Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van de leden Dassen en Koekkoek over het bericht 'Kabinet stuurt vrouwen terug naar Taliban in Afghanistan'
Vragen van de leden Dassen en Koekkoek (beiden Volt) aan de Ministers van Asiel en Migratie en van Buitenlandse Zaken over het bericht «Kabinet stuurt vrouwen terug naar Taliban in Afghanistan» (ingezonden 28 oktober 2025).
Antwoord van Minister Van Weel (Asiel en Migratie), mede namens de Minister van Buitenlandse
Zaken (ontvangen 3 december 2025). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026,
nr. 469.
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht «Kabinet stuurt vrouwen terug naar Taliban in Afghanistan»?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Onderschrijft u het oordeel van het Europese Hof van Justitie dat de leefregels van
de Taliban een dermate grote opeenstapeling van discriminatie jegens vrouwen behelzen
dat deze de facto kan worden gezien als vervolging van vrouwen, zoals genoemd in bovenstaand
artikel?
Antwoord 2
Het Europese Hof van Justitie heeft geoordeeld dat het samenstel van discriminerende
maatregelen ten aanzien van vrouwen in Afghanistan onder het begrip «daad van vervolging»
valt wanneer deze maatregelen, door hun cumulatieve effect, afbreuk doen aan de eerbiediging
van de menselijke waardigheid.2 Dat betekent echter niet dat aan iedere Afghaanse vrouw, ongeacht de reden waarom
zij om bescherming verzoekt, een verblijfsvergunning asiel móet worden verleend. Er
kan nog steeds een individuele beoordeling plaatsvinden.
Vraag 3
Bent u van mening dat vrouwen disproportioneel meer gevaar lopen in Afghanistan dan
mannen?
Antwoord 3
Uit de landeninformatie over Afghanistan blijkt dat het niet houden aan de normen
en leefregels van de Taliban voor vrouwen en meisjes ernstige consequenties kan hebben
waardoor zij extra gevaar kunnen lopen.
Vraag 4 en 5
Waarom heeft u besloten om samen met Australië, Canada en Duitsland juridische stappen
te ondernemen tegen Afghanistan voor het niet nakomen van de verplichtingen onder
het Verdrag inzake uitbanning van alle vormen van discriminatie tegen vrouwen?
Hoe rijmt u het besluit om vrouwen terug te sturen naar Afghanistan met het aansprakelijk
stellen van Afghanistan voor het niet-nakomen van zijn verplichtingen onder het Verdrag
inzake uitbanning van alle vormen van discriminatie van vrouwen (Vrouwenverdrag)?
Antwoord 4 en 5
Op 25 september 2024 heeft Nederland – samen met Australië, Canada en Duitsland –
Afghanistan aansprakelijk gesteld voor grove en systematische schendingen van het
Vrouwenverdrag. Met de aansprakelijkstelling zet Nederland zich samen met de genoemde
staten in om naleving van internationale verplichtingen onder het Vrouwenverdrag door
Afghanistan af te dwingen en toekomstige schendingen te voorkomen. Deze schendingen
moeten stoppen. Afghaanse vrouwen en meisjes moeten aanspraak kunnen maken op de rechten
onder het Vrouwenverdrag. In het bijzonder moet het recht op onderwijs voor Afghaanse
vrouwen en meisjes worden gerespecteerd en gegarandeerd.
Als eerste noodzakelijke stap bij een dergelijke aansprakelijkstelling is Afghanistan
uitgenodigd om in onderhandeling te treden. Momenteel is Nederland, samen met Australië,
Canada en Duitsland, bezig met de organisatie van deze onderhandelingen. Over dit
proces [en vragen gerelateerd aan deze internationaal-juridische procedure] kan het
kabinet, in het belang van de aansprakelijkstelling, geen verdere uitspraken doen.
Voor het huidige asielbeleid voor Afghaanse vrouwen verwijs ik u naar het antwoord
op vraag 8.
Vraag 6
Bent u zich bewust van het feit dat de Dienst Terugkeer en Vertrek aangeeft dat gedwongen
terugkeer niet mogelijk is met betrekking tot Afghanistan?
Antwoord 6
Ja.
Vraag 7
Zo ja, hoe valt dit feit te rijmen met de voorgenomen uitzetting van meerdere vrouwen
naar Afghanistan?
Antwoord 7
Voor personen van wie de asielaanvraag is afgewezen geldt dat zij in beginsel Nederland
zelfstandig dienen te verlaten, eventueel met ondersteuning van de Nederlandse overheid.
Wanneer personen niet zelfstandig terugkeren kan gedwongen vertrek aan de orde zijn.
Of ook daadwerkelijk kan worden overgegaan tot gedwongen vertrek hangt onder andere
af van de samenwerking met de landen van herkomst. Gedwongen terugkeer naar Afghanistan
is momenteel niet mogelijk.
Vraag 8
Op basis van welke maatstaven oordeelt de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND)
of vrouwen al dan niet zouden passen in de samenleving waar zij volgens de IND naartoe
teruggestuurd zouden moeten worden?
Antwoord 8
In de Vreemdelingencirculaire (paragraaf C7.2) is opgenomen dat een Afghaanse vrouw
in aanmerking kan komen voor een verblijfsvergunning asiel als zij aannemelijk heeft
gemaakt dat zij zich niet kan conformeren aan de door de Taliban opgelegde normen
en leefregels en door het niet naleven van deze opgelegde normen en leefregels het
risico loopt op (ernstige daden van) vervolging. In diezelfde paragraaf van de Vreemdelingencirculaire
is opgenomen dat de IND daarnaast beoordeelt in hoeverre de vrouw door de Taliban
opgelegde normen en leefregels dermate ernstig in haar mogelijkheden tot ontplooiing
en sociale en maatschappelijke deelname wordt beperkt en welke impact dit zal hebben
op haar. Bij een voldoende ingrijpende impact zal dit aanleiding geven voor een verblijfsvergunning
asiel.
Met inachtneming van de uitspraak van het Europese Hof van Justitie betekent dit in
de huidige beslispraktijk dat op basis van hetgeen een Afghaanse vrouw in de asielprocedure
naar voren brengt wordt onderzocht of en, zo nodig, in welke mate zij stelt en aannemelijk
maakt te zijn of zullen worden getroffen door de discriminerende maatregelen ten aanzien
van vrouwen in Afghanistan. Als zij stelt en aannemelijk maakt door deze discriminerende
maatregelen te zijn of te zullen worden getroffen, wordt in de regel een verblijfsvergunning
verleend. In de praktijk is dat al snel het geval, maar dat betekent niet dat het
individuele relaas er als het ware niet meer toe doet. Een Afghaanse vrouw zal tenminste
naar voren moeten brengen en aannemelijk moeten maken dat zij vanwege de huidige discriminerende
maatregelen niet naar Afghanistan kan en wil terugkeren.
Vraag 9
Bent u op de hoogte van het feit dat vrouwen en meisjes die terugkeren na een verblijf
in een westers land als «verwesterd» gezien kunnen worden en dat zij daardoor gevaar
lopen?
Antwoord 9
Zoals ook aangegeven in het antwoord op de vraag 3 komt uit de huidige landeninformatie
over Afghanistan naar voren dat de positie van vrouwen en meisjes in Afghanistan door
de normen en leefregels van de Taliban ernstig onder druk staat. Het niet leven volgens
deze normen en leefregels kan voor vrouwen en meisjes gevolgen hebben. Het enkele
feit dat vrouwen en meisjes in het westen hebben verbleven betekent echter niet dat
zij per definitie bij terugkeer gevaar lopen; dit blijft steeds onderwerp van individuele
toetsing.
Nederland voelt zich zeer verbonden met het lot van de Afghaanse vrouwen en meisjes
en blijft de Taliban oproepen om mensenrechten, en de rechten van vrouwen en meisjes
in het bijzonder, te respecteren, in overeenstemming met internationale verdragsverplichtingen.
Vraag 10
Bent u zich ervan bewust dat de rechtbank in Den Haag heeft geoordeeld dat de IND
de Afghaanse vrouw van 79 jaar, zoals genoemd in het artikel, niet mag uitzetten naar
Afghanistan? Zo ja, waarom staat u het toe dat de IND hierin alsnog volhardt?
Antwoord 10
Zoals uw Kamer bekend, ga ik niet in op individuele zaken. Op dit moment bestaat er
geen aanleiding het landgebonden asielbeleid te wijzigen. Op korte termijn zal een
nieuwe ambtsbericht worden gepubliceerd.
Vraag 11
Klopt het dat de Minister van Asiel en Migratie op basis van Art. 42 GW verantwoordelijkheid
draagt voor het gevoerde beleid van de IND?
Antwoord 11
Ja.
Vraag 12
Bent u bereid de besluiten van de IND inzake het terugsturen van vrouwen naar Afghanistan
te voorkomen dan wel terug te draaien?
Antwoord 12
Op dit moment bestaat er geen aanleiding het landgebonden asielbeleid, waarin de slechte
mensenrechtensituatie in Afghanistan is verdisconteerd, te wijzigen. Op korte termijn
zal een nieuwe ambtsbericht door het Ministerie van Buitenlandse Zaken worden gepubliceerd.
Vraag 13
Kunt u de vragen een voor een en met spoed beantwoorden?
Antwoord 13
Ik heb de vragen zo spoedig mogelijk beantwoord.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
D.M. van Weel, minister van Asiel en Migratie -
Mede namens
D.M. van Weel, minister van Buitenlandse Zaken
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.