierbij
hebben zij gegeven de huidige gebruiksruimte per winningsprofiel (laag/midden/hoog)
bepaald hoeveel gas er binnen de gebruiksruimte gewonnen kan worden. Daarnaast is
er per profiel gerekend met een «open» en een «gesloten» breukscenario, waarbij er
veel dan wel weinig gas tussen de breukblokken stroomt. Het resultaat van drie profielen
met elk twee variaties levert zes verschillende waardes op in de bandbreedte 0,7 t/m
2,1 bcm. KGG heeft deze zes waardes teruggebracht tot een gewogen gemiddelde van 1,67 bcm.
KPMG heeft deze 1,67 bcm als gegeven aangenomen. KPMG heeft opgemerkt dat, vergeleken
met de volumescenario’s uit het winningsplan, dit volume aan de lage kant is. KPMG
heeft in haar doorrekeningen geen verschillende scenario’s gepresenteerd die tot een
heldere bandbreedte leiden. Wel heeft KPMG voor een aantal elementen een gevoeligheidsanalyse
gemaakt. Het meest van invloed is de gehanteerde discontovoet. Een discontovoet van
10% leidt tot een netto contante waarde (NCW) voor NAM van 55,8 mln. Een discontovoet
van 15% leidt tot een NCW voor NAM van 40,5 mln. Deze laatste discontovoet is in de
uiteindelijke waardering gehanteerd.
Vraag 6
Gezien u stelt dat NAM en EMPN vinden dat de commerciële waarde «veel hoger» ligt
dan de huidige compensatie van 163 miljoen, heeft u deze hogere waardering gezien?
Zo ja, kan dit met de Kamer worden gedeeld?
Antwoord 6
In één van de ambtelijke gesprekken is door NAM mondeling een indicatie gegeven van
de commerciële waarde die NAM aan het project toe kent. Dit is bedrijfsvertrouwelijke
informatie.
Vraag 7
Waarom is gekozen voor een bedrag dat volledig de door het kabinet ingeschatte winst
compenseert, terwijl het commerciële risico normaal geheel bij de onderneming ligt?
Antwoord 7
In de waardering is bij voorbaat al uitgegaan van een hoog commercieel risicoprofiel.
Dit heeft een significante neerwaartse druk gegeven op het totaalbedrag. Dit zit hem
in de gehanteerde (hoge) discontovoet van 15% waarmee als het ware reeds een afslag
is gemaakt voor het commerciële risico van deze operatie. Het commerciële risico zit
dus verwerkt in de waardering.
Vraag 8
Waarom is het eerdere plan voor het Gebiedsfonds volledig komen te vervallen, en is
overwogen alsnog een vorm van natuurinvestering te koppelen aan de beëindiging van
de gaswinning?
Antwoord 8
De afspraken rondom batendeling waren gekoppeld aan daadwerkelijke winning. Wel heeft
NAM aangegeven de dwangsom (€ 75.000) (die de Staat NAM nog verschuldigd was in verband
met het niet tijdig nakomen van de laatste uitspraak van de Raad van State) te verdubbelen
en (wederom) aan het gebied ter beschikking te zullen stellen.
Vraag 9
Hoe verhoudt deze deal zich tot andere gesprekken en procedures tussen u en de NAM?
Antwoord 9
De overeenkomst over Ternaard staat geheel los van de andere gesprekken en procedures
met NAM en/of haar aandeelhouders.
Vraag 10
Heeft u het in de onderhandelingen voor deze overeenkomst enkel gehad over Ternaard
of is het ook gegaan over andere activiteiten van de NAM?
Antwoord 10
Bij het sluiten van deze overeenkomst is enkel Ternaard besproken.
Vraag 11
Welke wederzijdse belangen zijn besproken en welke (financiële) verzoeken zijn in
die bredere gesprekken door NAM, Shell of ExxonMobil op tafel gelegd, gezien u schrijft
dat de gesprekken eerder deel uitmaakten van een bredere onderhandeling over onder
meer Groningen?
Antwoord 11
In het voorjaar van 2025 zijn verkennende gesprekken gevoerd met Shell en ExxonMobil
in samenwerking met het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
Hierbij is gesproken over het schadeherstel en de versterkingsoperatie in Groningen,
de inzet van de gasopslagen en de gaswinning in Ternaard. Die verkennende gesprekken
hebben niet geleid tot onderhandelingen, zie het antwoord op vragen 1 tot en met 3.
Vanaf de zomer van 2025 is door het Ministerie van Klimaat en Groene Groei separaat
doorgesproken met Shell en ExxonMobil over de gasopslagen en Ternaard. Hierna is met
Shell en ExxonMobil afgesproken dat over Ternaard afzonderlijk zou worden verder gesproken
tussen de staat en NAM. Daar is de huidige overeenkomst uit voortgekomen. Deze staat
dus geheel los van de overige dossiers.
Vraag 12
Kunt u uitsluiten dat deze deal effecten heeft gehad op andere lopende dossiers, zoals
de schadeafhandeling in Groningen?
Antwoord 12
Ja. Het dossier Ternaard is geheel in isolatie behandeld. Dit blijkt ook uit de vaststellingsovereenkomst:
deze gaat over Ternaard en niet over enig ander onderwerp.
Vraag 13
Hoe voorkomt u dat deze deal als precedent gebruikt wordt door andere vergunninghouders
die in (ecologisch) gevoelige gebieden actief zijn en straks eveneens compensatie
zullen eisen om van winning af te zien?
Antwoord 13
De overeenkomst betreft een in de ogen van de staat marktconforme transactie en geen
compensatie. Op die manier kan er dus geen precedentwerking werking zijn voor compensatie
voor andere vergunninghouders.
Vraag 14
Kunt u garanderen dat voor andere bestaande aanvragen of winningsplannen geen vergelijkbare
financiële compensatieregelingen zullen worden overeengekomen? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 14
De gesprekken en uiteindelijke overeenkomst tussen de staat en NAM zijn tot stand
gekomen omdat het kabinet op grond van de wet en de weging van de ontvangen adviezen
instemming met het winningsplan niet kon weigeren en er tegelijk politiek en maatschappelijk
geen draagvlak is voor instemming. Daarbij weegt mee dat de gaswinning plaats zou
vinden onder een wereldwijd uniek getijdengebied dat bovendien Unesco werelderfgoed
is. Het kabinet is tegen gaswinning onder de Waddenzee, maar staat ook voor een betrouwbare
overheid die geen onrechtmatige besluiten neemt. Om dit dilemma op te lossen is het
kabinet met NAM in gesprek gegaan, hetgeen een intensief proces is geweest. Zoals
ook in het antwoord op vraag 13 gemeld, betreft het in de ogen van de staat een marktconforme
transactie en geen compensatie.
Vraag 15
Heeft u juridisch advies ingewonnen over de houdbaarheid van deze deal? Zo ja, kunt
u dit advies delen? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 15
De landsadvocaat heeft in mijn opdracht de conceptovereenkomst opgesteld, was bij
alle gesprekken met NAM over de vaststellingsovereenkomst aanwezig en heeft naar aanleiding
van de gesprekken de definitieve overeenkomst opgesteld. Op specifieke elementen heeft
de landsadvocaat schriftelijk geadviseerd. Deze procesadviezen van de landsadvocaat
worden niet openbaar in verband met de procespositie van de staat.
Vraag 16 t/m 19
Wat zijn de gevolgen van deze deal voor andere gas- en zoutwinningprojecten onder
de Wadden en in de Noordzeekustzone bij de Waddeneilanden?
Wat zijn de gevolgen van deze deal voor andere mijnbouwactiviteiten op de Noordzee?
Wat zijn de gevolgen van deze overeenkomst voor andere mijnbouwactiviteiten op land?
Betekent deze overeenkomst dat u geen gaswinning en andere vormen van mijnbouw, zoals
zoutwinning, zal gaan vergunnen?
Antwoord 16 t/m 19
Nederland schakelt over van fossiele naar duurzame energie. Die overgang kost tijd
en kan voorlopig niet zonder aardgas, dat tot minstens 2045 een belangrijke rol zal
spelen als transitiebrandstof. Op dit moment komt ongeveer een derde van het primaire
energieverbruik van huishoudens en industrie in Nederland uit aardgas. Gas uit eigen
bodem is klimaatvriendelijker, omdat buitenlandse winning vaak vervuilender is en
transport extra energie kost. Ook draagt winning in eigen land bij aan het beperken
van de importafhankelijkheid, aan leveringszekerheid en aan de betaalbaarheid van
aardgas. Kortom, we hebben het gas nog nodig.
Daarom kiest dit kabinet voor gaswinning uit kleine velden op land, maar alleen daar
waar het veilig en verantwoord gewonnen kan worden met oog voor de omgeving.
Daarbij geldt dat het kabinet zich aan de wet moet houden. De wet geeft toetsingsgronden
en als daaraan wordt voldaan kan het kabinet niet anders dan een vergunning verlenen.
Om duidelijkheid te geven over de toekomstige gaswinning maakt het kabinet een reeks
aanvullende afspraken met de sector over de verantwoorde gaswinning uit kleine velden
op land in de transitieperiode. Het kabinet verwacht de Kamer hier in januari 2026
over te kunnen informeren.
Vraag 20
Bent u bereid op korte termijn het Gebruiksruimtebesluit onder de Wadden te herzien?
Antwoord 20
Het gebruiksruimtebesluit is op 25 april 2024 met terugwerkende kracht tot 1 januari
2024 vastgesteld op basis van de laatste wetenschappelijke inzichten. Deze geldt tot
1 januari 2029. Indien er tussentijds nieuwe inzichten zijn, kan het kabinet deze
eerder aanpassen. Deltares heeft een studie uitgevoerd naar het meegroeivermogen van
de kombergingen gerelateerd aan de kritische zeespiegelstijgingssnelheid voor verdrinking
in de Nederlandse Waddenzee. Tevens heeft TNO een verkenning uitgevoerd naar de haalbaarheid
van een zuiver probabilistische gebruiksruimtetoets. U bent hier eerder over geïnformeerd
in de Kamerbrief «Stand van zaken gebruik diepe ondergrond Waddenzee»2. De huidige «hand-aan-de-kraan»- methode is op deze punten conservatiever (veiliger)
dan eerder gedacht. Het is aan een volgend kabinet hoe om te gaan met deze nieuwe
inzichten die meer ruimte lijken te geven voor activiteiten in de Waddenzee dan het
huidige vastgestelde »hand-aan-de-kraan»-beleid. Daarbij worden de adviezen van SodM
en TNO vanzelfsprekend betrokken.
Daarnaast wordt verwacht dat in 2026 de Raad van State zitting zal plaatsvinden voor
het huidige gebruiksruimtebesluit, omdat meerdere partijen tegen dit besluit in beroep
zijn gegaan. Als de Raad van State aangeeft dat de gebruiksruimte (tussentijds) moet
worden herzien dan zal het kabinet dat natuurlijk doen.
Vraag 21
Bent u bereid aan het KNMI te vragen een actualisatie van het Gebruiksruimtebesluit
Waddenzee te laten maken op basis van de meest recente wetenschappelijk inzichten
over klimaatverandering en zeespiegelstijging?
Antwoord 21
Zie antwoord op vraag 20. Een actualisatie van het zeespiegelstijgingsadvies zal,
naar verwachting, niet leiden tot een significant andere gebruiksruimte omdat de nieuw
beschikbare data en modellen beperkt zijn of niet toegespitst op de Nederlandse situatie.
Vraag 22
Gelden de uitgangspunten van het huidige Gebruiksruimtebesluit Waddenzee nog wel nadat
op de COP30 duidelijk werd dat het doel van het Parijsakkoord (opwarming van de aarde
beperken tot 1,5 graad) uit zicht raakt, doordat klimaatverandering sneller gaat dan
verwacht en de zeespiegel sneller stijgt?
Antwoord 22
In het advies onderliggend aan het gebruiksruimtebesluit geven de wetenschappers aan
dat ze uitgegaan zijn van een scenario waarbij de opwarming van de aarde beperkt blijft
tot 2,7 graden in 2100. Het uitgangspunt voor het gebruiksruimtebesluit is daarmee
hoger dan de 1,5 graden die hierboven wordt genoemd.
Vraag 23
Wanneer komt de herziening van de Mijnbouwwet naar de Kamer?
Antwoord 23
Het demissionair kabinet werkt aan de herziening van de Mijnbouwwet. Het doel van
deze herziening is onder andere een herijkt wettelijk kader voor veilig en financieel,
maatschappelijk en ruimtelijk verantwoord gebruik van de diepe ondergrond, met meer
regie bij de overheid, dat past bij afwegingen met betrekking tot de schaarse ruimte,
de veranderde rol van de diepe ondergrond en het maatschappelijk perspectief op het
gebruik ervan. Er wordt hard gewerkt aan de inhoudelijke uitwerking van de verschillende
beleidsthema’s en de afstemming van concept-wetteksten met alle betrokken partijen
en adviseurs. Daarna zal nog tijd nodig zijn voor het voldoen aan de verschillende
verplichtingen (bv. regeldruk en notificatie) en om de formele stappen te doorlopen.
Het doel is om in Q2 van 2026 het wetsvoorstel open te stellen voor internetconsultatie.
Het demissionair kabinet heeft als streven dat de herziening van de Mijnbouwwet medio
2027 bij de Tweede Kamer wordt ingediend. De precieze timing en het moment van indienen
van de herziene Mijnbouwwet is aan een nieuw kabinet.
Vraag 24
Kunt u deze vragen ruim voor de behandeling van de suppletoire begroting beantwoorden?
Antwoord 24
Ja.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
S.T.M. Hermans, minister van Klimaat en Groene Groei
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.